cd/dvd recensies

Brigitte Fassbaender: ‘zangerig’ is het toverwoord

Fassbaender

In de oorspronkelijk EMI-uitgave (74767972) waren de teksten niet bijgeleverd. Een euvel, maar echt nodig waren ze niet: Fassbaender articuleert zo goed dat ieder woord duidelijk verstaanbaar is, zonder dat het afbreuk doet aan de muziek.

Haar Mahler is zeer gevoelig, gezongen met compassie. Soms worden haar emoties haar de baas (Lieder eines fahrenden Gesellen), maar ik vind het niet erg. Mahler kan het hebben.

Arnold Schönberg is andere koek. Zijn cyclus Das Buch der hangenden Garten componeerde hij in 1908, en al is het niet gespeend van emoties, toch is het strikt atonaal. In een interview met Thomas Vogt bekent Fassbaender dat het niet makkelijk was om de liederen te leren zingen, toch vindt zij ze ‘zangerig’ geschreven. En zo vertolkt zij ze ook, zangerig, alsof zij Schumann staat te zingen.

De liederen van Milhaud zijn een hoofdstuk apart: was Mahler een voorgerecht en Schoenberg een (zwaar) hoofdgerecht, zo zijn de Chansons de la négresse net een luchtig dessert. Ondanks de verre van vrolijke teksten zijn ze licht en dansant, en ze liggen prettig in het gehoor.


Gustav Mahler, Arnold Schönberg, Darius Milhaud
Brigitte Fassbaender (mezzosopraan)
Irwin Gage & Aribert Reimann (piano)

Thomas Hampson breekt lans voor de Amerikaanse muziek en dichtkunst

Hampson America

Thomas Hampson is al decennialang een onvermoeibare ambassadeur van art songs van Amerikaanse componisten, alsook van de Amerikaanse dichtkunst. In 1991 nam hij voor Teldec cd op met ‘Duitse’ liederen van Charles Ives, Charles Tomlinson Griffes en Edward MacDowell

Griffes ‘Mein Herz ist wie die dunkle Nacht’:

In 1997 kwam bij EMI To the Soul uit, met liederen op teksten van Walt Whitman.

Die namen ontbraken dan ook niet op de recitals die hij in 2001 in Salzburg gaf, en die een onderdeel waren van wat een ‘Hampson Project’ heette. Het thema van dit minifestival (er was ook een symposium) was de Amerikaanse poëzie, door verschillende, dus niet alleen Amerikaanse componisten getoonzet. Hampson deed meer dan zingen alleen. Hij leidde de liederen in, gaf er commentaar op en vertelde over de componisten, dichters, schrijvers en tradities.

Thomas Hampson over ‘American Songbook’

Tot grote vreugde van een ieder die de Amerikaanse muziek en poëzie een warm hart toedraagt zijn er een paar jaar geleden drie van die recitals, van resp.12 (en niet 15), 17 en 22 augustus 2001 op twee cd’s uitgebracht. Hampson zingt zoals we het van hem gewend zijn: gecultiveerd en mooi, en zijn dictie en tekstbehandeling zijn voorbeeldig.

Als bonus krijgen we drie liederen van Korngold, afkomstig van het project Verboden en verbannen, uit Salzburg 2005.

Deze clip is niet afkomstig van de cd’s (noch op You Tube noch op Spotify te vinden), maar het illustreert de betrokkenheid van Hampson met de muziek en dichtkunst uit zijn vaderland:

I hear America singing
Liederen van MacDowell, Bacon, Rorem, Bernstein, Rorem, Bridge, Bacon, Griffes, Hindemith, Korngold e.a.
Thomas Hampson (bariton), Wolfram Rieger, Malcolm Martineau (piano)
Orfeo C 707 0621 (2 cd’s)

Ruzanna Nahapetjan zingt droevige liefdesverhalen

Armeens

Een paar jaar geleden deed ik een poging om een lans te breken voor Armeense componisten. Dat is wat ik toen schreef:

“Wat weten we van de Armeense klassieke muziek? Hoeveel Armeense componisten kent een doorsnee liefhebber? Weinig, vrees ik. Op Aram Khachatourian en zijn Gayaneh na, dan. Maar ook deze componist dankt zijn betrekkelijke bekendheid aan de ‘sabeldans’ en de openingstune van de ooit zo populaire TV-serie Onedinline.

Droevig. Des te meer als je bedenkt dat de Armeense cultuur met haar eigen alfabet en haar eigen muzieknotatie tot de oudste in Europa behoort. Gelukkig wordt er de laatste tijd wat meer aandacht aan besteed”

Dat laatste is misschien waar, maar niet heus. Zo hebben we Komitas leren kennen, een beetje dan, want nog steeds wordt zijn muziek veel te weinig gespeeld. Voor mensen die hem nog niet kennen: “Komitas Vardapet (Kudina 1869 – Parijs 1935) was een Armeens priester, componist, koordirigent, zanger, muzieketheoloog, muziekpedagoog en musicoloog. In 1915 was hij getuige en slachtoffer van de Armeense genocide, als gevolg waarvan hij krankzinnig werd. Hij wordt daarom gezien als een martelaar van de Armeense volkerenmoord.” (bron: Wikipedia).

https://andrewjsiebert.files.wordpress.com/2015/06/komitas.jpg?w=816&h=9999

De liederen van Komitas ontbreken dan ook niet op de niet zo lang geleden uitgebrachte solo-recital van de van oorsprong Armeense en in Nederland woonachtige sopraan Ruzanna Nahapetjan. Na haar studie in Yerevan, Tallinn en de Verenigde Staten vervolgde zij haar opleiding aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam.

Voor haar eerste cd, getiteld None but you heeft zij verschillende liederen van verschillende componisten uit verschillende landen verzameld, met maar één motto: allemaal gaan ze over de liefde. Nahapetjan: “Liefde kent veel verhalen, die allemaal anders zijn. Vaak zijn ze vervuld van pijn, melancholie en heftige gevoelens”.

Het is een prachtige cd geworden, niet alleen vanwege het veelal weinig bekend repertoire (mijn favoriet: ‘Only once’ van Boris Fomin), maar ook omdat de stem van Nahapetjan van een wonderlijke schoonheid is. Soms klinkt het alsof zij de melancholie zelf heeft uitgevonden.

Van al die prachtige liederen die Nahapetjan op haar recital heeft verzameld het meest onder indruk ben ik van de drie liederen van Komitas. Neem alleen maar zijn ‘Antuni – Homeless’, daar krijg ik het koud van en de rillingen lopen over mijn rug.

Zowel de beide pianisten als de gitarist zorgen voor de uitstekende begeleidingen, maar er zijn ook minpunten. Op den duur gaat die droefheid ook overslaan op je eigen gemoedstoestand. Je moet de cd dan ook niet gaan beluisteren als je liefdesverdriet hebt of gewoon niet goed in je vel zit want de kans is groot dat je er nog somberder van gaat worden en op zijn Russisch een fles wodka naast je cd -speler plant en heel erg gaat janken.

Deze cd is te bestellen bij de zangeres zelf:

http://nahapetjan.com/bestel-cd.html

None but you
Liederen van Komitas, Fomin, Rybasov, Guastavino, Braga, Granados, Mompou, Bridge e.a.
Ruzanna Nahapetjan (sopraan)
Roderigo Robles de Medina en Jochem Geene (piano)
Martin van Hees (gitaar)

Pianotrio’s uit Armenië: balsem voor de ziel

Authentieke Ruslan en Ludmila uit het Bolshoi

Ruslan en Ludmmila

Voor zijn eerste grote werk, een ‘novelle in strofen’, bewerkte Poesjkin één van de meest geliefde Russische sprookjes, Ruslan en Ludmila. Het gedicht op zijn beurt inspireerde Mikhail Glinka voor het componeren van zijn succesvolste opera, al was de ontvangst bij de première nogal matig.

Glinka, nog steeds beschouwd als de ‘vader van de Russische muziek’, combineerde nationale volksdansen en liederen met het Italiaanse belcanto: de invloeden van Donizetti en Bellini zijn in de zeer aanstekelijke ouverture duidelijk hoorbaar.

In april 2003 werd in het Bolshoi-theater in Moskou de eerste ‘authentieke’ uitvoering van Ruslan en Ludmila gepresenteerd. De meest oorspronkelijke en verloren gewaande partituur werd opgespoord (daarover staat een uitgebreid verslag in het tekstboekje) en nauwkeurig opgevolgd. De moderne blaasinstrumenten werden vervangen door exemplaren zonder ventielen en de concertvleugel door een Érard-piano, en in de vierde acte gaf zelfs een heuse glasharmonica act de presence.

Voor de hoofdrollen werden jonge zangers geëngageerd en het geheel stond onder de bezielde leiding van Alexander Vedernikov, sinds 2001 chef van het Bolshoi. Gelukkig voor ons zagen de bazen van Penta Tone hoe belangrijk de gebeurtenis was, en de voorstelling werd live in super-audio opgenomen. Een feest, niet alleen voor de operaliefhebbers. Een bijzondere uitgave.


Mikhail Glinka
Ruslan and Lyudmila
Taras Shtonda, Etakerina Morozova, Vadim Lynkovsky, Aleksandra Durseneva e.a.
Chorus and Orchestra of the Bolshoi Theatre, Moscow olv Alexander Vedernikov
PentaTone PTC 5186 043

 

 

 

 

 

 

Vesper Psalms van Donizetti herontdekt

Donizetti Vespers

Hier heb ik dus nog nooit van gehoord en ik vermoed dat ik de enige niet ben. Toen Donizetti nog aan het studeren was bij Simon Mayr heeft hij de psalmteksten voor Vespers – toen een zeer populair genre – op muziek gezet. Hij schreef het werk in de jaren 1819/1820, maar uitgevoerd werd het nooit. Waarom? Daar komen we nooit achter. Denk ik. Alhoewel?

De partituur is, na zowat 200 jaar onbekend te zijn gebleven nog maar pas geleden ontdekt en dat is natuurlijk fantastisch dat we er kennis mee mogen maken. Buitengewoon belangrijk voor de musicologen en Donizetti die-heards. Zelf vind ik het ongekend goed dat het werk niet alleen werd uitgevoerd maar ook opgenomen en daar ben ik Naxos er eeuwig dankbaar voor. En toch..

En toch… Tot mijn spijt vind ik het werk buitengewoon zwak en ik denk niet dat ik er nog ooit weer naar zal luisteren. Gelukkig is de uitvoering meer dan redelijk en Franz Hauk doet werkelijk zijn best om ons te overtuigen dat het om een vergeten meesterwerk gaat.


GAETANO DONIZETTI
Vesper Psalms
Andrea Lauren Brown, Anna Feith, Johanna Krodel, Veronika Sammer, Markus Schafer, Christoph Rosenbaum, Daniel Ochoa, Niklas Mallmann
Simon Mayr Chorus
Concerto de Bassus olv Franz Hauk
Naxos 8573910

Dietrich Fischer-Dieskau zingt liederen van Wolf en Reger

Wolf Reger fiDi

Liederen van Hugo Wolf behoren nog steeds niet tot de dagelijkse kost, en georkestreerd hoor je ze eigenlijk bijna nooit. De componist zelf heeft 24 van zijn liederen gearrangeerd, maar voor deze live opname is een selectie gemaakt van maar zeventien, waarvan er drie door resp. Günter Raphael, Max Reger en de Finse bas Kim Borg zijn georkestreerd. Ik vind het zonder meer mooi, maar gek genoeg wordt de angel, de bitterheid en de ernstige satire, de componist zo eigen, er iets minder voelbaar door.

Het ligt zeker niet aan de dirigent: Stefan Soltész heeft er duidelijk affiniteit mee. In 1990 was Dietrich Fischer-Dieskau al lang over zijn hoogtepunt heen en zijn – voor mij – hinderlijke manier om alles over te articuleren vind ik gewoon storend.

Op de tweede cd, met de orkestliederen van Max Reger (opname 1989) vind ik het minder hinderlijk, maar echt mooi? Reger behoorde niet tot Fischer-Dieskaus standaardrepertoire en ik denk niet dat hij erin geloofde. Op de een of andere manier komt het niet overtuigend over. Althans niet op mij.

Die liederen zijn eigenlijk geen liederen. Denk meer richting cantates, zeker ook omdat er in twee van de werken, ‘Der Einsiedler’ en ‘Het Requiem’ een groot aandeel is aan de – uitstekende, overigens – koren toebedeeld. Gerd Albrecht verricht wonderen met zijn Philharmonisches Staatsorchester uit Hamburg.

Beide cd’s zijn al eerder op de markt geweest, maar de combinatie van de twee componisten bij – en naast – elkaar biedt een verfrissende kijk op de manier hoe ze elkaar hebben beïnvloed.


HUGO WOLF
MAX REGER
Orkestliederen
Dietrich Fischer-Dieskau (bariton)
Münchner Rundfunkorchester olv Stefan Soltész
St. Michaelis-Chor en Monteverdi-Chor Hamburg
Philharmonisches Staatsorchester Hamburg olv Gerd Albrecht
Orfeo MP 1902

‘Prehistorische’ Ligeti geniaal uitgevoerd

Belcea Ligeti

Voor mij zijn de strijkkwartetten van Leoš Janáček het absolute opus magnus in het genre. Noem mij maar een jerk, maar al bij de eerste maten van nummer twee vullen mijn ogen zich met tranen en je kunt mij gewoon opvegen. In de loop der jaren zijn er best veel uitstekende uitvoeringen op de markt verschenen, waarvan mij de DG-opname van het toen nog piepjonge Hagen Quartet het dierbaarst is.

Het is niet de eerste keer dat Belcea’s zich over de strijkkwartetten ontfermen: al in 2001 hebben ze de werken voor Zig Zag Territoires (ZZT 010701) opgenomen. Ik was er niet echt kapot van, op de een of andere manier vond ik ze niet tot de kern van de muziek geraken.  Toch blijf ik de opname koesteren: ik ben nu eenmaal een echte ‘Belcea-fan’.

De nieuwe opname vind ik verfrissend. De tempi zijn een beetje snel maar het deert niet. De spelers houden hun emoties een beetje in bedwang, waardoor er juist veel ondergrondse spanning voelbaar is. Mooi.

Maar wat de cd tot een echte must have maakt is de uitvoering van het eerste strijkkwartet van Ligeti. De Hongaarse meester componeerde het in 1954, twee jaar later zou hij het land ontvluchten, waarna hij zijn compositie als een ‘prehistorische Ligeti’ ging noemen.

 Prehistorisch of niet: ik vind het geniaal. Het nagelt je aan je stoel en je kunt niet anders dan luisteren: het liefst met alle deuren en ramen dicht opdat je niet gestoord zou kunnen worden.

Het strijkkwartet dat niet voor niets de naam Métamorphoses nocturnes draagt (ja, noem het maar programmatisch) wordt niet zo vaak uitgevoerd, maar van alle uitvoeringen die ik tot nu toe heb gehoord staat die van de Belcea’s zonder meer op de top.

Leoš Janáček
String Quartets No. 1 (Kreutzer Sonata), No. 2 (Intimate Letters)

György Ligeti
String Quartet No. 1 (Métamorphoses nocturnes)

Belcea Quartet
Alpha Classics, CD ALPHA 454

Belcea Quartet en Piotr Anderszewski nemen hun eerste Sjostakovitsj op

Saint Ludmila van Dvořak profiteert van een uitstekende uitvoering

Dvorak Ludmila

 

De beginjaren (en het martelaarschap van de heiligen) van het Christendom zijn al eeuwenlang een meer dan belangrijke inspiratiebron van de Westerse kunstwereld. Ook De heilige Ludmila, een weinig bekend oratorium van Antonin Dvořak gaat daar over. Het libretto van Jaroslav Vrchlický is gebaseerd op een historisch waar verhaal over de bekering van de vorstin Ludmila en haar geliefde Bořivoj, hertog van Bohemen. Het was Dvořaks derde oratorium, hij componeerde het in 1886. De première was een fiasco, waarna de componist zijn werk een paar keer heeft bewerkt.

Dat de compositie niet zo vaak wordt uitgevoerd, dat snap ik wel. Ik zelf vind het behoorlijk onevenwichtig, nergens wil het maar één geheel worden. Niet dat het niet mooi is, integendeel. En met een goede uitvoering kan men best veel bereiken, iets wat hier zeer zeker het geval is.

Adriana Kohútková is een pracht van een Ludmila en de tenor Tomáš Černý een meer dan een overtuigende Bořivoj. Karla Bytnarová zingt een fraaie Svatana, de vertrouwde dienares en vriendin van Ludmilla en ook de bas Peter Mikuláś (Ivan) kan mij goed bekoren.

Maar het mooist vind ik de bijdragen van het werkelijk sublieme koor en de mooier dan mooi spelende Slovak Philharmonic Orchestra onder leiding van Leoš Svarovský.

 

ANTONIN DVOŘAK
Saint Ludmila
Adriana Kohútková, Karla Bytnarová, Tomáš Černý, Peter Mikuláś
Slovak Philharmonic Orchestra and Choir o.l.v. Leoš Svarovský
Naxos 8.574023/4

Mocht u ook willen zien:

https://www.operaonvideo.com/svata-ludmila-or-saint-ludmila-dvorak-bratislava-2015/

 

La Sirène van Auber: een gemiste kans

AuberHier heb ik dus helemaal niets mee. Echt niets. De muziek an sich is ongelooflijk leuk, dat wel, maar eerlijk gezegd denk ik dat er veel meer er uit te halen was. Het wil nergens sprankelen. La Sirène is een opéra comique in drie acten en aangezien de opname van Naxos nog geen 70 minuten lang is, is het een en ander gesneuveld, dialogen voornamelijk. Niet dat ik er rouwig om ben: mijn Frans is ontoereikend en er is geen libretto bijgeleverd.

Maar ook de uitvoering kan mij niet echt bekoren. Jeanne Crousand (de sirene) zingt uitstekend, zij haalt ook moeiteloos haar hoge noten, maar echt verleidelijk kan ik haar nergens vinden. Nog meer moeite heb ik met de beide tenoren, af en toe klinken ze gewoon geknepen. Eerlijk gezegd heb ik de cd alleen maar afgeluisterd omdat het moest.

Doodzonde, want het is de allereerste opname van het werk. Auber is sowieso niet een componist die we vaak tegenkomen en dat verdient hij niet. Vooralsnog is zijn naam voornamelijk bekend van La Muette de Portici uit 1820 en dat ook nog eens omdat de opera een revolutie heeft ontketend. Het wachten is op een nieuwe Richard Bonynge die Auber weer op de rails kan brengen.


DANIEL FRANÇOIS ESPRIT AUBER
La Sirène
Jean-Fernand Setti, Xavier Flabat, Jean-Noël Teyssier, Jacques Calatayud, Jeanne Crousaud, Dorothée Lorthiois
Les Métaboles Choir
Orchestre des Frivolities Parisiennes olv David Reiland
Naxos 8660436

Mirga Gražinytė -Tyla lifts Weinberg’s autobiography to unprecedented heights

Weinberg Grazynite

Weinberg’s 21st symphony is not a work you can simply listen to. It presents itself as Weinberg’s autobiography: his escape from the Warsaw Ghetto, his arrival and stay in the Soviet Union and his fight with the authorities and the memories. The structure of the symphony is incredibly complex – irreverently one could say that it is unbalanced, because all kinds of things happen in it. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahler’s ‘Mutter, ach Mutter’ from his Des Knaben Wunderhorn, a klezmer tune carried by a solo clarinet that turns into a Requiem.

However, aren’t our memories like that? Disordered, one emotion evoking another? Weinberg dedicated his ‘Kaddish’ (one of the most important prayers in the Jewish liturgy that is pronounced after the death of a parent) – symphony from 1991 to the victims of the Warsaw ghetto. Distressing. Just like the life of Weinberg himself.

But do not forget the second symphony! The Adagio is an eleven-minute sadness that hurts so much that it can only lead to a satirical outburst in part three, the Allegretto. My God, what music. What a composer.

I can be brief on the performance. Brilliant. Mirga Gražinytė-Tyla confirms her reputation as one of the best young conductors of today. Under her leadership the City of Birmingham Symphony Orchestra sounds like I haven’t heard it in years, not since the very young and unknown Simon Rattle first took over the reins there. It is therefore gratifying that she has been awarded an exclusive contract with DG.

That she chose Weinberg’s Kaddish for her first recording on the ‘yellow label’ is significant. Knowing her (and her preferences) we can expect exciting recordings of unknown and lesser known works. Go, Mirga, go!

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

MIECZYSŁAW WEINBERG
Symphony no. 2 on. 30; Symphony no. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (violin), Maria Barns (soprano), Oliver Janes (clarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (double bass)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica conducted by Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661Kreme

In Dutch: Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten