Don Carlo

DON CARLO(S). Een poging tot discografie

Carlo_Cornaglia_-_Giuseppe_Verdi's_Don_Carlo_at_La_Scala

Een discografie van Verdi’s Don Carlo is eigenlijk niet te doen. Eén van de mooiste, zo niet de mooiste opera in de geschiedenis kent tientallen verschillende versies en duizenden opnamen op cd, dvd, blu-ray, lp’s en mc’s, you tube, spotify…… Duizenden studio-opnamen, en minstens net zo veel piraten… Moeilijk.

Eén ding weet ik zeker: wat – en hoeveel – ik ook zal kiezen, er zullen altijd mensen zijn die mij de omissie van hun geliefde opname zullen verwijten. Ik neem het ze niet kwalijk. Zou ik ook doen.

PLÁCIDO DOMINGO

Carlo Domingo Freni dvd

Don Carlo(s) is naast Otello wellicht één van de belangrijkste rollen in Plácido Domingo’s carrière. Hij zong hem in het Italiaans en in het Frans, in de versie met vier akten en die met vijf akten, plus alle mogelijke combinaties. Drie van zijn vertolkingen springen eruit, niet in de laatste plaats vanwege zijn partners en/of de regie.

De rijke productie van John Dexter uit de Metropolitan Opera (1983), gedirigeerd door Levine en met Mirella Freni als Elisabetta en Grace Bumbry als Eboli, en verder met (ja, gaat u maar alvast watertanden) Nicolai Ghiaurov, Feruccio Furlanetto en de nu bijna helemaal vergeten Louis Quilico is niet alleen buitengewoon fraai om te zien maar ook onvoorstelbaar goed gedirigeerd en gezongen. Hemels! (DG 000507609).

Domingo en Freni:

 

Carlo Giulini cd

De opname onder Giulini uit 1971 met de onnavolgbare Montserrat Caballé als Elisabetta (Warner Classics 0825646908332) is een absolute MUST en mag in geen enkel verzameling ontbreken.


 

Carlos Domingo Abbado

En dan hebben we nog de allereerste opname van de complete Franse versie, met Katia Ricciarelli als Elisabetta onder een werkelijk schitterende directie van Claudio Abbado (DG 4153162). Hier ontbreekt geen maat, geen noot van de partituur, al is veel in de vorm van appendix bij gedaan.


ROLANDO VILLAZON

Carlo Villazon Amsterdam

Don Carlo was de sensatie van het seizoen 2003/2004 in Amsterdam. De opera ging tijdens het Holland Festival 2004 in première en men had er graag honderden euro’s (zoveel werd er op de zwarte markt voor de tickets betaald) voor over om erbij te zijn. De redenen waren legio: onder andere het laatste optreden in Amsterdam van Riccardo Chailly die het na zestien jaar tijd vond om op te stappen bij het Concertgebouworkest.

De regie was in handen van Willy Decker, lieveling van het Amsterdamse publiek, die al voor heel wat hoogtepunten bij de DNO had gezorgd. Deze keer had hij zichzelf overtroffen door een emotioneel en zeer persoonlijk drama neer te zetten, dat zich voornamelijk rond de vader-zoonrelatie concentreerde. Ook het katholieke geloof was alomtegenwoordig: de bühne werd gedomineerd door een gigantisch kruisbeeld, niet alleen als symbool van het lijden, maar ook, of misschien voornamelijk, als afschrikbeeld.

Met Don Carlo maakte Rolando Villazón zijn Amsterdams debuut. De jonge Mexicaan, met een timbre wat toen aan de jonge Domingo deed denken, zorgde voor een opzienbarend en opwindend optreden. Ook de rest van de cast was zeer goed. Een legendarische productie (Opus Arte OA 0932).

Villazon en Dwayne Croft (Rodrigo) in Amsterdam:

untitled

In 2008 zong Villazón Carlo in de Londense Covent Garden. De rol had zijn paradepaardje moeten worden, maar bleek uiteindelijk te zwaar voor hem te zijn.

De beetje bizarre maar ook zeer naturalistische productie was in handen van Nicholas Hytner en het geheel werd werkelijk briljant gedirigeerd door Antonio Pappano. Marina Poplavskaya was een ontroerende Elisabetta en in Simon Keenlyside verwelkomden wij een zowat perfecte Rodrigo (Warner Classics 5099963160994).

Villazon en Keenlyside:

FRANCO CORELLI

Carlo Corelli Janowitz

Franco Corelli had een perfecte stem voor Carlo: zeer mannelijk en macho, maar ook licht klagelijk, kwetsbaar en kinderlijk, wat, samen met zijn beroemde slis, hem lichtelijk schizofreen deed overkomen. In 1970 zong hij de rol aan de Weense Opera, en al was hij toen over zijn hoogtepunt heen, toch had zijn stem nog niets van zijn glans verloren. Zijn portrettering van de gekwelde prins was bijzonder verfijnd.

Gundula Janowitz (Elisabetta) klonk meer als een kind dan als een vrouw. Haar superlichte, zoete stem met een typisch vibrato was niet ideaal voor Elisabetta, maar maakte het wel aanneembaar dat ze fragiel en bang was, niet in staat om eigen beslissingen te nemen.

Eberhard Waechter was een goede, af en toe chargerende Posa, en Ghiaurov en Talvella werkelijk superieur als Philips en Il Grande Inquisitore. Het absolute hoogtepunt was echter de fulminante Eboli van Shirley Verrett. Luister maar naar ‘O don fatale’, hoe furieus ze het woord ‘crudel’ uitspreekt, haar stem daarna tot pianissimo terugneemt in ‘o mia regina’ en met een gekwelde ‘il mio dolor’ eindigt!

Jammer alleen van de vele coupures in de toch al kortere Italiaanse versie (Orfeo C 649 053 D).


IN HET FRANS

Carlos Frnas dvd KOnwitschny

Dat Peter Konwitschny niet alleen maar misbaksels op zijn naam heeft staan heeft hij met zijn Don Carlos uit de Wiener Staatsoper (in 2010 nog op herhaling in Antwerpen) bewezen. Zij regie is zeer vernuftig en hij presteerde het om ook het publiek bij het spektakel te betrekken. En dat bedoel ik fysiek. Ik kan de opname zonder meer aanbevelen, al vind ik niet alle zangers overweldigend en dan druk ik mij voorzichtig uit (Arthaus Musik 107187).

Ramon Vargas (Carlos) en Bo Skovhus (Rodrigo):

Carlos Alagna ROH dvd

Niet te versmaden is de opname onder Antonio Pappano, met Roberto Alagna, Thomas Hampson, Karita Matilla en José Van Dam uit de Parijse Châtelet. De regie van Luc Bondy is soms een beetje ‘weird’ maar in de gehele linie uitstekend en het zingen is goed tot zeer goed. Ooit was er moeilijk aan te komen maar inmiddels is de productie bij Warner Classics op dvd en bd uitgekomen (0825646347803). Een absolute aanrader.

Alagna en Hampson:

TWEE ‘BUITENBEENTJES’: LUIS LIMA en ANGELO LO FORESE

Carlo Lima

Ik heb altijd een enorme zwak gehad voor de prachtige productie van Luchino Visconti met Luis Lima en Ileana Cotrubas, en gedirigeerd door Bernard Haitink (Royal Opera House, 1985). De manier waarop Lima gestalte gaf aan de puberale, liefdeszieke en behoorlijk neurotische Carlo is werkelijk onvergetelijk. (NVC ARTS 510110242-2)

Cotrubas en Lima in  “Al mie pie, perche”

Carlo loforese

Op het Italiaanse midprice label GOP is ooit een Don Carlo uit Florence 1956 uitgebracht (GOP 66350). Bijzonder interessant, voornamelijk vanwege de donkergekleurde Elisabetta van Anita Cerquetti, een kanjer van een sopraan, van wie veel te weinig bewaard is gebleven.

Ook de rest van de cast mag er wezen: Angelo Lo Forese (kent iemand de zanger nog?) als Carlo, Ettore Bastianini als Rodrigo, Fedora Barbieri als Eboli en de grote Italiaanse bas Cesare Siepi als Filippo. Met de laatste ben ik behoorlijk blij, want merkwaardig genoeg heeft hij die rol nooit in de studio opgenomen.


Don Carlo met Jonas Kaufmann: DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

DON CARLOS in Antwerpen 2010

Advertenties

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

don-carlo-salzburg

We leven in een merkwaardige tijd, ook wat opera betreft. De zwaarste opera’s van Wagner worden wereldwijd uitgevoerd, waarbij men blijkbaar geen moeite heeft met het vinden van geschikte Siegfrieds en Brünnhildes.

Ook de ene na de andere vergeten barokopera wordt afgestoft en perfect bezet met (onder andere) virtuoze countertenoren, een stemsoort waar men vijftig jaar geleden nog amper weet van had. En Rossini? Doen we even. Want tenoren die over de meest perfecte coloraturen en voluit gezongen hemelshoge noten beschikken, lijken tegenwoordig aan de bomen te groeien

Moeilijker wordt het opeens als je een opera van Verdi écht goed wilt bezetten. Wat is er gebeurd met de ‘voce Verdiane’? Wanneer heeft u voor het laatst een echte Verdi-bariton gehoord? Soms denk ik dat het met de tijdgeest te maken heeft. Of de mode…

Met dit gegeven in je achterhoofd valt de “all stars” uitvoering van Don Carlo (Salzburg august 2013) dan nog wel mee, al kunnen de fraaie kostuums en de werkelijk fenomenale regie niet verhullen dat er hier iets wezenlijks ontbreekt. De op zich schitterende stemmen klinken mooi, maar niet echt idiomatisch waardoor hun karakters niet helemaal uit de verf komen.

Carlo is een killer van een rol. Het is een typische rol voor een echte lyrico spinto. Met de nadruk op lyrico, maar dan wel met een power van een heldentenor. Ettelijke tenoren hebben zich er aan vertild, wat hen uiteindelijk hun stem kostte. Denk aan José Carreras of Rolando Villazón. Geen wonder dat zo weinig tenoren zich eraan wagen!

Ik ben niet kapot van de Carlo van Jonas Kaufmann. Hij speelt hem voortreffelijk, dat wel, maar hij kan mij Luis Lima (kent iemand hem nog?) in de rol niet doen vergeten. Zijn stem vind ik te aanwezig, bij vlagen zelfs te hard. Bij Kaufmann groeit Carlo tot heroïsche dimensies, maar Carlo is geen echte held, hij is een mietje, zonder eigen smoel en zonder ruggengraat.

Anja Harteros is voor mij geen Elisabetta. Zij zingt prachtig, dat wel, maar zij weet mij nergens te ontroeren. Ik vind het soms echt “gemaakt”, kunstmatig bijna…

Met Thomas Hampson als Posa ben ik gauw klaar: laagte heeft hij niet en zijn hoogte is geknepen. Zijn zingen heeft bij vlagen iets van een sprechgesang. Het is triest, maar waar: zijn hoogtijdagen zijn voorbij. Zelfs in zijn acteren kan hij mij maar matig overtuigen; voor de rol van Rodrigo is hij te ijdel.

Ook van de Eboli van Ekaterina Sementchuk kan ik niet echt warm worden. En alweer: de stem is er, zij zingt zonder meer goed, maar nergens lukt het haar om een diep in haar ziel gekwetste prinses te worden. Nergens kan ik de ‘gewonde tijger’ ontwaren. Het kolkt niet.

De oudgediende Matti Salminen daarentegen weet nog steeds iets van zijn Filippo te maken. Zijn stem is inmiddels versleten, maar is nog steeds roldekkend en zo is zijn portrettering. Zijn “Ella giammai m’amo!” is zeer ontroerend en zijn confrontatie met Il Grande Inquisitore (goede Eric Halfvarson) behoorlijk aangrijpend.

(meer…)