Ernst_Krenek

Heliane en Jonny, Jonny en Heliane. En de geschiedenis

Tekst: Peter Franken

Na het daverende succes van de première bij de Reisopera van Das Wunder der Heliane wordt als vanzelf ook het verhaal achter de wereldpremière in 1927 opgerakeld. Erich Korngolds vader Julius was een gevreesd criticus die zijn positie bij de Neue Freie Presse gebruikte om componisten die in een stijl schreven die niet aansloot bij zijn muzikale wereldbeeld volledig de grond in te boren. Dat gold in die tijd ook Ernst Křenek die hij verafschuwde. Om de nieuwste creatie van zijn zoon ruim baan te geven begon Korngold senior niet alleen ongevraagd een promotiecampagne voor Das Wunder der Heliane maar tegelijkertijd een strijd tegen de nieuwe opera Jonny spielt auf van Krenek die hij als schoolvoorbeeld zag van de uitwassen van de moderne muziek.

Dat viel niet in goede aarde bij een deel van het Weense publiek waardoor al snel een tegencampagne op gang kwam die zich nadrukkelijk ook tegen Erich Korngold en diens Heliane keerde. Uiteindelijk werd Jonny spielt auf een enorm succes, het werk werd al snel na de première overal in Europa gespeeld.

Waldemar Staegemann als Jonny
Kostümfoto von Usula Richter 1927

Met Korngolds Europese carrière ging het na de relatieve mislukking van zijn Heliane bergafwaarts. Het publiek had zich van hem afgewend, mede door toedoen van zijn vader die zich als een dolle stier had gedragen. Hij verloor zijn interesse in het schrijven van opera’s en ging al snel in op een uitnodiging om in Hollywood filmmuziek te gaan schrijven. Dat werd zijn nieuwe carrière en leverde hem twee Oscars op.

Na 1933 werden uitvoeringen van de Joodse Korngold door de nazi’s verboden waardoor hij tot ver na de oorlog vrijwel onbekend is gebleven. Maar voordien had zijn eigen vader feitelijk zijn carrière al de das om gedaan. Nu we een eeuw verder zijn is het aardig om die twee werken weer eens naast elkaar te leggen.

Jonny spielt auf

Křenek (1900-1991) schreef 20 opera’s in de periode tussen 1922 en 1973, de laatste twee speciaal voor het nieuwe medium televisie. Zijn vierde opera Jonny spielt auf ging in 1927 in première en was zoals gezegd de grootste concurrent voor de aandacht van het publiek van Korngolds Das Wunder der Heliane. Jonny spielt auf zag ik in 2005 in Oper Köln. Een opname van dit werk werd in 1993 door Decca op cd uitgebracht in de serie ‘Entartete Musik’.

De opera werd na de première zeer enthousiast ontvangen en binnen de kortste keren overal in Duitsland en daar buiten geprogrammeerd. De vele honderden voorstellingen genereerden veel inkomen voor de componist die zijn leven op slag zag veranderen.

Krenek schreef zelf het libretto voor Jonny waarin de hoofdrol is weggelegd voor de romantische geëxalteerde componist Max die zich in zijn ambities geremd denkt door Anita, een opera zangeres. In werkelijkheid schrikt Max ervoor terug om zijn lot in eigen handen te nemen, hij is afwachtend en verwart dat met stabiliteit.

De violist Daniello en de zwarte jazz musicus Jonny zijn Max’ rivalen in de liefde voor Anita. Verder speelt de viool van Daniello een belangrijke rol. Jonny probeert die te stelen en het instrument maakt tijdens de opera een hele reis verstopt in een banjo kist. Rond dit gegeven volgen korte scènes elkaar in snel tempo op waarbij expressionistische beelden, filmische elementen, slapstick comedy en misdaad door Krenek tot een dynamisch geheel zijn verweven.

Jonny als leider van een jazzband in een hotel in Parijs brengt als vanzelf jazzy klanken met zich mee. Maar in andere scènes laat Krenek zich van een uitgesproken neo-romantische kant horen, en zo’n beetje alles daar tussenin. Het slot van de opera ziet Max met Anita naar Amerika vertrekken, Daniello komt onder een trein en Jonny mag de gestolen viool houden.

Het begin van het Derde Rijk betekende direct het einde van Jonny’s succesreeks. Het werk voldeed volledig aan de typologie van Entarte Musik die de nazi’s hadden bedacht. De poster waarop Jonny te zien is werd zelfs in karikaturale vorm, een neger met dikke lippen die saxofoon speelt, tot het beeldmerk van de in 1937 opgezette tentoonstelling over Entartete Kunst. Het werk raakte in vergetelheid maar is tegenwoordig wel weer eens te zien. Zo ook in 2016 in Theater Hagen.

De muzikale richtingenstrijd die Korngold senior meende te moeten voeren ligt ver achter ons en speelt geen rol meer als we beide werken beluisteren en op waarde schatten. De dag na de première van Heliane in Enschede waarover ik eerder op deze site berichtte speelde ik in de auto op weg naar huis Jonny af. Wat ik hoorde maakte weinig indruk en wist hoegenaamd niet te beklijven, afgezien van de slotopmerking aan het einde van de eerste akte: ‘You forgot the banjo’.

De muziek mag dan wel aansluiten bij de tijdgeest van de jaren ’20, het zijn niet de huidige twintiger jaren. Dat neemt niet weg dat een live theateruitvoering in een leuk opgetuigde productie zoals ik in Keulen zag een zeer geslaagde opera ervaring kan zijn. Ik denk er met genoegen aan terug en was graag naar Hagen gegaan om het stuk nog eens te zien. Helaas is dat niet gelukt. Om kort te gaan: Heliane en Jonny met elkaar willen vergelijken heeft in de huidige tijd geen enkele meerwaarde, het is sneeuw van eergisteren. Und das ist gut so.



Opname uit Wenen 2002 met (o.a) Tortsen Kerl, Nancy Gustafson en Bo Skovhus.

https://ok.ru/videoembed/2376192297500

Op YouTube zijn er ook fragmenten te vinden met (o.a.)Lucia Popp:




About music that was banned

The term “entartet” (degenerate) was already in use in criminology in the 19th century, it meant something like “biologically degenerate”. The Nazis made grateful use of this idea; that it was something to be wary of, a bad influence that had to be banned. Modernism, Expressionism, jazz … and Jews of course, they were degenerated from the start, they could make Aryan souls sick. They all had to be banned.

What had started as prohibition soon developed into exclusion and resulted in murder. Those who managed to flee to America or England usually survived the war, but at what cost?

Those who stayed in Europe were doomed. Many composers were deported via Theresienstadt to the concentration and extermination camps, many ended up there directly. After the war they were totally forgotten and thus murdered a second time. Those who survived were called hopelessly old-fashioned and therefore their works were not performed. The turnaround finally came in the 1990s, too late for most.


Michael Haas, then a very efficient producer for Decca, started an unsurpassed series called ‘Entartete Musik’. Unfortunately, it did not last: it did not sell. Haas was fired and most of those CDs are now out of the catalogue.


Michael Haas at Tonzauber Studios Vienna, photo Georg Burdicek


In 2004, Michael Haas was back, in Amsterdam of all places: together with Jan Zekveld and Mauricio Fernandez (respectively artistic director and head of casting of the Matinee) he put together a beautiful series for the Saturday Matinee in the Amsterdam Concertgebouw, starting with a magnificent performance of Schreker’s Die Ferne Klang.


But the small German firms CPO, Cappricio and Orfeo assiduously continued to record special treasures of forgotten works. Orfeo even devoted a special series to that music, called ‘Musica Rediviva’. This included the opera Die Bakchantinen by Egon Wellesz (Orfeo C136 012H), which was also performed at the Matinee.



Schulhoff’s vocal symphonies (Orfeo C056031 A) are not to be despised either. Composed in the years 1918/19, they breathe the unadulterated atmosphere of the fin de siècle: dark and heavily melancholic they show us another Schulhoff, the romantic pur sang. The warm, dark timbre of Doris Soffel fits the melancholic melodies like a glove.


An absolute must is the DVD entitled ‘Verbotene Klange. Komponisten in Exil’ (Capriccio 93506). It is a documentary on German and Austrian composers who, as the commentator puts it, “instead of being revered, were despised”. And who, thanks to emigration, survived. With interviews with, among others, Ernst Krenek and Berthold Goldschmidt: the latter we meet at the very first recording (after 50 years!) of his string quartets. And the almost centenarian Krenek says something that could be called typical for that generation: “I am caught between continents. In America I don’t really feel ‘heimisch’, but I would never consider going back to Europe. There is no home for me anywhere. Not anymore.

Over muziek die verboden werd

De term ‘entartet’ (ontaard) werd al in de negentiende eeuw gebruikt in de criminologie, het betekende zoiets als ‘biologisch gedegenereerd’. Daar hebben de nazi’s dankbaar gebruik van gemaakt, want daar moest men voor oppassen, daar ging een slechte invloed van af, dat moest verboden worden. Modernisme, expressionisme, jazz … en Joden natuurlijk, die waren bij voorbaat al gedegenereerd, daar konden Arische zieltjes ziek van worden.

Wat als verbod was begonnen ontwikkelde zich algauw tot uitsluiting, en resulteerde in moord. Degenen die het gelukt was om naar Amerika of Engeland te vluchten, hebben de oorlog meestal overleefd, maar tot welke prijs?

Wie in Europa was gebleven werd gedoemd. Vele componisten werden via Theresienstadt naar de concentratie- en vernietigingskampen gedeporteerd, velen belandden daar rechtstreeks. Na de oorlog werden ze totaal vergeten en zo voor de tweede keer vermoord. Wie het overleefde werd voor hopeloos ouderwets uitgemaakt en dus niet gespeeld. De kentering kwam pas in de jaren negentig, voor de meesten te laat.

Michael Haas, een toen zeer verdienstelijke producer van Decca, startte een onvolprezen serie de ‘Entartete Musik’ op. Helaas, lang heeft het niet geduurd: het verkocht niet. Haas werd ontslagen en de meeste van die cd’s zijn inmiddels uit de catalogus.


Michael Haas at Tonzauber Studios Vienna, photo Georg Burdicek

In 2004 was Michael Haas terug, in Amsterdam nota bene: samen met Jan Zekveld en Mauricio Fernandez (resp. artistiek leider en hoofd casting van de Matinee) heeft hij prachtige series voor de ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw samengesteld, die met een schitterende uitvoering van Die Ferne Klang van Schreker was aangevangen.

Maar de kleine Duitse firma’s CPO, Cappricio en Orfeo gingen onvermijdelijk door met het opnemen van bijzondere schatten aan vergeten werken. Orfeo heeft zelfs een speciale serie aan die muziek gewijd, genaamd ‘Musica Rediviva’. Met o.a. de opera Die Bakchantinen van Egon Wellesz (Orfeo C136 012H), die ook tijdens de Matinee werd uitgevoerd.

Ook de Vocale symfonieën van Schulhoff (Orfeo C056031 A) zijn niet te versmaden. Gecomponeerd in de jaren 1918/19 ademen ze onvervalste sfeer van het fin de siècle: donker en zwaar melancholisch tonen ons een andere Schulhoff, de romanticus pur sang. Het warme, donkere timbre van Doris Soffel past de zwaarmoedige melodieën als een handschoen.


Als een absolute must beschouw ik de DVD getiteld ‘Verbotene Klange. Komponisten in Exil’ (Capriccio 93506). Het betreft een documentaire over de Duitse en Oostenrijkse componisten, die, zoals de commentator het zegt “in plaats van vereerd te zijn, veracht werden”. En die, dankzij de emigratie, in leven zijn gebleven. Met interviews met o.a. Ernst Krenek en Berthold Goldschmidt: de laatste maken we mee bij de allereerste opname (na 50 jaar!) van zijn strijkkwartetten. De bijna honderdjarige Krenek zegt iets, wat je typerend voor die generatie zal kunnen noemen: “Ik zit gevangen tussen de continenten. In Amerika voel ik me niet ‘heimisch’, maar ik pieker er niet over om terug naar Europa te gaan. Nergens ben ik meer thuis”.