Aida

Two faces of Robert Wilson

Walk like Egyptian: Aida in Brussels 2004


Don’t expect any elephants in this Aida from Brussels. Also, no big mass scenes and – mainly – don’t expect emotions. With Robert Wilson, everything has to be minimalist and aesthetically pleasing, which undeniably makes for nice pictures but it makes for a very large discrepancy with the music. The singers move very slowly, almost in slow motion, and their (sparse) gestures are stylised after ancient Egyptian drawings.



No one touches anyone and no one is even looking at anyone else. All the characters are mainly preoccupied with themselves and their own suffering, which, according to the director, may be the key to the drama. For me it is too far-fetched.

The staging is dominated by the colours black and blue, there are hardly any sets and/or props. Deadly dull.

The truly amazing singers seem to be trapped in a straitjacket of emotionless acting, although Ildiko Komosi (Amneris) occasionally manages to sneak in a gesture. Together with Norma Fantini (Aida), she provides most of the tension and emotion, and their duet in the first act is a vocal highlight.

Marco Berti is an excellent Radames with beautiful high notes and a touch of “Pavarotti” in his timbre, and the rest of the cast is also first-rate. Kazushi Ono conducts calmly, with great attention to detail.

Returning to the director: Robert Wilson seems to repeat himself over and over again. If you have seen one of his productions, you have seen them all. Almost..

But then……

Nothing less than phenomenal: Die Dreigroschen in Amsterdam 2009


At the end of April 2009, the renowned Berliner Ensemble visited Amsterdam. They brought with them Die Dreigroschenoper, in the magnificent staging Robert Wilson had given to the company two years earlier. Worth knowing: the Berliner Ensemble is based in the Theater am Schiffbauerdam where the work was premiered in 1928.



All four performances at the Muziektheater were sold out and audiences responded with frenzied enthusiasm. Perfectly justified because everything was just great. The production, the direction, the lighting, the costumes, the movements…. And the performance, of course, because isn’t that why we go to the music theatre?



The performance was very cabaret-like, in the good sense of the word. It was grotesque and vaudeville-like with lots of slapstick, (film) quotes and whatnot without it becoming a complete farce. Occasionally I was reminded of Otto Dix.

In a word: breathtaking. And of course it was a treat to be able to hear all those well-known and still oh-so-current songs again, but now as part of a whole.



The performance did take a long time (yes folks, it was not only Wagner who took his time), over three hours, but then also you got a lot. For a start, the complete dialogues.

Stefan Kurt was a formidable, androgynous dandy Macheath and Angela Winkler a very moving Jenny. Also great were Jürgen Holtz as J.J. Peachum and Axel Werner as Tiger Brown, and Christina Drechsler was a terrific Polly.

Aida and Plácido Domingo


Radames was among Domingo’s favourite roles. No wonder. Here he could really ‘show it all’, because the hero is very complex. He is a ‘macho with a lot of muscles’ and a vulnerable boy at the same time, and he is torn between duty and passion. Unfortunately, the two are not compatible.


To sing Radames well you need not only a cannon of a voice but also an intellectual ability. And he has both.


He made his debut with Aida in 1968 in Hamburg and he has since sung the opera thousands of times. There are many recordings on the market, both studio and live. I would like to dwell on a recording that will not evoke an ‘aha’ moment for most of you – also because at first glance the cast is not idiomatically perfect.

The fact that Anna Tomowa-Sintow was one of Karajan’s favourite singers had its advantages and disadvantages. She was a welcome guest in Salzburg and her name appears on many recordings conducted by the maestro. But it also meant that she was primarily rated as a Mozart and Strauss singer, while she had so much more to offer. Her Desdemona and Amelia were legendary and after her Munich Aida, Leonie Rysanek praised her performance for its pure beauty.

Fassbaender is really surprising and particularly convincing as Amneris. Just listen to what she does with the single word ‘pace’ at the end of the opera. The opera was recorded by Bayeriche Rundfunk on 22 March 1979 and released on Orfeo (C583 022).



Also noteworthy is the recording from Munich 1972, with a now almost forgotten Verdi singer, Martina Arroyo. As Amneris, we hear Fiorenza Cossotto and Cappuccilli and Ghiaurov complete the excellent cast conducted by Claudio Abbado.





The recording from Vienna 1973 (Bela Voce BLV 107.209), under Riccardo Muti, is also of particular interest. In the leading role we meet Gwyneth Jones and Amneris is sung by an exceptional mezzo: Viorica Cortez.

Of Domingo’s studio recordings the 1970 RCA release (probably from the catalogue), is probably the best. How could it be otherwise, when you know that the conductor is Erich Leinsdorf and the other roles are sung by Leontyne Price, Sherrill Milnes, Grace Bumbry and Ruggero Raimondi. The whole thing almost pops out of your speakers.

Het een en ander over Verdi en Plácido Domingo

https://i0.wp.com/s3-eu-west-1.amazonaws.com/beta.lagenda/styles/image1000x1000/s3/programacion/placido_domingo_ernani.jpg

Ooit werd mij een vraag gesteld of ik werkelijk alles van wat Domingo doet goed vind, want ik ben zo enthousiast bezig. Het antwoord is heel simpel: nee, natuurlijk niet! Niet alle rollen lagen hem en dat hoor je ook aan de opnamen, zowel studio als live. Veel rollen nam hij alleen in de studio op, wellicht om iets nieuws uit te proberen? Vaak pakte het goed uit. Ergens halverwege de jaren tachtig klonk zijn stem vaak vermoeid en dat hoor je ook op de opnamen.

En toch…. Alleen al zijn Verdi-rollen doen een mens duizelen. Zijn carrière is dan ook sterk met de opera’s van Verdi verbonden. Je gelooft het niet, maar hij heeft ze bijna allemaal gezongen. Als het niet de hele rol is, dan tenminste wel een aria.

Jubileumbox

domingo verdi

Het jaar 2001 werd uitgeroepen tot Verdi-jaar: op 27 januari herdacht de wereld zijn honderdste sterfdag. Zes dagen eerder vierde Domingo zijn zestigste verjaardag. Het dubbele feest werd gevierd met een bijzondere uitgave: een 4-cd-box, met daarop alle aria’s die Verdi voor een tenorstem had geschreven (DG 4713352).

Voor het album werd met verschillende platenmaatschappijen samengewerkt en om het project helemaal compleet te maken, werden ontbrekende aria’s (ook de alternatieve en Franse versies) alsnog opgenomen. Zo kan men bijvoorbeeld kennismaken met ‘Qual sangue sparsi’ (La Forza del destino) en met een Italiaanse en een Franse versie van de ‘Siciliaanse vespers’.

Ernani

Domingo Ernani

Ernani is een belangrijke opera voor een Domingo-verzamelaar. Hiermee maakte hij zijn debuut in La Scala, op 7 december 1969. Het was ook de enige opera die hij in Amsterdam heeft gezongen, op 15 januari 1972. Weliswaar concertante (ja, natuurlijk tijdens de Matinee, waar anders?), maar toch. Jammer genoeg bestaat er geen complete opname van, dus moeten we met fragmenten genoegen nemen (Bella Voce BV 107.004). Felicia Weathers die de rol van Elvira zong was snipverkouden en noch Piero Francia noch Agostino Ferrin zijn namen om te onthouden, maar het blijft een bijzonder document.

https://image.ceneostatic.pl/data/products/52169421/i-ernani-votto-kabaivanska-domingo-cd.jpg

In La Scala stonden naast Domingo twee andere grootheden uit vervlogen tijden: Raina Kabaivanska en Nicolai Ghiaurov. Jammer genoeg moest Cappuccilli wegens ziekte afzeggen, maar zijn vervanger, Carlo Meliciani, doet werkelijk zijn best. Tel daarbij de werkelijk sublieme directie van Antonino Votto en dan weet je dat je een bijzonder ‘avondje’ opera kan verwachten.


AIDA

https://i.pinimg.com/originals/87/f7/c6/87f7c6b151bcfb204e063c976a5beb4f.jpg

Radames behoorde tot Domingo’s lievelingsrollen. Geen wonder. Hier kon hij werkelijk ‘uitpakken’, want de held is zeer complex. Hij is een ‘spierballen-macho’ en een kwetsbaar jongetje tegelijk en hij wordt verscheurd tussen plicht en passie. Helaas zijn beide niet verenigbaar.

Om Radames goed te kunnen zingen heb je niet alleen een kanon van een stem nodig maar ook een intellectueel vermogen. Dat heeft hij.

Met Aida maakte hij in 1968 zijn debuut in Hamburg en sindsdien heeft hij de opera al duizenden keren gezongen. Er zijn daarvan ettelijke opnamen op de markt, studio en live. Ik wil even stilstaan bij een opname die bij de meesten van u geen ‘aha’-gevoel zal oproepen – ook omdat de cast op het eerste gezicht niet echt idiomatisch is bezet.

Domingo verdi Aida

Dat Anna Tomowa-Sintow één van de geliefde zangeressen van Karajan was, had zijn voor- en nadelen. Ze was een graag geziene gast in Salzburg en haar naam prijkt op veel opnamen onder leiding van de maestro. Maar het betekende tevens dat zij tot een Mozart- en Strauss-zangeres werd gepromoveerd, terwijl ze heel veel meer in haar mars had.

Haar Desdemona en Amelia waren legendarisch en na haar optreden in München als Aida kreeg zij de grootste lof van Leonie Rysanek: ‘Deze prachtige stem lijkt gemaakt te zijn voor Italiaanse rollen, haar Aida was wondermoo.’ Ze had gelijk. Haar Aida is sterk en breekbaar, maar vooral liefhebbend.

De Radames van de jonge Domingo is mannelijk, vol vocale pracht en praal, krachtig en lyrisch tegelijk. Zelden heb ik een mooiere Nijl-scène gehoord: zijn woorden ‘abbandonar la patria’ doen pijn van ontroering.

Fassbaender is zeer verrassend en bijzonder overtuigend als Amneris. Luister maar wat zij met het woord ‘pace’ doet aan het eind van de opera. De opera werd op 22 maart 1979 door het Bayeriche Rundfunk opgenomen en op Orfeo (C583 022) uitgebracht.

Domingo Verdi Arroyo

Wat ik zelf ook nog bijzonder vind, is de opname uit München 1972, met een vandaag de dag bijna vergeten Verdi-zangeres, Martina Arroyo. Als Amneris horen we Fiorenza Cossotto. En Cappuccilli en Ghiaurov vervolmaken verder de uitstekende cast die onder leiding staat van Claudio Abbado.

Domingo-Disco-Aida-Jones

Bijzonder is ook de opname uit Wenen 1973 (Bela Voce BLV 107.209), onder Riccardo Muti. In de hoofdrol treffen we Gwyneth Jones en Amneris wordt vertolkt door een bijzondere mezzo: Viorica Cortez.

Van zijn studio-opnamen is de RCA uitgave uit 1970 (waarschijnlijk uit de catalogus) wellicht de beste. Hoe kan het ook anders, als je weet dat de dirigent Erich Leinsdorf heet en de overige rollen worden bezet door Leontyne Price, Sherrill Milnes, Grace Bumbry en Ruggero Raimondi. Het spettert uw boxen uit.

Over  zijn Otello:
Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Ballo in Maschera:
2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

La Traviata:
LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Il Trovatore:
IL TROVATORE. Discografie

Simon Boccanegra:
Verdi’s Simon Boccanegra. Enkele opnamen tussen 1957 – 2007

Giovanna D’Arco:
GIOVANNA D’ARCO

Luisa Miller:
Twee maal LUISA MILLER op dvd

bariton aria’s:
DOMINGO – bariton – VERDI

Walk like Egyptian: Verdi’s Aida door Robert Wilson

Aida Wilson

Verwacht geen olifanten in deze Aida uit Brussel. Ook geen grote massa scènes en – voornamelijk – verwacht geen emoties. Bij Robert Wilson moet alles minimalistisch en esthetisch verantwoord, wat ontegenzeggelijk leuke plaatjes oplevert maar in discrepantie blijft met de muziek. De zangers bewegen zeer langzaam, bijna in slow motion en hun (spaarzame) gebaren zijn gestileerd naar de oud-Egyptische tekeningen.

Niemand raakt niemand aan, sterker: er wordt niet eens naar elkaar gekeken. Alle personages zijn voornamelijk met zichzelf en hun eigen leed bezig, wat volgens de regisseur wellicht de sleutel is tot het drama. Voor mij te ver gezocht.

De enscenering wordt gedomineerd door de kleuren zwart en blauw, er zijn amper decors en/of rekwisieten. Dodelijk saai.

De, werkelijk geweldige zangers lijken gevangen te zitten in een keurslijf van emotieloos acteren, al lukt het Ildiko Komosi (Amneris) af en toe een gebaar te smokkelen. Samen met Norma Fantini (Aida) zorgt zij voor de meeste spanning en ontroering, en hun duet in de eerste acte is vocaal een hoogtepunt.

Marco Berti is een prima Radames met een prachtige hoogte en een vleugje ‘Pavarotti’ in zijn timbre, en ook de rest van de bezetting is eersteklas. Kazushi Ono dirigeert bedaard, met alle aandacht voor de details.

Terugkerend naar de regisseur: Robert Wilson lijkt zich keer op keer te herhalen. Heb je ooit een enscenering van hem gezien, dan heb je ze allemaal gezien. Hoezo ‘opera is geen museum’?

Giuseppe Verdi
Aida
Norma Fantini, Marco Berti, Ildiko Komlosi e.a.
Symphony Orchestra&Choire of La Monnaie-De Munt olv Kazushi Ono
Opus Arte OA 0954 D

Ein halbes Jahrhundert Aida: Zeffirelli forever

Text: Mordechai Aranowicz

 

Aida

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Wenn eine Opern-Inszenierung auch nach Jahrzehnten immer wieder aufgenommen wird, dabei vier Neu-Inszenierungen (darunter eine durch den selben Regisseur) überlebt, und sich beim Publikum nach wie vor grösster Beliebtheit erfreut, muss es etwas ganz Besonderes sein. Dies kann man von Franco Zeffirellis Aida-Inszenierung an der Mailänder Scala aus dem Jahr 1963 wirklich behaupten.

 

Aida scene

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Seit ihrer Premiere mit Leontyne Price, Carlo Bergonzi, Fiorenza Cossotto und Nikolai Ghiaurov in den Hauptrollen hat sie über mehr als ein halbes Jahrhundert die Menschen erfreut und bezaubert. So auch bei ihrer jüngsten Wiederaufnehme anlässlich des 95. Geburtstag von Franco Zeffirelli. Dabei sind es insbesondere die opulenten, aber auch ungemein poetischen Bühnenbilder und Kostüme von Lila de Nobili (1916-2002), welche von Beginn an für sich gefangen nehmen.

 

Aida La Scala

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Die schweizerische Künstlerin mit ungarisch-jüdischen Wurzeln – bekannt vor allem für das Bühnenbild zu Luchino Viscontis legendärer La Traviata Inszenierung mit Maria Callas – erzählt Giuseppe Verdis Oper im Stil der Uraufführungs-Ästhetik – und entwickelt dabei mit ihren gemalten Prospekten einen Zauber, wie man ihn heute nur noch bei wenigen Aufführungen erlebt. Egal ob der Königspalast in Memphis, das Gemach der Amneris, die von Sphinxen gesäumte Pracht-Alle zum Triumph-Marsch oder die von Mondlicht beschienene Szenerie am nächtlichen Nil – man staunt durchgehend über die fast unerschöpflichen Ausdrucksmöglichkeiten dieses Kulissenzaubers und lässt sich von der Magie der Bilder von Beginn angefangen nehmen.

Auch musikalisch hatte die Aufführung am 31. Mai viel zu bieten: Unter dem extrem spannenden, dramatischen, aber auch sängerfreundlichen Dirigat von Daniel Oren entwickelt Verdis unvergängliche Musik einen unvergleichlichen Sog, der zwischen den zartesten Piani und den martialischen Klängen des Triumphmarsches stets die richtige Balance fand.

 

Aida ballet

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Krassimira Stoyanova singt die Aida mit kräftigem, warmem Sopran, dem auch die extrem anspruchsvollen Registerwechsel der Nilarie keine Probleme bereiten, all die Verzweiflung die Verdi in Aidas Musik zum Ausdruck brachte, wird in dieser Interpretation spürbar.

 

Aida Aida

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Violeta Urmana stattet die Amneris mit sattem Mezzosopran mit extrem klanglicher Tiefe aus, könnte aber bei aller stimmgewalt gelegentlich etwas kultivierter singen.

Fabio Satori hat sich leider zu ‚Celeste Aida‘ noch nicht freigesungen, steigerte sich aber im Laufe des Abends deutlich und fand in dritten und vierten Akt mit seinem baritonal gefärbten Tenor zu berührender Innigkeit.

Vitali Kowaljows voluminösem Bass fehlt leider viel von der Schwärze, die den Ramphis charakterisiert, während Carlo Colombara als Pharao mit warmer voller Stimme, das Volk zu den «heiligen Ufern» des Nils rief.

Georg Gagnize war ein dramatischer, schönstimmiger Amonasro, der das Beste aus dieser etwas undankbaren Rolle machte.

Am Ende langanhaltender begeisterter Jubel für alle Sänger und eine Inszenierung mit absolutem Kult-Status!