live voorstellingen

Lulu van William Kentridge ging over William Kentridge

Lulu Kentridge

Untitled II (Drawing from Lulu), 2015 by William Kentridge

De grote hoeveelheid publiciteit die regisseur William Kentridge in aanloop naar de première van Lulu bij De Nationale Opera genereerde, bleek van profetische waarde te zijn. Deze Lulu gaat over hem, en veel minder over Berg en de muziek die hij schreef.

Dat Lulu van Alban Berg geen makkelijke opera is weet iedereen die zich er ooit in verdiepte en dan heb ik het niet alleen over de twaalftoonsmuziek.

Ook de hoofdpersoon is moeilijk en ongrijpbaar en de personages om haar heen zijn, op Geschwitz na, verre van sympathiek. Toch wordt de opera best vaak uitgevoerd, wat zonder meer te danken is aan de regiemogelijkheden die het libretto biedt.

Voor de nieuwe Amsterdamse productie heeft men William Kentridge weten te strikken: een icoon uit de hedendaagse visuele kunst die voornamelijk beroemd is om zijn tekeningen, animatiefilms en installaties. De laatste tijd doet hij er ook opera bij.

In aanloop naar de première zijn er in alle media tientallen artikelen, interviews en beschouwingen over en met Kentridge verschenen. Die gingen – voornamelijk – over zijn levensloop, zijn werk, en de situatie in Zuid Afrika, toen en nu. Men was een beetje de componist en zijn schepping uit het oog kwijtgeraakt. Het ging nog maar zelden over Berg en zijn Lulu.

Zo heb ik ook de voorstelling ondervonden. Alle aandacht ging naar de bewegende beelden, filmpjes, tekeningen en de groots geprojecteerde krantenknipsels en –koppen. Het was zonder meer fascinerend en je kwam ogen (maar ook bewuste aandacht) te kort om het allemaal te kunnen bevatten. Maar onder dat visuele geweld raakte de opera zelf ondergesneeuwd.

Lulu-Clärchen-Matthias-Baus-2

Jennifer Larmore (Gräfin Geschwitz), Daniel Brenna (Alwa), Franz Grundheber (Schigolch), Mojca Erdmann (Lulu)

Kentridge maakte de handeling ondergeschikt aan de beelden en als het Koninklijk Concertgebouworkest onder de zeer bekwame leiding van Lothar Zagrosek niet hemels had zitten spelen in de bak, dan was je waarschijnlijk ontgaan dat er ook muziek bij was. De voorstelling ging, net als de media-aandacht vooraf, niet over Lulu, maar over Kentridge en zijn wereld.

In één van zijn interviews zei Kentridge dat de opera gaat over “de breekbaarheid of de onmogelijkheid of de fragmentatie van het verlangen”. Dat is volgens mij de clou: de regisseur wilde (of kon) nergens kiezen welke kant hij eigenlijk uit wilde gaan.
Zijn regieconcept was er geen.

Wat ik hem echter het meeste kwalijk neem, was dat een degelijke personenregie vrijwel volledig ontbrak. De personages kwamen nergens tot leven. Ze waren net als Kentridges tekeningen: vluchtig aangestipt, her en der dik aangezet, maar nergens van vlees en bloed.
Niettemin werd de sfeer – het interbellum ontmoet het Duitse expressionisme bijzonder goed getroffen, wat nog versterkt werd door de vele getekende en geanimeerde portretten van o.a. Berg zelf.

Mojca Erdmann was een zeer mooie en lenige, maar nergens sensueel – erotische Lulu. Haar hoge noten waren onberispelijk, maar nergens kon ik een lijn in haar zang ontdekken. Wat zij deed voelde als zingen van losse klanken.

lulunews

Jennifer Larmore (Gräfin Geschwitz), Mojca Erdmann (Lulu)

Berg hield van Gräfin Geschwitz. Voor haar hart van goud en haar opofferingen beloonde hij haar aan het einde van de derde akte met een heuse aria, die mij altijd aan “Erbarme dich” van Bach doet denken. Het was ook het allereerste moment van de avond dat ik emotie voelde. Jennifer Larmore zong de aria zo hartroerend mooi en met zo veel inleving, dat ik even naar een zakdoekje moest grijpen.

Johan Reuter was een autoritaire Dr. Schön: goed gezongen en geacteerd. Toch voelde ik zijn breekbaarheid niet. Ik rook zijn zweet niet en zijn paranoia in de tweede akte kwam zeer onbegrijpelijk over.

Mojca Erdmann (Lulu),  Daniel Brenna (Alwa)

Mojca Erdmann (Lulu), Daniel Brenna (Alwa)

 Een beetje moeite had ik ook met Alwa van Daniel Brenna. Ik vond zijn stem iets te veel aan lyrische kant (ja, ik weet dat hij inmiddels ook Siegfried heeft gezongen!) en zijn hoogte klonk soms een beetje geknepen.

Mojca Erdmann (Lulu), William Burden (Der Maler)

Mojca Erdmann (Lulu), William Burden (Der Maler)

William Burden was een voortreffelijke Maler. Zijn emoties wist hij goed over te brengen in zijn zang. Des te ontnuchterender was de aanloop naar zijn zelfmoord. Het was alsof hij aankondigde zich te gaan scheren. Maar misschien was dat juist de bedoeling? Ook als de behoorlijk karikaturaal aangezette Neger was hij goed.

Werner van Mechelen was zeer goed op dreef als de dierentemmer en zijn Athleet zong hij zeer gespierd. Dankzij zijn stem-acteren wist hij ook iets van de beweegredenen van de verrader en afperser over te brengen, want ook hier heeft de regisseur het laten afweten.

Met zijn sonore bas zorgde Julian Close (Der Bankier) voor een paar onvergetelijke minuten van zanggenot. Pluimpje ook voor Roger Smeets, die in zijn klein rolletje als journalist heeft bewezen dat kleine rollen soms groot kunnen zijn.

Het was echter Franz Grundheber (77 jaar!) die in zijn rol als Schigolch de show stal.. Alleen al voor zijn fenomenale zang/acteer prestatie was de gang naar het Muziektheater de moeite waard.

Repetitor Ernst Munneke legt uit wat de muziek in Lulu zo bijzonder maakt:

 

Trailer van de productie:

 

alle foto’s:  Clärchen & Matthias Baus

Alban Berg
Lulu
Mojca Erdmann, Jennifer Larmore, Johan Reuter, Daniel Brenna, Franz Grundhebber, Werner van Mechelen, William Burden e.a.
Koninklijk Concertgebouw Orkest olv Lothar Zagrosek
Regie: William Kentridge

Bezocht op 1 juni 2015

Discografie: LULU: discografie

Productie van Warlikowski in Brussel: LULU van Krzysztof Warlikowski. Brussel 2012

Zie ook het interview met Jennifer Larmore: JENNIFER LARMORE

Wozzeck van Kentridge: ‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

Pierre Audi regisseert Gurre-Lieder van Schönberg

gurreaffiche

Het 2014/15 seizoen van De Nationale Opera begon met een zeer enthousiast ontvangen productie van Gurre-Lieder. Voor het allereerst werd Arnold Schönbergs werk scenisch opgevoerd. Een exercitie waar wel wat kanttekeningen bij te plaatsen waren, maar waar muzikaal volop van te genieten viel.

De keuze om de Gurre-Lieder, een monument onder de concertstukken, scenisch op te voeren was allesbehalve vanzelfsprekend en was dan ook nooit eerder vertoond. Niet in de laatste plaats omdat de schepper het zelf niet wilde. Maar zowel Marc Albrecht, wiens vurigste wens het was om het werk in een operahuis te mogen dirigeren, als Pierre Audi waren er absoluut van overtuigd dat er in de Gurre-Lieder een verscholen opera zit.

Dat het om een zeer tot de verbeelding sprekend drama gaat, daarover kan niemand redetwisten. Maar een opera? Zelf denk ik van niet. Daarvoor is het werk te symbolisch en het drama te zeer in de muziek zelf geïntegreerd. Je hebt er geen beelden bij nodig. De liefde, de moord, het immense verdriet dat je gek maakt, het gevecht tegen God, de kracht van de natuur: alles staat al in de muziek.

Pierre Audi stond voor de schier onmogelijke taak om de ‘notensymboliek’ van de Gurre-Lieder in bewegelijke beelden samen te vatten. Om alle ingrediënten van ‘Wien Modern’ – fin de siècle, l’art pour l’art, estheticisme, symbolisme en impressionisme – tot één scenisch verantwoord geheel te smeden. Om voldoende of net niet genoeg te laten zien om de magie van het werk niet kwijt te raken.

Is het hem gelukt? Volgens velen wel, maar zelf weet ik het niet. Wat je te zien krijgt, is een prachtig spektakel met een onwaarschijnlijk mooi bühnebeeld, fraaie decors en kostuums en prachtige videoprojecties (verantwoordelijken: Christof Hertzer en Martin Eidenberger). Het is werkelijk net een schilderij van Gustav Klimt. Maar in al de esthetiek is de erotiek zoek geraakt. Er is voor mij te veel gevisualiseerd.

Gurre

Bovendien voegt Audi veel nieuwe symbolen toe, die het stuk niet begrijpelijker maken. Wat doet de vis daar, na het gevecht? Wat symboliseert de (overigens prachtige) groene boom die even de bühne op wordt gereden en, nadat hij al zijn bladeren heeft verloren, alweer vertrekt? Waarom is Waldemar verworden tot een bezopen clochard? En waarom moet de arme koning in zijn ondergoed staan? Waarom moeten zangers überhaupt in hun ondergoed staan? Wat mij betreft zou het voor altijd verboden moeten worden, zeker als het niet geëist wordt door het libretto.

Burkhard Fritz (Waldemar), Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Klaus Narr)

Burkhard Fritz (Waldemar), Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Klaus Narr)

Muzikaal viel er veel te genieten. Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelde prachtig, met veel nuance, schwung en schmalz. Het was evident dat Albrecht veel affiniteit met het werk heeft. En het is niet niets om al het orkestrale geweld zo in te tomen dat de zangers niet overschreeuwd worden. Een prestatie.

Ik had moeite met Sunnyi Melles, die de rol van de Sprecher vertolkte. Afgezien van het feit dat ik in die rol veel liever een man hoor (zo staat het ook in Schönbergs partituur) vond ik Melles bij vlagen zeer irritant. Ze kwam ook te geëxalteerd op mij over en was moeilijk te verstaan.

Zeer te spreken was ik over Markus Marquardt (Bauer). Vanaf zijn allereerste opkomst in het ‘Wet Horses Inn’ (alweer zo’n vondst die ik met geen mogelijkheid kon begrijpen) wist hij met zijn sonore stem en fantastische voordracht de bühne volledig te beheersen.

Scène uit Gurre-Lieder met Koor van De Nationale Opera en solisten)

Scène uit Gurre-Lieder met Koor van De Nationale Opera en solisten)

Buitengewoon indrukwekkend vond ik ook Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Klaus Narr). Van de regisseur kreeg hij de moeilijke taak om het verhaal te dragen. Wit geschminkt en in het wit gestoken was hij samen met zijn onafscheidelijke ballon (de zon?) van begin tot eind aanwezig en werd zo tot sleutelfiguur van het drama gebombardeerd. Vraag mij alleen niet waarom.

Anna Larsson stal de show als zeer ontroerende Waldtaube. Haar mooie, warme mezzo bereikte makkelijk alle hoeken van het theater en zij wist iedereen tot tranen toe te ontroeren. Er moet wel eerlijk bij vermeld worden dat zij de mooiste noten had om te zingen.

Emily Magee gaf prima gestalte aan Tove: zij zag er beeldig uit en ook op haar zang was niets aan te merken. Haar sopraan is een beetje wollig, maar dat paste wel bij haar rol. Zelf zou ik wat meer passie willen horen, maar ik denk dat zij nog in haar rol gaat groeien.

Burkhard Fritz (Waldemar), Emily Magee (Tove)

Burkhard Fritz (Waldemar), Emily Magee (Tove)

Het was duidelijk te horen dat de rol van Waldemar geen ‘terra incognita’ was voor Burkhard Fritz. Hij zong de partij met gemak en zijn lyrische tenor kwam prima boven het orkest uit, zonder dat hij hoefde te forceren.

Zonder meer schitterend was de bijdrage van beide koren, die me aan het einde, in hun ode aan de zon, werkelijk wisten te ontroeren. Iemand moet mij alleen nog het ‘waarom’ van hun zonnebrillen (die eigenlijk ‘anti-atoombom’-brillen waren) uitleggen.

Gurre koor

Alle foto’s zijn van Ruth Waltz

Hieronder de trailer van de productie:

 

Arnold Schönberg
Gurre-Lieder
Burkhard Fritz, Emily Magee, Anna Larsson, Wolfgang Ablinger-Sperrhacke, Markus Marquardt, Sunnyi Melles
Het Koor van De Nationale Opera en het Kammerchor des ChorForum Essen (instudering Thomas Eitler)
Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht

Bezocht op 2 september 2014 in het Muziektheater in Amsterdam

Discografie:
SCHÖNBERG: GURRE-LIEDER. Discografie

DVD-recensie:
GURRE-LIEDER uit Amsterdam (regie: Pierre Audi) op dvd