opera/operette/liederenrecitals
MAURO PETER: een geboren Schubert-zanger
Mauro Peter is een openbaring. De Zwitserse tenor laat van zich horen met twee geweldige Schubert-cd’s. Wat een volmaaktheid!
Niet vaak overkomt het mij nog dat ik totaal van slag raak van een nieuwe opname van liederen van Schubert. Ik ken ze inmiddels wel en de meesten heb ik vaker gehoord dan mij lief is.
Dat komt, onder andere, doordat de meeste liedzangers zich ontpoppen als het zoveelste kloontje van Fischer-Dieskau. Ze zijn zo nadrukkelijk aanwezig dat ze tussen mij en “mijn” Schubert in de weg staan. En andersom gebeurt het ook: zo vol van zichzelf en hun mooie stem, dat ze vergeten dat er ook nog een tekst bij is. Wat in geval van een waarlijk grote dichter als Goethe minstens zo storend kan zijn als overinterpretatie.
En toch: de wonderen zijn de wereld nog niet uit. De nieuwste is nog maar 29 jaar oud en komt uit Zwitserland. Hij heet Mauro Peter en is een tenor. Peter beschikt over een onbeschrijfelijk mooi instrument: aangenaam in de hoogte en warm in de laagte. Zijn ietwat zoetig timbre heeft iets “knuffeligs”: naar hem luisteren geeft mij een warm gevoel van veiligheid en vertrouwen.
De jonge man, die de leeftijd van Schubert bij diens overlijden dicht benadert, is ook een geboren verhalenverteller en zijn voordracht is niet minder dan volmaakt.
De bijna afgezaagde ‘Erlkönig’ klinkt bij hem jonger, frisser, minder dramatisch maar beslist niet minder aangrijpend. Het ligt ongetwijfeld aan zijn stemvoering die zo natuurlijk is dat er niets aan toegevoegd kan en mág worden. Zijn dictie is gewoon volmaakt en, zonder dat hij de woorden te nadrukkelijk accentueert, is ieder woord goed te verstaan. Én te begrijpen.
In Helmut Deutsch heeft Peter zijn maatje, zijn tweede ziel gevonden. Daar, waar Peter zijn stem terugneemt, gaat Deutsch spreken. Om daarna terug te wijken voor het verhaal van de zanger. De laatste noot na de “In seinen Armen das kind war tot” klinkt als een duidelijke punt na een zin waar niet aan te twijfelen valt. Het doek valt. Punt.
Ik buig mijn hoofd en verwelkom een grootheid.
Franz Schubert
Goethe Lieder
Mauro Peter tenor; Helmut Deutsch piano
Sony Classical 88875083882
Orkestliederen van Walter Braunfels: zo mooi!
Walter Braunfels. De vraag waarom hij zo verschrikkelijk is vergeten ga ik niet eens stellen. Dat het iets met de nazi’s en de Joden te maken had, dat weet iedereen immers wel. Maar de oorlog is al zeventig jaar voorbij en Braunfels is al meer dan 60 jaar dood. En nog steeds is zijn naam niet daar, waar het hoort te zijn: op de belangrijkste concertpodia en operabühnes.
In de jaren negentig kon je nog van een kleine revival spreken: EMI bracht zijn mysteriespel Verkündigung uit en Decca nam zijn bekendste opera Die Vögel op.
Die Vögel dook dan weer eens in Los Angeles op, waar James Conlon al jaren bezig is om ‘entartete componiste’ ruim podium te geven. In de letterlijk zin van het woord.
Super verrast en blij ben ik dus met de nieuwe uitgaven van Capriccio en Oehms Classics. Bij Oehms Classics is nu deel 1 van zijn orkestrale liederen uitgekomen, deel 2 is onderweg.
Het programma begint met het voorspel tot- en de Nachtegaal-aria uit Die Vögel. Valentina Farcas zingt het hondsmoeilijke stuk met een vanzelfsprekende zekerheid en een enorme dosis tederheid.
Michael Volle weet mij bijzonder te imponeren met de met zijn prachtige, diepe, warme bariton en indrukwekkende voordracht gezongen Hölderlin-Gesänge en Auf ein Soldatengrab op de tekst van Hermann Hesse. Daar word ik stil van.
Het is een beetje jammer dat voor Abschied vom Walde Klaus Florian Vogt is geëngageerd. Ik heb het een beetje gehad met zijn softe, blanke geluid. Gelukkig duurt zijn bijdrage maar vijf minuten.
Als uitsmijter krijgen we Don Juan, oftewel variaties op de “champagnearia” van Mozart. Het stuk voelt zó als een duizelingwekkend carrousel van bekende klanken dat het je naar adem doet happen.
Het werk klinkt zeer filmisch en zou zo uit de pen van Korngold kunnen zijn gekomen. Het Staatskapelle Weimar onder leiding van Hansjörg Albrecht weet er goed raad mee.
WALTER BRAUNFELS
Orchestral songs volume I
Valentina Farcas, Klaus Florian Vogt, Michael Volle; Staatskapelle Weimar olv Hansjörg Albrecht
Oehms Classic OC 1846 • 68‘
TUSSEN TWEE WERELDEN
Een beetje (meer) over Walter Braunfels
VERKÜNDIGUNG
The bells of dawn: een must voor liefhebbers van Russische geestelijke liederen en Slavische koren

Deze cd stelt mij enigszins teleur. Het ligt niet aan de uitvoering, want noch op de stem, noch de zang of de interpretatie van Dmitri Hvorostovsky valt er iets om aan te merken. Die zijn gewoon perfect! Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe mooi het geluid is dat uit zijn keel komt. Het is niet minder dan de belichaming van een volmaakte schoonheid.
Hieronder één van de mooiste nummers van de cd, ‘Vyhozhu odin ya na dorogu’ van Elizaveta Shashina:
Wat mij het meest imponeert bij Hvorostovsky is, naast zijn heerlijke bronzen geluid, zijn prachtige pianissimo. Bij vlagen klinkt hij bijna breekbaar, wat een fraai contrast oplevert met de zwaarder aangezette passages.
Dat hoor je goed in de solo ‘Prostchay, radost’ (Farewell, My Joy). De stemmingen wisselen elkaar af, maar wat blijft, is een allesomvattend gevoel van totale eenzaamheid. Hierna kun je niet anders dan de muziek even stopzetten voor een moment stilte.
Maar de cd is nog niet afgelopen. Het gevoel wordt nog wel even vastgehouden, maar langzaam ebt de ontroering weg. De liederen op de cd zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, waardoor het op den duur gewoon saai en eentonig wordt. Voor mij althans; een ‘hardcore’ liefhebber van Russische geestelijke liederen en Slavische koren zal hier wellicht wel zijn hart aan ophalen.
The Grand Choir ‘Masters of Choral Singing’ is zeer op de achtergrond opgesteld en is onder dirigent Lev Kontorovich vooral dienstbaar aan de solist.
The Bells of Down
Geestelijke liederen van Khristov, Arkhangelsky, Varlamov, Shashina, Sviridov en Russische folksliedjes
Dmitri Hvorostovsky (bariton) en The Grand Choir ‘Masters of Choral Singing’ onder leiding van Lev Kontorovich
Ondine ODE 1238-2 • 64’
Maria Fiselier: To go into the unknown
Maria Fiselier is één van de grootste jonge talenten die ons land rijk is.
Met haar mooie, lichte mezzosopraan kan zij nog alle kanten uit, zelf voorspel ik haar een grote carrière op de recitalpodia. Als geen ander weet zij hoe je met je stem alleen al kan acteren. En hoe je verschillende stemmingen op je publiek kan overbrengen.
Het programma op haar eerste cd heeft zij zeer zorgvuldig uitgezocht, waarbij zij voor niet voor de hand liggende componisten heeft gekozen. Iets wat zich wel enigszins wreekt in het uiteindelijke resultaat.
Liederen van Ivor Gurney zijn geen dagelijkse kost, al is er in 2014, met het oog op de herdenking van de Eerste Wereldoorlog wat meer belangstelling voor gekomen. Ik denk niet dat de ze geschikt zijn voor Fiselier. De liederen zijn zeer specifiek (zeg maar gerust bijna net zo neurotisch als hun schepper) en het meest komen ze tot hun recht als ze gezongen worden met een soort sluier op de stem. Met een nuchtere rechttoe rechtaan benadering verliezen ze één van hun belangrijkste dimensies, die van de ongrijpbaarheid.
Bij Herbert Howells is Fiselier meer in haar element, maar pas bij Britten leeft zij helemaal op. Hier laat zij horen wat zij allemaal in haar mars heeft en dat is niet niets! In zijn Cabaret Songs is zij helemaal in haar element: het is het repertoire dat haar ligt en haar past als een handschoen. Alleen al voor de ‘Funeral Blues’ verdient zij een enorme pluim.
Fiselier en Nilsson in There was a Maiden van Herbert Howells:
Peter Nilsson toont zich een “schaduw begeleider”: geheel dienstbaar aan de liederen en de zangeres.
IVOR GURNEY, HERBERT HOWELLS, BENJAMIN BRITTEN
To go into the unknown
Maria Fiselier (mezzosopraan), Peter Nilsson (piano)
7 Mountain Records 7MNTN-002
2 x RAVEL. OZAWA & SLATKIN
L’ENFANT ET LES SORTILÈGES
SHÉHÉRAZADE

Ik denk niet dat het fair is om de op zichzelf zeer fraaie uitvoering van Shéhérazade door Susan Graham met de legendarische Régine Crespin te vergelijken. Je hebt eenmaal van die monumenten waar je alleen bewonderend tegenop kan kijken.
Maar ook als je dat grote voorbeeld vergeet, blijft er iets te wensen over bij deze opname. Er knaagt iets. Grahams stem is goddelijk mooi en glanzend, en haar voordracht is subliem. Maar waarom word ik toch niet echt warm van en waarom blijf ik iets missen?
Het ligt niet aan Jacques Zoon, wiens fluitsolo in “La Flûte enchantée” werkelijk betoverend klinkt.
Het ligt ook niet aan Ozawa en zijn Saito Kinen Orkest, die de sprookjesachtige, met exotica geparfumeerde liedcyclus van Ravel perfect weet te benaderen. Ozawa, een leerling van zowel Charles Munch als Pierre Monteux is altijd één van de grootste interpreten van de Franse muziek geweest.
Dat hoor je in de heerlijk dansante Alborada del gracioso. En dat hoor je ook in zijn begeleiding van L’enfant et les sortileges. De tijdens het Matsumoto Festival in 2014 live opgenomen heerlijke mini-opera krijgt onder zijn handen één van de beste uitvoeringen die ik ken.
Hij heeft dan ook een onvoorstelbaar goede cast tot zijn beschikking, met Isabel Leonard als het verwende kind volop
L’enfant et les sortileges
Isabel Leonard, Paul Gay, Yvonne Nef e.a.;
Shéhérazade
Susan Graham (mezzosopraan)
Alborada del gracioso
Saito Kinen Orchestra olv Seiji Ozawa
Decca 4786760 • 66’
PARADIS SUR TERRE
Al een tijd ben ik in de ban van Nicky Spence. Sinds ik hem als Števa (Jenůfa van Janáček) in Brussel heb gezien, staat hij op mijn “to watch” lijst.
Nicky Spence at the Classical Brit Awards:
Dankzij Chandos kan ik nu van zijn recital met Franse liederen smullen. Voor de verandering geen Fauré of Duparc, waarvoor mijn dank!
Les prières van André Caplet zijn nieuw voor mij. De zeer gelovige Caplet raakte tijdens de Eerste Wereldoorlog gewond – hij werd blootgesteld aan een gifgasaanval bij Verdun. In die periode zijn ook de Les prières ontstaan. Het zijn op muziek gezette gebeden van het katholieke geloof, zeer ontroerend in hun eenvoud.
Slechte gezondheid heeft ongetwijfeld ook de composities van Lili Boulanger beïnvloed. De, op haar 24ste gestorven componiste, is voornamelijk bekend van haar pianowerken. En van ‘Pie Jesu’.
De Clairières dans le ciel ademen voornamelijk serene rust en melancholie uit. Iets, waar Spence heel erg goed raad mee weet. De jonge Schotse tenor heeft een fijn timbre met misschien niet altijd de mooiste hoogte, maar hij weet de weemoedige sfeer goed met over te brengen.
Het mooist vind ik hem in de liederen van Cécile Chaminade, hier kan hij laten horen dat zijn stem ook de vrolijkheid goed aankan.
ANDRÉ CAPLET, LILI BOULANGER, CLAUDE DEBUSSY, CÉCILE CHAMINADE
Paradis sur terre
Nicky Spence (tenor), Malcolm Martineau (piano)
Chandos CHAN 10893 • 64‘
Nicky Spence herbeleeft Janáčeks Het dagboek van degene die verdween
PARIS, MON AMOUR
Sonya Yoncheva behoort tot de nieuwste aanwinsten van Sony, een label dat het duidelijk voorzien heeft op de (ook letterlijk) mooiste sopranen ter wereld. Op haar debuut-cd, Paris, mon amour, maakt de Bulgaarse sopraan grote indruk.
Sonya Yoncheva was al een tijd ‘talk of the town’, maar echt wereldberoemd werd ze toen ze in november 2014 bij de Metropolitan Opera in New York inviel voor Kristine Opolais als Mimì in La bohème. Nog maar vijf weken eerder was ze bevallen van haar kind, de reden waarom ze, naar eigen zeggen haar Amsterdams debuut als Marguerite in Faust had afgezegd
Yoncheva’s eerste solo-cd is zonder meer spectaculair, niet in de laatste plaats vanwege de keuze van het door haar gezongen aria’s. Allemaal hebben ze betrekking op Parijs van de “belle epoque”, waardoor er zoiets als een rode draad ontstaat.
trailer van de cd:
Het is wel een beetje jammer dat de overbekende aria’s uit La traviata en La bohème zijn opgenomen. Niet dat Yoncheva er niet overtuigend genoeg voor is, maar het doet enigszins afbreuk aan het originele geheel.
Daartegenover ben ik wel heel erg blij met haar versie van ‘Se como voi piccina io fossi’ uit Le Villi en met werken als Le cent vierges van Charles Lecocq en Madame Chrysanthème van André Messager. Ooit van gehoord?
Yoncheva is meer dan de zoveelste “kanarie”. Haar hoge noten en coloraturen zijn uiteraard perfect, maar wat ik voornamelijk zo mooi aan haar stem vind is haar middenregister, die mij een beetje aan Mirella Freni doet denken. En aan Leontina Vaduva: met haar heeft zij de melancholieke ondertoon gemeen.
Op haar mooist vind ik haar in “Celui dont la parole…” uit de Hérodiade van Massenet. Hierin laat zij haar stem, gelijk een ontluikende roos opbloeien tot zij een soort extase bereikt bij haar overgave aan de profeet.
In “Où suis-je”? uit Sapho van Gounod weet zij mij tot tranen toe te ontroeren. Ik weet waarachtig niet wanneer ik de aria voor het laatst met zo veel tekstbegrip gezongen heb gehoord. Droevig, ja, maar ook zo berustend. Maar ook dwingend, want de (zelfverkozen) dood is hier onoverkomelijk. Denk aan Dido.
Yoncheva wordt congeniaal begeleid door het onder Frédéric Chaslin zeer sprankelend spelende Orquestra de la Comunítat Valencíana.
Paris, mon amour
Aria’s van Massenet, Verdi, Puccini, Gounod, Offenbach, Messager en Lecocq
Sonya Yoncheva
Orquestra de la Comunítat Valencíana onder leiding van Frédéric Chaslin
Sony 88875017202
‘Mooie wereld’ van Anne Schwanewilms
Anne Schwanewilms heeft een warme, romige sopraan waarmee zij moeiteloos hoge regionen beklimt zonder de lange lijnen kwijt te raken. Een stem die buitengewoon geschikt is niet alleen voor Richard Strauss, maar ook voor Korngold en Schreker.
Anne Schwanewilms in een kort fragment van Schrekers Die Gezeichneten uit Salzburg 2005:
Al jaren zit ik al op haar opname met liederen van Schreker te wachten en nu het zo ver is kan ik alleen betreuren dat het er maar vijf zijn. Die prachtige liederen, die de sfeer van sehnsucht en verlangen ademen, passen haar als een handschoen. Daar had ik graag meer van willen horen. Met het aangrijpend gezongen ‘Umsonst’ weet zij bij mij een gevoelige snaar te raken.
Maar ook in Korngold weet Schwanewilms mij te overtuigen. Luisterend naar ‘Was du mir bist’ moet ik ongewild aan de Marschallin (Der Rosenkavalier) denken, wat ongetwijfeld aan de in het lied besloten weemoed ligt.
Voor meer Korngold en Schreker had ik graag de hele Schubert-sectie willen omruilen. Niet alleen kennen we de liederen inmiddels wel; ze lijken haar ook iets minder goed te liggen. Al moet ik toegeven dat ik de met teruggehouden stem en kinderlijk-naïef gezongen ‘Ave Maria’ (Ellens Gesang III) zeer ontroerend vind.
Charles Spencer behoort tot die ‘vanzelfsprekende’ begeleiders wiens aanwezigheid je niet merkt tot je ze opeens mist. Waarbij ik maar wil zeggen dat ik hem voor geen goud had willen missen.
SCHUBERT, SCHREKER, KORNGOLD
Schöne Welt
Anne Schwanewilms (sopraan), Charles Spencer (piano)
Capriccio C5233 • 66’
Italiaanse liedjes door Juan Diego Flórez zijn een beetje te gecultiveerd
Met het vóór- en achterkantje zit het snor. Een dorpsweg in een zonnig land. Met achter de geparkeerde rode Ferrari een lekkere ‘hunk’ met een Ray Bay zonnebril op. Onmiskenbaar Italië! Met het heerlijke vooruitzicht op ‘Volare’s’ en ‘Marechiare’s’ haal ik alvast olijven en de fles Prosecco uit de koelkast en het feest kan beginnen.
Dat het mij allemaal een beetje tegenvalt ligt niet aan de liedjes, maar aan de interpretatie: ik vrees dat de prachtige stem van Florez hier te gecultiveerd voor is. Er ontbreekt hem eenmaal aan de – o zo heerlijke – boerse smacht van een di Stefano of de erotische slis van een Corelli.
Zijn licht nasaal timbre, zo typisch voor veel Zuid Amerikaanse tenoren is hier ook een beetje debet aan. Ik hoor de liedjes graag gezongen met lang aangehouden open klinkers. Dat alles laat onverlet dat het een cd is waar je enorm veel plezier aan kunt beleven.
Dat Florez een echte Rossini-expert is hoor je zo: de zeer sprankelend gezongen ‘La Danza’ spettert je boxen uit en behoort, samen met diens ‘Bolero’ tot de absolute hoogtepunten van het album.
In ‘Vaghissima Sembianze’ van Donoudy weet Florez even mijn gevoelige snaar te raken, iets wat hem in ‘Musica Proibita’ van Gastaldon niet meer lukt, althans niet op dit niveau. En, laten we eerlijk zijn: van ‘Volare’ van Domenico Modugno had hij echt moeten afblijven.
De mandoline begeleiding van Avi Avital in o.a. ‘La canzone dell’amore’ is niet minder dan goddelijk. Iets, wat ook voor de werkelijk fantastische accordeoniste Ksenija Sidirova geldt.
“Behind the scenes”:
ITALIA
Donizetti, Rossini, Tosti, de Curtis, Leoncavallo, Modugno, Bixio e.a.
Juan Diego Flórez (tenor), Avi Avital (mandoline), Ksenija Sidirova (accordeon), Craig Ogden (gitaar); Filharmonica Gioachino Rossini olv Carlo Tenan
Decca 4788408
L’Amour. Als het maar met Floréz is







