Schwanengesang

Schubert en Brahms door Gerald Finley: daar red je het niet met een zakje Kleenex mee

Schubert Finley

Deze cd zou een grote kans maken om op de top van Hart & Ziel-lijst van Radio vier te eindigen. Zoveel treurigheid, zoveel leed … Daar red je het niet met een simpel zakje Kleenex mee. Ben ik cynisch? Ja.

Ik ben een enorme bewonderaar van Gerald Finley. Sterker: hij behoort tot mijn absolute ‘to die for’ zangers. En, eerlijk is eerlijk, deze cd is zonder meer prachtig. Alleen: wie zat er echt op te wachten? Al een paar jaar geleden schreef ik dat er een, al was het maar tijdelijk, verbod zou moeten komen op het opnemen van bepaalde muziekstukken. Om te beginnen met de drie liedcycli van Schubert. Wij verzuipen in de hoeveelheid uitvoeringen en het einde is nog steeds niet in zicht.

Nu is Finley niet zomaar een zanger, hij is een van de meest charismatische baritons van onze tijd en zijn stem is gewoon goddelijk. Wat is er dan misgegaan? Niets eigenlijk, behalve dat het zo overbodig is. Mooi? Ja. Ontroerend? Voor wie daar gevoelig voor is, ja. Iets aan toevoegend? Nee. Gekunsteld? Ja.

In Brahms kan hij mij iets meer overtuigen. Daar is hij meer een zanger die niets wil verduidelijken maar gewoon zingt. Daarin wordt hij uitstekend geholpen door Julius Drake.

Hieronder een promo:

FRANZ SCHUBERT: SCHWANENGESANG
JOHANNES BRAHMS: VIER ERNSTE GESENGE
Gerald Finley (bariton), Julius Drake (piano)
Hyperion CDA 68288

James Rutherfords Schwanengesang is gewoon niet goed

Schubert Rutgherford

Soms denk ik dat er een, al was het maar tijdelijk, verbod zou moeten komen op het opnemen van bepaalde muziekstukken. Om te beginnen met de drie liedcycli van Schubert. Wij verzuipen in de hoeveelheid – veelal fantastische, dat dan weer wel – uitvoeringen en het einde is nog steeds niet in zicht.

Ik snap best wel dat een elk zichzelf respecterende zanger zijn stempel op de liederen wil drukken, maar wie nú nog de Schwanengesang meent te moeten opnemen, moet verrekt veel te vertellen hebben.

Bariton James Rutherford heeft veel te vertellen. Alleen: wat hij ons wil vertellen, klopt voor geen meter. De Brit beschikt over een grote, dramatische stem, die hem bijzonder geschikt maakt voor Wagner-rollen. Maar daarin schuilt direct een gevaar als je de intimiteit van Schuberts laatste opus gaat opzoeken.

Rutherford en zijn begeleider Eugene Asti hebben vijftien jaar lang aan deze liederen gewerkt en ze in verschillende volgordes uitgevoerd (er moest uitgeprobeerd worden). Voor hun definitieve (?) versie hebben ze ‘Herbst’ aan het Rellstab-gedeelte toegevoegd. En omdat Rutherfords stem zo laag en zwaar is, zijn de liederen een terts naar beneden getransponeerd..

Het resultaat vind ik zeer onbevredigend: onbeholpen en amateuristisch. Ik heb de cd een paar keer de kans gegeven, maar merkte dat mijn afkeer alsmaar groeide. Sorry.


Franz Schubert
Schwanengesang D.957, Die Forelle, Auf der Bruck, Gruppe aus Tartarus, An die Musik
James Rutherford (bariton), Eugene Asti (piano)
BIS 2180

Florian Boesch en Schwanengesang: een match made in heaven

Florian Boesch en Schwanengesang: een match made in heaven

Boesch.jpg

De Oostenrijkse bariton Florian Boesch behoort tot de jonge generatie zangers die het lied een nieuw leven hebben ingeblazen. Of, beter gezegd: ander leven.

Boesch’ stem is minder smeuïg dan die van Hermann Prey en zijn dictie minder nadrukkelijk dan die van Fischer-Dieskau. Hij wekt ook niet de indruk dat het bij hem een kwestie van leven en dood is, net als bij Gerhaher. Zijn timbre is zo individueel dat je, als je hem al één keer gehoord had je hem nooit meer vergeet en uit duizenden kan herkennen. Hoeveel zangers hebben dat nog?

Ook zijn lyriek kan niet genoeg geprezen worden, soms voelt het als wiegen, zo geruststellend. Het mooist vind ik zijn stem in het lage register, daar klinkt zijn warme en donkere bariton nog kruidiger.

Hij is – en blijft – een echte story teller, die mij keer op keer weet te verrassen met een andere kijk op dingen die vaststonden of ingeburgerd waren. Niet, dat hij meteen ware revoluties ontketent, maar soms brengt hij je wereldbeeld aan het wankelen.

Op zijn nieuwste recital-cd met het Schwanengesang van Schubert heeft hij de gebruikelijke volgorde veranderd. Zo begint hij met de lyrische en liefdevolle ‘Rellstab-Lieder’ om via Goethe en zijn ‘Gesänge des Harfners’ bij Heine te belanden. Niet gebruikelijk, maar wel zo logisch, althans voor mij.

Boesch vertelt zijn verhaal op een rustige en ingetogen toon. Je hoort als het ware het “er was eens…” . Nergens dwingend, maar zo boeiend dat je je oren ongewild moet spitsen om er maar niets van te kunnen missen. Naarmate hij in zijn vertelling vordert begint zijn ‘sprookje’ steeds grimmiger te worden en bij ‘Atlas’ aangekomen laat hij al zijn opgekropen emoties los. Indrukwekkend.

In de onvolprezen Malcolm Martineau heeft Boesch zijn maatje, zijn tweede ‘ik’ gevonden. De zanger en de pianist samen zijn niet minder dan een voorbeeld voor hoe een volkomen eenheid moet klinken.


FRANZ SCHUBERT
Schwanengesang
Florian Boesch (bariton) en Malcolm Martineau (piano)
ONYX 4131 • 67’

Zie ook:

WOZZECK ZaterdagMatinee

JEPHTA in Amsterdam