Plácido_Domingo
Il Postino van Daniel Catán: prachtige opera, prachtige uitvoering, prachtige productie

Eerst was er een roman, Ardente Patience (Brandend geduld), geschreven door de Chileen Antonio Skármeta. Het boek werd algemeen bekend toen het in 1983, door de schrijver zelf, werd verfilmd. De film won een groot aantal nationale en internationale prijzen, onder andere Le Grand Prix du jury in Biarritz.
Een echte hit werd het echter pas in 1994, toen het door Michael Radford voor de tweede keer werd verfilmd, nu onder de titel Il Postino (De Postbode). De film kreeg een cultstatus – je telde niet mee als je de film niet had gezien.
Het is een (fictief) verhaal over een jonge postbode Mario die de wereld van poëzie ontdekt. Geïnspireerd en aangemoedigd door zijn enige ‘klant’, een in ballingschap levende wereldberoemde dichter en communistische activist (Pablo Neruda), schrijft Mario gedichten aan zijn geliefde Beatrice.
Jaren later, tijdens zijn terugkeer aan Cala di Scotto, ooit zijn verbanningsoord, maakt Neruda kennis met Pablito, het zoontje van Mario, die zijn vader nooit heeft gekend – hij werd gedood tijdens een communistische demonstratie.
De heerlijk nostalgische en ontroerende feelgoodmovie, waarin ook de tranen rijkelijk vloeien heeft ook de wereld van klassieke muziek veroverd. In 2010 heeft de opera Il Postino zijn wereldpremière in Los Angeles gehad, met niemand minder dan Plácido Domingo in de rol van Neruda.
Het was de laatste opera van de Mexicaanse componist Daniel Catán, die in 2011 op zijn 61e overleed. Catán vervaardigde zelf het libretto voor zijn opera.

Daniel Catán
Catáns muziek is met zijn vloeiende melodieën en herkenbare aria’s en duetten niet minder dan prachtig. Niet alleen voor ons, de toehoorders, maar ook voor de zangers. Ik citeer George Loomis, één van de muziekrecensenten van de New York Times: ,,His operas let singers do what they have been trained to do, and what they do in the theater when not performing operas by contemporary composers.”
En zo is het ook, al zou ik zelf, zeker bij Il Postino, het liefst het woord poëtisch willen gebruiken. Niet omdat één van de hoofdpersonen een beroemde dichter is, maar voornamelijk vanwege de in het libretto gebruikte taal, waar de muziek naar ‘gekneed’ is.
Luister maar naar het duet ‘Metaforas’, waarin Neruda de jonge postbode de kunst van het gebruik van metaforen uitlegt. ,,Is de hele wereld dan gewoon een metafoor?” vraagt Mario, die ontdekt dat ook hij kan dichten… ,,Het antwoord krijg je morgen”, zegt Neruda, maar wij kunnen het al op zijn gezicht lezen.
Het superromantische liefdesduet tussen Mario en Beatrice doet je hart smelten. Het zou zo uit La bohéme kunnen zijn uitgewandeld en dat vind ik mooi. Sterker nog, ik word er door geraakt.
In één van de eerste scènes van de opera maken wij kennis met Neruda en zijn vrouw Matilde. Vertederd bezingt hij hoe zij hun ‘asylum’ tot een thuis wist om te toveren (het duet ‘Los Manos’).

credits: Lawrence K. Ho/Los Angeles Times
In een zeer erotische aria ‘Desnuda’ bezingt hij haar schoonheid en ontkleedt haar met zijn ogen. Wat volgt is een zeer poëtische liefdesscène, waarin wij net genoeg te zien krijgen om onze fantasie te prikkelen.
Domingo is een gedroomde Neruda. Zijn zeer warme stem is vol liefde en passie, hij vervoert, inspireert en vertedert. Hij heeft honderden gezichtsuitdrukkingen tot zijn beschikking en hij kan tango dansen!
Cristina Gallard-Domas (Matilde) klinkt af en toe een beetje schril in de hoogte, maar haar intensiteit en haar rolinvulling vergoeden alles. Zij is ook een prachtige vrouw, een prototype van een Zuid Amerikaanse met te grote ogen en te grote mond, waarachter je een en al passie kan vermoeden.

Charles Castronovo (Mario)
In Mario heft Charles Castronovo de rol van zijn leven gevonden. Met zijn lyrische tenor – en zijn acteertalent! – zet hij een levensechte jongeman neer: schuw en romantisch maar dan wel een met veel ambities en doorzettingsvermogen om zijn doel te bereiken.
Amanda Squitieri is een spetterende Beatrice en de regie van Ron Daniels is zonder meer subliem – zijn personenregie is om te smullen! De productie is zeer filmisch en doet een beetje aan het Italiaanse neorealisme van de Sica met de kleuren van Almodovár denken.
Prachtige opera, prachtige uitvoering, prachtige productie.
Trailer:
Daniel Catán
Il Postino
Plácido Domingo, Charles Castronovo, Amanda Squitieri, Cristina Gallardo-Domás, Nancy Fabiola Herrera, Vladimit Chernov e.a.
Los Angeles Opera Orchestra & Chorus onder leiding van Grant Gershon
Solisten: Regie: Ron Daniels
Sony 88691919709
Waarom houden we van Manon Lescaut? Discografie.
Waarom houden we zo van Manon? Echt deugdzaam is zij niet. Ze verlaat haar grote liefde voor een oude rijkaard, maar zodra zij verveeld raakt mag haar jonge minnaar terugkomen. Zij wil best met hem vluchten, maar dan niet zonder haar juwelen. Een kind kan zien dat het niet goed kan aflopen.
Eenmaal gesnapt wordt Manon gevangen genomen en voor straf naar Amerika verbannen, waar zij sterft in de armen van haar geliefde. De arme ziel weigerde namelijk haar te verlaten. Over liefde gesproken!
Het is dankzij Puccini, die haar karakter in de prachtigste noten heeft weten te vangen, dat zij nergens ééndimensionaal wordt en je moet van steen zijn wil je niet van haar kunnen houden.
De rol van Manon werd in 1893 in het Teatro Reggio in Turijn gecreëerd door Cesira Ferrari, een Italiaanse sopraan die haar debuut maakte als Micaëla in Carmen en drie jaar later ook de eerste Mimì in La bohème zong. Wellicht een indicatie voor het stemtype dat Puccini voor zijn Manon in gedachten had?
Hoeveel goede Manons zijn er tegenwoordig? Niet veel, denk ik. De rol stelt zeer hoge eisen aan de vertolkster. Het vereist een stem die het kinderlijk-naïeve sexappeal van het onnozele meisje uit de eerste drie akten met de echte tragédienne uit akte vier weet te combineren.
Maar ook Des Grieux is een rol die lastig valt te bezetten. De man zelf is weliswaar een mietje, maar Puccini heeft voor hem zulke heftige noten geschreven, daarbij hem voor de meest emotionele uithalen uitdagend, dat je eigenlijk Calaf in spe moet zijn wil je de opera met een nog gezonde stem overleven.
MAGDA OLIVERO

Geen twijfel mogelijk: Magda Olivero was zonder meer de beste Manon Lescaut van de tweede helft van de twintigste eeuw. In 1970, zij was toen 60 (!) jaar oud, zong zij de rol in Verona met aan haar zijde de nog geen dertigjarige Domingo. Best bizar als je bedenkt dat Olivero haar professioneel debuut heeft gemaakt acht jaar voordat Domingo werd geboren. En toch was haar portrettering van de jonge heldin volkomen overtuigend. Daar konden (en kunnen) de meeste van haar collega’s niet aan tippen!
De rol van Des Grieux was één des Domingo’s. Als Renato wist hij al zijn charmes, zijn sehnsucht en zijn jongensachtigheid (iets wat hij tot op de hoge leeftijd heeft weten te behouden) met een kanon van een stem combineren. Mijn exemplaar werd uitgebracht op Foyer (2-CF 2033), maar inmiddels bestaan er meer uitgaven in betere geluidskwaliteit en is de opname ook op You Tube te vinden.
Twee jaar later zong Olivero de rol in Caracas. De voorstelling van 2 juni 1972 werd door Legato Classics (LCD-113-2) opgenomen. Geluidskwaliteit is redelijk goed, maar wat de opname echt begerenswaardig maakt is Des Grieux van de toen zestigjarige Richard Tucker. Zo smachtend, zo verliefd, zo mooi…. Zucht. Ja, mensen: ooit werd opera door stemmen gemaakt, niet door mooie lijven!

Duet uit de vierde akte:
RAINA KABAIVANSKA
Manon werd in 1970 in Verona niet alleen door Magda Olivero, maar ook door Raina Kabaivanska gezongen, met verder dezelfde cast en dezelfde dirigent. De opname is heel erg slecht en dus eigenlijk alleen voor de diehards bestemd, maar mocht je de kans krijgen om het te beluisteren: doen. Tussen Kabaivanska, die nog steeds bijzonder ondergewaardeerd is en de jonge Domingo was een chemie hoorbaar en dat komt, ondanks de slechte geluidskwaliteit, goed over. Als bonus krijgt u fragmenten uit 1953 van de live voorstelling in Mexico, met Mario del Monaco en Clara Petrella. Ook niet te versmaden! (GAO 162/63)
Het duet uit II Tu, tu, Amore? tu?:
MIRIAM GAUCI

In 1991 was de Maltese Miriam Gauci niet echt een onbekende, maar haar grote carrière is pas met haar rol als Manon Lescaut in de Vlaamse Opera in Antwerpen begonnen. De opera was de eerste in de Puccini-cyclus, gemaakt door de toen beginnende Canadese regisseur Robert Carsen. Wie er toen bij was zal het nooit vergeten. Vanwege de schitterende productie, uiteraard, maar ook vanwege de verschroeiende vertolking van Gauci.
In 1992 nam Gauci de rol voor Naxos op (8660019-20), met aan haar zijde de Bulgaarse tenor Kaludi Kaludov als een zeer lyrisch klinkende Des Grieux. Zijn ‘Donna non vidi mai’ is een les in hoe je de hartstocht binnen de perken van lyriek kan houden. Om verliefd op te worden, zo mooi. De directie van Alexander Rahbari is zeer gedreven, maar mist veel nuances. Een must vanwege Gauci en Kaludov.
Highlights zijn op Spotify te beluisteren:
RENATA SCOTTO

Over het aanbod op DVD kan ik heel kort zijn: schaf de Menotti productie met Renata Scotto en Plácido Domingo uit de Metropolitan Opera (1980) aan en dan bent u voor uw verdere leven klaar. Er bestaat geen andere productie die daar zelfs in de buurt kan komen en ik verwacht niet dat het binnenkort gaat gebeuren. De dwangmatigheid waarmee veel hedendaagse regisseurs alles willen updaten kan de opera alleen maar om zeep helpen. Zo was het geval met de productie van Mariusz Trelinski een paar jaar geleden in Brussel, met Eva-Maria Westbroek en Brandon Jovanovich. En zo was het ook met de nieuwste productie uit de Met, geregisseerd door Richard Eyre, met Kristine Opolais en Roberto Alagna in de hoofdrollen.
Scotto zingt en acteert Manon zoals geen ander eerder heeft gedaan en met Domingo samen zorgt zij voor een avondje ouderwets janken. De zeer realistische, natuurgetrouwe en o zo spannende productie van Menotti kan gewoon niet mooier.Beter krijgt u het niet (DG 0734241)
CESIRA FERRARI: DE ALLEREERSTE MANON

Cesira Ferrari
Terug naar de allereerste Manon. Hoe klonk zij? Van Cesira Ferrari bestaat een opname van ‘In quelle trine morbide‘, gemaakt in 1905. Het staat op een dubbel cd van Standing Room Only (SRO-818-2) met de titel Creators Records. Wat je hoort is een lichte, bijna een soubretteachtige stem, maar met een donkere ondertonen. En met veel body. Zeg maar: een beetje uit de kluiten gewassen Lolita.
Plácido Domingo bezingt de Middellandse Zee
Encanto del mar (charme van de zee) heet de, inmiddels twee jaar oude solo-cd van Plácido Domingo. ‘Del Mar’ is in dit geval de Middellandse Zee. De zanger die nooit rust, zoals Domingo bekendstaat, heeft liedjes uit tal van Middellandse Zeelanden verzameld. Een verrassende selectie..
De Romeinen noemden de Middellandse Zee ‘Mare Nostrum’, onze zee. En dat klopt wel: de zee is van ons allemaal. Domingo stelt op het album: “Ik buig voor uw grandeur. Immens dankbaar ben ik voor het voorrecht geboren te zijn in Spanje, het land dat gestreeld wordt door uw wateren. Ik eer u op de enige manier die ik kan: door het zingen van uw liederen.”
De landen die de zee omringen zijn allemaal verschillend en dat hoor je in hun liedjes. De keuze van Domingo is verrassend. Naast de weinig opwindende ‘Torna a Surriento’ en ‘Plaisir d’Amour’ (beide in een nieuwe arrangement van Robert Sadin) zingt hij onder meer de Spaanse klassieker ‘Del Cabello Más Sutil’ van Fernando Obradors, één van de mooiste liedjes ooit gemaakt.
Zeer spannend en verrassend zijn de Corsicaanse polyfonische “Anghjulina”, gezongen met Barbara Fortuna en ´Non Potho Reposare´, een prachtig liefdesliedje uit Sardinië.
Minder gelukkig ben ik met de, wat mij betreft totaal uitgemolken “Aranjuez”, al is het arrangement hier zeer verfrissend. Daarvoor in de plaats had ik graag iets uit Griekenland gehoord, want het traditionele Cypriotische liedje “To Yasemi” smaakt beslist naar meer.
Er staat meer moois op de cd. ‘Adio Kerida’ bijvoorbeeld, in het Ladino gezongen, één van de bekendste liederen van de Spaanse Joden. Of het Israëlische ‘Layla Layla’ van dichter Natan Aterman, in perfect gezongen Ivriet. Of ‘Lamma Bada Yatathana’, een ‘muwashshah’ uit Arabisch Andalusië, uit de twaalfde eeuw, met een typerend Noord-Afrikaans ritme (samai thaqil).
Trailer:
Encanto del Mar
Mediterranean Songs
Plácido Domingo en diverse musici
Sony 8875006852
Vocale werken van Alberto Ginastera: prachtige muziek, schitterend uitgevoerd.
De muziek van Alberto Ginastera, wellicht de belangrijkste Argentijnse componist, is voor ons nog steeds terra incognita. Warner Classics heeft verschillende vocale werken van hem verzameld op een nieuwe cd, met glanzende bijdragen van Plácido Domingo en Virginia Tola.
Als mensen muziek van Alberto Ginastera kennen, zal het hoogstwaarschijnlijk om zijn Cinco canciones populares argentinas gaan. Veel Zuid Amerikaanse (en niet alleen Zuid Amerikanse!) zangers hebben ze op hun repertoire staan en brengen ze op hun recitals ten gehore. Geen wonder eigenlijk, de liederen zijn gewoon wonderschoon.
De uitvoering door Ana-María Martínez voor Warner valt mij een beetje tegen. Zij beschikt over een prachtige, warme sopraanstem met her en der scherpe randjes, maar dat vind ik juist fijn. Het probleem: de liederen zijn eigenlijk niets meer dan verkapte volksliedjes en Martínez benadert ze als een operazangeres: te mooi, te gecultiveerd.
Ook het arrangement voor orkest van Shimon Cohen kan mij niet echt bekoren. Met het orkestgeweld wordt het allemaal gewoon té. Met een simpele pianobegeleiding bereik je meer. Leg de prachtige uitvoering door Raoul Giménéz met Nina Walker (Nimbus) ernaast en hoor het verschil!
De scènes uit Don Rodrigo zijn niet minder dan een cadeautje, maar: waarom alleen de twee scènes? Van de opera, die je – qua muzikale structuur – het beste kan omschrijven als de Argentijnse Wozzeck, bestaat nog steeds geen officiële opname.
Plácido Domingo zong de hoofdrol al tijdens de Amerikaanse première van de opera in 1966 (!), in de New York City Opera. Je kan zijn stem van toen en nu moeilijk vergelijken, maar zijn grote aria ‘Señor del Perdó’ klinkt nog steeds als een klok.
Domingo zingt ‘Señor del Perdón’, opname van 22 februari 1966:
In 1966 werd de rol van Rodrigo’s geliefde Florinda gezongen door Jeannine Crader, een Amerikaanse sopraan die ook als eerste Ginestera’s cantate Milena heeft opgenomen. In de nieuwe opname wordt Domingo bijgestaan door de schitterende Argentijnse sopraan Virginia Tola. Haar stem is kinderlijk naïef en dramatisch tegelijk. Haar laatste woorden na de dood van Rodrigo blijven door je hoofd spoken.
Net als Jeannine Crader toen, ontfermt Tola zich ook over Milena, iets wat ik alleen maar kan toejuichen. Milena, een cantate gecomponeerd op brieven die Kafka schreef aan Milena Jesenská is niet minder dan een meesterwerk. Het verbaast mij zeer dat het niet algemeen bekend en overal uitgevoerd wordt: het werk laat je niet koud. De dramatische benadering van Virginia Tola is tegelijk ontzagwekkend en ijzingwekkend. Wat een artieste!


