Georges_Bizet

DE REPRISE VAN ‘LES PËCHEURS DE PERLES’ IN ANTWERPEN

Tekst: Ger Leppers

Reprises van operaproducties moeten het vaak stellen zonder de glans van de eerste voorstellingenreeks. Niet alleen is de verrassing eraf, ook de bezetting is doorgaans niet helemaal van hetzelfde niveau, de regisseur stuurde een assistent, er sluipen haast ongemerkt kleine slordigheden in het spel.

Het schoolvoorbeeld van dit verwateringsverschijnsel in Antwerpen was de productie van ‘Cosí fan tutte’ van Guy Joosten, die in de loop der jaren vele malen hernomen is. Het was aanvankelijk een overrompelende voorstelling, die ik nog steeds beschouw als één van de geslaagdste operaproducties die ik ooit zag – en het doet mij des te meer plezier dat te kunnen melden omdat ik doorgaans geen liefhebber ben van het vaak wat oppervlakkige, voor de hand liggende en soms zelfs wat platvloerse werk van deze Belgische regisseur.

Na de eerste voorstellingenreeks, met onder meer een Véronique Gens in grootse vorm, en met een geïnspireerde Lawrence Renes op de dirigentenbok, verloor de voorstelling in de loop van de talrijke reprises geleidelijk aan een deel van haar allure. En zelfs toen Guy Joosten voor de laatste reprise van de inmiddels internationaal verspreide productie zelf nog eens het heft in handen nam en de een beetje in routine verzonken boel terdege afstofte en opfriste, was er misschien te veel tijd verlopen sedert de oorspronkelijke invallen: zelfs hij kon de oude sprankeling slechts ten dele terugbrengen.

Maar met de heropvoering van Bizets Les Pêcheurs de perles waren we ditmaal nu eens getuige van het tegenovergestelde verschijnsel: de nieuwe voorstelling overtreft – althans met de bezetting die ik aan het werk zag – de eerste, uit 2018 in kwaliteit.

 

Het verschil met de premièrereeks was al te horen nog voordat er ook maar één noot was gezongen. De nieuwe dirigent, de jonge Belg Karel Deseure, had het orkest van Opera Ballet Vlaanderen volledig in de hand, zowel waar het genereus en krachtig moest spelen als op de momenten dat subtiliteit geboden was, en ik zat onmiddellijk recht in mijn stoel. Overdreven pathos en bombast kregen geen kans, en Bizets heerlijke muziek, of die nu luid was of zacht, klonk steeds precies, warm en bezield.

Ook het acteerwerk van de cast was de hele avond alerter en preciezer dan ik mij van vijf jaar eerder herinnerde. Het verschil, besloot ik, zat hem vooral in kleine dingetjes, een preciezere timing van een reactie, gespeelde kleine aarzelingen van een moment, een blik hier en daar, al die dingen die aan levend theater zijn bijzondere, zo unieke vorm van magie en gezamenlijk beleefde vibraties meegeven.

Misschien, overwoog ik, hebben de twee zangerscast – die elkaar in deze productie afwisselen – zich tijdens de repetities in een gezonde emulatie en uitwisseling van ideeën aan elkaar opgetrokken? Ik zou dat niet kunnen of durven zeggen, maar hoe dan ook, de nieuwe instudering onder leiding van Fanny Gilbert-Collet verdient het om apart in het zonnetje gezet te worden.

Het is de regie, door het Antwerps theatercollectief FC Bergman, die door Opera Ballet Vlaanderen als belangrijkste wapenfeit met betrekking tot deze productie wordt genoemd. Het verhaal, over een verbroken jeugd-eed (bezongen in het beroemde duet ‘Au fond du temple saint’) tussen twee vrienden en de latere confrontatie met de gevolgen daarvan, is door de FC Berglieden geheel uit de exotische context gehaald.

Zowel het personage van de priester Nourabad als alle verdere religieuze aspecten zijn uit het verhaal verwijderd. Ik vond dat een verarming, omdat daarmee een belangrijke kant van het verhaal verdwijnt: het conflict tussen individuele gevoelens en maatschappelijke en religieuze dwang. Overigens is de muziekpartij van Nourabad in de voorstelling wel gehandhaafd. Die wordt nu gezongen door een incarnatie van de jonge Zurga.

Als gevolg van deze schrappingen ligt de nadruk in deze regie vrijwel uitsluitend op een andere kant van het verhaal. De tijd tussen de allesbeslissende gebeurtenis in de jeugd van Nadir en Zurga en het moment van handeling is zo ver mogelijk opgerekt: het weerzien van de twee vrienden vindt plaats in een verzorgingstehuis, tussen rollators en brancards, met het mortuarium om de hoek.  Zo wordt deze Les Pêcheurs de perles een voorstelling die vooral gaat over de kracht waarmee jeugdherinneringen en daden uit vroege levensjaren ons doen en denken ons leven tot aan het einde toe beheersen.

FC Bergman staat erom bekend dat ze de zaken groots ter hand nemen. Ooit zetten ze de parterre van de Antwerpse Bourlaschouwburg compleet onder water. Ook in ‘Les Pêcheurs de perles’ pakken ze flink uit. Een imposant draaitoneel maakt een lange reeks van snelle scènewisselingen mogelijk, met name naar een, door een overweldigende, gestolde golf bedreigd, strand waar enkele verstilde sleutelmomenten van de opera zich afspelen.

Gelukkig waren de zangers niet alleen in hun acteren goed, maar ook in wat toch hun voornaamste taak is: zingen. Erg graag had ik Quirijn de Lang gehoord in de rol van Zurga, maar hij maakte deel uit van de andere bezetting. Over de Turkse bariton Kara Karagedic had ik me echter geenszins te beklagen.

Sopraan Elena Tsalagova zong en speelde opnieuw de vrouwelijke hoofdrol van Léïla met groot gemak en naturel. Ze is daarin duidelijk gegroeid ten opzichte van eerste voorstellingenreeks van vijf jaar terug en was de ster van de avond.

De mooie Belgische tenor Marc Laho maakte van de aria ’Ah, je crois entendre encore’ het hoogtepunt waar ik me zo op verheugd had, en zong ook de rest van zijn partij tot ieders volle tevredenheid. Over het koor, dat in deze opera een grote rol speelt, al evenzeer niets dan goeds: het klonk sonoor of subtiel, naargelang van wat de dankbare partituur van Bizet vraagt.

Zo werd het een voorstelling die muzikaal eigenlijk niets te wensen overliet, het oog geen moment de kans gaf om zich te vervelen, en mij alleen intellectueel niet helemaal kon bevredigen. Maar een mooie avond was het wèl.

Georges Bizet: ‘Les Pêcheurs de perles’
Muzikale leiding: Karel Deseure
Regie, scenografie en lichtontwerp: FC Bergman (Stijn Aerts, Marie Vinck, Thomas Verstraeten, Joé Agemans
Kostuumontwerp: Judith Van Herck
Instudering regie: Fanny Gilbert-Collet
Koorleiding: Jan Schweiger
Dramaturgie: Luc Joosten

Léïla: Elena Tsaliagova
Nadir: Marc Laho
Zurga: Kartal Karagedic
Nourabad/Jonge Zurga: Jacob Abel
Jonge Léïla: Bianca Zueneli (dans)
Jonge Nadir: Jan Deboom (dans)
Koor en Symfonisch Orkest van Opera Ballet Vlaanderen

Voorstelling bijgewoond op 29 december 2024 in Antwerpen

Foto’s :@Annemie Augustijns

Les pêcheurs de perles

Tekst: Peter Franken

Alessandro Allori, La Pêche des perles (1570-72)
Palazzo Vecchio (Florence)

Het verhaal van Bizets ‘Parelvissers’ is wel zo’n beetje bekend: een driehoeksverhouding, gecompliceerd door plechtige beloftes. De jeugdvrienden Nadir en Zurga zijn beiden in vuur en vlam zijn gezet door de verschijning van de ‘living goddess’ Leila, enigszins te vergelijken met Kumari in Kathmandu. Om hun vriendschap te redden beloven ze elkaar plechtig om af te zien van elke poging om deze vrouw voor zich te winnen. Vandaag de dag zou dit een Pinky Swear worden genoemd, heel plechtig dus.

Nadir heeft zich hier echter niet aan gehouden, maar is Leila op afstand blijven volgen. Zij op haar beurt heeft hem opgemerkt en voelt zich als het ware gesteund door zijn aanwezigheid in haar omgeving. Dat Nadir terugkeert naar zijn geboortedorp is dan ook niet toevallig. Hij heeft vermoed dat ze als tijdelijke beschermengel voor de parelvissers is ‘ingehuurd’ en wordt op zijn wenken bediend.

Leila schrikt als ze hem ziet maar zweert niettemin dat ze kuis zal blijven en geen man in haar buurt zal laten komen. De dorpsgemeenschap reageert furieus als blijkt dat Leila haar eed heeft geschonden. Dat is begrijpelijk als je beseft hoe belangrijk haar rol is voor de vissers die telkens weer de dood in de ogen zien als ze naar parels duiken. Een beschermengel die niet deugt is zoiets als een kapot net onder een trapezewerker. Leila moet bidden en zingen om de boze geesten op afstand te houden maar dat heeft slechts zin als ze een kuise aardse godin is.

Ook bijgeloof kent zijn regels.

La Fenice

Pier Luigi Pizzi maakte in 2004 een fraaie productie van dit werk voor Teatro La Fenice. Van de voorstellingenreeks is een opname op dvd uitgebracht door Dynamic. Het toneelbeeld oogt zeer authentiek hindoeïstisch, conform de plaats van handeling in het noorden van Ceylon. De vrouwen zijn in elk geval gekleed in sari en het decor bestaat uit een stupavormige tempel die wordt bekroond door een overmaatse lingam.

Pizzi heeft de beschikking over een prima ballerina in de persoon van Letizia Giuliani en dat wil hij graag laten zien. In elke scène waarin over Leila wordt gesproken of gemijmerd is deze fraaie dame op de achtergrond te bewonderen.

Het houdt het mannelijke deel van het publiek in elk geval scherp, temeer daar Annick Massis duidelijk te oud oogt voor deze rol. Ze kan onmogelijk doorgaan voor een jonge maagd. Zang technisch is ze een uitstekende keuze, haar grote aria ‘O dieu Brahma’ komt goed uit de verf, zuiver en zonder te forceren in de hoogte.

Annick Massis in Me voilà seule, Comme autrefois:

En in ” Me voilà seule dans la noit”

Yasu Nakajima is klein van gestalte en nadrukkelijk Japans en oogt dus niet erg overtuigend als Nadir  Maar evenals Massis weet hij dit prima te compenseren door goed verzorgde zang. Zelfs met de hoge ligging van de aria ‘Je crois entendre encore’ heeft hij vrijwel geen moeite.

Luca Grassi is een mooie typecast als Zurga en weet in theatraal opzicht de meeste indruk te maken. Zijn grote moment komt in de eerste scène van de derde akte als hij zich vol wroeging realiseert dat zijn vriend Nadir de dood wacht als gevolg van zijn jaloezie.

Maar als Leila hem smeekt Nadir te sparen omdat zij meer om hem geeft dan om haar eigen leven, laait zijn woede weer op. Grassi maakt er een bloedstollende scène van en krijgt daarbij alle medewerking van een aanvankelijk smekende en later furieus agerende Leila. Luigi de Donato completeert het viertal protagonisten als een adequate Nourabad.

Behalve als soliste zien we Giuliani ook aan het werk in een serie balletten met een choreografie die duidelijk geënt is op Indiase dans, met veel gebruik van armen, polsen en handen. Het wordt allemaal voortreffelijk uitgevoerd en draagt in hoge mate bij aan het succes van de voorstelling.

Muzikaal is over de hele linie de uitvoering zeer goed verzorgd, zowel de solisten, het koor als het orkest maken er iets moois van. Jammer eigenlijk dat er in Nederland nog steeds een beetje denigrerend over de Parelvissers wordt gedaan, geen werk dat je als echte liefhebber serieus kan nemen. Het tegendeel is het geval, Bizet heeft een prachtig melodieus werk geschapen dat minstens zoveel aandacht verdient als zijn Carmen. Marcello Viotti heeft de muzikale leiding.

De hele opera staat op YouTube:

Foto uit de vervlogen tijden:

From left to right: Giuseppe De Luca (Zurga), Frieda Hempel (Leila) and Enrico Caruso (Nadir), in the New York Met 1916

2 x LES PÊCHEURS DE PERLES

Les Pêcheurs de perles van Bizet maar dan net even anders

Welke Carmen moet ik hebben? HELP!

Carmen domingo-carmen-wiener-staatsoper-kleiber

In de prehistorische tijden, toen de kijkcijfers alleen niet zaligmakend waren en er rekening werd gehouden met het cultuurminnende publiek, kwamen ook televisiekijkende operaliefhebbers aan hun trekken. Op een avond in 1982 werd er op de Nederlandse televisie Carmen uitgezonden.

Waarom ik toen ben gaan kijken? Geen idee, ik hield immers niet van de opera. Of het moest vanwege een toenmalig vriendje zijn geweest die een groot liefhebber was van alles wat met Spanje te maken had. Nou, ik heb het geweten. Vanaf die avond was de wereld dezelfde niet meer, en mijn leven een grote liefde rijker.

U begrijpt natuurlijk wel dat deze Carmen (opname uit 1978 van de Wiener Staatsoper) voor mij de ultieme is geworden. En al moet ik toegeven dat Escamillo (een povere Yuri Mazurok) in niets lijkt op een toreador, en dat Carmen (Elena Obraztsova) een zwaar Russisch accent heeft – het is allemaal onbelangrijk. Al bij de eerste maat van de ouverture slaat je hart over. Je gaat op het puntje van je stoel zitten tot de laatste noot is uitgeklonken en je erachter komt dat het al heel laat is geworden, en je kat gevoerd moet worden.

Het is voornamelijk de schuld van Carlos Kleiber. Hij komt op, een jonge Rutger Hauer-achtige verschijning, heft de armen op, en… beng! Zijn armen zwieren door de lucht als lichtvoetige danseressen en worden één met het orkest. Nooit eerder hoorde ik de melodische lijnen zo in elkaar overvloeien, nooit eerder maakte ik een duizelingwekkender begin van de tweede acte mee, zo in contrast met de overgang naar III.

De enscenering is superrealistisch, met bijzonder veel oog voor de kleinste details. Het lijkt meer een film dan een opera in het theater, maar ja, de regisseur heet dan ook Franco Zefirelli.

Deze Carmen betekende voor mij ook de eerste kennismaking met het fenomeen Plácido Domingo: een tenor met een gouden keel en een stem van fluweel. Dat hij ook nog eens een aantrekkelijke man was en goed kon acteren, maakte dat ik tot over mijn oren verliefd werd. Dat ik niet alleen was, dat werd me meteen duidelijk: na ‘La fleur que tu m’avais jetée’ kreeg hij een eeuwigdurend applaus. (Arthaus Musik 10909)

Afbeeldingsresultaat voor Carmen Kaufmann

Iets vergelijkbaars gebeurde mij in 2011, toen de BBC een saaie Kerstmiddag opvrolijkte met een operatransmissie uit de Londense Covent Garden. Orkestraal is deze Carmen iets minder spectaculair dan bij Kleiber. Antonio Pappano is een gepassioneerde dirigent en zweept het orkest van het Royal Opera House tot ongekende hoogtes, maar mijn gevoel van knock-out werd deze keer veroorzaakt door de ongemeen spannende regie en fenomenale hoofdrolvertolkers.

Francesca Zambello schuwt sentimenten niet en zorgt voor een schaamteloos, realistisch spektakel, zonder updaten en concepten. De actie speelt zich daadwerkelijk in Sevilla af en het oog wordt getrakteerd op prachtige choreografieën en schitterende kostuums. Anna Caterina Antonacci is een zeer pittige en sexy Carmen, zeer uitdagend maar ook zelfbewust en trots. Haar prachtige zwarte ogen spuwen vuur, en haar mooie verschijning en een groot acteertalent verbloemen niet dat ze ook zingen kan: haar krachtige stem kent een scala aan emoties. Al met al: een echte tragédienne. Een echte Carmen.

Ildebrando D’Arcangelo is een fantastische, viriele Escamillo. Zijn opkomst op het grote zwarte paard is werkelijk spectaculair. Jonas Kaufmann is zonder meer de beste José die ik ooit in mijn leven heb meegemaakt. Zijn spinto tenor klinkt fenomenaal in alle registers, nergens gechargeerd en waar nodig lyrisch en fluisterzacht. Ook als acteur is hij niet te overtreffen, en zijn meer dan aantrekkelijk uiterlijk nemen we als bonus mee. U begreep het al: deze Carmen moet u hebben! (Decca 0743312)

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/81FurpsuPCL._SL1219_.jpg

Ook de in 2003 in Glyndebourne opgenomen voorstelling in de regie van David McVickar ziet er schitterend uit. Het toneelbeeld in de eerste twee aktes is zeer bedrijvig. De derde acte begint mistig, met spaarzame belichting (de belichting is überhaupt zeer vernuftig), zeer filmisch, en zeer ontroerend. In IV heb je alles wat nodig is om Sevilla te bevolken: de torero’s, de matadoren, de prachtig geklede Spaanse Doña’s en Donnen. Adembenemend.

De dood van Carmen (haar keel wordt zeer bloedig doorgesneden) is thrillerachtig spannend. Jammer genoeg wordt de hoofdrol vertolkt door Anne Sofie von Otter. Want laten we eerlijk zijn: Carmen is haar ding niet. In haar dappere pogingen om nog iets van het Spaanse temperament over te laten komen, verwordt ze tot een ordinaire del. Zonde. (OPUS ARTE OA 0867)

CD’S

Domingo Camen berganza

Wat de cd’s betreft is de keuze zo verschrikkelijk groot dat het bijna onmogelijk is om er één (of twee) uit te pikken. Vooropgesteld dat u nog helemaal geen één opname thuis hebt, zou ik voor de Deutsche Grammophon-registratie (4196362) uit 1978 gaan. Claudio Abbado dirigeert meesterlijk en spannend, zeer lyrisch ook. De hoofdrollen mogen er ook allemaal wezen: Berganza, Domingo, Milnes en Cotrubas.


https://http2.mlstatic.com/bizet-carmen-solti-domingo-troyanos-3-cd-box-set-D_NQ_NP_396505-MLA25049663221_092016-F.webp

Ook goed is de twee jaar oudere Solti (4144892), voornamelijk vanwege beide zangeressen: een onvergetelijke Tatiana Troyanos en een jonge Kiri te Kanawa. Domingo is hier minder goed op dreef dan bij Abbado, en Van Dam vind ik geen spannende Escamillo.


Zonder meer interessant zijn de vertolkingen van de hoofdrol door Victoria de los Angeles en natuurlijk Maria Callas. En voor de liefhebbers (en verzamelaars) van historische opnamen: Urania (URN 22.378) heeft niet zo lang geleden de live in Parijs in 1959 opgenomen voorstelling uitgebracht, met een verleidelijke Carmen van Consuelo Rubio en een elegante Don José van Leopold Simoneau.


Waar u ook niet omheen kunt is de vertolking van de rol door de legendarische Conchita Supervia (verschillende labels).


Carmen Broadway-Cast-1943-Bizet-Hammerstein---Carmen-Jones

In 1943 heeft Oscar Hammerstein II de opera tot een Broadway-musical bewerkt, Carmen Jones. Hij verplaatste de actie naar het heden (we hebben het over de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog) in het zuiden van Amerika. De première, op 2 december 1943 was een groot succes, en dan te bedenken dat de hele (zwarte!) cast zijn debuut maakte op de planken.

Een paar jaar geleden heeft Naxos (81208750) de highlights (opgenomen in 1944) van de musical uitgebracht, met als bonus een viertal nummers uit de gelijknamige film van Otto Preminger, uit 1954. De rol van Carmen werd daar gespeeld door Dorothy Daindridge, maar ingezongen door de piepjonge (20!) Marilyn Horne, toen nog sopraan. Adembenemend

 

Overigens: wist u dat de beroemdste hit van de opera helemaal niet van Bizet was? Het heet El Arreglito  en werd gecomponeerd dor Sebastián Yradier. Bizet was er van overtuigd dat het een volkslied was en toen hij er achter kwam dat het geschreven was door een componist die pas tien jaar eerder was overleden, heeft hij een voetnoot aan de partituur toegevoegd, met de bronvermelding

Les Pêcheurs de perles van Bizet maar dan net even anders

Parelvissers Pentatone Julie Fuchs

Ooit behoorden de ‘Parelvissers’ tot de grootste opera hits en het lijkt er sterk op dat ze na jaren van afwezigheid bezig zijn met hun voorzichtige comeback. De nieuwe opname op Pentatone is zonder meer goed, wel met de nodige kanttekeningen.

Julie Fuchs steelt de show als een zeer idiomatische, virtuoze, meisjesachtig klinkende Leïla.: voor mij is zij de beste Leïla sinds tijden!

Julie Fuchs zingt ‘Me voilà seule dans la nuit’:

Florian Sempey is een zeer masculiene Zurga. Niet alleen klinkt zijn bariton buitengewoon warm en aantrekkelijk maar bovendien geeft hij zijn rol dat extra mee waardoor we ook zonder visie precies ervaren waar het over gaat. Zeer overtuigend.

Florian Sempey zingt ‘L’orage s’est calmé’:

Helaas haalt Cyrille Dubois (Nadir) dat niveau niet: ik blijf moeite houden met zijn scherpe stem, bovendien klinken zijn hoge noten nogal geknepen. ‘Je crois entendre encore’ zingt hij dan wel heel gevoelig, maar bij Nadir verwacht ik meer smeuïge lyriek, meer room.

Cyrille Dubois:

Het orkest is uitstekend, al had ik het orkestgeluid toch wel iets kleiner gehad, intiemer. Of de schuld bij de dirigent of de opnametechnici ligt kan ik moeilijk beoordelen.

Wat de liveopname uit Lille bijzonder maakt is de gebruikte editie: het is voor het eerst in de geschiedenis dat we de premièreversie uit 1863 kunnen horen. Het werd gereconstrueerd en gepubliceerd door Bärenreiter in 2015.


Georges Bizet
Les Pêcheurs de perles
Julie Fuchs, Cyrille Dubois, Florian Sempey, Luc Bertin-Hugoult
Les Cris de Paris (Geoffroy Jourdain), Orchestre National de Lille olv Alexandre Bloch
Pentatone PTC 5186 685

Meer Julie Fuchs: CIBOULETTE. Hoe het Rodolfo verging

Meer ‘Les Pêcheurs de perles’: 2 x LES PÊCHEURS DE PERLES

Vermakelijke Le Docteur Miracle van Bizet

Bizet

Georges Bizet

Het lot is niet genadig geweest voor Georges Bizet. Hij zal wereldberoemd gaan worden vanwege maar één opera, waarvan hij het succes niet eens heeft mogen proeven. Hij stierf in 1875, getroffen door een dubbele hartattack mede veroorzaakt door de vreselijke fiasco van Carmen. De opera die in de toekomst de populairste opera ooit zou gaan worden.

Bizet was toen nog maar zevenendertig en wie weet wat hij ons allemaal in de toekomst had kunnen schenken? Dat hij zeer talentvol was, dat stond al vast toen hij als negenjarige toegelaten werd tot het Parijse Conservatorium, waar hij compositieles kreeg van zijn toekomstige schoonvader, Jacques Fromental Halévy.

In 1856 schreef Jacques Offenbach een concours uit voor het componeren van een komische eenakter. Van de 78 deelnemers koos de jury zes finalisten, die allemaal hetzelfde libretto (van Léon Battu en Ludovic Halévy) aangereikt kregen. De eerste prijs werd ex aequo gewonnen door de toen achttienjarige Bizet en de zes jaar oudere Charles Lecoque. ‘Le Docteur Miracle’ bleef elf avonden op de affiches staan, daarna verdween het werk in de archieven. Daar werd hij in 1951 teruggevonden en pas elf jaar later gepubliceerd.

Walton jeroen_sarphati

Jeroen Sarphati

Pianist, arrangeur en regisseur Jeroen Sarphati heeft de operette voor het Grachtenfestival in het Nederlands vertaald en de actie een eigentijdse draai gegeven.

Marcel Reijans als beroepsdemonstrant, personal assistent en Dr.Miracle
Foto’s: Ronald Knapp:

De hoofdrol van een jonge beroepsdemonstrant (soldaat in het oorspronkelijk verhaal), die om zijn geliefde – een puberende dochter van een keurige burgemeestersechtpaar – te kunnen bezoeken verschillende vermommingen aanneemt, werd meer dan voortreffelijk gezongen door Marcel Reijans. Wat mij meteen opviel was zijn voortreffelijke dictie, waardoor ieder door hem gezongen woord perfect kon worden verstaan. Ook zijn mooie, egaal gevoerde tenor kan niet genoeg geprezen worden, ik vond het zeer aangenaam om naar hem te luisteren. In al zijn vermommingen was hij even grappig en dat het meisje als een blok voor hem viel was eigenlijk vanzelfsprekend, wat een charmeur!

bizet dr miracle

Esther Kuiper, Laetitia Gerards, Willem de Vries © Ronald Knapp

Zijn geliefde Lauretta werd voortreffelijk gezongen door Laetitia Gerards. De rol van een verliefde puber was haar zowat op het lijf geschreven en haar zingen was net zo mooi als zijzelf. Het was een waar genoegen om de jonge, sprankelende sopraan van zo dichtbij te mogen meemaken.

Esther Kuiper was onovertroffen als de deftige burgemeestersvrouw. Zij gaf de rol de nodige onverschilligheid van een in louter uiterlijkheden geïnteresseerde ‘Gooise vrouw’ en haar hele optreden was in perfecte balans met haar warme stem. Ik volg de jonge mezzosopraan al een tijd, want zangeressen van haar kaliber ziet men niet zo vaak meer. Het is niet alleen de schoonheid van haar stem en haar warme timbre, het is het hele plaatje van een absolute perfectie, waar een topartieste aan moet voldoen.

Willem de Vries was een goede, harkerige burgemeester, zijn optreden vond ik zeer amusant.

De productie (regie: Jeroen Sarphati) was uiterst vermakelijk, met als hoogtepunt het beroemde ‘omelet-kwartet’. In het oorspronkelijke libretto werd het gerecht bereid met paddenstoelen, nu werd het door ‘the personal assistent’ van de burgemeester rijkelijk bestrooid met fipronil. Het lievelingseten van de burgervader werd zo vies bevonden dat men niet alleen moest kokhalzen maar zelfs vermoedde te zijn vergiftigd. Waarna heil en genezing werd gezocht bij de kwakzalver Miracle (allemaal vermommingen van de jonge minnaar). Voor de wonderpil moest een huwelijkscontract worden ondertekend en zo konden de jonge geliefden elkaar omhelzen. Waarbij ook de waarheid over fipronil werd onthuld: het ‘goedje’ is niet dodelijk.

Helaas hebben de weergoden het laten afweten: na een paar minuten begon het te regenen. Ik had echt te doen met de zangers, die zich in stromende regen dapper van hun rollen wisten te kwijten zonder aan zeggingskracht te verliezen. Petje af! Stoïcijns en onverschrokken kropen ze in de huid van hun niet direct sympathieke personages en lieten het in de regenponcho’s gestoken publiek van de verwikkelingen hoorbaar genieten.

Walton Museum-Van-Loon-foto-Ronald-Knap

© Ronald Knapp

Er zijn nog een paar voorstellingen – GAAN! Ook vanwege de entourage, de prachtige tuin van het Museum van Loon. En dan maar hopen dat het droog blijft!

Georges Bizet
Le Docteur Miracle
Laetitia Gerards (sopraan), Esther Kuiper (mezzo-sopraan), Marcel Reijans (tenor), Willem de Vries (bariton)
Jeroen Sarphati (regie en piano)

Bezocht op 12 augustus 2017 in de tuin van het Museum van Loon in Amsterdam

Meer Grachtenfestival-recensies:

GRACHTENFESTIVAL 2013: ‘The Bear’ van William Walton

Grachtenfestival 2015: FAÇADE MEETS THE TELEPHONE

MONIQUE KRÜS: The Tsar, His Wife, Her Lover and His Head