Keith_Warner

Amerikaanse opera’s deel drie: Samuel Barber en Vanessa

Tekst: Peter Franken

In de zomer van 2018 stond Samuel Barbers opera Vanessa op het programma van het Glyndebourne Festival. Opus Arte heeft een registratie van de voorstelling op 14 augustus op Blu-ray uitgebracht. Het resultaat is ronduit sensationeel.

Vanessa speelt zich af op een kasteel in een noordelijk land begin twintigste eeuw en draait om drie vrouwen en een man. Vanessa leeft al twintig jaar in afzondering na te zijn verlaten door haar oudere minnaar Anatol. Over deze man is verder niets bekend, maar het is aannemelijk dat hij getrouwd was. Op het kasteel wonen verder Vanessa’s moeder, die niet met haar wenst te spreken, en de twintigjarige Erika, die zichzelf typeert als ‘her niece but most of the time her shadow’. Het vermoeden bestaat dat zij in werkelijkheid Vanessa’s dochter is, uit haar kortstondige relatie met Anatol.

Vanessa wacht al die tijd op de terugkeer van haar geliefde en probeert intussen de tijd stil te zetten door doeken over de spiegels te hangen. Zij wil beslist niet ouder worden en een vrouw met een dochter kan dat nu eenmaal niet ontkennen.

Als er bericht komt van Anatol, is alles in rep en roer. Maar de Anatol die verschijnt, blijkt de zoon van de inmiddels gestorven minnaar van Vanessa te zijn. Hij wilde met eigen ogen die vrouw aanschouwen die bij het noemen van haar naam de ogen van zijn vader deed oplichten en de lippen van zijn moeder verschroeide.

Vanessa maakt hem uit voor bedrieger en laat hem alleen achter met Erika. Hij verleidt haar nog diezelfde nacht en maakt haar zwanger. Golddigger die hij is, vraagt hij haar later ten huwelijk, maar zij wijst hem af. Hij wil haar geen eeuwigdurende liefde en trouw garanderen, want dat zijn toch slechts leugens. Zij begrijpt dat niet, ook al doordat ze haar hele leven nog niet onder de mensen is geweest.

Na de nodige verwikkelingen besluit Anatol met de veel oudere Vanessa te trouwen. Zij heeft zich verzoend met het feit dat haar Anatol dood is, maar weigert te accepteren dat ze twintig jaar voor niets op hem heeft gewacht. En ziedaar, hier is toch Anatol? Samen vertrekken ze naar Parijs met achterlating van Erika, die inmiddels een miskraam heeft gehad na een mislukte poging om zich te verdrinken. Nu is het haar beurt om te wachten en het afkeurende zwijgen van haar grootmoeder te ondergaan.

Barbers levenspartner Gian Carlo Menotti schreef het libretto. Daarmee is zijn naam voor mij verbonden met twee van de mooiste opera’s van na de oorlog: The Consul en Vanessa.
Vanessa ging in 1958 in première, maar dankzij Barbers tonale muziek klinkt het allemaal ouder en vertrouwder. Zo komen er de nodige populaire deuntjes in voor, lekker om gezellig mee te neuriën. Het dansnummer ‘Under the willow tree’ is een goed voorbeeld.

De productie in Glyndebourne maakt gebruik van een eenheidsdecor dat door ingenieuze belichting en het ten opzichte van elkaar draaien van de samenstellende delen elke keer weer een geheel ander beeld oplevert. De flashbacks die Vanessa ervaart worden in grijstonen belicht, waardoor ze goed te onderscheiden zijn van de actuele handeling. De eerste is het moment waarop ze bevalt – regisseur Keith Warner laat er geen twijfel over bestaan dat Erika gewoon Vanessa’s dochter is.

Hoewel de sociale verhoudingen goed overeenstemmen met de tijd waarin één en ander zich afspeelt, toont Ashley Martin-Davis in zijn kostumering een jarenvijftig beeld. Zo ziet de Franse mezzo Virginie Verrez als Erika eruit als een huiselijke versie van Grace Kelly. Rosalind Plowright krijgt een zwarte jurk aangemeten om haar vermoedelijke hoge leeftijd te accentueren.

Verrez steelt aanvankelijk de show. Ze is niet alleen erg mooi en jong, maar zingt ook voortreffelijk. En omdat ze direct al de aandacht op zichzelf kan vestigen met de showstopper ‘Why must the winter come so soon’ en vervolgens een korte affaire heeft met de net aangekomen Anatol, weet ze haar ‘tante’ tijdelijk naar het tweede plan te verwijzen.

De Vanessa van Emma Bell neemt echter al snel daarna de touwtjes in handen, te beginnen met de scène waarin ze thuiskomt na een schaatsuitje op het meer met Anatol. Dat er iets speelt tussen haar dochter en de nieuwe uitgave van haar minnaar, ontgaat haar volledig. Pas na Erika’s zelfmoordpoging begint ze iets te vermoeden. Bell zingt haar bij vlagen wat hysterische rol met overgave. Haar ‘Why did no one warn me’ aan het begin van de vierde akte maakt veel indruk.

De uit Litouwen afkomstige Edgaras Montvidas oogt iets te oud voor zijn rol, maar weet dat door zijn nonchalante manier van acteren goed te compenseren. Vocaal is zijn Anatol tot in de puntjes verzorgd.

De Amerikaanse veteraan Donnie Ray Albert brengt wat melancholie, maar tevens de nodige luchtigheid in het geheel als de oude familiearts, die natuurlijk ook Erika ter wereld heeft geholpen. Hij heeft een stem die je voortdurend laat uitkijken naar het moment dat hij ‘This is CNN’ zegt in plaats van zijn reguliere tekst.

Rosalynd Plowright is mede dankzij de afdeling kap en grime een mooie typecast als de oude barones, een soort eenpersoons Grieks koor dat commentaar levert, niet door te spreken, maar door een verbeten zwijgen.

De nog vrij jonge Tsjechische dirigent Jakub Hrůša geeft leiding aan het London Philharmonic Orchestra. Dirigent en orkest completeren vanuit de bak het gebeuren op het toneel tot een perfecte theatervoorstelling. Zeer aanbevolen, beter wordt het niet.


The merchant of Venice: de opera

TEKST: PETER FRANKEN

Dit werk is de enige opera van André Tchaikowsky (1935-1982). De opera kreeg pas zijn eerste opvoering tijdens de Bregenzer Festspiele van 2013. We kunnen we ons gelukkig prijzen dat er uiteindelijk toch een wereldpremière heeft plaatsgevonden waarvan een opname op dvd is uitgebracht.

De keuze voor de stof is opmerkelijk: de componist was een Poolse jood die de oorlog wist te overleven en na zijn emigratie de Britse nationaliteit aannam. Het zal zijn grote waardering voor het werk van Shakespeare zijn geweest die hier de doorslag gaf, de joodse woekeraar Shylock zal voor hem toch een wat minder aantrekkelijk personage zijn geweest.

Het libretto van John O’Brien doet nadrukkelijk recht aan de relevante delen van het originele toneelstuk maar de meer komische passages zijn grotendeels weggelaten. We kijken niet naar een blijspel met liefdesperikelen waarin toevallig ook nog een jood belachelijk wordt gemaakt, het gaat hier primair om de onbeantwoorde liefde die Antonio voelt voor zijn vriend Bassanio en om de joodse bankier Shylock die zich talloze keren door Antonio vernederd heeft gevoeld.

Die grenzeloze hopeloze liefde brengt Antonio er toe om met inzet van zijn eigen leven borg te staan voor een lening die Bassanio wil afsluiten, uitgerekend om de door hem beminde Portia het hof te maken. Shylock ziet zijn kans schoon om nu eens die gehate Antonio te vernederen door hem te laten instemmen met die onzinnige voorwaarde dat hij hem een pond van zijn vlees moet afstaan als de lening niet binnen de gestelde termijn is terugbetaald. En dan komen Antonio’s schepen niet terug, naar later blijkt gewoon niet op tijd. Shylock houdt vast aan het contract, accepteert geen vervangende betaling, ook niet na aandringen van de hertog. ‘Jullie scholden mij uit voor hond zonder enige aanleiding, nu zal ik je laten zien dat die hond tanden heeft.’

De verbittering van Shylock is tussentijds nog toegenomen doordat zijn dochter Jessica er met de christen Lorenzo vandoor is gegaan, met medeneming van het grootste deel van zijn dukaten en juwelen. Hierom werd hij uitgelachen en ruw bespot door de omstanders toen hij thuis kwam in een leeg huis, een situatie die doet denken aan Rigoletto, ook iemand die een dochter gevangen hield voor de boze buiten wereld.

In de tweede akte bevinden we ons in Belmont waar would be echtgenoten moeten kiezen uit drie kisten, van goud, zilver en lood, met in één daarvan Portia’s portret.

Tijdens de rechtszaak toont Shylock zich onverbiddelijk. Bassanio en zijn wat losbollige vriend Gratiano, die inmiddels is getrouwd met Portia’s vriendin Nerissa, putten zich uit in hyperbolen. Ze zouden graag het leven van hun vrouwen opofferen om Antonio te redden. Probleem is dat die twee inmiddels in de rechtskamer aanwezig zijn, vermomd als geleerd jurist en zijn griffier. Portia mompelt dan ook zachtjes dat een dergelijke uitlating door hun vrouwen niet in dank wordt afgenomen. Nadat Portia door een list Shylock op de knieën heeft gekregen, alleen vlees en geen bloed, en exact een pond op straffe van Shylocks dood wegens moord, eist ze van Bassanio een beloning. Ze wil de ring die hij draagt, uitgerekend de ring die hij van haar heeft gekregen. De opgeluchte Antonio brengt hem er echter toe de ring toch te geven, een kunstje dat Nerissa ook met Gratiano uithaalt.

Het drama is ten einde maar het is een blijspel dus komt er nog een lachmoment. Als de mannen zich weer melden in Belmont zijn de twee vrouwen net op tijd terug om hen te laten smeken om vergeving als blijkt dat ze ringloos zijn gearriveerd. Hieraan voorafgaande is er een lang duet van Jessica en haar geliefde Lorenzo die ook in Belmont waren opgedoken na die schaking en op Portia’s landgoed mochten passen tijdens haar afwezigheid.

Het toneelbeeld in de productie van Keith Warner wordt tijdens de eerste akte bepaald door verrijdbare dikke wanden waarvan het oppervlak oogt als een verzameling bankkluizen. Alles draait hier om geld. De ontmoeting van Antonio en Shylock vindt plaats in een zaal die zoiets als de verzekeringskamer van lloyds Register moet voorstellen, met veel werknemers achter lessenaars. Iedereen in Edwardian style kleding, ook Shylock. Het is de tijd dat joden nog redelijk goed geassimileerd en geaccepteerd leken, uiteindelijk vooral doordat ze de spil waren van de financiële wereld. Ook in Venetië kon iemand als Shylock wel degelijk zijn recht claimen, zonder hem en zijn collega’s voer er immers geen schip uit?

Met klein spel wordt de afkeer van Antonio voor Shylock belicht, tussen hen beiden bestaat regelrechte vijandschap. Het zegt vooral iets over Antonio’s crush voor Bassanio dat deze ontmoeting überhaupt plaatsvindt.

De tweede akte is vaudeville in vergelijking met het voorafgaande. Daarna zien we een rechtskamer waarin Shylock zijn koffer uitpakt. Er komt een eenvoudige weegschaal tevoorschijn en een set chirurgisch gereedschap. Over en weer worden beledigingen uitgewisseld die de kloof tussen joden en christenen reflecteren.

De countertenor Christopher Ainsly vertolkt de rol van de relatieve outsider Antonio die uiteindelijk alleen achterblijft, een formele relatie zit er voor deze homofiele man niet in. Op zich prima gedaan maar ik hou niet van zo’n stem. Zijn directe tegenspeler Shylock krijgt een fenomenale vertolking door Adrian Eröd, perfecte type cast mede dankzij de nodige kap en grime. Hij gaat helemaal op in zijn rol en weet bij de toeschouwer lange tijd een zekere empathie te bewerkstelligen. Maar net als bij Medea gaat dat verloren zodra hij daadwerkelijk een moord wil plegen om zijn gram te halen.

Charles Workman neemt de rol van Bassanio op zich, doet me iets teveel denken aan zijn graaf Elemer in Arabella maar kan ermee door. Portia en Nerissa zijn in goede handen bij respectievelijk Magdalena Anna Hofmann en Verena Gunz. En Kathryn Lewek mag zich uitleven als de rebelse dochter Jessica. De overige rollen zijn adequaat bezet.

De muziek doet denken aan Alban Berg en Benjamin Britten al heb ik met name in de tweede akte vooral associaties met Prokofjev. Wat daar gebeurt is uiteraard in zijn ongerijmdheid te vergelijken met diens The love of three oranges en muzikaal klinkt het navenant.

De Wiener Symphoniker staan onder leiding van Erik Nielsen.

André  Tchaikovsky spelt Beethovens Piano Sonata No.31, Op.110 in A flat major:

Barbers Vanessa from Glyndebourne: it doesn’t get any better than this

Vanessa dvd

We, European snobs, turn up our noses at American music. We find it all kitsch without really understanding it at all. What do we know about Samuel Barber and his partner Menotti, who also was a gifted composer, director and librettist? Little, I’m afraid. But how ‘American’ were they?  And what does that actually mean?

Vanessa, Samuel Barber’s first opera, hit like a bomb. The premiere at the Met on January 15, 1958 was a huge success. Newsweek reported that Barber’s performance was hailed with “an utter roar, usually reserved for prima donnas”. Dimitri Mitropoulos, who conducted the performance, remarked with great  enthusiasm, “At last, an American Grand Opera!”

But not so long after, the opera was labelled ‘un-American’. And that is a good point, for the libretto by Menotti, slightly based on the stories of Isak Denisen (Karen Blixen), is universal and of all times; and most reminiscent of  ‘Great Expectations’ by Charles Dickens.

After the premiere in 1958 (and the recording on RCA), Vanessa was locked up and almost forgotten. The reason? Ask the programmers, the managers, the musicologists, because I do not know. That the opera is still being staged, albeit sparsely, is thanks to Kiri te Kanawa who sang the role of Vanessa in Monte Carlo in 2001 and repeated it twice: in Washington and Los Angeles. That was a wake up call.

I cannot help but consider the production recorded for DVD at Glyndebourne in 2018 to be an absolute masterpiece. Keith Warner’s staging is very cinematic and it does the opera justice. You can really feel the cold and the frost and there are even a few snowflakes. Think of winter in Scandinavia. Of Strindberg. And of those emotions that remain hidden under a thick layer of ice…

Barber composed the role of Anatol for Nikolai Gedda. Edgaras Montvidas does not really come close to it. His beautiful, light tenor lacks sensuality, so it is not really plausible that he would break the hearts of no less than two women. Although… Vanessa has been waiting so long that she is ready for anything and Erika has never even met a man before. One thing is for sure: this Anatol is going to cause a lot of problems. Another thing is also for sure: this Anatol is going to make you hate him.

Erika is officially a cousin of Vanessa, but the good listener knows better and this production blatantly shows it. Erika is Vanessa’s daughter. That makes all relationships even more complicated – she is now also Anatol’s sister! – but at the same time also clearer. The French light mezzo Virginie Verrez is irresistible in the role. Her voice sounds youthful, curious and longing. Her ‘Must the winter come so soon’ already brings tears to my eyes. Towards the end, her voice becomes almost Vanessa-like in timbre. She closes the curtains, covers the mirrors and locks the doors. It is now her time to wait. Touching.

Vanessa is portrayed phenomenally by Emma Bell. Overemotional on the one hand, and yet pretty cool and calculating on the other. Something is not right there, you feel it, no, you know it. Bell does an excellent job of expressing that borderline-like quality. Both in her singing and in her acting.

Rosalind Plowright is peerless as the old baroness. She too, as are her daughter and granddaughter, is emotionally conflicted. Compassionate but up to a point: her principles win out over her feelings.

Donnie Ray Albert is irresistible as the old doctor. His ‘Under the linden tree’ is a real showstopper.

The London Philharmonic Orchestra, conducted by Jakub Hrusa, plays the stars from the sky. My God, what a conductor!

Barber: “Art is international, and if an opera is inspired, it needs no boundaries.” And that is so true here.

Emma Bell, Virginie Verrez , Edgaras Montvidas, Rosalind Plowright, Donnie Ray Albert, William Thomas, Romanas Kudriasovas
The Glyndebourne Chorus;  London Philharmonic Orchestra olv Jakub Hrusa
Regie: Keith Warner
Opus Arte OABD725