Nina_van_Essen

Brahms, Rachmaninoff en Zemlinsky, tragedies

Tekst: Neil van der Linden

Wat voor opera zou Brahms hebben geschreven, als hij een opera zou hebben geschreven? Ik moest daaraan denken in dit aan het thema ‘tragedie’ gewijde concert. Ik kom in elk geval muzikaal tot een collage van mijn favoriete stukken (van een componist waarvoor ik niet altijd warm loop): “Ihr habt nun Träurigkeit” uit Ein Deutsches Requiem, de bijna pre-Mahleriaanse Alt-rhapsodie, het bijna Wagneriaanse eerste deel uit zijn eerste pianoconcert, de passacaglia uit het eerste strijksextet, en vooruit ook het langzame deel uit het tweede, en misschien nog een stukje Liebeslieder-Walzer.

Én als overture de Tragische Overtüre. Waarmee dit NTR Matinee-concert begon. En wel tamelijk spectaculair. Canellakis liet het orkest verrassend open klinken, maar waar nodig met de juiste zwaarte. Die hoorns in het begin klonken fenomenaal, evenals verderop de replieken van de vooral lage strijkers. Alle vaste stijlkenmerken van Brahms komen in dit werk voor, maar precies goed gedoseerd, met een heldere schriftuur, en dat werd allemaal fraai uitgelicht door Canellakis en orkest.

Heldere schriftuur kun je niet zeggen van Rachmaninoff in zijn Dodeneiland, gebaseerd op symbolist Arnold Böcklins schilderij Die Toteninsel. Rachmaninoffs versie roept zelfs geen associaties op met het schilderij. De muziek is broeierig impressionistisch, terwijl het ‘lugubere’ van Böcklins verbeelding juist is dat het zo kraakhelder en sereen is. Niemand die dat beter aanvoelde dan Patrice Chéreau toen hij in zij legendarische Ring-enscenering in Bayreuth de Walkürenrots uitbeeldde als de rots op Böcklins schilderij. (Dat overigens pas in het tweede jaar, in het eerste jaar had hij de Matterhorn nagebouwd op het toneel. Voortschrijdend inzicht, of hij was op de terugweg van Bayreuth langs München gereisd, waar het werk in de Pinakotheek hangt. Erwin Olaf – had hij ooit maar een Ring-décor of zelfs überhaupt een operadecor mogen ontwerpen! – parafraseerde volgens mij Böcklin fraai in zijn serie Im Wald.) In dit Duitsige programma zou een ander op het schilderij van Böcklin geënte symfonisch gedicht misschien beter hebben gestaan, dat van Max Reger. Op YouTube vond ik een uitvoering door het Concertgebouworkest uit 1941 (!) onder de Duitse toenmalige geregelde Bayreuth dirigent Hermann Abendroth. Maar het is ook heel keurig opgenomen met het KCO door Neeme Järvi

In tijd zat Reger (geb. 1873) dicht aan tegen Zemlinsky (geb. 1871). Diens eenakter-opera Eine florentinische Tragödie is gebaseerd op A Florentine Tragedy van Oscar Wilde, wiens oeuvre ook Richard Strauss had geïnspireerd voor diens Salomé uit 1905 (en ook Schreker voor Die Geburtstag der Infantin an later nog eens Zemlinsky voor Der Zwerg). En net als in de stof voor Salomé lijkt de oorspronkelijke auteur zich in de stof voor Eine florentinische Tragödie zich verfijnd te verlustigen in het gedrag van de hoofdpersonen, waarbij familieleden elkaar in de val laten lopen, met navrante gevolgen, en als satire op de liefde die zonder wreedheid en immoraliteit niet lijkt te kunnen bestaan.

In Eine florentinische Tragödie betrapt een koopman, Simone, bij thuiskomst zijn echtgenote, Bianca, in bed met een edelman. De edelman moet het met de dood bekopen. Drie eeuwen eerder had componist/edelman Carlo Gesualdo zijn echtgenote en haar minnaar betrapt en doodde hen beiden. Als edelman ging hij toen vrijuit. Wildes verhaal vertelt niet hoe het was nu een burgerman een crime passionel had gepleegd, op een edelman nog wel.

De echtgenote overleeft het deze keer wel. Sterker nog, nu ze ziet hoe sterk haar man eigenlijk is wordt ze weer verliefd op hem. En hij vervolgens weer op haar. Bianca: ‘Waarom wist ik niet dat je zo sterk was?’ [Schekers partituur: Apotheotische geluiden uit het orkest.] Simone: Waarom heb je mij niet verteld hoe mooi je eigenlijk bent?’ Bianca zijgt op haar knieën neder en kunst haar geliefde. [Ende der Oper, aldus de partituur.]

Zemlinksky’s muziek werd door de Nazi’s Entartet verklaard. Maar Salomé was toch niet minder Entartet? Maar ja, Strauss was niet Joods, en zijn Der Rosenkavalier, hoewel in wezen niet minder ‘pervers’, had in de ogen van de burgerij veel goed gemaakt.

Enfin, Zemlinsky’s muziek bleek een kolfje naar Canellakis’ hand. Ook orkestraat dampten erotiek en wellust van het podium. Canellakis liet het orkest alle hoeken en gaten van de partituur zien.

De muziek fleemde, kookte, streelde en schroeide. Je hoort dat de muziek van de grote filmkunst eraan komt, en daarmee de Duitse Expressionistische filmkunst als geheel. En vervolgens, deels dankzij de uit Europa gevluchte artistieke diaspora, de Hollywood filmkunst.

En eigenlijk behoort Eine florentinische Tragödie nog tot de beste filmmuziek in wording. Verschillende ensceneringen laten dat zien, zoals die van De Nationale Opera een paar jaar geleden, en de zeer filmische registratie door de Livermore Valley Opera die ik in YouTube vond.

Er zat deze middag een bekende jonge, nieuw aangetreden rechtse partijleider in de zaal, en ik ben benieuwd wat zij ervan vond. Een ideoloog uit haar kringen (die ik overigens niet per se met haar vereenzelvig) had net geschreven: “Cultuurmarxisme haat alles wat Westers is. Klassieke muziek inderdaad (..) Wanneer bevrijden de hero leaders ons nu eindelijk van de cultuurmarxisten.”

Bij de NTR bevonden we ons deze middag natuurlijk in het hol van de ‘Staatsomroep’ en van de ‘Mainstream Media’. Enfin, geweldig dat zij er was. Haar voorganger kwam ook geregeld in het Concertgebouw, maar hij wijst alle muziekstijlen van na Rachmaninoff af.

Solisten: geweldig. De Oostenrijker Josef Wagner is een fraaie Wagneriaanse bariton die de plot van het verhaal stemtechnisch en theatraal soeverein vertaalde. Zelfs als Zemlinksky en in zijn voetsporen Canellakis het orkest even laat donderen tijdens de opperste extase in Simones rol blijft hij fier overeind.

De van geboorte Italiaanse tenor Attilio Glaser heeft de Deutsch Oper Berlin als thuishaven, wat er ongetwijfeld aan bijdroeg dat hij een ideale vertolker bleek van het Duitstalige repertoire gemengd met de Italianita in de door Zemlinsky voor hem geschreven rol.

En de Nederlandse mezzosopraan Nina van Essen van de Staatsoper Hannover overtuigde ook in haar in omvang beperktere maar vocaaltechnisch wel degelijk veeleisende rol.

Voor alle drie waren dit hun roldebuten in de Matinee. Ik hoop dat ze terugkomen.

Brahms: Tragische Ouvertüre in d, op. 81
Rachmaninoff: Het dodeneiland, op. 29
Zemlinsky: Eine florentinische Tragödie
Radio Filharmonisch Orkest
Karina Canellakis dirigent
Attilio Glaser tenor (Guido Bardi)
Nina van Essen sopraan (Bianca)
Josef Wagner bariton (Simone)

Gezien 27 september

Mooie uitvoering op Youtube van Eine florentinische Tragödie in combinatie met Puccini’s (ook in Florence gesitueerde) Gianni Schicchi, door de Livermore Valley Opera.

En in Amsterdam:

https://basiaconfuoco.com/2017/11/12/eine-florentinische-tragodie-gianni-schicchi-amsterdam-november-2017/

Regers Die Toteninsel, prachtige muziek, erg foute opname. Er zijn nog andere opnames.

Die Walküre derde dedrijf in de regie van Patrice Chéreau Bayreuth 1980 met Böcklins Die Toteninsel nagebouwd als decor.

Foto’s Neil van der Linden en twee foto’s uit Erwin Olafs serie Im Wald.

Discografie:

https://basiaconfuoco.com/2017/11/05/eine-autobiografische-tragodie-alexander-zemlinsky-deel-4-warum-hast-du-mir-nicht-gesagt/

De generatie die dacht dat ze gelukkig was

Tekst: Neil van der Linden

2001, 9/11 komt binnen.

We horen via het luidsprekersysteem Perry Como, een Amerikaanse ster-crooner van de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw, wiens stem een hele generatie heeft begeleid. Het is zijn ‘I can’t begin to tell you’. Dat lijkt al meteen een motto voor deze opera, waarvan de tekst is gebaseerd op interviews met ‘lucky ones’ die zijn geboren tussen 1940 en 1950.

Perry Como ‘I can’t begin to tell you’.

Halverwege wordt de song wreed onderbroken door een klankcluster uit de orkestbak. De bak zit verscholen tussen een halfcirkelvormige podiumstellage voorlangs en het voorste deel van het grote podium achterlangs. Van het grote podium wordt de hele voorstelling lang alleen dat voorste deel gebruikt. Dat brandscherm blijft de hele voorstelling lang gesloten. Op twee deurtjes na, waardoor zangers opkomen en weer afgaan. Achter die deurtjes zien we iets van een grijs-duistere ruimte.

Het Opera Forward Festival van De Nationale Opera programmeert twee opera’s in de grote zaal van het Muziektheater, deze, We are the Lucky Ones, en later de komende week, Oum, ‘de Umm Kulthum-opera’ van Bushra El-Turk. Mooi dat het uitdrukkelijk beleid is om de doelgroepen die je speciaal wil trekken ook naar de grote zaal te halen.

In de scenografie van Denis & Katya, de vorige productie van regisseur/librettist/vormgever Huffman en componist Venables bij DNO, werd de volledige toneelopening van de grote zaal geniaal gevuld met maar twee zangers, een paar stoelen en verder alleen belichting en video. Officieel was die vorige enscenering expres sober gehouden in verband met corona. Wat in dit geval tot een geluk bij een ongeluk leidde.

https://basiaconfuoco.com/2022/03/13/in-denis-katya-komt-de-actualiteit-binnendenderen-als-een-trein/)

Nu speelt de opera zich in feite helemaal af vóór de ruimte waar die vorige productie zich afspeelde. Een soort Plato-Symposion-achtige ‘andere helft’ van de vorige. In elk geval worden ruimte en decorelementen (wat papieren tekenvellen, een sinaasappel, een kandelaar, wat feestslingers en een trapleer) weer even geniaal gebruikt.

De muziek is ook al weer even effectief.  Philip Venables’ compositie is te beschrijven als een eclectische collage, af en toe lenend van big-band jazz en pop. Een procedé dat John Adams toepaste in Nixon in China, en nog eerder Ligeti in Le Grand Macabre. Het idioom is net als Adams postmodern tonaal (maar anders dan Adams niet minimal). Maar incidenteel ook gebruik makend van soms bijna Xenakisiaanse clusters. Zoals die midden in Perry Como’s ‘I can’t begin to tell you’.

Helena Rasker en Nina van Essen vieren de bevrijding van WOII

Na die cluster komen de zangers één voor één. Como’s ‘I can’t begin to tell you’ stamt uit 1945. Dat is het jaar dat de in de jaren veertig generatie in tweeën deelt. De eerste helft is nog tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren en vanaf 1945 kwamen de eerste ’babyboomers’: geboren. tussen 1946 en 1964 hebben ze vanwege de naoorlogse economische opbloei relatief goed gehad. Althans in het Westen. De ‘Lucky Ones’ komt uit de mond van één van de voor de opera geïnterviewden. ‘Zondagskinderen’, schreef de Volkskrant in een interview met de makers.

Maar de opera begint met de trauma’s waarmee voor degenen die nog tijdens WOII zijn geboren en eerst het ‘geluk’ hadden te overleven. Verdwenen ouders en andere familieleden, bombardementen, nauwelijks te eten hebben. Één geïnterviewde, wiens tekst wordt gezongen en gesproken door Frederick Ballentine, herinnert zich de eerste sinaasappel die hij/zij na de oorlog te eten kreeg en hoe zijn/haar moeder moest voordoen hoe je die schilt.

De zangers plakken papiervellen tegen de achterwand. Je waant je even terug op de kleuterschool, hoe je in de klas je tekening mocht ophangen. Maar de papiervellen zijn leeg.

Vervolgens worden op de vellen, die steeds meer ruimte beslaan, jeugdfoto’s en jeugdfilmpjes geprojecteerd, waarschijnlijk authentieke, van de geïnterviewden, en authentiek ook in de zin dat kleuren zijn vervaagd.

We wanen ons bij familie-dia- en film-avondjes van vroeger, het enorme toneel wordt zowaar eventjes knus. De eerste schoolsport, de tennisclub, zwemmen tijdens vacanties. Iets later het eerste zoenen tijdens schoolfeestjes.

Maar intussen dringen ook wereldgebeurtenissen binnen. Orkest en zangers brengen stijgende notenreeksen ten gehore, bij beelden die indertijd in alle huiskamers binnendrongen van de raketten die vanaf Cape Canaveral opstegen. We horen ook flarden televisie en radio over moord op Kennedy

Er wordt getrouwd

Na de jaren van het zoenen volgden de jaren van het trouwen. Voor menigeen bracht de huwelijksnacht de eerste echte seks, en de onzekerheid daaraan voorafgaand lijkt ook af te stralen van de gezichtsuitdrukkingen in de trouwfilmpjes. De eerste kinderen worden geboren.

Een deel van de wereldgebeurtenissen lijkt trouwens conspicuous in its absence niet door te dringen in de wereld van de geïnterviewden. Congo, Algerije, Vietnam, de Midden-Oosten-oorlogen, de flower power, maar ook de Parijse studentenopstanden, de Praagse Lente, gebeurtenissen waaraan het programmaboekje juist wel refereert. Men is bezig met zijn kinderen, het tweede huis, eventueel nog in extra huis in Italië.

Jacquelyn Stucker, Germán Olvera en Alex Rosen zijn verwikkeld in iets relationioneels

Er zijn ook al echtscheidingen. Het vallen van de Berlijnse muur komt ter sprake vanwege een echtscheiding, via een vrouw die vertelt hoe de dag voor het vallen van de muur haar echtgenoot is vertrokken en die als gevolg van het wegvallen van het sociale vangnet van de DDR niet weet hoe ze voor haarzelf en haar kinderen kan blijven zorgen.

Miles Mykkanen beleeft de val van de muur

1999 komt in beeld: de angst dat alle computers wereldwijd zouden stilvallen, maar ook hoe mensen chic gekleed en met champagne het nieuwe millennium inluidden. Op het toneel worden feest slingers uitgestrooid. Er wordt via beelden van vliegtuigen even aan 9/11 gerefereerd en aan de verwachting dat de wereld voorgoed zou veranderen.

Maar voor de geïnterviewden verandert er eigenlijk niet zo veel, behalve dat ze ouder worden. De zangers op het toneel dragen de hele voorstelling lang chique zoals de personages die wellicht bij het millenniumfeest droegen.

Na de scène met het millenniumfeest veegt een vrouw (Helena Rasker) de feestslingers op. Ze zingt over haar werkster die even oud is als zij en die haar werk niet meer zo goed doet. Maar ze kan het niet over haar hart verkrijgen haar te ontslaan, “want ze is zo aardig”. Maar misschien houdt ze de werkster ook omdat ze die zwart betaalt. Even komt de klasse van de minder geprivilegieerden om de hoek kijken. En anders dan in de less lucky ones uit dezelfde generatie die we bijvoorbeeld bij Nan Goldin zien gaan ook AIDS en drugscrises aan de geïnterviewden kennelijk voorbij.

Photographer Nan Goldin’s Brief But Spectacular take on survival:

En Iraq, Afghanistan, Tahrir, ISIS, anyone? Ted Huffman en interviewster/dramaturge Nina Segal hadden een andere doorsnee van de gekozen generatie kunnen kiezen, maar ze wilden juist deze ‘lucky ones’ portretteren. Maar ook voor deze ‘lucky ones’ ligt er onvermijdelijk trouble in paradise in het verschiet.

Er komen kleinkinderen. Een grootouder realiseert zich dat hij ‘I love you’ tegen zijn kleinkind zegt terwijl hij dat nooit zo tegen zijn kind had gezegd. Iemands hond gaat dood. Zal ze een nieuwe hond nemen, als ze op een leeftijd is waarbij het niet zeker is of ze niet eerder doodgaat dan die hond, wat egoïstisch zou zijn tegenover het dier? Maar nee, ze neemt toch een volgende hond, want de buren kregen net een nest met puppies. Foto van een schaterlachende oude dame met een schijnbaar eveneens schaterlachend hondje.

De aftakeling zet in. Ziekenhuisopnames. En zo naderen we het einde van de opera. De zangers verlaten één voor één het speelvlak, door de twee deurtjes in het brandscherm. Daarachter schemert nog steeds dezelfde duisternis die we in het begin zagen. The End.

De acht zangers zijn sterk. Claron McFadden is ‘One’ en speelt in het gezelschap de oudste personages.‘Two’ is Jacquelyn Stucker, die de minnares en de jonge moeder uitbeeldt. ‘Three’, Helena Rasker, zingt bijvoorbeeld ook de tekst van die Oost-Duitse moeder met kinderen die net de dag voor de Muur valt door haar echtgenoot wordt verlaten. Miles Mykkanen was afgelopen december een geweldige Alfred in Die Fledermaus. In die enscenering zat ook een acrobaat die een briljante tapdans-scene deed. Het lijkt wel alsof Mykkanen het kunstje toen heeft afgekeken, maar nu heeft ook een briljante tapdans-scène, uitgedost als Liberace, terwijl hij intussen een reeks vocale hoogstandjes ten beste geeft.

De zangers hummen ook in sommige passages fraai in unisono of meerstemmig mee met de instrumentale begeleiding, waardoor je je soms even afvraagt of het (altijd fraaie) koor van de opera deze avond niet toch ook acte de présence geeft. Een selectie uit het Residentieorkest speelt het instrumentale aandeel fraai. De selectie is zo klein dat het hele ensemble ook het podium op kan bij het applaus.

Tijdens het applaus komt iedereen weer één voor één op, nu op de tonen van Bonny Tylers ‘Total Eclipse of the Heart’. Waarom juist dat lied? Ik speculeerde even. Het stamt uit 1983. De tijd dat teenagerkinderen van sommige geïnterviewden het meebrulden. Ook de tijd waarin voor sommigen een midlife crisis begon, en de tijd waarin zo iemand als genoemde gescheiden Oost-Duitse moeder met kinderen zich nog even jeugdig voelde, of wilde voelen.

Bonny Tyler was trouwens ook een beetje ‘ordinair’, en ‘Total Eclipse’ of the Heart’ is haar enige song die blijvend herinnerd wordt. Dat is een niet misse prestatie. Maar oh, vergankelijkheid…..

(De song is trouwens geschreven door Jim Steinman, ook bekend van Meatloafs briljant-pathetische, door Steinman zelf ‘Wagnerian rock’ genoemde ‘Paradise by the Dashboard Light’, over een jong paar dat seks heeft ‘by the dashboard light’, met zwangerschap tot gevolg; een teenagerleed-opera in één song.)

One Claron McFadden
Two Jacquelyn Stucker
Three Nina van Essen
Four Helena Rasker
Five Miles Mykkanen
Six Frederick Ballentine
Seven Germán Olvera
Eight Alex Rosen

Residentie Orkest
Compositie  Philip Venables
Libretto  Nina Segal Ted Huffman
Muzikale leiding  Bassem Akiki
Regie en decor  Ted Huffman
Kostuums  Ted Huffman Sonoko Kamimura
Dramaturgie  Nina Segal, Laura Roling

Foto’s: © Koen Broos

Gezien 14 maart Nationale Opera

Finale IVC Opera Oratorium: een impressie

Tekst: Peter Franken

Op zaterdag 2 juli vond de finale IVC 2022 plaats in Eindhoven. De namen van de verschillende prijswinnaars zijn inmiddels al de wereld overgegaan, wat volgt is een algemene impressie van de finale avond.

Zeer toepasselijk werd door de eerste kandidaat de avond geopend met Wagners ‘Dich, teure Halle, grüß ich wieder’ uit Tannhäuser. De Portugese sopraan Silvia Sequeira, overigens woonachtig in Maastricht waar ze aan het conservatorium studeerde, gaf een uitstekende vertolking van deze populaire aria.

Ik hoorde dit stuk al zo’n 15 keer live in een theater en Sequeira eindigde in mijn waardering minstens in de top tien. Ze heeft een grote stem en had geen enkele moeite zich ten opzichte van het orkest staande te houden. Uiteraard zegt dat ook iets over Wagner dirigent Hartmut Haenchen die nooit geneigd is om daar een wedstrijd van te maken. Sequeira heeft het duidelijk in zich uit te groeien tot een dramatische sopraan en wie weet ook in het Wagner-vak. Na afloop kreeg ze terecht de Wagnerprijs van Nederland uitgereikt, beschikbaar gesteld door de Wagnerstichting Nederland.

Dat niet alleen Wagner haar goed afgaat liet Sequeira vervolgens blijken in haar ontroerende vertolking van Puccini’s ‘Sola, perduta, abbandonata’ uit Manon Lescaut. Direct bij de eerste kandidaat had ik al de indruk naar de uiteindelijke winnaar te luisteren en het publiek was in meerderheid dezelfde mening toegedaan. Maar meer dan de Publieksprijs zat er verrassend genoeg niet in.

De Poolse bariton Szymon Raczkowski zong vervolgens ‘Bravo signore padrone’ uit Le Nozze di Figaro, een veilige keuze maar ook een beetje voorspelbaar. In Onegins aria ‘Vy mne pisali’ uit Tchaikovsky’s Evgeni Onegin vond ik hem vooral een aardige typecast, slanke jonge man van even twintig. Echt veel indruk wist hij niet op mij te maken en op de jury kennelijk evenmin.

Als kort intermezzo volgde een optreden van de Tsjechische mezzo Jolana Slavikova die in de halve finales was gestrand maar mocht meedingen naar de Van Riemsdijk prijs voor het prijslied ‘Vermeer’s Gold’ van componist Bart Visman. De tekst is van Marc Pantus en het lied kon naar keuze worden gezongen in de Nederlandse of Engelse versie. Slavikova koos voor Engels en bracht het tamelijk komische lied over een zanger die moet optreden maar zich afvraagt waarom eigenlijk, min of meer ‘straight’. Met begeleiding door een volledig orkest klonk het alsof het ergens was opgeduikeld in een onbekende ‘American Opera’. Ik was er zeer tevreden over, mooie vertolking, wellicht ook iets voor Olivia Vermeulen op een komende cd.

Daarna weer een reguliere finale kandidaat, de Poolse tenor Stanislaw Napierala. Hij bracht Donizetti’s ‘Una furtiva lagrima’ uit L’elisir d’amore en Mozarts ‘Dies Bildnis’ uit Die Zauberflöte ten gehore. Hij heeft een mooi timbre en goede beheersing in de hoogte maar ik was er allerminst van onder de indruk. Het klonk me te geforceerd allemaal, met diepe keelklanken die van elke klinker een ‘ohh’ leken te maken. Een taalcoach of logopedist lijkt me wenselijk voor deze tenor. Zoals te verwachten (?) was de jury een andere mening toegedaan en ging Napierala aan de haal met de tweede prijs, beschikbaar gesteld door het Staetshuys Fonds.

Evenmin finalist maar meedingend naar de Marianne Blok prijs voor de beste coloratuur sopraan was Xueli Zhou. In de halve finale had ze naar verluidt veel indruk gemaakt met een aria uit Lakmé en tijdens de finale pakte ze uit met Händels ‘Tornami a vagheggiar’ uit Alcina. Als enige overgebleven mededinger was het feitelijk het ‘ophalen’ van een reeds gewonnen prijs. Maar dat liet ze niet merken, gaf werkelijk alles inclusie een feilloze hoge F.

Mezzo Linsey Coppens was de laatste kandidaat voor de pauze. Met ‘Enfin, je suis ici’ uit de derde akte van Massenets Cendrillon kon ze haar technische vaardigheden prima uitdragen maar de keuze voor deze monoloog in de finale heeft me verrast. Het is zeker niet Massenets meest aansprekende muziek en moeilijk om daar indruk mee te maken. Coppens’ vertolking liet weinig te wensen over maar als op zichzelf staand stuk ‘werkte’ het bij mij niet, hoewel ik de opera al meermalen in het theater heb beleefd. Haar tweede bijdrage ‘Sein wir wieder gut’ uit Strauss’ Ariadne auf Naxos kwam goed over het voetlicht. Authentiek Strauss maar ik miste het opgewonden puberale gedrag van de jonge Komponist in de vertolking.

Na de pauze was het de beurt aan de Tsjechische mezzo Jolana Slavikova die het ‘Laudamus te’ uit Mozarts Große Messe en Nicklausse’s grote aria ‘C’est l’amour vainqueur’ uit de tweede akte van Offenbachs Les contes d’Hoffmann te gehore bracht. Vooral die Offenbach vond ik schitterend, een aria die maar al te vaak wordt gecoupeerd.


De grote winnaar, tevens met zijn 34 jaar de nestor van het gezelschap, maakte zijn opwachting met het gelegenheidsariaatje ‘Di rigori armato’ waarmee de Italiaanse zanger met nodige onderbrekingen door Ochs ‘auditeert’ tijdens de levée van de Marschallin in Der Rosenkavalier. Om nu juist met dit stukje muziek aan te komen waarin Strauss Italiaanse tenoren op de hak neemt, vind ik bedenkelijk. De Russische tenor Andrei Danilov speelde kennelijk op zeker. Hij is al een gevestigd artiest die regelmatig bij Deutsche Oper Berlin te horen is en kwam duidelijk om een prijs op zijn cv te krijgen voor het te laat was.

Zijn tweede bijdrage had muzikaal meer niveau, de vrij onbekende aria ‘Torna ai felici’ waarin Roberto terugkijkt op een gelukkiger verleden in Puccini’s Le Villi. Los van de repertoire keuze moet ik stellen dat Danilov een prachtige tenor is, mooi timbre, fonetisch goed klinkende uitspraak, heel vast in de hoogte en dientengevolge ook zeer zelfverzekerd. Zijn Puccini werd gezongen met ingehouden pathos, mooi passend bij de tekst van de aria. Danilov had de concurrentie aan het werk gezien en gehoord en heeft op basis daarvan vermoedelijk verwacht te zullen winnen zonder veel extra risico te nemen. Niettemin vind ik dat de Opera Prijs en de Grand Prix ’s Hertogenbosch niet naar iemand zouden moeten gaan die met Strauss Spielerei meent te moeten aankomen in de finale.

Linsey Coppens kwam nog even terug om het Prijslied in de Nederlandse versie te zingen en dat leverde haar de Van Riemsdijk Prijs op. Aardige vertolking maar minder pakkend dan in het Engels.

De enige Nederlandse kandidaat in de finale was Tinka Pypker die zich bekwaam door Mozarts ‘Ach, ich fühl’s’ wist te werken, Pamina’s klaagzang uit Die Zauberflöte. Het verstilde karakter van dit stuk maakte vervolgens plaats door een spetterende vertolking van Musetta’s ‘Quando m’en vo’ uit Puccini’s La bohème. Leuk geacteerd maar vooral zeer goed gezongen. Ze heeft een stralende stem die ze niet alleen flink kan aanzetten maar ook zacht kan laten klinken. Persoonlijk vind ik dat erg belangrijk. Ik had haar meer gegund dan een ‘prijsloze’ afloop.

Voor het ophalen van de ‘Jong talent prijs’ mocht de Oekraïense bariton Yurii Strakhov tussendoor nog ‘Lieben, Hassen, Hoffen, Zagen’ komen zingen, Harlequin’s aria uit Ariadne auf Naxos. Toen hij auditeerde voor deelname aan het IVC was hij pas 19 jaar, dus echt een jonkie.

De enige finalist voor Opera en Oratorium dit jaar kwam als laatste aan de beurt. De Tsjechische mezzo Bella Adamova was uiteraard al van de Oratorium Prijs verzekerd maar dong nog mee naar de Grote Prijs. Die zou echter naar Danilov gaan. Ze zong ‘Urlicht’ uit Mahlers ‘Des Knaben Wunderhorn’ en ‘Pie Jesu’ uit het Requiem van Maurice Duruflé. Mooie vertolkingen, ik was er van onder de indruk.


Nina van Essen in haar “Jeroen Bosch” jurken:

Te afsluiting van het muzikale deel, gepresenteerd door Nina van Essen die memoreerde dat ze in hetzelfde jaar was geboren als waarin de gast die ze aankondigde een van de IVC laureaten was, zong de Oekraïense sopraan Olga Pasichnyk een concertaria van Mozart en een tweetal stukken van eigen bodem: het lied ‘The mountain stands so high’ en het woordloze ‘Melodia’.

Groot compliment voor de philharmonie zuidnederland die onder leiding van Hartmut Haenchen zich in een paar dagen tijd voortreffelijk had weten voor te bereiden op deze finale. Zoveel verschillende stukken en stijlen, bepaald geen sinecure.

Tot slot een opmerking over de gekozen stukken. Een operaconcours waarin het grote repertoire vrijwel geheel ontbreekt stemt tot nadenken. Geen enkele aria van Verdi, een paar Mozarts en Puccini’s. Een winnaar die aankomt met een niet serieus bedoeld ariaatje van Strauss, een tweede prijs voor de tenor die ‘Una furtiva lagrima’ zingt, daarbij moet ik inderdaad een traan wegpinken. Niet uit ontroering maar meer uit droefenis. Het is te hopen dat de volgende editie wat meer te bieden zal hebben op dit gebied.

Wie het nog terug wil luisteren:

Alle prijswinnaars op een rijtje:

Grand Prix City of ’s-Hertogenbosch € 7,500
Winner: Andrei Danilov, tenor (Russia, 1988

Opera Prize€ 7,500
Winner: Andrei Danilov, tenor (Russia, 1988)

Toonkunst Oratorio Prize€ 7,500
Winner: Bella Adamova, Mezzo-soprano (Czech Republic, 1992)

Wagner Prize of the Netherlands€ 3,000 cash prize, plus€ 2,000 scholarship prize
Winner: Sílvia Sequeira, Soprano (Portugal, 1992)
The ‘Wagnergenootschap Nederland’ has consciously chosen to create a prize that will continue the education and further professional development of the winner. This amount can also be used to cover the costs of participation in masterclasses given by a Wagner specialist.

Staetshuys Fund Prize€ 3,500
Winner: Stanisław Napierała, Tenor (Poland, 1997)
Second Prize for a Finalist in either the Opera or Oratorio category.

Young Talent prize of the Province of North Brabant € 3,500
Winner: Yurii Strakhov, Baritone (Ukraine, 2002)
The Young Talent Prize of the Province of North Brabant is awarded to a singer under the age of 25. The winner will be determined in the Semi-finals.

Van Riemsdijk Prize€ 2.500
Winner: Linsey Coppens, Mezzo-soprano (Belgium, 1993)
Prize will be given to the participant who best performs the compulsory piece Vermeer’s Gold by composer Bart Visman and lyricist Marc Pantus.

Marianne Blok Prize € 2,000
Winner: Xueli Zhou, Soprano (China, 1992)
For the most musically gifted coloratura soprano. The winner may also be determined in the First Round or Semi-finals.

Edwin Rutten & Annett Andriesen Audience Prize € 1,500
Winner: Sílvia Sequeira, Soprano (Portugal, 1992)

Prize Association Friends of the IVC€ 1,500
Winner: Irene Hoogveld, soprano (Netherlands, 1992)

Press Prize€ 1,000
Winner: Andrei Danilov, tenor (Russia, 1988)

Junior Jury Prize€ 500
Winner: Bella Adamova, mezzo-soprano (Czech Republic, 1992)
Awarded by students in voice and music theatre.

Het Internationaal Vocalisten Concours 2018: veel goede kandidaten, spannende halve finale en een teleurstellende finale

IVC finalisten

De finalisten van het 52ste IVC: Josh Lovell, Maria Novella Malfatti, Rosina Fabius, Claire Barnett-Jones. Jan Wouters, Nina van Essen, Katia Ledoux, Marie Perbost, Stefan Astakhov © Swinkels van Hees

De grote winnaar van de 52ste editie van het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) was de Canadese tenor Josh Lovell. Hij ontving zowel de Operaprijs als de Hoofdprijs. Of het terecht was? Voor mij – en de velen die ik sprak – niet.

IVC winnaar

Josh Lovell © Hans Hijmering

Zijn optreden in de halve finale vond ik al uitermate zwak. Zo zeer zelfs dat het mij verwonderde dat hij een plaats in de finale wist te bereiken. Goed: er waren niet zo veel tenoren in de competitie maar zijn ‘stem collega’ die ook ‘halfjes’ wist te bereiken, de onstuimige Turkse Ibrahim Yeşilay kon mij veel meer overtuigen. Zo ook de meer ingetogen ‘lyrico’, de Russische Yury Rostotsky.

IVC Josh L

Josh Lovell in actie © Hans Hijmering

Persoonlijk vond ik Lovell niet echt iemand waar ik met plezier naar luisterde. Dat de bravoure stuk ‘ Ah! Mes amis… Pour mon âme’ uit La fille du régiment met al die hoge C’s op een rijtje hem een enorm publieksapplaus heeft bezorgd is nogal wiedes: publiek houdt eenmaal van circus. Maar dat ook de jury er in trapte…. Afijn. Het kan ook aan mij liggen.

IVC Katia

Katia Ledoux © Hans Hijmering

Mijn absolute favoriet, Katia Ledoux werd beloond met de prijs van de Persjury. De zeer charismatische Franse mezzo wist mij al in de halve finales bijzonder te imponeren met haar (in een goed Russisch) gezongen Olga uit Evgeni Onegin. In de finale liet zij aan iedereen horen waarom de aria van Baba de Turk (The Rake’s Progress) door een mezzo gezongen moet worden en niet door een countertenor. Wat een rasartieste! Brava!

IVC_2018_FINALE__MG_5732

Stefan Astakhov © Hans Hijmering

De ‘baby-bariton’, nog maar 20-jarige Stefan Astakhov uit Duitsland vond ik een grootse belofte voor later. Hoe iemand op die leeftijd al over zo’n mooie, rijpe stem beschikt en zich daarbij ook op de bühne weet te presenteren, die zo taalgevoelig is en met veel tekstbegrip in meerdere talen zingt, die verdient meer dan alleen een prijs voor de jongste kandidaat.

Zijn optreden tijdens de halve finale waarbij hij een zeer ontroerende ‘Look! Through the port comes the moonshine astray! (Billy Budd) en een aria uit de zarzuela ‘ La del Soto del Parral’ van Reveriano Soutullo Otero  maakte hem voor mij niet alleen tot één van de allerbeste kandidaten maar ook de potentiële winnaar.

Helaas was zijn finale iets minder spectaculair. Wellicht lag het aan de keuze van ‘Es ist genug!’ uit Mendelssohns Elias, ik denk niet dat oratorium zijn sterkste kant is. Dat bewees hij des te meer met een ongekend prachtig en met veel passie gezongen aria van Silvio uit I Pagliacci.

IVC Wagner

Helena Koonings, Leo Cornelissen en Claire Barnett-Jones © Wagnergenootschap Nederland

De Britse mezzo Claire Bernett-Jones werd terecht beloond met de Wagnerprijs Nederland. Fantastische zangeres inderdaad, bovendien ook – eindelijk – een echte mezzo met een grote strot, uitstekende laagte en een gouden gloed in haar timbre. Ook haar presentatie op de bühne was uitstekend al was de keuze van haar jurk niet echt gelukkig te noemen. Haar Wagner was inderdaad kolossaal, maar met haar heks uit Hänsel und Gretel sloeg ze de plank behoorlijk mis. Jammer.

Er was nog één winnares van Wagnerprijs, Helena Koonings. De Nederlandse sopraan kreeg van het Wagnergenootschap Nederland een stipendium voor de Bayreuther Festspiele 2019.

IVC Nina-van-Essen-foto-Hans-Hijmering-768x512

Nina van Essen © Hans Hijmering

De Nederlandse sopraan Nina van Essen (24) mocht dankzij de ‘wildcard’ door het publiek uitgereikt na de halve finales ook in de finale meedoen. Persoonlijk was ik niet echt onder de indruk maar zij is ook heel erg jong. Dat zij publiekslieveling was, was nogal wiedes dus na afloop van het concours mocht zij ook de Publieksprijs in ontvangst nemen.

IVC Marie P

Marie Perbost © Hans Hijmering

De Dioraphte Award voor de vertolking  van ‘Oh che tranquillo mar’ van Sylvia Maessen ging zeer terecht naar de Franse sopraan Marie Perbost. De Française wist mij ook in haar operarepertoire bijzonder te imponeren, haar vertolking van ‘Me voilá seule dan la nuit’(Les Pêcheurs de perles) was zeer exemplarisch. Voor mij was zij, naast haar landgenote Ledoux de beste kandidaat die avond.

De Oratoriumprijs ging naar de Nederlandse mezzo Rosina Fabius. Of het terecht is valt moeilijk te zeggen aangezien zij de enige kandidate was in die categorie. Zelf vond ik haar vertolking van ‘Erbarme Dich’ (Matthäus-Passion) nogal aan de saaie kant – ik geeuwde meer dan dat ik ontroerd werd, maar dat kon ook aan de slome begeleiding van Hartmut Haenchen liggen.

Over Haenchen ben ik trouwens sowieso niet te spreken. Waar het aan lag weet ik niet – te weinig repetities? Orkestleden die niet echt op één lijn zaten? – we hadden ten slotte met een voortreffelijke, wereldberoemde maestro te maken, maar de tempi lagen over de gehele linie heel erg langzaam, zo langzaam dat de boel af en toe gewoon stil stond.

Maar de echte winnaar van de competitie was – en blijft – Annett Andriessen. Na twaalf jaar van een ongelooflijke inzet en fantastische leiderschap (iets waarvoor zij met speeches, staande ovatie, bloemenweelde en een ‘bescheiden’ bouquet van symbolische twaalf rozen werd gehuldigd) het stokje heeft overgedragen aan Ivan van Kalmthout.

De avond werd besloten door de waanzinnig (nomen omen) goed gezongen ’Il dolce suono’ uit Lucia di Lammermoor door de voormalige prijswinnares van het IVC, Lenneke Ruiten. Het was top.

Annett Andriessen: ik zal je heel erg missen!
Ivan van Kalmthout: ik wacht met spanning op je eerste concours en wens je veel geluk. Tot volgend jaar!

Zie ook : website van het Internationaal Vocalisten Concours.

Meer over IVC:
Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014
IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015
ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S