cd/dvd recensies
Troika: Il Trittico van Rachmaninov
Rachmaninov associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er drie (plus drie onafgemaakte) gecomponeerd.
Dat Aleko meer dan alleen een naam is komt door de cavatina: geen bariton van formaat die het niet op zijn repertoire heeft staan. Het op ‘Tsigany’ (De Zigeuners) van Poesjkin gebaseerde libretto verhaalt van liefde, jaloezie en dood; geen ongebruikelijke thema’s in de opera. Daar gaat ook Francesca da Rimin over, de minst bekende titel van de ‘Troika’, Il trittico in het Italiaans. Al horen de opera’s, anders dan bij Puccini niet bij elkaar.
The Miserly Knight is een vreemd eend in de bijt: hier geen passie, maar een gierige vader en zijn alles verkwistende zoon.
Het was een slimme zet van de Munt om de drie éénakters op één avond te programmeren, maar minder slim was de uitbesteding van de productie aan een design bureau.
De regie was non existente. De zangers, gestoken in fluorescerende (Aleko) of zwart-witte (Francesca) op-art kostuums werden op de trap achter het orkest opgesteld en er gebeurde werkelijk niets.
Gelukkig waren de zangers van allereerste garnituur. De rol van de gierige Baron is zeer veeleisend – in de tweede akte krijgt hij maar liefst een 20-minuten durende monoloog te zingen, waarin hij alle scala’s aan emoties moet tonen. Leiferkus, bijna 70, zong de rol uitmuntend. Gemiste kans wat regie betreft. Maar wat een uitvoering!
SERGEI RACHMANINOV
TROIKA
Aleko; The Miserly Knight; Francesca da Rimini
Kostas Smoriginas, Sergey Semishkur, Alexander Vassiliev, Anna Nechaeva, Yaroslava Kozina, Sergei Leiferkus, Dimitris Tiliakos e.a.
Orchestre Symphonique &Choers de la Monaie olv Mikhail Tatarnikov
Regie Kirsten Dehlholm in samenwerking met Hotel pro Forma
BelAir BAC 133 (2 dvd’s)
Renée Fleming zingt Berg, Wellesz en Zeisl
Aan opnamen van de Lyrische Suite van Berg geen gebrek. Zowel in de versie voor strijkkwartet als bewerkt voor een (kamer)orkest: de keuze is groot. Of het Bergs bedoeling was dat het laatste deel, Largo Desolato ook gezongen zou worden is zeer twijfelachtig, maar logisch is het wel.
Theodor Adorno, Bergs leerling en vertrouweling beschouwde het werk als een latente opera en daar zit wat in. Adorno was, als één van de weinigen, op de hoogte van diens affaire met de getrouwde Hanna Fuchs, voor wie hij het werk componeerde. Voor Berg was Fuchs niet alleen zijn geliefde en zijn muze, maar ook zijn Isolde en zijn Lulu.

Hanna Fuchs
Het is pas de laatste jaren dat er openlijk over de affaire wordt gesproken en de wetenswaardigheid is zonder meer van invloed is geweest op de interpretatie van de “Emerson’s”. Wat ze ook ruimschoots toegeven.
Het is niet de eerste keer trouwens, dat het gedicht van Baudelauire, dé inspiratiebron voor het laatste deel van het kwartet, ook daadwerkelijk wordt gezongen. Kronos Quartet en Dawn Upshaw hebben de versie al in 2003 opgenomen, er bestaat ook een opname van Quator Diotima met Sandrine Piau. De “Emerson’s” echter bieden ons beide versies aan: met en zonder zang.
De beslissing om Berg’s Lyrische Suite aan de liederen van Egon Wellesz te koppelen is niet minder dan geniaal. Beide componisten hadden hun opleiding bij Schönberg genoten, die ze, behalve het twaalftoonstechniek ook een grote dosis expressionisme had bijgebracht. Iets, wat je zeer duidelijk hoort in de cyclus Sonette der Elisabeth Barrett Browning.

Egon Wellesz door Oskar Kokoschka
Dat de liederen niet vaker worden opgevoerd is niet alleen vreemd maar ook een grote schande. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het “ooit verboden en daarna vergeten”, wat ook Eric Zeisl noodlottig is geweest. Zijn korte lied Komm Süsser Tod smaakt naar meer: kon er niet wat meer Zeisl aan de cd toegevoegd worden? Het ligt niet aan onvoldoende ruimte: met krap 56 minuten is de cd aan een zeer korte kant.

Eric Zeisl door Gertrud Zeisl ©Dr. Barbara Zeisl-Schoenberg
De romige, gecultiveerde sopraan van Renée Fleming, én haar maniërisme passen de liederen als een handschoen. Met als resultaat een prachtige kruising van Gustav Klimmt met Max Beckmann. De zeer beeldende en uitdrukkingsvolle uitvoering van het Emerson String Quartet draagt bij aan de totale belevenis. Een must.
Alban Berg, Egon Wellesz, Eric Zeisl
Lyric Suite; Sonette der Ellisabeth Barrett Browning; Komm Süsser Tod
Renée Fleming, sopraan; Emerson String Quartet
Decca 4788399
Annelies: James Whitbourns hommage aan Anne Frank

Hebben wij behoefte aan nog meer Anne Frank? Het is een moeilijke en pijnlijke vraag. Want: wanneer mag men ophouden met herdenken? Mag het, überhaupt?
Anne Frank is een symbool. Zij mocht niet volwassen worden, haar dood heeft van haar een eeuwig kind gemaakt. Maar hoe herdenk je een symbool? Welke muziektaal is passend? En nog iets: kun je en mag je tegen een symbool vechten? Ik geef toe. Ik weet het niet.
De muziek van James Whitbourn (jaargang 1963) heeft een hoge Schindler’s List gehalte vermengd met de polyfonie van Allegri’s Miserere. Met natuurlijk her en der wat Joodse thema’s. Kurt Weill komt ook om de hoek kijken. Het geheel doet een beetje rommelig aan. Te veel stijlen, te veel mixen, wellicht te veel willen zeggen? Zou het anders moeten? Kunnen? En alweer weet ik het niet.
De cd vermeldt dat het om een kamermuziekversie gaat, dus er is blijkbaar ook een versie voor een orkest. Het Lincoln Trio speelt echt mooi (de pianiste, Marta Aznavoorian is een echte ontdekking!), de klarinettist is goed en ook het koor is goed.
De partij van Anne ligt in de stembanden van de sopraan Arianna Zukerman. Mooi en ontroerend weet zij de gestalte van een jong meisje weer te geven.
JAMES WHITBOURN
Annelies
Arianna Zukerman (sopraan), Westminster Williamson Voices, The Lincoln Trio, Bharat Chandra (klarinet) olv James Jordan
Naxos 8573070 • 70’
Pianoconcerten van Moritz Moszkowski en Adolf Schulz-Evler: romantiek pur sang
In 1991 lanceerde Hyperion een nieuw, buitengewoon leuk project, het Romantisch Pianoconcert. De reeks werd geopend met de opname van pianoconcert van Moszkowski, toen nog hét pianoconcert. Men wist nog niet dat er nog één, eerder gecomponeerde concert bestond; die werd pas in 2008 ontdekt.
Is het wat? Ja en nee. Het is eigenlijk een niemendalletje, maar, mijn God, wat is het mooi! Echt iets om met de ogen dicht te beluisteren, het liefst in de tuin in de zon (voor de brandende kachel in de winter mag ook), je verstand op nul en … laat de dromen maar komen!
Met zijn bijna 54 minuten is het concert behoorlijk lang en eigenlijk had deel vier, allegro sostenuto, er uitgeknipt moeten worden, maar ach …..Soms is het fijn om niet te hoeven nadenken en zich aan pure romantiek over te geven.
Van Adolf Schulz-Evler is bitter weinig bekend, zelfs zijn naam wordt op verschillende manieren gespeld. De Pool, die een leerling was van Stanisław Moniuszko moest in ieder geval een buitengewoon pianovirtuoos zijn geweest, want zijn elf minuten durend werk schreeuwt om een meesterpianist. Maar dan wel één die de beroemde “Russische ziel” (het werk heet niet voor niets Russian Rhapsody!) er uit weet te peuteren en het met ongegeneerd veel smacht aan de man weet te slijten.
De Bulgaar Ludmil Angelov kan dat. Samen met het BBC Scottish Symphony die onder leiding staat van Vladimir Kiradjiev laat hij mijn hart sneller kloppen.
Bedankt Hyperion. Ik ga de cd koesteren als een mooie herinnering aan de zomer die maar geen zomer wilde worden.
‘Mini-taster’ van de opname:
MORITZ MOSZKOWSKI
Piano Concerto in B minor, Op.3
ADOLF SCHULZ-EVER
Russian Rhapsody
Ludmil Angelov (piano), BBC Scottish Symphony Orchestra olv Vladimir Kiradjiev
Hyperion CDA68109 • 71’
Plácido Domingo bezingt de Middellandse Zee
Encanto del mar (charme van de zee) heet de, inmiddels twee jaar oude solo-cd van Plácido Domingo. ‘Del Mar’ is in dit geval de Middellandse Zee. De zanger die nooit rust, zoals Domingo bekendstaat, heeft liedjes uit tal van Middellandse Zeelanden verzameld. Een verrassende selectie..
De Romeinen noemden de Middellandse Zee ‘Mare Nostrum’, onze zee. En dat klopt wel: de zee is van ons allemaal. Domingo stelt op het album: “Ik buig voor uw grandeur. Immens dankbaar ben ik voor het voorrecht geboren te zijn in Spanje, het land dat gestreeld wordt door uw wateren. Ik eer u op de enige manier die ik kan: door het zingen van uw liederen.”
De landen die de zee omringen zijn allemaal verschillend en dat hoor je in hun liedjes. De keuze van Domingo is verrassend. Naast de weinig opwindende ‘Torna a Surriento’ en ‘Plaisir d’Amour’ (beide in een nieuwe arrangement van Robert Sadin) zingt hij onder meer de Spaanse klassieker ‘Del Cabello Más Sutil’ van Fernando Obradors, één van de mooiste liedjes ooit gemaakt.
Zeer spannend en verrassend zijn de Corsicaanse polyfonische “Anghjulina”, gezongen met Barbara Fortuna en ´Non Potho Reposare´, een prachtig liefdesliedje uit Sardinië.
Minder gelukkig ben ik met de, wat mij betreft totaal uitgemolken “Aranjuez”, al is het arrangement hier zeer verfrissend. Daarvoor in de plaats had ik graag iets uit Griekenland gehoord, want het traditionele Cypriotische liedje “To Yasemi” smaakt beslist naar meer.
Er staat meer moois op de cd. ‘Adio Kerida’ bijvoorbeeld, in het Ladino gezongen, één van de bekendste liederen van de Spaanse Joden. Of het Israëlische ‘Layla Layla’ van dichter Natan Aterman, in perfect gezongen Ivriet. Of ‘Lamma Bada Yatathana’, een ‘muwashshah’ uit Arabisch Andalusië, uit de twaalfde eeuw, met een typerend Noord-Afrikaans ritme (samai thaqil).
Trailer:
Encanto del Mar
Mediterranean Songs
Plácido Domingo en diverse musici
Sony 8875006852
Fosters opname van Der Zigeunerbaron zou wat meer schmalz kunnen gebruiken
Het is oneerlijk om Nikolaï Schukoff met zijn illustere voorgangers te vergelijken. ‘Als Flotter Geist’, dé tenorale kraker uit de operette klinkt bij hem een beetje geknepen en de hoge c aan het eind had hij beter kunnen laten (Tauber zong hem ook niet!), ook al raakt hij hem wel.
Zijn Barinkay mist dan de luchtigheid van een Wunderlich, maar ik geef toe dat hij veel beter is dan ik aanhankelijk vreesde. Ook in de dialogen die hij opnieuw heeft ‘geadapteerd’ – wat het ook mag inhouden – weet hij mij goed te overtuigen.
Helaas blijkt mijn angst voor Claudia Barainsky (Saffi) bewaarheid, al is het voor even. ‘So elend und so treu’ helpt zij regelrecht om zeep. Hier klinkt zij zo ouwelijk en schril dat ik prompt naar Schwarzkopf verlang, om van Jurinac nog maar te zwijgen.
In de beide trio’s met Schukoff en Khatuna Mikaberidze (een prima Czipra) revancheert zij zich, en ook in het duet ‘Wer uns getraut?’ klinkt zij zonder meer goed, maar het kwaad is al geschied. Jammer, want ik bewonder de zangeres zeer.
Heinz Zednik is een heerlijke Conte Carnero. Alleen al voor hem – en voor de werkelijk fantastische Jochen Schmeckenbecher als Kálmán Zsupán (luister naar zijn ‘Da bin ich’, heerlijk!) is de nieuwe opname meer dan de moeite waard. Niet dat u veel keuze hebt, tenzij u voor de eigenzinnigheden van Harnoncourt gaat, maat dit terzijde.
Lawrence Foster dirigeert zonder meer goed. Toegegeven, von Karajan is hij niet, maar in vergelijking met bij voorbeeld Otto Ackerman of Franz Allers (beiden verschenen bij Warner met Nicolai Gedda in de hoofdrol) valt zijn lezing meer dan mee. Voor mij zou er wat meer ‘schmalz’ bij mogen, ook wat meer ‘driekwart’, maar ach! Operette (her)leeft en dat is meer dan heuglijk nieuws!
Johann Strauss jr.
Der Zigeunerbaron
Nikolaï Schukoff, Claudia Barainsky, Jochen Schmeckenbecher, Khatuna Mikaberidze, Heins Zednik, Markus Brück, Jasmina Sakr, Paul Kaufmann, Renate Pitscheider, Lawrence Foster
NDR Radiophilharmonie onder leiding van Lawrence Foster
Pentatone PTC 5186 482
Deze opname van HMS Pinafore is gewoon een must
Ik ben een grote liefhebber van operettes en musicals, maar verder dan Berlijn/Wenen en (de oude) Broadway reikt mijn kennis niet echt. Doodzonde eigenlijk, want er is zo veel meer!
Gilbert & Sullivan ken ik dan weer wel, maar HMS Pinafore is voor mij nog steeds terra incognita. Ooit gehoord, mooi bevonden en toen weer vergeten. Gelukkig kreeg ik nu de kans om dat heerlijk werkje goed te beluisteren en de hernieuwde kennismaking bevalt mij zeer!
Het verhaal is typisch Engels: (satire op) standsverschillen, hypocrisie en dat alles gelardeerd met een gezonde dosis romantiek. Het is een beetje puzzelen hoe het zit met de leeftijden van de protagonisten, maar niet nadenken helpt.
De muziek is kostelijk en vermakelijk maar ook behoorlijk lyrisch. De, live in Edinburgh opgenomen voorstelling sprankelt dat het een lieve lust is, wat onder andere aan het Schotse orkest onder leiding van Richard Egarr is te danken.
John Mark Ainsley is een voortreffelijke kapitein en als zijn dochter zet Elizabeth Watts al haar charmes in de strijd. Wat een prachtige, warme mezzostem!
Hilary Summers zingt een zeer overtuigende Little Buttercup, maar de mooiste van allemaal vind ik Toby Spence (Ralph). Het is al de zoveelste keer dat ik meer dan gecharmeerd wordt door deze jonge Engelse tenor. Aanbevolen!
GILBERT & SULLIVAN
HMS Pinafore
John Mark Ainsley, Elizabeth Watts, Toby Spence, Hilary Summers e.a.
Tim Brooke-Taylor (narrator)
Scottish Opera olv Richard Egarr
LINN CKD 522 • 85’ (2 cd’s)
Uitstekende productie van Król Roger uit Londen
Nog maar 15 jaar geleden schreef één van de vooraanstaande Nederlandse muziekrecensenten (nee, ik ga geen namen noemen): “Karol Szymanowski, een componist van wie weinig stukken repertoire hebben gehouden heeft in de jaren twintig nog meegemaakt dat Król Roger werd opgevoerd. Later verdween zijn halfdestillaat uit Nietzsches Geburt der Tragödie, Euripides’ Bacchanten en Shakespeares Lear uit het vizier. Je kan de grote eclecticus Szymanowski uiteindelijk maar weinig kwalijk nemen, behalve dat hij zo nodig een opera wou.”
Hij was de enige niet: doordat zijn werken een verscheidenheid aan invloeden verraadden, werd Szymanowski lang voor een eclecticus uitgemaakt, een scheldnaam in de tijd.
Tijden veranderen. Szymanowski wordt inmiddels gerekend tot de grootste componisten van het begin van de twintigste eeuw en zijn werken zijn niet weg te denken van de concertpodia en opnamestudio’s.
Zijn Król Roger, een poëtische opera vol symboliek en geparfumeerd met myrthe heeft – terecht – een ware cultstatus bereikt. Neem alleen al de openingskoor! Het zacht opdoemende, door het immense koor gezongen “Hagios, Kyrios, Theos Sabaoth”, met de invallende hoge stemmen van het jongenskoor steekt het Requiem van Verdi naar de kroon.
De voorstelling in Covent Garden, geregisseerd door Kasper Holten en gedirigeerd door Antonio Pappano was een ware triomf voor alle betrokkenen. Holten verbeeldde de opera als een soort reis van de hoofdpersoon in het binnenste van zijn psyche. Figuurlijk, maar ook letterlijk. Alles speelt zich in het hoofd van Roger, het is dan ook een enorm hoofd die de bühne domineert en die zonodig ook als zijn paleis fungeert. Het maakte mij sprakeloos.
Dat de opera enigmatisch is, is nogal wiedes. Het libretto van de hand van Jarosław Iwaszkiewicz is nogal hoogdravend en de tekst is, zelfs voor Polen moeilijk verstaanbaar en onuitspreekbaar. Grote hulde voor de Poolse coach (Marek Ruszczyński) die alle zangers liet klinken als waren ze native speakers. Of misschien zelfs beter!
Saimir Pirgu (Pasterz) was voor mij de grootste verrassing van de avond. Zijn stem klonk gecultiveerd en verleidelijk en zijn hele optreden was een oor- en oogstrelend.
Georgia Jarman was een zeer goede Roxana: haar cantilena in de eerste akte drong diep tot mijn hart.
Roxana’s song:
Mariusz Kwiecień is dé Roger van onze tijd. Het is een rol die hij zich eigen heeft gemaakt en die niemand hem kan afnemen. Het valt mij trouwens op hoe anders hij de rol in verschillende producties vertolkt!
Kim Bagley was een voortreffelijke Edrisi en Agnes Zwierko is een luxe bezetting voor Dyakonissa. Een aanrader, deze opname!
Hieronder een introductie tot de opera:







