opera/operette/oratorium/koorwerken

Oresteia van Taneyev: de complete trilogie van Aeschylos

2277_djpack

Anders dan ‘Elektra’ van Richard Strauss of ‘Iphigenie en Tauris’ van Gluck (‘Orest’ van Trojahn laat ik gemakshalve buiten beschouwing) die zich op maar één episode uit de drama van Aeschylos richten, heeft Taneyev de hele trilogie als onderwerp van zijn opera gekozen.

We vangen aan met de terugkomst van Agamemnon uit de oorlog en eindigen met de door Athena opgeroepen rechtbank, die zich over de schuld en boete van Orestes moet buigen. Maar vóór het zo ver is wordt Agamemnon door zijn vrouw en haar minnaar Aigisthos vermoord. Beiden worden op hun beurt gedood door Orestes, die met de hulp van zijn zus Electra wraak neemt op de moord van zijn vader.

In het laatste deel roept Orestes – tot waanzin gedreven door de hem achtervolgende furiën – de hulp in van Athena, waarna de rechtbank volgt.

Maar liefst twaalf jaar heeft Teneyev aan zijn opera gewerkt. Hij was eenmaal geen snelle  schrijver en het componeren betekende voor hem echt zwoegen. Het resultaat is tegelijkertijd overweldigend en bevreemdend.

Oresteia is een zeer atypisch werk voor een Rus, zeker uit die tijd. Of dat een reden was voor de totale vergetelheid weet ik natuurlijk niet, maar het zou zo maar kunnen.

Daar, waar zijn tijd- en landgenoten hun ogen strak op hun vaderland en zijn geschiedenis wijd open hielden, week hij uit naar de Griekse tragedie, waarbij hij ook de klassieke vorm niet uit het oog verloor. Taneyev zelf noemde zijn werk dan ook geen opera, maar een muzikale trilogie.

Toch: al is de thema en haar uitwerking zeer on-Russisch, de muziek is het ontegenzeggelijk wel. Neem alleen al de in de beste Russiche traditie gecomponeerde grote aria van Cassandra. Haar arioso met de daarop komende koor is één van de absolute hoogtepunten van de opera. Ongewild moet ik dan aan Khovansjtsjina van Moessorgsky denken en de muziek die hij voor Marfa heeft gecomponeerd.

De indruk wordt natuurlijk ook versterkt doordat het libretto in het Russisch is geschreven. Die, zeer melodische taal kent nu eenmaal zijn eigen muzikale regels.

Ik ken geen van de (in de rolverdeling alleen met hun achternaam vermeldde) zangers, maar de uitvoering is, voor zo ver ik het kan beoordelen – zonder enig vergelijkingsmateriaal is het best lastig – zonder meer goed.

De grootste indruk maakte op mij N. Tkachenko (Cassandra). Haar sopraan klinkt blij vlagen best scherp, maar dat mag wel, zeker omdat zij met zo ontzettend veel gevoel en betrokkenheid zingt. Haar grote “visioen aria” is ronduit verscheurend. Kippenvel.

I.Dubrovkin (Orest) beschikt over een mooie, lyrische tenor. Zijn hoogte is af en toe een beetje geknepen en soms overschreeuwt hij zich. Maar in de rustigere momenten klinkt hij echt mooi. Kwestie van het orkest een beetje dimmen?

Electra (T.Shimko) klinkt behoorlijk hysterisch. Ik snap dat (een beetje) wel, maar haar hoge noten zijn niet altijd zuiver en in vind haar stem aan de dunne kant.

I.Galushkina, een echte Russische mezzo met veel borsttonen, zingt Clytamnestra. Zeer indrukwekkend. Toch: in haar gesprekken met Aegisthus (fantastische bariton A. Bokov) laat zij zich ook van haar fragiele kant zien. Bokov’s geluid is zeer mannelijk en heroïsch, wat Clytaemnestra’s verliefdheid zeer aannemelijk maakt.

V.Chernobayev (Agamemnon) stelt mij een beetje teleur: zijn bas is best indrukwekkend, maar echt zuiver klinkt hij niet en af en toe ontbreekt het hem aan laagte.

De muziek is bij vlagen zeer filmisch, maar ik vermoed dat er veel meer in zit dan het orkest van het Belorussian Bolshoi Theatre onder leiding van Tatjana Kolomijtseva eruit weet te halen.

De opname uit 1965 klinkt behoorlijk dof en gesluierd en ik zou er veel voor over hebben om het werk in een nieuwe, moderne opname te kunnen beluisteren. Vooralsnog is er geen keuze. Er is geen libretto, maar met de synopsis kom je er – min of meer – wel uit.


Sergei Taneyev
Oresteia. A music Trilogy.
V.Chernobayev, L. Galushkina, A. Bokov, T. Shimko, I. Dubrovnik, N. Tkachenko e.a.
Koor en orkest van het Belorussian Bolshoi Theatre of Opera and Ballet onder leiding van Tatiana Kolomitseva
Melodia  MEL CD 10 02277

Jevgeni Onegin door de ogen van Stefan Herheim

onegindvd

Jevgeni Onjegin is een ware ‘antiheld’. Sterker: hij is een nogal saaie en verveelde kwast. Door nalatenschap is hij een rijk man geworden en heeft toegang tot de high society, maar alles verveelt hem en eigenlijk weet hij zelf niet wat hij wil. Hij kleedt zich volgens de laatste mode, de vraag is alleen of hij het doet omdat hij van mooie kleren houdt, of omdat het nu eenmaal zo hoort.

Want hoe de dingen horen dat weet hij wel. Hij maakt ook amper een ontwikkeling door in de loop van de opera. Hij doodt zijn beste vriend en zelfs dat laat hem onberoerd. Pas aan het eind wordt hij ‘wakker’ en er komt iets van een gevoel bij hem binnen. Niet echt iemand aan wie je een opera kan ophangen, vandaar ook dat voor veel mensen de echte hoofdpersoon niet Onjegin maar Tatyana is.

Wellicht. Maar één ding weet ik zeker: de opera gaat niet over de geschiedenis van Rusland. Net zo min trouwens als de roman in verzen van Poesjkin, waar het libretto, geschreven door de componist zelf, zeer losjes op is gebaseerd.

Er zijn veel prachtige voorstellingen van de opera gemaakt: denk aan Carsen, Tsjernjakov of Deborah Warren, om maar een paar te noemen. Daar hoort Herheims visie volgens mij niet bij. Bij de première vijf jaar geleden was het DNO-publiek buitengewoon enthousiast en de meeste recensenten spraken er met lof over.

Zelf vond het een misselijkmakend samenraapsel van van alles: bruine beren, astronauten, geestelijken, KGB, circus, Syberië, tsaren en de nieuwe rijken (lees: de Russische maffia). Maar het allerergste wat Herheim deed was het om zeep helpen van één van de ontroerendste tenoraria’s uit de operageschiedenis. Terwijl de arme Lenski (prima Andrej Dunaev) afscheid neemt van zijn liefde en zijn leven, wordt het beeld verstoord door de weggevoerde gevangenen.

Om één van mijn Engelse collega’s te citeren: “If a director wants an opera of Pushkin’s Onegin he should write a new libretto and commission appropriate new music. Otherwise, he deserves a visit from Tchaikovsky’s vengeful ghost….”

Bo Skovhus, ooit één van mijn lievelingszangers, voor wiens Onjegin ik ooit naar Parijs ben afgereisd, was de rol inmiddels ontgroeid. Maar het is nog steeds heel erg fijn om naar hem te kijken en te luisteren.

Krassimira Stoyanova daarentegen vind ik nog steeds één van de ontroerendste Tatyana’s uit de geschiedenis en Mikhail Petrenko zet een zeer imponerende Gremin neer, al oogt hij te jong voor zijn rol.

Het KCO onder Mariss Jansons klinkt werkelijk fantastisch: Jansons dirigeert volovergave, met brede gebaren, maar ook zeer lyrisch.

Trailer van de productie:

 

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Jevgeni Onjegin
Bo Skovhus, Krassimira Stoyanova, Andrej Dunaev,
Mikhail Petrenko e.a.
Royal Concertgebouw Orchestra Amsterdam olv Mariss Jansons
regie: Stefan Herheim
Opus Arte OA 1067 D

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

61bf1t6tdfl-_sl1000_

We schrijven begin jaren zestig. De oorlog is misschien nog niet vergeten, maar toch wel echt voorbij, men mag weer vrolijk zijn en van het leven genieten.

Onder de passagiers op de oceaanstomer bevindt zich een Duitse diplomaat, die met zijn vrouw Lisa op weg is naar Brazilië, waar hij een belangrijke diplomatieke post gaat bekleden. Opeens doemt er een onbekende vrouw op, die Lisa met haar verleden confronteert. Totaal ontredderd voelt Lisa zich gedwongen om haar man haar verleden op te biechten.

Als actief lid van de SS is Lisa in Auschwitz geweest, waar zij als “aufseherin” heeft gewerkt. De onbekende vrouw doet haar aan Martha denken, een Poolse gevangene wier dood zij op haar geweten denkt te hebben. Of de onbekende vrouw daadwerkelijk Martha is, of dat Lisa, geplaagd door haar schuldgevoel het zich gewoon inbeeldt wordt in het midden gelaten. In haar gedachten gaat Lisa terug in de tijd naar de “hölle” en herbeleeft de gebeurtenissen van toen.

“Die Passagierin” (Пассажирка) was de eerste opera van Mieczysław Weinberg, een Poolse Jood die in 1939 naar de Sovjet Unie is gevlucht. Het in het Russisch geschreven libretto (auteur: Alexander Medvedev) is gebaseerd op een autobiografische novelle van de Poolse schrijfster Zofia Posmysz. Posmysz heeft haar – deels denkbeeldige – ontmoeting met haar vroegere aufseherin in de “ik” vorm geschreven, maar dan vanuit het standpunt van de ‘Aufseherin’ gezien.

Weinberg componeerde de opera in 1968, toen het antisemitisme in Polen en Rusland alweer op zijn hoogst was. Wat wellicht de belangrijkste reden was dat de opera pas in 2006 voor het eerst uitgevoerd werd en dan ook nog concertante.

De echte première vond plaats in Bregenz in 2010 in de meer dan voortreffelijke productie van David Pountney. Samen met Johan Engels (decor) ontwierp hij een enorm schip en liet de actie zich op twee niveaus afspelen. Het heden speelt zich af op de, voornamelijk in de kleuren wit en blauw (de hemel?) gehouden bovendek. En het donkere verleden is, gelijk je onderbewustzijn verplaatst naar de laagste regionen.

De opera werd voornamelijk in het Duits en het Russisch gezongen, maar haar twee grote aria’s zingt Martha in het Pools. Ook het Tsjechisch, Frans en het Grieks komen even voorbij.

De hele opera laat je niet koud, maar het absolute hoogtepunt voor mij is de uitvoering van de, in plaats van de door de kampcommandant bestelde wals, Chaconne in D van Bach. Waarmee Tadeusz (Martha’s verloofde) zijn lot bezegelt.

Teodor Currentzis is nooit mijn geliefde dirigent geweest, maar hier weet hij zichzelf te overtreffen. Nog nooit eerder heb ik hem zo voortreffelijk en betrokken horen dirigeren.

Alle rollen (en dat zijn er veel!) worden voortreffelijk gezongen.Elena Kelessidi is een zeer ontroerende Martha en als Tadeusz laat Artur Rucinski horen (en zien!) waarom hij het inmiddels tot één van de ’s werelds meest gevraagde baritons heeft gebracht. Ook Svetlana Doneva (Katja) en Roberto Saccà (Walter) weten mij te imponeren.

Maar allemaal verbleken ze bij Michelle Breedt. In haar perfect gevoerde stem heeft zij alle menselijke gevoelens opgeborgen. Om het even of het om liefde, angst, superioriteit of gekrenkte ego gaat: alles weet zij voorbeeldig over te brengen. Alleen al voor haar rol als Lisa verdient zij een Oscar!

De productie is op YouTube te vinden:

Mieczysław Weinberg
The Passenger

Michelle Breedt, Roberto Saccà, Elena Kelessidi, Artur Rucinski, Svetlana Doneva e.a.
Wiener Symphoniker onder leiding van Teodor Currentzis
Regie: David Poutney
Arthaus 109080

English translation:
MIECZYSŁAW WEINBERG: ‘THE PASSENGER’. English traslation

zie ook:
MICHELLE BREEDT interview in English

“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

SZYMON LAKS. Muziek uit een andere wereld