Joodse muziek

LA JUIVE Tel Aviv 2010

juive-opera

Israeli Opera in Tel Aviv

Geen tijd gehad om te eten vóór de opera? Geen nood, althans niet als je een voorstelling bezoekt bij de Israeli Opera in Tel Aviv. In de enorme foyer beneden zijn er minstens vijftig stands met voedsel en elke verdieping telt er ook nog eens tientallen. Men kan zich laven aan werkelijk alles wat de goede aarde (en de kok) te bieden heeft: sushi, sashimi, pasta’s, pizza’s, gegrilde zalm, sandwiches, salades, fruit, taarten, cakes, chocolade …. Zoals een Joods spreekwoord zegt: “They tried to killed us, we survived, let’s eat”.

Het voor elke prijs overleven, ook (of misschien voornamelijk?) om zich daarna op je belagers te kunnen wreken – daar gaat het, onder andere, in La Juive van Halévy over. Zeker in de productie van David Pountney, twee jaar eerder in Zürich voor het eerst uitgevoerd.

juive-halevy

Jacques Fromental Halevy

Eleazar is geen aimabele man. Gelijk Shakespeare’s Shylock is hij weerzin- en meelijwekkend tegelijk. Hij is vervuld met wrok en zint op vergelding waarvoor hij bereid is alles op te offeren, ook datgene wat hij het meeste liefheeft. Maar is hij altijd zo geweest, of zijn het omstandigheden die hem zo hebben gemaakt? Bovendien kent ook hij zijn twijfels – in zijn grote aria vraagt hij zich (en God) oprecht af of hij goed heeft gehandeld.

Poutney heeft de actie naar de negentiende-eeuwse Frankrijk verhuisd, ten tijden van het Dreyfuss-affaire, en daar is hij zeer consequent in. De productie is zeer realistisch, met overweldigende decors en kostuums. Op de bühne staat een soort draaiende poppenkast, met daarin de kathedraal, de werkplaats van Eleazar, slaapvertrekken van Eudoxie, de gevangenis en de straat met het gepeupel. Zo nodig worden de scènes uitvergroot, waardoor er meer nadruk op details kan worden gelegd.

juive-scene

foto: Yossi Zwecker

Iedere scène begint achter een doorzichtig gordijn, dat als een soort sluier het beeld wazig en daardoor een beetje onwezenlijk maakt. Na een paar minuten wordt het gordijntje opgehesen en het beeld wordt niet alleen helder, maar het doet ook pijn aan je ogen.  Goed bedacht.

Het ballet (choreografie Renato Zanella) maakt een wezenlijk deel van het verhaal. Op een zeer realistische (en zeer logische) manier wordt een verhaal verteld van vervolgingen en intolerantie en er wordt een link gelegd tussen de duivel en de Jood. Duivel is Joods, duivel uitdrijven betekent Joden vernietigen. Het is slikken voor het Israëlische publiek, men heeft hier tenslotte het nodige aan den lijve ondervonden.

(meer…)

Advertenties

REDSTU MAMALOSHEN?

mamaloshen

 

‘Redstdu Mamaloshen’? Wordt aan u deze vraag gesteld, dan wil men weten of u Jiddisch spreekt.

Jiddisch, de taal van Oosteuropese en Duitse Joden dreigde uit te sterven, samen met de ghetto’s en shtetls. De integratie, assimilatie, emigratie en (in)tolerantie zorgden voor het bouwen aan de toekomst zonder vooroordelen en zonder de balast van het verleden.

Is het gelukt? Uiteraard niet. De tweede, derde en inmiddels ook al de vierde generatie van de Sjoah-overlevenden heeft op zoek naar roots ook het Jiddisch herontdekt. Die zoektocht is ook aan Mandy Patinkin niet voorbij gegaan

Patinkin, één van de grootste Broadway sterren van het moment, is niet over één nacht ijs gegaan. Met hulp en steun van de specialisten leerde hij de taal en zocht naar het repertoire. Wat hem het meest bezighield was de vraag waarom hebben de Amerikaans–Joodse componisten als Hammerstein, Sondheim en Berlin geen Joodse muziek gemaakt. Zijn conclusie: de muziek was wel Joods, alleen de taal Engels. Zodoende werden de teksten van de bekende songs in het Jiddisch vertaald.

 

 

Het resultaat mag er zijn, al is het een beetje onwennig om Ikh khulem fun a vaysn Nitl  te horen in plaats van I’m  dreaming of a white Christmas.

Maria van Bernstein is veranderd in  Mayn Mirl en  Got bentsh Amerike betekent niets anders dan God bless America.

Uiteraard zingt Patinkin ook de bekende en minder bekende Jiddische liedjes en doet het op zijn ‘Patinkins. Zijn stem en manier van zingen zijn direct herkenbaar. Van ieder liedje maakt hij een complete show met lach en traan en schuwt de overdrijving (Joodse eigenschap bij uitstek) niet.

In het met een gezonde dosis schmalz gezongen Belz en de prachtige Song of the Titanic wordt hij bijgestaan door Judy Blazer en in Der Alter Tzigajner/White Christmas zorgt Nadja Salerno-Sonnenberg voor de viool solo.

 

 

Kleine waarschuwing: iedereen, die vindt dat klezmermuziek gespeeld moet worden op authentieke instrumenten en het Jiddisch gezongen door honderdjarigen die de taal nog voor de oorlog in een shtetl dagelijks spraken, moet van die cd afblijven. Voor de genieters onder ons: “hob fargenigen” (veel plezier)

 


 

 

MAMALOSHEN
Mandy Patinkin
Nonesuch 7559-79459-2

TEHILIM

 

 

Tehilim

Mooi, mooier, mooist. Dat heb ik ooit op een cursus Nederlands geleerd. Inmiddels ben ik er achter dat er veel meer woorden in het Nederlands bestaan om “mooier dan mooist” te verwoorden. “Goddelijk” is er één van. Een zeer toepasselijke variant voor de nieuwe cd van het Nederlands Kamerkoor. U kunt het ook letterlijk opvatten.

Tussen hemel en aarde bestond er altijd zoiets als een “dialoog”, al was het meestal eenrichtingsverkeer. Geen idee wat de hemel de aarde heeft gegeven behalve het onvoorwaardelijke geloof, maar de aarde heeft de hemel behoorlijk wat geschonken. Onder meer poëzie en muziek. En als de twee in een perfecte harmonie samensmelten, dan is het resultaat gewoon hemels.

Koning David was, behalve een brave man en een stoute echtgenoot, ook een geniale dichter. Zijn psalmen behoren nog steeds tot het mooiste dat de dichtkunst ooit heeft opgeleverd. Zij waren – en nog steeds zijn –  de inspiratiebron voor alle kunsten en zijn dan ook door verschillende componisten op muziek gezet, o.a. Bach, Allegri, Schütz, Strawinski, Kodaly.

Die namen ontbreken op Tehilim (Hebreeuws voor psalmen), maar wat we wel krijgen is een waaier van de bekende en minder bekende componisten die verankerd zijn in de zowel christelijke als Joodse traditie. Met de laatste worden niet alleen synagogale gezangen bedoeld, men heeft ook voor de wereldlijke composities gekozen.

Impressie van de cd-opname:

 

Van Sweelinck en Rossi tot Schönberg en Avni wordt er een tijdspanne van ruim 600 jaar overbrugd, waarin de meer dan 4000 jaar oude traditie van het psalmzingen wordt behandeld. Nou ja behandeld… Het is een cadeau aan hemel en aarde, want zo mooi, zo ‘goddelijk’, wordt er zelden gemusiceerd.

Als solist brillieert de Israëlische bas Gilad Nezer – behalve lid van het koor ook de voorzanger bij de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam.


ROSSI, MENDELSSOHN, SWEELINCK, LEWANDOWSKI, SULZER, GOKKES, SCHÖNBERG, ROSENBLATT, AVNI
Tehilim: Psalms between Judaism and Christianity
Nederlands Kamerkoor onder leiding van Klaas Stok
Gilad Nezer, bas
GLOBE GLO 5247

LOOKING EAST


hamburg-cover

Goede muziek is veel meer dan alleen maar een klank, een melodie of een akkoord.
Tonaal of niet – het moet je hersenen prikkelen, je ziel raken, of je diepste gevoelens en verborgen verlangens naar boven brengen. Zulke muziek schrijft Jeff Hamburg.

Werkend vanuit zijn achtergrond (hij werd in Philadelphia geboren in een familie van Joodse immigranten uit Oekraïne), creëert Hamburg een wereld waarin traditie geen doel op zichzelf is, en waarin eigen herinneringen verstrengeld raken met een soort collectief geheugen.

In 1984 schreef Hamburg de muziek voor de voorstelling Dibboek van toneelgroep Baal, die ik me nog wezenlijk herinner, niet in de laatste plaats vanwege de muziek.

Een paar jaar geleden was hij een van de initiatiefnemers van een groep componisten die af wilden van “de piep-knormuziek”, maar behoudend is hij allerminst. Zijn uiterst melodieuze composities zijn behoorlijk vooruitstrevend, niet zozeer in vorm, als wel in instrumentatie.

Op het Nederlandse label Future Classics zijn veel van zijn composities verschenen, waaronder de in 2003 opgenomen liederen en kamermuziekwerken.

Parels zijn het, stuk voor stuk, beginnend met de door sopraan Nienke Oostenrijk in drie talen prachtig gezongen ode aan Jerusalem, en eindigend met het wondermooie strijkkwartet Hashkivenu. Het strijkkwartet refereert aan een Joods Vrijdagavondgebed en vrijelijk voortborduurt op de niet zo lang geleden gevonden schets van de in Sobibor vermoorde Leo Smit.

Marcel Beekman. Foto: Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman zingt de Twee Hebraïsche Melodien zoals we van hem gewend zijn: wonderschoon. Zijn hoge en wendbare tenor lijkt geschapen voor de door Hamburg gecreëerde melodieën. Ik kan mij dan ook niet aan de indruk onttrekken dat Hamburg ze componeerde met Beekmans stem in zijn hoofd.

Jeff Hamburg
Looking East
Nienke Oostenrijk (sopraan), Marcel Beekman (tenor), diverse instrumentalisten
Future Classics 051

VAN HORLOGEMAKERSLEERLING TOT DE KLANKTOVENAAR. Benjamin Frankel

frankel

Benjamin Frankel

In 1957 verhuisde Benjamin Frankel naar Zwitserland. In Engeland, zijn vaderland, was hij voornamelijk bekend als filmcomponist. Geen wonder, want op zijn naam staat muziek voor meer dan 100 films, waaronder klassiekers als  The Seventh Veil, The Night of the Iguana en Curse of the Werewolf.

In Zwitserland vond hij eindelijk de rust om zich met serieuze(re) muziek bezig te houden. In 15 jaar tijd (Frankel stierf in 1973) componeerde hij er o.a. acht symfonieën en een opera.

Benjamin Frankel werd geboren in Londen in 1906 in een Pools-Joods gezin. Op zijn veertiende ging hij in de leer bij een horlogemaker. Gelukkig voor hem werd zijn talent spoedig ontdekt.

Een tijdje speelde hij met het idee, om een Joodse componist alla Bloch te worden. Hij beschouwde zichzelf als een “ Engelse Jood “ of een “Joodse Engelsman”, wat hem er overigens niet van weerhield om met een niet Joodse vrouw te trouwen. en daad, die een breuk met zijn familie veroorzaakte.

Zijn muzikale taal laat zich niet makkelijk omschrijven. In de jaren vijftig bestudeerde hij het serialisme en paste het geregeld toe in zijn eigen composities, toch klinken zijn werken nergens atonaal. Het mooiste voorbeeld hiervan is wellicht het altvioolconcert, zeer melodieus, romantisch en toch gebruikmakend van de twaalftoonstechniek.

Zijn vioolconcert componeerde Frankel – op diens verzoek – voor zijn vriend Max Rostal. De première vond plaats in 1951 op het  Festival of Britain. Het concert draagt de titel In Memory of Six Million en belichaamt Frankels persoonlijke betrokkenheid bij het lot van de Europese Joden.

Het begin doet mij denken aan het vioolconcert van Korngold en in het vierde deel kom ik Mahleriaanse “deuntjes” tegen: er zit ook een citaat in uit “Verlorne Müh” uit diens Wunderhorn liederen

live opname door Max Rostal:

Ulf Hoelscher, die het concerto met Max Rostal heeft ingestudeerd speelt het virtuoos en met een intense betrokkenheid.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (viool), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra olv Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw

Frankels eerste drie strijkkwartetten werden voor het eerst uitgevoerd door het Blech Quartet in resp. 1947 en 1949, de première van het vierde werd in 1949 verzorgd door het piepjonge Amadeus Quartett (waar waren toen de opnametechnici?).

De gave van Frankel om luchtig met het serialisme om te gaan klinkt door in zijn vijfde strijkkwartet. Het uit 1965 stammende werk is het voorbeeld van de unieke vermogen van de componist om het atonale in een melodie om te zetten.


De onvolprezen firma CPO die Frankel’s muziek aan de wereld openbaarde verdient alle lof; ook voor de schitterende toelichtingen met muziekvoorbeelden geschreven door Buxton Orr, Frankel’s leerling en vriend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos-Quartett
CPO 999420

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *


 

Een gewetensvraag: bestaat er zoiets als Joodse muziek?
Zo ja: wat is het? Is het de klezmer?  De chassidische nigoenim? De Spaanse romanceros, de Jiddische liedjes, de synagogale gezangen, de psalmen? En: kan klassieke muziek Joods zijn? Ligt het aan de componist? Is de muziek Joods als de componist Joods is? Of ligt het aan de door hem/haar gebruikte thema’s?

Een kleine zoektocht.

Muziek speelde een belangrijke rol in het leven van de oude Hebreeërs. Net als de meeste volkeren van het Oosten waren zij zeer muzikaal en muziek, dans en gezang waren voor hen van groot belang: zowel in het dagelijkse leven als in de synagogale diensten. Men bespeelde ook verschillende instrumenten: zo nam één van de vrouwen van Solomon meer dan duizend verschillende muziekinstrumenten uit Egypte mee.

Na de vernietiging van De Tempel verdwenen – op de sjofar na – alle instrumenten uit de synagogen en pas in de XIX eeuw keerden zij er terug.

Er bestaat helaas weinig geschreven muziek van voor het jaar 1700. Wel werd in 1917 het tot nu toe oudst bekende muziekmanuscript gevonden – het dateert van ±  1100.

                                                              KOL NIDRE

 

Het bekendste gebed uit de joodse liturgie is ongetwijfeld Kol Nidre: verzoek om vergeving en om nietigverklaring van alle geloften gedaan jegens God en jegens zichzelf die men gedurende het afgelopen jaar op zich heeft genomen.

Het gebed zou nog voor de verwoesting van de Tempel zijn ontstaan, maar er bestaan ook legenden die de oorsprong van het gebed in de handen leggen van de Maranen (Spaanse Joden, die zich onder dwang van de inquisitie tot het katholieke geloof bekeerden, maar in het hart Joods bleven): zo werd de vergeving gevraagd voor de gedwongen gemaakte geloftes.

Zeker is dat Rabbi Jehuda Gaon al in 720 de Kol Nidre introduceerde in zijn synagoge te Sura. Het is ook een feit dat de melodie, zoals wij die kennen, enige verwantschap vertoont met een bekend Catalaans lied. In de loop der jaren werd het door verschillende voorzangers bewerkt, de bekendste versie stamt uit 1871 en werd gemaakt door Abraham Baer.

De melodie  werd een inspiratiebron voor vele componisten: de bekendste ervan is het werk voor cello en orkest van Max Bruch.

De motieven van Kol Nidre vinden wij ook in de symfonie van Paul Dessau en in het vijfde deel va het strijkkwartet op. 131 van Ludwig van Beethoven. En dan moeten wij ook het “Kol Nidre” van Arnold Schönberg voor spreekstem, koor en een orkest niet vergeten. Hij componeerde het in 1939, op bestelling van een van de Joodse organisaties.

http://www.schoenberg.at/index.php/de/joomla-license-sp-1943310035/kol-nidre-op-39-1938

(meer…)

PAUL BEN-HAIM


ben-haim

Langzaam, veel te langzaam en eigenlijk veel te laat, maar de muziekwereld wordt wakker. De een na de andere leemte wordt eindelijk opgevuld en de (bewust of onbewust) ‘vergeten’ componisten komen ook onze cd-spelers in.

  

 

Wie van u heeft ooit van Paul Ben-Haim gehoord? En als niet: waarom niet eigenlijk?
De in 1897 in München als Paul Frankenburger geboren en bijna 90 jaar later in Tel Aviv gestorven componist heeft een zeer spectaculair oeuvre nagelaten. Veel vocale werken, orkeststukken, kamermuziek…. Wat niet, eigenlijk?

De meeste van zijn composities zijn beïnvloed en geïnspireerd door Joodse, Israëlische en Arabische melodieën, je kan zijn muziek dan ook ‘nationalistisch’ noemen. En: nee, daar is niets mis mee, met dat woord.

Neem alleen de opening van zijn klarinetkwintet uit 1941! De dansante klarinetpartij herinnert in de verte aan de swingende klezmer, maar dan wel in een Brahmsiaans jasje.

Nog sterker komt het tot uiting in zij Two Landscapes voor altviool en piano, waarin hij de schoonheid van zijn nieuwe vaderland bezingt.

 

 

De aan Zino Francescati opgedragen Improvisation and Dance verraden invloeden uit het Jemenitische folklore en alleen zijn oudste werk op de cd, het pianokwartet uit 1920 heeft nog geen eigen gezicht.

De zeer aanstekelijk spelende leden van het Canadese ARC Ensemble zijn in het dagelijks leven allen werkzaam op het Glenn Gould Conservatorium. Een cd om te koesteren

 


 

PAUL BEN-HAIM
Clarinet Quintet, Two Lanscapes, Canzonetta, Improvisation and Dance,
Piano Quartet
ARC Ensemble
Chandos CHAN 10769

Meer ARC Ensemble:
SZYMON LAKS. Muziek uit een andere wereld
JERZY FITELBERG