Auteur: Basia Jawoski

muziek journalist

Powder her face van Thomas Adès is een must voor elke operaliefhebber

Tekst: Peter Franken

Georges Seurat, 1889-90, Jeune femme se poudrant (Young Woman Powdering Herself), oil on canvas, 95.5 x 79.5 cm, Courtauld Institute of Art.jpg

Deze kameropera had première in 1995 en maakte van componist Adès op 24 jarige leeftijd op slag een beroemdheid in de muziekwereld. Het libretto is gebaseerd op het onstuimige leven van Margaret Campbell die in de jaren ’30 en ’40 met haar scabreuze levenswandel een centrale figuur was in de Londense High Society.

Dankzij haar grote geërfde vermogen kon ze zich vrijwel alles permitteren en toen haar eerste huwelijk op de klippen was gelopen werd ze een aantrekkelijke partij voor de libertijnse Duke of Argil die in haar een mogelijkheid zag om zijn in verval rakende familiekasteel te restaureren. Voor de verandering hier eens de man als golddigger.

Doordat ze nu officieel in adellijke kringen figureert wordt er enerzijds meer op haar gelet maar is ze anderzijds nog meer de lieveling van de boulevardpers dan voorheen. Geruchten gaan over haar talloze minnaars waaronder veel homofiele mannen.

Begin jaren ’60 duiken er foto’s op die zijn gemaakt met een Polaroid camera waarop ze, slechts gekleed in haar onafscheidelijke parelsnoer, een man oraal bevredigt. Zijn hoofd is niet te zien en er komt een geruchtenstroom op gang over zijn identiteit. De minister van defensie is een van de kandidaten.

Nadat een hotelbediende met het verhaal kwam dat ze door hem was verleid was er geen houden meer aan voor Margaret. Dit komt in de opera terug als nagespeelde scène waarin ze roomservice laat komen. Terwijl ze die man voor de deur laat wachten krijgt ze al masturberend een orgasme en zegt vervolgens heel laconiek: ‘Come in’. Maar de opwinding is nog niet geweken en ze zet net zo lang door tot ze de hotelbediende in de badkamer kan pijpen.

Al die onthullingen zouden het kantelpunt blijken in de society carrière van de Duchess. In plaats van haar stiekem te bewonderen vanwege haar rijkdom en vrije manier van leven werd ze het slachtoffer van een juridische lynchpartij. Gaandeweg verliest ze haar vermogen en moet zelfs haar huis verkopen.

Ze neemt haar intrek in een suite van het Dorchester Hotel en moet daar na een tijdje vertrekken omdat ze haar rekening niet wenst te voldoen. Net als Jim Mahoney in Mahagonny begaat ze de ultieme misdaad: ze kan niet betalen. De Duchess slijt haar laatste levensjaren in een verzorgingshuis.

MargHet libretto van Philip Hensher laat de Duchess ruimschoots aan het woord waardoor we als toeschouwer een goed beeld krijgen van hoe ze zichzelf altijd heeft gezien, tot op hoge leeftijd. Ze spreekt over haar enorme rijkdom en hoe men haar op een voetstuk plaatste. En er vervolgens enthousiast vanaf hamerde. Maar: no regrets.

De handeling speelt zich af in de suite van het Dorchester Hotel waar ze verblijft met haar enig overgebleven kamermeisje. Bij aanvang van de opera zien we deze bediende in de weer met een hotel elektricien die direct al de toon zet door gekleed als de hertogin een ‘pijparia’ ten beste te geven. Mevrouw komt binnen en kijkt er nauwelijks van op dat ze door het personeel wordt bespot. Zo ver is het al gekomen, maar vroeger……

Er volgen flashback scènes die haar leven volgen over een periode van een halve eeuw waarin de Duchess voortdurend zichzelf speelt en drie andere zangers in verschillende hoedanigheden optreden. Zo zien we het kamermeisje terug als confidante, maîtresse van de hertog, societyverslaggever en tv interviewer. De elektricien is een ‘lounge lizard’, hotelbediende die de was ophaalt en roomservice verzorgt en society fotograaf. De hotelmanager is tevens de hertog en de rechter.

In 1999 is de opera verfilmd, deel op locatie, door de Birmingham Contemporary Music Group onder leiding van Adès, en uitgebracht op dvd.

De muziek is zeer gevarieerd en sluit veelal aan bij de periode waarin bepaalde scènes zich afspelen of geacht worden plaats te vinden. Zo is er bij aanvang typisch vooroorlogse dansmuziek te horen als de elektricien het favoriete tijdverdrijf van de Duchess naspeelt.

Op andere momenten klinkt het atonaal als in Wozzeck en dan weer uitgesproken laatromantisch. Het 15 koppige orkest bestaat uit klarinet, saxofoon, koper, strijkers, slagwerk en accordeon, geheel in overeenstemming met de ballroom orkesten van yesteryear.

Mary Plazas in Almeida Opera’s 1999 production of Powder Her Face. Photograph: Tristram Kenton

Sopraan Mary Plazas zingt en acteert met veel verve. Wel nodig om je door deze toch wel atypische rol te kunnen slaan. Het lukt haar wonderwel en je ervaart afwisselend bewondering, medelijden en afkeer van haar personage. Hilarisch is haar vertolking van de ‘roomservice scène’ waar ze zich volledig instort. Daarmee geeft ze perfect invulling aan het libretto.

Tenor Dan Norman is een uitstekende elektricien en vertolkt ook zijn andere personages met overtuiging. Bas bariton Graeme Broadbent speelt zijn hertog en hotelmanager alsof het een en dezelfde persoon is, verder dan een lage stem en irritante grijns komt hij niet. Als hypocriete fatsoenrakker in de rol van rechter die onder zijn formele outfit met pruik een rok blijkt te dragen is hij echter leuk op dreef.

Muzikaal wordt het meeste gevergd van coloratuursopraan Heather Buck als kamermeisje die zich helemaal uitleeft in alle andere typetjes en een fantastische vertolking van haar moeilijke partij te beste geeft.

De opera is een rariteit maar zeer binnenkort in ons land op de planken te zien. De Reisopera gaat er mee op tournee met niemand minder dan Laura Bohn als de Duchess. Ze vertolkte die rol ook al in Oakland tijdens het West Edge Bay Area Summer Festival. Afgaande op de videoclips is ze een zeer goede keuze voor deze rol.

Roomservice fragment:

Laura Bohn: The Duchess of Argyll highlights

Thomas Adès door Thomas Adès: beter krijgt u het niet

Pianowerken van Thomas Adès: niet vanzelfsprekend maar zeer de moeite waard

Isabel Leonard geeft visitekaartje af in The Tempest van Thomas Adès

Two Don Pasquales that no one should miss

An unmissable Don Pasquale from La Scala

Almost immediately, within the first bars of the overture, I spring to my feet: this will be a delight! Muti starts firmly and immediately afterwards the mood changes into an unparalleled lyricism. His tempi are generally on the high side, but nowhere do they degenerate into panting.

Stefano Vizioli’s direction is a textbook example of what an opera should look like. His conventional, 1994 staging is truly sparkling, exciting, innovative and inspiring. Comical and sentimental at the same time and with great attention to detail.

The costumes are dazzlingly beautiful and correspond to the characters of all the characters. The emergence of the good-for-nothing Ernesto (phenomenally played by Gregory Kunde) is truly precious: in slippers and a silk dressing gown, he lies down on the sofa, sipping his espresso, waiting for the luck to come by itself or with the help of Malatesta (Lucio Gallo at his best).

Ferruccio Furlanetto is a Don Pasquale in a thousand and Nuccia Focile a delightful Norina. Everyone sings and acts at an all-time high and the orchestra could charm the stars from heaven.

No sooner has it happened to me that I couldn’t find a minus point anywhere: for me it is one of the best opera’s on DVD I have ever seen, don’t miss it!

Don Pasquale from Geneva: a must-see not just for painting lovers

Admittedly, the staging sometimes seems too contrived, but isn’t that how it usually goes, with concepts? Surrender to it, I would say, and your evening can’t go wrong, because the production is just incredibly fun (do keep watching until the end!)

Daniel Slater, aided by designer Francis O’Connor moves the action to 1920s Paris of ‘Oh la la!’, cafes, street painters, the avant-garde and psychoanalysis. Images of Picasso and Magritte are liberally sprinkled and the third act is all Mondrian. Wonderful to watch and you can immediately test your art knowledge.

Simone Alaimo is a fantastic don Pasquale. He sings and acts like hell, delightful! Together with Marzio Grossi (Doctor Malatesta), he provides many a hilarious moment.

Only in Patrizia Ciofi (Norina) do they have to acknowledge their superiority, but then she is the uncrowned queen of (dramatic) bel canto and dominates the stage from her first appearance. She portrays a woman of the world, whom it is better not to mock. Ernesto (a nice Norman Shankle) might also find that out painfully.

DE REPRISE VAN ‘LES PËCHEURS DE PERLES’ IN ANTWERPEN

Tekst: Ger Leppers

Reprises van operaproducties moeten het vaak stellen zonder de glans van de eerste voorstellingenreeks. Niet alleen is de verrassing eraf, ook de bezetting is doorgaans niet helemaal van hetzelfde niveau, de regisseur stuurde een assistent, er sluipen haast ongemerkt kleine slordigheden in het spel.

Het schoolvoorbeeld van dit verwateringsverschijnsel in Antwerpen was de productie van ‘Cosí fan tutte’ van Guy Joosten, die in de loop der jaren vele malen hernomen is. Het was aanvankelijk een overrompelende voorstelling, die ik nog steeds beschouw als één van de geslaagdste operaproducties die ik ooit zag – en het doet mij des te meer plezier dat te kunnen melden omdat ik doorgaans geen liefhebber ben van het vaak wat oppervlakkige, voor de hand liggende en soms zelfs wat platvloerse werk van deze Belgische regisseur.

Na de eerste voorstellingenreeks, met onder meer een Véronique Gens in grootse vorm, en met een geïnspireerde Lawrence Renes op de dirigentenbok, verloor de voorstelling in de loop van de talrijke reprises geleidelijk aan een deel van haar allure. En zelfs toen Guy Joosten voor de laatste reprise van de inmiddels internationaal verspreide productie zelf nog eens het heft in handen nam en de een beetje in routine verzonken boel terdege afstofte en opfriste, was er misschien te veel tijd verlopen sedert de oorspronkelijke invallen: zelfs hij kon de oude sprankeling slechts ten dele terugbrengen.

Maar met de heropvoering van Bizets Les Pêcheurs de perles waren we ditmaal nu eens getuige van het tegenovergestelde verschijnsel: de nieuwe voorstelling overtreft – althans met de bezetting die ik aan het werk zag – de eerste, uit 2018 in kwaliteit.

 

Het verschil met de premièrereeks was al te horen nog voordat er ook maar één noot was gezongen. De nieuwe dirigent, de jonge Belg Karel Deseure, had het orkest van Opera Ballet Vlaanderen volledig in de hand, zowel waar het genereus en krachtig moest spelen als op de momenten dat subtiliteit geboden was, en ik zat onmiddellijk recht in mijn stoel. Overdreven pathos en bombast kregen geen kans, en Bizets heerlijke muziek, of die nu luid was of zacht, klonk steeds precies, warm en bezield.

Ook het acteerwerk van de cast was de hele avond alerter en preciezer dan ik mij van vijf jaar eerder herinnerde. Het verschil, besloot ik, zat hem vooral in kleine dingetjes, een preciezere timing van een reactie, gespeelde kleine aarzelingen van een moment, een blik hier en daar, al die dingen die aan levend theater zijn bijzondere, zo unieke vorm van magie en gezamenlijk beleefde vibraties meegeven.

Misschien, overwoog ik, hebben de twee zangerscast – die elkaar in deze productie afwisselen – zich tijdens de repetities in een gezonde emulatie en uitwisseling van ideeën aan elkaar opgetrokken? Ik zou dat niet kunnen of durven zeggen, maar hoe dan ook, de nieuwe instudering onder leiding van Fanny Gilbert-Collet verdient het om apart in het zonnetje gezet te worden.

Het is de regie, door het Antwerps theatercollectief FC Bergman, die door Opera Ballet Vlaanderen als belangrijkste wapenfeit met betrekking tot deze productie wordt genoemd. Het verhaal, over een verbroken jeugd-eed (bezongen in het beroemde duet ‘Au fond du temple saint’) tussen twee vrienden en de latere confrontatie met de gevolgen daarvan, is door de FC Berglieden geheel uit de exotische context gehaald.

Zowel het personage van de priester Nourabad als alle verdere religieuze aspecten zijn uit het verhaal verwijderd. Ik vond dat een verarming, omdat daarmee een belangrijke kant van het verhaal verdwijnt: het conflict tussen individuele gevoelens en maatschappelijke en religieuze dwang. Overigens is de muziekpartij van Nourabad in de voorstelling wel gehandhaafd. Die wordt nu gezongen door een incarnatie van de jonge Zurga.

Als gevolg van deze schrappingen ligt de nadruk in deze regie vrijwel uitsluitend op een andere kant van het verhaal. De tijd tussen de allesbeslissende gebeurtenis in de jeugd van Nadir en Zurga en het moment van handeling is zo ver mogelijk opgerekt: het weerzien van de twee vrienden vindt plaats in een verzorgingstehuis, tussen rollators en brancards, met het mortuarium om de hoek.  Zo wordt deze Les Pêcheurs de perles een voorstelling die vooral gaat over de kracht waarmee jeugdherinneringen en daden uit vroege levensjaren ons doen en denken ons leven tot aan het einde toe beheersen.

FC Bergman staat erom bekend dat ze de zaken groots ter hand nemen. Ooit zetten ze de parterre van de Antwerpse Bourlaschouwburg compleet onder water. Ook in ‘Les Pêcheurs de perles’ pakken ze flink uit. Een imposant draaitoneel maakt een lange reeks van snelle scènewisselingen mogelijk, met name naar een, door een overweldigende, gestolde golf bedreigd, strand waar enkele verstilde sleutelmomenten van de opera zich afspelen.

Gelukkig waren de zangers niet alleen in hun acteren goed, maar ook in wat toch hun voornaamste taak is: zingen. Erg graag had ik Quirijn de Lang gehoord in de rol van Zurga, maar hij maakte deel uit van de andere bezetting. Over de Turkse bariton Kara Karagedic had ik me echter geenszins te beklagen.

Sopraan Elena Tsalagova zong en speelde opnieuw de vrouwelijke hoofdrol van Léïla met groot gemak en naturel. Ze is daarin duidelijk gegroeid ten opzichte van eerste voorstellingenreeks van vijf jaar terug en was de ster van de avond.

De mooie Belgische tenor Marc Laho maakte van de aria ’Ah, je crois entendre encore’ het hoogtepunt waar ik me zo op verheugd had, en zong ook de rest van zijn partij tot ieders volle tevredenheid. Over het koor, dat in deze opera een grote rol speelt, al evenzeer niets dan goeds: het klonk sonoor of subtiel, naargelang van wat de dankbare partituur van Bizet vraagt.

Zo werd het een voorstelling die muzikaal eigenlijk niets te wensen overliet, het oog geen moment de kans gaf om zich te vervelen, en mij alleen intellectueel niet helemaal kon bevredigen. Maar een mooie avond was het wèl.

Georges Bizet: ‘Les Pêcheurs de perles’
Muzikale leiding: Karel Deseure
Regie, scenografie en lichtontwerp: FC Bergman (Stijn Aerts, Marie Vinck, Thomas Verstraeten, Joé Agemans
Kostuumontwerp: Judith Van Herck
Instudering regie: Fanny Gilbert-Collet
Koorleiding: Jan Schweiger
Dramaturgie: Luc Joosten

Léïla: Elena Tsaliagova
Nadir: Marc Laho
Zurga: Kartal Karagedic
Nourabad/Jonge Zurga: Jacob Abel
Jonge Léïla: Bianca Zueneli (dans)
Jonge Nadir: Jan Deboom (dans)
Koor en Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen

Voorstelling bijgewoond op 29 december 2024 in Antwerpen

Foto’s :@Annemie Augustijns

About operetta gala’s. And more. A bit of nostalgy

My dear readers: you should know how important you all are. We music reviewers, we too are ego-trippers, just as much as novelists or psychologists. We do what we do because it helps us get rid of our problems. Or not.

Because you are all so faithful and take the trouble to read me (I hope), I am going to tell you a bit about myself. Also because I received ‘death threats’ following an interview (am I a BN now?) and got a bit ‘unheimlich’ about it.

Music is not a science, certainly not in the strict sense. There are no mathematical rules for it, although there were (and still are) plenty of ‘pioneers’ who claimed so. The result of their mathematical calculations was cacophony or just the opposite: the endlessly repeating sequence of three notes. I know there are plenty of enthusiasts for it and I grant them their pleasure. But now I want to talk to you about something that is still a taboo subject: sentiment.

When I was a 4-year-old girl, my parents ‘separated’. My violin-playing father took me to see Sviatoslav Richter, which naturally resulted in piano lessons. My mother loved operetta and since there was no one else to accompany her, I was taken along. I went along and I enjoyed myself. Still, more than 60 years later, I know most operettas by heart. In Polish, that is, because everything was translated back then.

Jan Kiepura and Martha Eggerth in the duet from Lehár’s Lustige Witwe. In Polish:.

Why am I telling you about it? Because I want to share with you what I call ‘my little sentimental journey’. On New Year’s Eve – sitting on the sofa in my heated home, with my cat beside me and glass of bubbles in hand – I listened and watched the operetta night from Dresden and I was overcome with melancholy and, well, longing for the old days. I felt like the four-year-old girl again and all I wished was that my mother could sit next to me and experience it too. Too bad there is no phone connection to the afterlife, otherwise I could call her: ‘Mom, you have to hear this!’

Below, Beczala sings ‘Freunde, das Leben ist lebenswert’ from Giuditta. Live recording from 2007:

Anyway. Now we’ll leave the sentiments and confine ourselves to the ‘product’. The annual ‘Christmas Operette Galas’ in Dresden are now famous and achieve high viewing figures. The Staatskapelle Dresden is conducted by none other than Christian Thielemann, and apart from Piotr Beczała, a soprano (or two) also take part.

In 2011, Angela Denoke and Ana Maria Labin were featured; in 2012, the scheduled Diana Damrau had to cancel at the last minute due to illness and was replaced by Ingeborg Schlöpff. Both Galas were released by DG in 2013: Kalmán (2012) on CD with a bonus Lehár from 2011 on DVD.

Angela Denoke & Piotr Beczala – Warum hat jeder Fruhling, ach, nur einen Mai (Franz Lehar):

That I rate the CD (why not on DVD?) slightly higher than the DVD has everything to do with my own preferences: I love Lehár insanely, but Kalmán has long since more than stolen my heart. ‘Weisst du es noch’ from the Csárdásfürstin did not leave my CD player (and my head) for days (and nights!).

Do you think it’s a weird review? So do I. But if you like operetta, no, if you like music and don’t shy away from sentiment, then go buy the box set. I assure you it will warm your heart.

2023, toch een goed jaar, in muziek en theater

De keuze van  Neil van der Linden

De Maxim Shalygin concerten in Splendor en het Muziekgebouw aan ’t IJ.

De heropgeleefde oorlog in Oekraïne was nog relatief ‘vers’, en het concert met muziek van de in Nederland gevestigde Oekraïense componist Shalygin door Ekaterina Levental en Antonii Baryshevskyi dreunde dan ook hoofd en lichaam in, met onder meer virtuoos door Ekaterina Levental liederen de tekst ‘Koterhuil teer gekreun vrouwenroep liedgelui wondepijn galmgegil klanken’ uit The Songs of Holy Fools uit 2009/2010 en beukend spel door Antonii Baryshevskyi in enkele van Shalygins solo-pianowerken.

https://basiaconfuoco.com/tag/antonii_baryshevskij/

Twee maanden later was er in het Muziekgebouw aan ’t IJ een herneming van zijn Severade ofwel  S I M I L A R uit 2021 en de première van Delirium ofwel S I M I L A R 4 voor 4 pianos. Ook al zo imponerend.

https://basiaconfuoco.com/tag/cello_octet_amsterdam/

Beeldschoon was ook de uitvoering van de Missa Ecce Terrae Motus (de ‘aardbevingsmis’) van Antoine Brumel in een spectaculaire theatrale versie inclusief elektrische basgitaar door Graindelavoix in het Festival Oude Muziek, met plastische beelden, inclusief de verbeelding van het uiteenscheuren van de voorhang in het Heilige der Heiligen van de Jeruzalemse Tempel op het moment dat de steen voor het graf van Jezus spontaan wegrolt.

Recensie volgt.

Ook fraai was de reconstructie van het door hemzelf vlak voor zijn dood geprogrammeerde begrafenisritueel van ‘onze’ Karel V, uitgevoerd door het Franse ensemble La Tempête, ‘artists in residence’ van het festival.

Tannhäuser, regie Tobias Kratzer, gedirigeerd door Nathalie Stutzmann in de Bayreuther Festspiele, een ‘inclusieve’, hilarische en ontroerende opvoering. Stutzmann is een aanwinst als dirigent, misschien de geslaagdste transformatie van zanger(es) naar orkestleiding. Intussen een liefdevolle blik op de protagonist en Venus als ‘misfits’ tussen een rondreizende groep gelijkgezinde circusartiesten, waarbij uiteindelijk ook Elisabeth zich het meest thuisvoelt, temidden van een maatschappij vol beklemmende normen.

Parsifal derde acte, Heilige Landstichting Nijmegen, regie Marc Pantus en Merlijn Runial, muzikale leiding Andrea Friggi, bewerking: Hugo Bouma. Atmosferische opvoering van helaas alleen de derde acte in één van de meest Wagneriaanse kerken van Nederland, de art-deco en neo-orientalistische kerk van de Heilige Landstichting, met niet alleen Marc Pantus als een mooie Gurnemanz en Amfortas, maar ook een gloedvolle Frank van Aken in de titelrol. Hopelijk mag dit team zich ooit ergens aan het geheel wagen.

In Kaapstad zag ik Life & Times of Michael K door het Handspring Puppet Theatre, gebaseerd op de gelijknamige roman van J M Coetzee uit 1983. Deze voorstelling heeft ook al succesvol in de Ruhr-Triennale gestaan. Fraaie, subtiel gespeelde, half-nostalgische mengvorm van theater met levensgrote poppen en fysiek-menselijke acteurs, het handelsmerk van het Handspring Puppet Theatre.

Ik was ook onder de indruk van Dr Atomic door het studentenorkest uit Utrecht, de derde in hun serie grootschalige operavoorstellingen op een bijzondere locatie. Een enorme prestatie met een geweldig spelend orkest, passende solisten en een ‘gratis’ decor in een voormalige treinenfabriek, die toevallig net uitkwam vlak vóór de bioscoopfilm Oppenheimer, en die zich gemakkelijk staande hield tegen het Hollywood-vertoon en het budgetgeweld van de film.

https://basiaconfuoco.com/tag/dr-atomic/

Er was dit jaar een welkome explosie van uitvoeringen van de ‘black queer activist’ componist Julius Eastman, eerst in het Minimal Music Festival, en daarna in het Re:ply to all festival onder meer in een voormalige machinebouwloods in Amsterdam Noord. Onder meer indrukwekkend was de uitvoering van Gay Guerilla uit 1980 door Helena Basilova en Vivianne Cheng met een lichtontwerp van Boris Acket gecombineerd met elektronisch geluidsdecor van Danny van der Lugt in combinatie met een mime-act geïnspireerd door thema’s uit Eastmans werk, gevolgd door een hallucinante versie in het publiek tussen het lichtontwerp kon doorlopen, naast een versie van Femenine uit 1974 voor kamerensemble door het Doelen Ensemble.

https://basiaconfuoco.com/tag/julius_eastman/

Ik was erg onder de indruk van Das Rheingold, door het Royal Opera House Londen, in de streaming-versie voor bioscopen, regie Barrie Kosky, dirigent Antonio Pappano.

Ook al had hij de verfilming en streaming van opera-uitvoeringen artistiek in de ban gedaan, zijn enscenering van Das Rheingold bleek aan het aan Wagner toegeschreven (maar nooit door hem als zodanig benoemde) idee van het Gesammtkunstwerk een nieuwe dimensie toe te voegen, bijna als de ontdekking van de superpositie in de atomaire fysica. We zaten de treurige zwoegers van een Wotan, Erda, Freya, Fafner en Fasolt, Alberich, Mime en het gehele Nibelungenvolkje, prachtig om de tuin geleid door Loge Sean Panikkar, per close-up op millimeterafstand direct op de huid.

Drive Your Plow Over the Bones of the Dead was de prachtige openingsvoorstelling van het Holland Festival, regie Simon McBurney, naar de roman van Olga Tokarczuk.

https://basiaconfuoco.com/tag/amanda_hadingue/

Een transcendente ervaring was er ook bij Euphoria, Julian Rosenfeldt, installatie in het Holland Festival. Video-documentaire annex spraak en muziektheater op 10 schermen.

Er zaten trouwens ook slechte voorstellingen in het Holland Festival, maar je weet het niet altijd van tevoren, maar van Bachae en Toshi Okada zou ik achteraf spijt hebben gehad als programmeur en bij Exotica waren de gekozen personages, ‘vergeten’ grootheden van niet-Westerse komaf uit de danswereld, interessanter dan de uitwerking. Maar dat werd goed gemaakt.

https://basiaconfuoco.com/tag/exotica/)

In de voorstelling Asinamali, te zien in het Grahamstown theater festival, Zuid-Afrik, spelen zes jonge vrouwen een oorspronkelijk door mannen uitgevoerde tekst uit de tijd van de Apartheid, over de wederwaardigheden van mannen en jongens in de townships en gesegregeerd Johannesburg, op zoek naar werk en, ja, bestaanszekerheid.

Het stuk uit 1988 is gebaseerd op gebeurtenissen rond een huurdersstaking in 1983 in de zwarte wijken van de gemeente Lamontville, waar geen werk was maar waar de door het regime vastgestelde huren exorbitant waren. Asinamali was de strijdkreet van het landelijk protest dat daarop volgde, Zulu voor “We hebben geen geld!”.

Er was nog veel meer moois in dat festival, zoals de prachtige drie-vrouwenshow, Text me when you arrive, Seventeen ways to prevent getting raped and killed as a woman in South Africa. Drie ongelooflijk energieke comédiennes die ook weer perfect messcherp meerstemmig zingen.

https://basiaconfuoco.com/tag/asinamali/

In het Afrovibesfestival in Amsterdam zat ook veel prachtigs zoals An Africa Bolero, maar vooral Afrikan Party, een uitermate energiek dans-theaterstuk met vier jonge mannen uit Nigeria, Ivoorkust en Zuid-Afrika, die hun ‘urban’ dansstijl gebruiken om hun verhaal te vertellen met humor, poëzie en levenskracht, en daarmee de rijkdom en diversiteit van het continent willen tonen.

https://www.afrovibes.nl/afrikan-party/

Celliste Maya Fridman was weer te horen en zien in Into Eternity in de Posthoornkerk in Amsterdam, een eerbetoon aan de in Auschwitz vermoorde Vilma Grunwald, gebaseerd op de brief die zij kort voor haar dood schreef aan haar echtgenood, die Auschwitz overleefde, met componiste/pianiste Marion von Tilzer en verder onder meer alt Bella Adamova, Maya Fridman en het Belinfante Quartet. Bij het concert werd ook een CD gepresenteerd.

Fraai was ook een presentatieconcert voor een CD op hetzelfde label met pianist Mattias Spee gewijd aan componist en pianist (en arts) Hans Henkeveld.

En in het Slot Zeist was er een bijzonder concert rond de Hongaars-Joodes Auschwitz-overlevende Éva Fahidi met bariton Benjamin Appl. Ze kon er zelf niet bij zijn. Naast liederen van componisten die in concentratiekampen verbleven en deels ook stierven was er ook muziek te horen van componisten die Éva Fahidi’s leven muzikaal hebben vormgegeven, zoals een wonderschoon ‘O du, mein holder Abendstern’ uit Tannhäuser, in een huiveringwekkend mooie bewerking door de pianist, Daan Boertien, met het Viride strijkkwartet.

https://basiaconfuoco.com/tag/benjamin_appl/


Op de valreep was er in de Zaterdag Matinee de uitvoering van Mendelssohns Elias door het ‘authentieke uitvoeringspraktijk’ensemble Pygmalion, een uitvoering die over een jaar nog zal doorresoneren.





Peter Frankens TOP TIEN 2023

1 Das Wunder der Heliane Reisopera

Annemarie Kremer voltrok Helianes wonder, ze is in mijn beleving de Heliane van deze eeuw. Prachtige productie van de Reisopera en mijn keuze voor ‘opera van het jaar’.


Annemarie Kremer voltrekt Helianes Wunder

2 Dr. Atomic USC Lustrum

De première op 13 juli in de enorme Werkspoorkathedraal was een enorm succes, zozeer dat menig professioneel operahuis er jaloers van zou worden. Alweer zo’n geweldig project van de lustrumcommissie van het Utrechts Studenten Concert

recensie van Neil van der Linden:

Dansen op de bom. Dr Atomic in Utrecht

3 Animal Farm DNO

Raskatovs muziek is lastig te duiden. Met name voor de pauze klonk het rauw en agressief, de revolutionaire fase. Later kwam alles in rustiger vaarwater, een afspiegeling van de stille repressie die de overhand krijgt. Een zeer geslaagde wereldpremière door DNO

Spectaculaire wereldpremière van Animal Farm

4 Maria Stuarda DNO

Maria Stuarda vind ik inhoudelijk de mooiste van het drietal Tudor opera’s, zeker in de laatste akte waarin Maria’s einde zich aankondigt en ze daarmee in het reine komt. Het is van een ingehouden schoonheid zonder showaria’s. De première van deze DNO productie met Kristina Mkhitaryan in de titelrol werd door het publiek met gejuich ontvangen.

Recensie van Lennaert van Anken:

Amsterdam brengt een wisselvallige Donizetti die meer erkenning verdient

5 Orphée aux enfers Opera Zuid

Opera Zuid brengt Orphée aux enfers als geslaagd muzikaal pandemonium.

Opera Zuid brengt Orphée aux enfers als geslaagd muzikaal pandemonium

6 La Voix Humaine Katia Leventhal

Levental toonde in deze voorstelling geheel zoals ik me Elle voorstel, een nog vrij jong ogende vrouw maar niet iemand die een eerste liefdestragedie te verwerken krijgt. Haar wanhoop zal eerder veroorzaakt worden door een gevoel van déjà vu, hoe krijg ik mezelf nu weer op de rails. Prachtige vertolking van dit topstuk uit het 20e eeuwse repertoire.

Ekaterina Levental is Elle in Poulencs La voix humaine

7 L’isola disabitata DNOA

Onderdeel van een groot drieluik door DNOA met een doorleefde rol van Maria Warenberg als Constanza en Kenneth Montgomery voor Het Orkest van de Achttiende Eeuw, een van zijn laatste projecten zou later blijken. RIP KM.

8 Rusalka DNO

Een leuk onderhoudend concept dat Rusalka situeert in Hollywood met een van mijn persoonlijke favorieten Annette Dasch als de Vreemde Prinses.

Rusalka goes to Hollywood

9 Katia Kabanova dvd Salzburg 2022 (verschenen 2023)

Corinne Winters maakte in 2022 haar debuut in Salzburg en wel als Katia in Katia Kabanova. Haar vertolking van de titelrol is aandoenlijk mooi, zoals iedereen kan bevestigen die de in 2023 verschenen opname op BluRay heeft gezien


Katia Kabanova was een triomf voor Corinne Wintershttp://Kabanova

10 Il Trittico dvd Salzburg 2022 (verschenen 2023)

Publiekslieveling Asmik Grigorian ontbrak natuurlijk niet tijdens de Salzburger Festspiele van 2022. Ze zong alle de drie de rollen in Il Trittico. Bij haar Suor Angelica hield ik het niet droog bij het afspelen van de BluRay van deze voorstelling, evenee

Asmik Grigorian als verbindend element in Il Trittico

Elias door Pygmalion: intiem en heftig

Tekst: Neil van der Linden

Je hoort in Mendelssohns Elias het verleden. Dat hij Bach vereerde, maar ook Mozarts opera’s goed kende, en de operamuziek van Von Weber. Maar zeer waarschijnlijk ook Fidelio en de Missa Solemnis en misschien ook Bellini’s muziek. En klinken de eerste vier akkoorden van Elias niet als de eerst vier akkoorden in de pianopartij van Schuberts Der Tod und das Mädchen, een passage die later in het werk terugkeert?

Maar in dit concert bleek ook weer wat een cruciale schakel Mendelssohn in de muziekgeschiedenis was. Je hoort Wagner eraan komen en vervolgens Mahler, en kende Verdi de sopraanaria ‘Darum ward gesendet der Prophet Elias’, die lijkt te preluderen op het ‘Libera’ Me’ uit zijn Requiem?

In de weldadig akoestiek van het Concertgebouw kreeg het ensemble Pygmalion onder dirigent Raphaël Pinchon alle ruimte om de vele subtiliteiten én al de grootse gebaren uit de partituur te laten horen.

Ook al heeft Pygmalion Brahms’ Deutsches Requiem al eens uitgevoerd, je hoort dat het ensemble zijn wortels heeft in de vroeg tot late barok, van Monteverdi tot en met Bach. Hun recentste CD-opname was een begenadigde uitvoering van Monteverdi’s Maria Vespers, in al hun pracht en glorie. En wat ook helpt is dat het ensemble geheel thuis is in Mozart. De combinatie van dat alles gaf het juiste gewicht én de juiste lichtheid aan het geheel.

De solisten hadden precies datzelfde, het juiste gewicht zonder imponeerdrang. Waarbij te merken was dat menigeen uitgebreide opera-ervaring heeft.  In het geval van bariton Stéphane Degout in de Mozart-Da Ponte-rollen, maar ook Franse barok én in het laat-negentiende-eeuwse Franse en Italiaanse repertoire. Dat leidde tot een uitermate sterke Elias, waarbij hij ook de melancholie van het personage verklankte, én liet zien.

Sopraan Siobhan Stagg heeft hoorbaar ervaring met Pamina, maar ook met Musetta, Sophie en de Waldvögel en overtuigde geheel in de solopassages en de ensembles.

Voormalig winnaar van het Bossche Vocalistenconcours mezzosopraan Ema Nikolovska zingt in Hamburg Octavion, maar zong aan het eind van het eerste deel ingetogen het Weh ihnen, dass sie von mir weichen!, om daarna aan het begin van het tweede deel te transformeren naar een furieuze Jezebel, de koningin van de Baal-aanbidders, die ze ophitst tegen Elias, de profeet van de Jahweh-vereerders, overigens nadat Elias zijn volgelingen had bevolen de priesters van de Baal-vereerders te doden.

Thomas Atkins was een fraaie lyrische tenor, van wie het niet hoet de verwonderen dat hij in Glyndebourne Tom Rakewell heeft gezongen en in Hamburg Germont.

Net zo sterk als het solistenteam waren het koor en orkest van het ensemble, dat als uit één stuk muzikale marmer gehouwen klonk.

Een roerend moment was waarin drie leden van het koor vanaf het balkon de a capella passage zongen waarin drie engelen Elias, wanhopig omdat het volk zich uiteindelijk weer tegen hem heeft gekeerd, zingend aanmoedigen om de moed erin te houden.

Mendelssohn, postuum geschilderd in 1847 door Wilhelm Hensel

Mendelssohn kon bij de première in 1846 beschikken over alleen al een koor van 300 leden. Het totale aantal uitvoerenden bij Pygmalion was rond de 80, en toch klonk het resultaat in het Concertgebouw alsof het zo bedoeld was.

Ik heb Pygmalions uitvoering van het Deutsche Requiem gemist, maar de combinatie met solisten, koor en orkest op historische instrumenten, inclusief blokfluiten, mondde in deze uitvoering uit in wat de natuurlijkst denkbare uitvoering van het werk lijkt.

Er werd ook niet gekoketteerd met ‘authentieke’ klanken, bijvoorbeeld in de strijkers, en met de blokfluiten. Alleen aan het (uitgebreide) historische koperinstrumentarium hoor je het ‘authentieke’ een beetje af, maar de rauwe randjes daarvan onderstreepten treffend de rauwste passages uit de tekst. En die waren er dus.

Wat een geweld klinkt er soms op in enkele van die Bijbelse teksten, onder meer ook in de woorden van Elias, die namens God de opdracht geeft om de priesters van Baal te doden. Koningin Jezebel die daarop, misschien niet geheel onbegrijpelijk, de aanhangers van Baal oproept om Elias te doden. Enzovoort.

Het is dat een dominee uit Dessau, Julius Schubring, die tien jaar eerder met Mendelssohn had samengewerkt voor het oratorium Paulus, nog een verzoenende passage uit het Evangelie van Mattheüs in de tekst had binnengesmokkeld.

Hors concours viel mij overigens op hoezeer Elias’ hemelvaart – met God die hem komt ophalen, niet in de gedaante van de aanvankelijk opstekende storm, niet à la Zeus als de donderwolk die daarop volgt, niet als de vulkaanuitbarsting daarna, maar in een zacht briesje, allemaal dankbaar materiaal voor fraaie toonschilderingen door Mendelssohn en fraaie verklankingen door het ensemble – lijkt op de hemelvaart van Mohammed zoals die beschreven staat in de overgeleverde geschriften van de Islam. Of andersom.

Ik zou hopen dat Pygmalion als passend vervolg op Elias in de Matinee een keer Liszt’s Christus mag opvoeren. En Berlioz’ L’Enfance du Christ graag. Een goddelijke bries door de Missa Solemnis laten waaien zou ook geen kwaad kunnen.

Felix Mendelssohn-Bartholdy, Elias
(première eerste Engelse versie 1846; de premiere van de Duitse versie vond plaats op 2 februari 1849, na Mendelssohns dood in 1847).

Uitvoering 23 december 2023, Zaterdag Matinee, Concertgebouw.

Ensemble Pygmalion
Raphaël Pichon dirigent
Stéphane Degout bariton
Siobhan Stagg sopraan
Ema Nikolovska alt
Thomas Atkins tenor
Julie Roset sopraan

Foto’s Eduardus Lee

Eerdere Elias bij AVROTROS in Tivoli, Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Marcus Creed:

Theaterversie uit Kyiv:

Elias op Spotify onder Philip Herreweghe:

De Britse componist Charles Salaman (vriend van Liszt en vermoedelijk ook bevriend met Mendelssohn, wiens overstap naar het Christendom hij verdedigde) heeft het slotkoraal van het eerste deel van Elijah op tekst van Psalm 93 (Adonai Malakh) bewerkt tot een gezang dat dienst zou doen bij de vrijdagavondviering van de Londense Spaans- en Portugees-Joodse gemeenschap.

Juan Diego Flórez is een fenomenale Werther in Zürich

Tekst:  Peter Franken

De productie van Werther die Tatjana Gürbaca in 2017 maakte voor Opernhaus Zürich is op BluRay uitgebracht zodat alle liefhebbers van stertenor Juan Diego Flórez kunnen meegenieten van diens vertolking van Massenets titelheld. De opname is een absolute aanrader.

Het libretto is gebaseerd op Goethes personage uit Die Leiden des jungen Werthers. Het accent ligt in de operaversie van dit verhaal echter meer op de emotionele problemen van Charlotte, de vrouw waarop Werther zo hopeloos verliefd is. Charlotte heeft haar stervende moeder twee dingen gezworen: dat ze de zorg voor de jongere kinderen uit het gezin op zich zou nemen en dat ze met Albert zou trouwen, een degelijke burgerman met goede financiële vooruitzichten.

Dat is nogal wat voor een jonge meid, je op twee fronten door middel van een eed voor de rest van je leven committeren. Geen wonder dat het direct mis gaat als Charlotte kennis maakt met de wat excentrieke intellectueel Werther, een melancholieke jongeman die maar twee emoties lijkt te kennen: ‘himmelhoch jauchzend oder zum Tode betrübt’.

Werther wordt op slag verliefd op Charlotte en vanaf dat moment bestaat er voor hem geen andere vrouw meer. Dat hij haar niet kan krijgen omdat ze niet ‘vrij’ is betekent dat hij na het geluk van een kortstondige illusie de rest van zijn leven dodelijk bedroefd zal blijven, en feitelijk ook wil blijven. In emotioneel opzicht is het verhaal wat Werther betreft afgelopen en voorspelbaar eindigt het in zelfmoord.

Voor Charlotte is de ontmoeting met Werther echter het begin van een geestelijke martelgang. Ze geeft toe een ogenblik te zijn vergeten dat ze zich door een eed aan Albert heeft verplicht. Maar Werther is haar onder de huid gekropen en dat leidt tot een voortdurend ‘schwanken’ van Charlottes gevoelens.

Werther lijdt doordat hij eendimensionaal reageert en dat ook cultiveert. Charlotte lijdt doordat ze in een fuik is gelopen waar ze de rest van haar leven niet meer uitkomt als ze zich conformeert aan de heersende burgerlijke moraal en de eed aan haar moeder gestand wil doen.

De opera begint met het optreden van de Baljuw (Bailli) die de jongere kinderen een Kerstliedje laat instuderen, in de zomer. Hij wordt een beetje op de hak genomen door twee vrienden Johann en Schmidt die zich in hun manier van leven wat minder aan de burgerlijke fatsoensnormen gelegen laten liggen dan de wat stijve weduwnaar. Cheyne Davidson geeft adequaat gestalte aan de Baljuw en het door hem gedirigeerde kinderkoortje klinkt voortreffelijk.

Albert heeft aanvankelijk begrip en geduld voor Charlottes problemen aangaande de compromisloze liefde van Werther voor haar, maar tegen het einde is hij het zat en beveelt Charlotte om zijn pistool aan Werther uit te lenen, wel wetend dat die man zichzelf van kant wil maken.

Dat maakt Albert niet tot een gemakkelijk neer te zetten personage maar Audun Iversen weet hier, ook vocaal, goed raad mee. Mélissa Petit is een opgewekte lieftallige Sophie, na Charlotte de oudste in het gezin en dus ook degene die de zorg voor de jongere kinderen van haar overneemt nadat ze met Albert is getrouwd.

Maar uiteindelijk draait alles om Werther en Charlotte. Flórez zingt in de eerste akte zijn opkomstaria ‘O Nature, pleine de grâce’ op een wijze die goed recht doet aan de schwärmerische tekst die de figuur Werther zo typeert. En zijn vertolking van het bekende ‘Pourquoi me réveiller?’ in de derde akte is ronduit hartverscheurend. Tegenover hem staat Anna Stephany als een prachtige Charlotte. Haar vocale hoogtepunt komt in de derde akte met de briefscène ‘Werther! Qui m’aurait dit..’.

Bij Gürbaca is het altijd even afwachten in hoeverre het libretto herkenbaar gevolgd wordt. Ditmaal houdt ze zich voorbeeldig aan de verhaallijn en veroorlooft zich slechts minimale afwijkingen als daarmee de dynamiek van de handeling wordt vergroot. Het resultaat is een pakkende voorstelling die van begin tot eind emotioneel zeer beladen is. Vaak blijft dat onder de oppervlakte maar in de derde akte zien we Charlotte bij het optuigen van de kerstboom uit pure frustratie een doos ballen kapot stampen. Ze is dan in afwachting van Werther: komt hij met Kerst terug of blijft hij voor altijd weg?

Hij heeft het op verschillende momenten allebei zo laten weten, nu moet blijken welke keuze hij heeft gemaakt. En als hij komt, wat zal er dan gebeuren? Prachtig spel van Stephany en later ook van Flórez als hij haar weerstand eindelijk weet te breken. Werthers lange sterfscène wordt door Flórez grotendeels lopend gespeeld waardoor ook hier veel mogelijkheden tot interactie met Stephany ontstaan.

Het decor van Klaus Grünberg is een overmaats poppenhuis met veel deuren en bewegende panelen. Het biedt doorlopend plaats aan de handeling, zowel binnen als buiten, en op een gegeven moment schuift er weer eens een wandje weg en zien we iemand achter een orgel. Het geheel is eenvoudig en inventief. De kostumering van Silke Willrett is tamelijk eigentijds met regionale accenten, goed verzorgd.

De Philharmonia Zürich staat onder leiding van dirigent Cornelius Meister.

Aida and Plácido Domingo


Radames was among Domingo’s favourite roles. No wonder. Here he could really ‘show it all’, because the hero is very complex. He is a ‘macho with a lot of muscles’ and a vulnerable boy at the same time, and he is torn between duty and passion. Unfortunately, the two are not compatible.


To sing Radames well you need not only a cannon of a voice but also an intellectual ability. And he has both.


He made his debut with Aida in 1968 in Hamburg and he has since sung the opera thousands of times. There are many recordings on the market, both studio and live. I would like to dwell on a recording that will not evoke an ‘aha’ moment for most of you – also because at first glance the cast is not idiomatically perfect.

The fact that Anna Tomowa-Sintow was one of Karajan’s favourite singers had its advantages and disadvantages. She was a welcome guest in Salzburg and her name appears on many recordings conducted by the maestro. But it also meant that she was primarily rated as a Mozart and Strauss singer, while she had so much more to offer. Her Desdemona and Amelia were legendary and after her Munich Aida, Leonie Rysanek praised her performance for its pure beauty.

Fassbaender is really surprising and particularly convincing as Amneris. Just listen to what she does with the single word ‘pace’ at the end of the opera. The opera was recorded by Bayeriche Rundfunk on 22 March 1979 and released on Orfeo (C583 022).



Also noteworthy is the recording from Munich 1972, with a now almost forgotten Verdi singer, Martina Arroyo. As Amneris, we hear Fiorenza Cossotto and Cappuccilli and Ghiaurov complete the excellent cast conducted by Claudio Abbado.





The recording from Vienna 1973 (Bela Voce BLV 107.209), under Riccardo Muti, is also of particular interest. In the leading role we meet Gwyneth Jones and Amneris is sung by an exceptional mezzo: Viorica Cortez.

Of Domingo’s studio recordings the 1970 RCA release (probably from the catalogue), is probably the best. How could it be otherwise, when you know that the conductor is Erich Leinsdorf and the other roles are sung by Leontyne Price, Sherrill Milnes, Grace Bumbry and Ruggero Raimondi. The whole thing almost pops out of your speakers.

De theorie van het alles bij de Nationale Opera


Tekst: Neil van der Linden

Het onderwerp van “The Theory of Everything” is een dilemma waarvan je eigenlijk hoopt dat genoeg jongeren hier nog steeds mee te maken krijgen, namelijk: kies ik voor een leven gewijd aan de wetenschap of voor de kunst? Dat kan staan voor het cerebrale versus fysiek lekker in je vel jezelf zijn, maar je zou willen dat het inderdaad ging om zoeken naar mogelijkheden in de wetenschap of in de kunst, met de wetenschap dat Einstein hier uiteindelijk wel raad mee wist.

Einstein de violist.

https://www.nationalgeographic.com/adventure/article/einstein-genius-violin-music-physics-science

Dit dilemma wordt uitgebeeld door protagoniste Nina (Houda Bibouda in een spreekrol) die moet kiezen tussen haar oma (sopraan Elena Vink), die bezig is de theorie van het alles te ontrafelen (een natuurkundige wet die alles dat we tot nu weten over de zwaartekracht, de tijd, de theorie van Einstein en de kwantumfysica in één model kan omvatten), en haar tante (danseres en choreografe Jomecia Oosterwolde), die een balletschool leidt. Een weerspiegeling van Plato’s idee over de scheiding van geest en lichaam misschien, maar gaandeweg lukt het Nina om dit alles als het ware in een eigen theorie van het alles te verenigen.

De theorie van de theorie van het alles:

https://en.wikipedia.org/wiki/Theory_of_everything

De twee werelden worden verbeeld in de twee verschijningsvormen van het decor. Door decorstukken om te draaien verandert het toneelbeeld afwisselend in het laboratorium van de oma, met muren vol natuurkundige formules, en de dansstudio van de tante, compleet met barres en spiegelwanden, waarmee mooie visuele effecten kunnen worden uitgehaald.

Naast oma Elena Vink en tante Jomecia Oosterwolde zijn er verder nog twee sopranen en een bariton die de mede-laboratoriumonderzoekers en mede-leerlingen in de balletstudio vertolken.

Voor deze opera schreef Carlijn Metselaar weldadig klinkende melodieuze muziek, voor zangstemmen, piano en cello tot en met EDM (‘electronic dance music’) en elektronisch ambient-muziek, die subtiel en intelligent is, maar tegelijkertijd bij de beoogde doelgroepen vermoedelijk gemakkelijk kan aanspreken, zeker ook door de verschillende fraaie zangpassages met vier zangstemmen.

De pianist staat links opgesteld, de slagwerker die ook de elektronica bedient rechts, wat misschien ook de twee werelden weerspiegelt, piano als een meer cerebraal instrument, slagwerk althans ogenschijnlijk meer intuïtief, en de cellist wisselt geregeld van plaats op het toneel, waarmee zij ook de verschillende werelden verbindt, en op gegeven moment voegt zij zich in een korte scène ook bij de dansers.

Het wetenschappelijke betoog klopt niet helemaal. Anders dan de tekst beweert zijn elektronen niet de kleinste deeltjes. Al zijn het misschien wel de kleinste deeltjes waarvan de gemiddelde scholier gehoord heeft. En nee, je kunt ze niet zien onder een microscoop. Ook (natuurlijk) niet onder een elektronenmicroscoop (want dan zou je elektronen met elektronen ‘bekijken’, wat fysisch-theoretisch een onmogelijkheid is; maar je kunt ze wel aantonen met behulp van elektronen). Maar goed, ook de wetenschappelijke wereld wordt aanstekelijk uitgebeeld, compleet met ontploffingen en uit de hand gelopen chemische proeven, maar ook met respect voor het idee van de ‘theorie van het alles’, zodanig dat de doelgroep het leuke van deze wereld zal inzien.

Over de spin-ups en spin-downs van elektronen:

Quantumfysica (7): Verstrengeling

Nina haalt ook een toepasselijk principe uit de kwantumfysica aan, namelijk dat elektronen twee dingen tegelijk kunnen zijn. In de tekst van de opera heet het linksom en rechtsom draaien, maar het gaat om de zogeheten spinup en de spindown-toestand van een elektronen, plat gezegd naar boven en naar beneden wijzen, die voor ons gevoel elkaar uitsluiten, maar die juist naast elkaar kunnen bestaan, in ‘superposities’ zoals het heet.

Jammer dat Nina na dit alles in haar wanhoop bij het kiezen het toch heeft over ‘die stomme theorie van oma’, haar twijfel werd toch gevoed doordat ze zich tot beide werelden aangetrokken voelt? Maar ik denk dat tegen de tijd dat ze dit zo noemt de jongeren aan wie dit alles besteed is al lang zelf in ‘superpositie’ zijn.

Aan het bijna einde komt oma op met een wit oplichtende bol, de maan, en tante met een geel oplichtende bol, de zon. Misschien wordt de dichotomie voor mijn gevoel hier iets al té clichématig verbeeld. Terwijl je de twee symbolen ook nog zou kunnen omdraaien; de natuurkundige theorie van het alles richt zich meer op wat er zich in de zon aan kernfysica afspeelt dan op natuurkundig grotendeels dode maan.

De tekst proclameert dat het belangrijk is je goed te voelen bij alles wat je kiest. Maar de opera laat ook zien dat in de wetenschap en de kunst zwoegen en afzien ook essentiële onderdelen zijn van het proces. De op zeker moment in beeld komende gigantische achterwand van schoolborden vol wetenschappelijk formules krijgen we niet voor niks te zien en ook in de dansschool wordt gezwoegd.

Mede door de fraaie muziek, de inbeeldend gespeeld sprekende rol van Houda Bibouda, de fraaie solorollen van Jomecia Oosterwolde en Elena Vink, het aanstekelijk zingen en dansen door de overige drie zangers, en die drie geweldige instrumentalisten, zou je hopen dat menige leerling van een moderne middelbare school zich in deze voorstelling kan herkennen.

Gezien 20 december, Boekmanzaal, Nationale Opera/het Amsterdams Stadhuis

Concept en regie Naomi van der Linden
Componist Carlijn Metselaar
Libretto Roziena Salihu
Concept en muzikale leiding Hanne van de Vrie
Choreografie  Jomecia Oosterwolde

Nia Houda Bibouda
Oma Elena Vink
Tante Jomecia Oosterwolde
Ensemble Nienke Nasserian, Anna Traub, Joris van Baar
Slagwerk en elektronica, arrangeur/componist elektronische muziek    Jan van Eerd
Piano Charlie Bo Meijering
Cello Geneviève Verhage

Foto’s Fabian Calis

Trailer gemaakt door De Nationale Opera:

(nb in deze trailer klinkt relatief veel muziek uit de snelle passages, terwijl er eigenlijk veel veel mooiere lyrische muziek in het werk)