orkestraal/concerten

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat

Witold-Lutoslawski-Partita-Chain-2-Piano-Concerto-Mutter-Zimerman-cover

Witold Lutosławski kan ongetwijfeld gerekend worden tot één van de allergrootste componisten van de twintigste eeuw. Zijn oeuvre is niet bijster groot maar des te indrukwekkender en het pianoconcerto neemt daarin een prominente plaats in. Lutosławski componeerde het in 1987 in opdracht van de Salzburger Festspiele en droeg het op aan Krystian Zimerman, die daar een jaar later daar inderdaad de première van heeft gegeven, onder leiding van de componist zelf.

Het is een zeer lyrische, maar ook een zeer expressieve compositie dat je werkelijk aan je stoel nagelt. De vier delen ervan lopen als een ketting in elkaar over, zonder onderbreking.  Buitengewoon indrukwekkend en ongekend spannend, maar ook, en dat vind ik zeer zeker belangrijk, het concerto is ook zeer toegankelijk voor de onervaren luisteraar.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat… Nee het is niet echt iets nieuws, zeker niet voor Lutosławski. Al in 1986 componeerde hij drie werken onder de titel Chain.

Eén deel ervan, Chain 2 voor viool en orkest werd toen door Anne-Sophie Mutter dermate indrukwekkend uitgevoerd dat de componist besloot zijn Partita voor viool en piano (ooit gecomponeerd voor Pinchas Zuckerman) voor haar om te werken en aan haar op te dragen.

Het zijn geen nieuwe opnamen, maar wat maakt het uit? De muziek is schitterend en uitvoeringen niet minder dan fenomenaal.


Witold Lutoslawski
Partita; Chain 2; Piano Concerto
Anne-Sophie Mutter (viool), Krystian Zimerman (piano)
BBC Symphony Orchestra olv Witold Lutoslawski
DG 4715882

WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

David Oistrakh en de vioolconcerten van Sjostakovitsj

Afbeeldingsresultaat voor oistrakh shostakovich bbc

Er bestaan van die composities die in één adem worden genoemd met één bepaald vertolker: celloconcert van Elgar en Jacqueline du Pré bijvoorbeeld. Of de vioolconcerten van Dmitri Sjostakovitsj en David Oistrakh.

Zijn beide concerten heeft Sjostakovitsj aan de violist opgedragen (de tweede kreeg hij cadeau voor zijn zestigste verjaardag) en het was Oistrakh die hun wereldpremière verzorgde.

Het eerste concerto, geschreven in 1947 maar pas twee jaar na de dood van Stalin voor het eerst uitgevoerd, is een zeer persoonlijk werk en draagt het ‘stempel’ van de componist. In het eerste deel gebruikte hij zijn eigen initialen DSCH, iets wat hij overigens vaker deed, bijvoorbeeld in het zevende strijkkwartet of de tiende symfonie.

Sjostakovitsj Oistrach en meer

Rostropovich, Oistrakh, Britten en Shostakovitch

Zowel de violist als de componist, die innig bevriend was met Benjamin Britten, waren graag geziene gasten in Engeland, waar ook de muziek van Sjostakovitsj zeer geliefd was. Het is dus niet zo vreemd dat de live opnamen van beide concerten uit respectievelijk 1962 en 1968 en opgedragen aan Oistrakh op de label BBC Legends zijn verschenen.

 

 

Het publiek is duidelijk aanwezig, het kucht en het zucht, maar echt storend is het niet en hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Wel waarschuw ik voor het geluidskwaliteit, die is namelijk niet zo best.

Als toegift krijgen we een schitterend, weinig bekend werk van Eugene Ysaÿe voor twee violen en orkest: Amitié. Hierin wordt David door zijn zoon Igor bijgestaan. Prachtig!

 

Dmitri Shostakovich
Violinconcerto No.1
Philharmonia Orchestra olv Gennady Rozhdestvensky;
Violinconcerto No.2
USSR State Symphony Orchestra olv Egeny Svetlanov
David Oistrakh

Eugene Ysaÿe
Amitié op. 26 for 2 violins
London Philharmonia Orchestra olv Sir Malcolm Sargent
David & Igor Oistrakh
BBCL 4060-2

 

 

 

 

 

 

 

 

Benjamin Frankel: from watchmaker’s apprentice to the sound wizard

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London

 

In 1957 Benjamin Frankel moved to Switzerland. In England, his homeland, he was mainly known as a film composer. No wonder, because to his name is music for more than 100 films, including classics such as The Seventh Veil,

 

 

 

The Night of the Iguana :

 

 

and  Curse of the Werewolf:

 

 

In Switzerland he finally found the peace to engage in serious(er) music. In 15 years (Frankel died in 1973) he composed eight symphonies and one opera.

Benjamin Frankel was born in London in 1906 into a Polish-Jewish family. At the age of fourteen he was apprenticed to a watchmaker. Luckily for him, his talent was soon discovered. For a while he played with the idea of becoming a Jewish composer alla Bloch. He considered himself an ‘English Jew’ or a ‘Jewish Englishman’, which did not prevent him from marrying a non-Jewish woman. An act that caused a break with his family.

His musical language is not easy to describe. In the fifties he studied serialism and regularly applied it in his own compositions, yet his works do not sound atonal anywhere. Perhaps the best example of this is the viola concerto, which is very melodic, romantic and yet uses the twelve-tone technique.

 

 

 

Frankel composed his violin concerto – at his request – for his friend Max Rostal. The premiere took place in 1951 at the Festival of Britain. The concert is entitled In Memory of Six Million and embodies Frankel’s personal commitment to the fate of the European Jews.

The beginning reminds me of Korngold’s violin concerto and in the fourth movement I encounter Mahlerian ‘tunes’: there is also a quote from ‘Verlorne Müh’ from his Wunderhorn songs.

 

Live recording by Max Rostal:

 

 

 

Ulf Hoelscher, who rehearsed the concerto with Max Rostal, plays it virtuoso and with an intense involvement.

 

frankel-front

 

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (violin), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra conducted by Werner Andreas Albert
CPO 9994222

 

 

 

frankel-kw

 

 

Frankel’s first three string quartets were first performed by the Blech Quartet in 1947 and 1949 respectively, and the fourth was premiered in 1949 by the very young Amadeus Quartet (where were the recording engineers then?).

Frankel’s gift for a light-hearted approach to serialism can be heard in his fifth string quartet. The work, which dates from 1965, is an example of the composer’s unique ability to transform the atonal into a melody.

The unsurpassed company CPO, which revealed Frankel’s music to the world, deserves all praise; also for the splendid explanations with music examples written by Buxton Orr, Frankel’s pupil and friend.

 

 

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos Quartett
CPO 999420

In Dutch:
Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Mirga Gražinytė -Tyla lifts Weinberg’s autobiography to unprecedented heights

Weinberg Grazynite

Weinberg’s 21st symphony is not a work you can simply listen to. It presents itself as Weinberg’s autobiography: his escape from the Warsaw Ghetto, his arrival and stay in the Soviet Union and his fight with the authorities and the memories. The structure of the symphony is incredibly complex – irreverently one could say that it is unbalanced, because all kinds of things happen in it. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahler’s ‘Mutter, ach Mutter’ from his Des Knaben Wunderhorn, a klezmer tune carried by a solo clarinet that turns into a Requiem.

However, aren’t our memories like that? Disordered, one emotion evoking another? Weinberg dedicated his ‘Kaddish’ (one of the most important prayers in the Jewish liturgy that is pronounced after the death of a parent) – symphony from 1991 to the victims of the Warsaw ghetto. Distressing. Just like the life of Weinberg himself.

But do not forget the second symphony! The Adagio is an eleven-minute sadness that hurts so much that it can only lead to a satirical outburst in part three, the Allegretto. My God, what music. What a composer.

I can be brief on the performance. Brilliant. Mirga Gražinytė-Tyla confirms her reputation as one of the best young conductors of today. Under her leadership the City of Birmingham Symphony Orchestra sounds like I haven’t heard it in years, not since the very young and unknown Simon Rattle first took over the reins there. It is therefore gratifying that she has been awarded an exclusive contract with DG.

That she chose Weinberg’s Kaddish for her first recording on the ‘yellow label’ is significant. Knowing her (and her preferences) we can expect exciting recordings of unknown and lesser known works. Go, Mirga, go!

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

MIECZYSŁAW WEINBERG
Symphony no. 2 on. 30; Symphony no. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (violin), Maria Barns (soprano), Oliver Janes (clarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (double bass)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica conducted by Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661Kreme

In Dutch: Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Weinberg Grazynite

De 21ste symfonie van Weinberg is geen werk dat je zo maar kunt beluisteren. Het laat zich horen als Weinbergs autobiografie: zijn vlucht uit het getto van Warschau, zijn bekomst in de Sovjet-Unie en zijn gevecht met de autoriteiten en de herinneringen. De structuur van de symfonie is waanzinnig complex – oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat het onevenwichtig is want er komt van alles aan voorbij. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahlers ‘Mutter, ach Mutter’ uit diens Des Knaben Wunderhorn, een door klarinet-solo gedragen klezmer-deuntje dat in een Requiem overgaat.

Maar: zijn onze herinneringen niet zo? Ongeordend, de ene emotie de andere oproepend? Zijn ‘Kaddish’ (één van de belangrijkste gebeden in de Joodse liturgie dat uitgesproken wordt na een overlijden van een ouder) – symfonie uit 1991 heeft Weinberg opgedragen aan de slachtoffers van het getto van Warschau. Schrijnend. Net als het leven van Weinberg zelf.

Maar vlak de tweede symfonie niet af! Het 11 minuten durende Adagio is niet minder dan elf minuten durende droefheid dat zoveel pijn doet dat het niet anders dan tot een satirische uitbarsting in deel drie, de Allegretto kan leiden. Mijn God, wat een muziek. Wat een componist.

Over de uitvoering kan ik kort zijn. Briljant. Mirga Gražinytė-Tyla bevestigt haar naam als één van de beste jonge dirigenten van tegenwoordig. Onder haar leiding klinkt het City of Birmingham Symphony Orchestra zoals ik ze al jaren niet meer heb gehoord, niet sinds de zeer jonge en onbekende Simon Rattle die daar de scepter ging zwaaien. Het is dan ook verheugend dat zij een exclusief contract met DG heeft gekregen.

Dat zij voor haar eerste opname op de ‘gele label’ juist voor Weinbergs Kaddish koos is tekenend. Haar (en haar voorkeuren) kennende kunnen we spannende opnamen van onbekende en minder bekende werken verwachten. Go, Mirga, go!


MIECZYSŁAW WEINBERG
Symfonie nr. 2 op. 30; Symfonie nr. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (viool), Maria Barns (sopraan), Oliver Janes (klarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (contrabas)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica o.l.v. Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

War – there is no word more cruel

Paul Ben-Haim’s Evocation: what a discovery

Ben Haim Evocation

Paul Ben -Haim, who was born in Munich in 1897 as Paul Frankenburger and died almost 90 years later in Tel Aviv, remains a great unknown to many music lovers. This is a great pity, because the oeuvre of this sadly forgotten composer is very diverse and most exciting. At one time he was totally immersed in the German Romantic tradition before he almost radically broke with it when he left his native country in 1933.

Afbeeldingsresultaat voor Paul Ben-Haim

He began his new life composers life in what was then known as the British Mandate of Palestine by changing his name, after which he also adapted his compositions to his new homeland. Starting in 1933, most of his works were influenced and inspired by Jewish, Israeli and Arabic melodies.

Between 1939 and 1949 Ben-Haim accompanied the at that time extremely famous folk singer Bracha Zefira. Zefira, who was of Yemeni origin, had a great influence on the musical life in what was then Palestine. It was for her that he composed the Berceuse Sfaradite, a song which had become one of her greatest successes.

Bracha Zefira:

The Violin Concerto, which dates from 1950, is probably Ben-Haim’s best-known composition, in no small part as a result of the great recording by Itzhak Perlman. The CD is still on the market, I believe, but as far as I know the Concerto is only rarely performed. Why?

Three Studies for Solo Violin is Ben-Haim’s last violin composition, dedicated to Yehudi Menuhin in 1981. Splendid. But I was most struck by the completely unknown Evocation from 1942, a work which has its premiere here and which really gave me goose bumps. Wow.

Evocation live:

Itamar Zorman, the young Israeli violinist who won the 2011 prize in the Tchaikovsky competition, has immersed himself in the composer and his work. Thanks to him, this album was compiled and released. He plays these works as if his life depends on them. He believes in them and he communicates that belief more than convincingly.

Zorman about Ben-Haim:

The accompaniment by Amy Yang (piano) and the BBC National Orchestra of Wales conducted by Philippe Bach is first-rate as well


Paul Ben-Haim
Evocation. Poem for violin and orchestra, op. 32, Three Songs without Words, Violin Concerto, Three studies, Berceuse sfaradite, Toccata from Five Pieces for Piano.
Itamar Zorman (violin), Amy Yang (piano), BBC National Orchestra of Wales conducted by Philippe Bach.
BIS-239

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch: Evocation van Paul Ben-Haim is een ware ontdekking

More Ben-Haim: PAUL BEN-HAIM

Evocation van Paul Ben-Haim is een ware ontdekking

Ben Haim Evocation

Paul Ben -Haim, de in 1897 in München als Paul Frankenburger geboren en bijna 90 jaar later in Tel Aviv gestorven componist is nog steeds een grote onbekende voor veel muziekliefhebbers. Zo ontzettend jammer, want het oeuvre van de jammerlijk vergeten componist is zeer divers en meer dan spannend. Ooit totaal ondergedompeld in de Duitse romantische traditie brak hij er vrijwel radicaal mee toen hij in 1933 zijn geboorteland verliet.

Zijn nieuwe componistenleven in wat toen het Britsmandaat Palestina heette begon hij met het veranderen van zijn naam, waarna hij ook zijn composities aan zijn nieuwe vaderland aanpaste. Vanaf 1933 werden de meeste van zijn werken beïnvloed en geïnspireerd door Joodse, Israëlische en Arabische melodieën.

Tussen 1939 en 1949 begeleidde Ben-Haim de toen zeer beroemde volkszangeres Bracha Zefira. Zefira, die van Jemenitische oorsprong was had een grote invloed op het muziekleven in het toenmalige Palestina. Het was voor haar dat hij de Berceuse Sfaradite componeerde, een lid dat één van haar grootste successen was geworden.

Bracha Zefira:

Het uit 1950 stammende vioolconcert is wellicht Ben-Haims bekendste compositie, niet in de laatste plaats door de geweldige opname van Itzhak Perlman. De cd is nog steeds in de handel, denk ik, maar het concerto wordt bij mijn weten maar amper uitgevoerd. Waarom?

De Three Studies for Solo Violin is Ben-Haims laatste vioolcompositie, in 1981 opgedragen aan Yehudi Menuhin. Schitterend. Maar het meest getroffen werd ik door de totaal onbekende  Evocation uit 1942, een werk dat hier zijn primeur beleeft en mij echt kippenvel bezorgde. Wow.

Evocation live:

Itamar Zorman, de jonge Israëlische violist die in 2011 de prijswinnaar was van de Tsjaikovski-competitie heeft zich in de componist en zijn werk ‘ingegraven’. Het is aan hem te danken dat dit album werd samengesteld en uitgebracht. Hij speelt de werken alsof zijn leven ervan afhangt. Hij gelooft er in en dat geloof geeft hij meer dan geloofwaardig door.

 

Zorman over Ben-Haim:

Ook de begeleiding door Amy Yang (piano) en het BBC National Orchestra of Wales o.l.v. Philippe Bach is van een grote klasse.


Paul Ben-Haim
Evocation voor viool en orkest, op. 32, Three Songs without words voor viool en piano,  Vioolconcert, Three studies voor vioolsolo, Berceuse sfaradite voor viool en piano, Toccata uit Five Pieces for piano
Itamar Zorman (viool), Amy Yang (piano), BBC National Orchestra of Wales o.l.v. Philippe Bach
BIS-2398

John Williams speelt gitaarconcerten van Giuliani en Schubert

Schubert John Williams

Niet schrikken! Het ligt echt niet aan u, Schubert heeft heus geen gitaarconcert geschreven. Arpeggione, een muziekinstrument dat maar kort in het gebruik was aan het begin van de negentiende eeuw werd ook gitaarvioloncel genoemd. De keuze om het meesterwerk van Schubert op een gitaar te spelen is dus minder vreemd dan u denkt en meer voor de hand liggend dan de bewerkingen voor fluit of klarinet bij voorbeeld.

Het concert van Mauro Giuliani werd al eerder door Williams opgenomen, in 1968. Sindsdien is er het een en ander in de muziekopvattingen veranderd en het gebruik van de authentieke instrumenten werd bijna een must. Op deze opname uit 1999 bespeelt Williams een Guadagnini uit 1814. Hij gebruikt ook de oorspronkelijke partituur, dat alles onder de supervisie van Carlo Barone, een expert op het gebied van de Italiaanse gitaarmuziek uit die tijd.

John Williams behoort beslist tot de beste en meest veelzijdige gitaristen uit onze tijd. Met net zoveel gemak verzorgt hij de plaatpremières van hedendaagse composities, maakt hij uitstapjes naar de jazz en bezorgt kippenvel aan de liefhebber van de romantische muziek van Tárrega. Ook op deze opname worden wij niet teleurgesteld, al hoor ik de Arpaggione het liefst gespeeld op de cello, met de pianobegeleiding. En dan graag  door het duo Maisky/Argerich.


John Williams gitaar
Australian Chamber Orchestra olv Richard Tognetti
Sony SK63385

Erwin Schulhoff: genres en grenzen overschrijdende muziek

Schulhoff box

“Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme” schreef Erwin Schulhoff in 1919.

Vanaf zijn prille jeugd werd Schulhoff gefascineerd door alles wat nieuw was. Zijn muziek was  genres en grenzen – soms zelfs die van een ‘goed fatsoen’ – overschrijdend. Hij was een man van uitersten, hartelijk omarmde hij dada en jazz, had ook een bijzondere voorkeur voor het groteske. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek, van alles eigenlijk voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo werd.

Schulhoff Lockenhaus

Mijn eerste kennismaking met de componist en zijn muziek was dertig jaar geleden, in het door Gidon Kremer geleide kamermuziekfestival in Lockenhaus. Het was voornamelijk zijn strijksextet, met zijn sterke Janaček-invloeden, dat mij naar adem deed happen. Sinds die dag was ik verslaafd.

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels heeft Schulhoff zijn weg naar de concertpodia en opnamestudio’s gevonden. Voornamelijk dat laatste, want op concerten wordt hij nog steeds te weinig geprogrammeerd. Waar het aan ligt? Niet aan zijn muziek. Ik vind het buitengewoon pervers dat de vermoorde componisten nog steeds vaak doodgezwegen worden. Voor de tweede keer vermoord.

Schulhoff etersen

Mijn allereerste ‘platen-encounter’ met de componist betrof de opname van de complete strijkkwartetten door het Petersen Quartet, in 1992. Tot mijn vreugde zitten die strijkkwartetten ook in de box met zes cd’s die het label Capriccio onlangs op de markt gebracht. Het betreft opnamen van veel van zijn werken (beste Capriccio: er bestaat meer!) door Deutschlandfunk Kultur tussen 1992 en 2007 gemaakt. De meeste van die opnamen zijn al eerder op Capriccio (maar ook andere, vaak niet meer bestaande labels) verschenen.

De opname uit 2007 van het Dubbelconcert voor fluit en piano, met als solist de Nederlandse fluitist Jacques Zoon is voor mij nieuw. En mooi dat het is! Nieuw voor mij is ook de opname van de tweede en de vijfde symfonie, waarin de Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding staat van de grootste pleitbezorger voor de ‘entartete componisten’, James Conlon.


ERWIN SCHULHOFF
Symfonieën nr. 2 & 5, Pianoconcert op. 34, Concerto Doppio, Concert voor strijkkwartet en blazers, Strijkkwartetten nr. 1 & 2, Strijksextet, Sonate voor viool solo, Duo voor viool en cello, Pianosonates nr. 1 & 3, Pianowerken
Jacques Zoon (fluit); Frank-Immo Zichner, Margarete Babinsky (piano); Petersen Quartett; Leipzicher Streichquartett; Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv James Conlon; Deutscher Symphonie-Orchester Berlin olv Roland Kluttig
Capriccio C7297

Entartete Musik, Teresienstadt and Channel Classics

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET