Opera_Classica

Love is in the air: een hartverwarmende ontmoeting met John Osborn en Lynette Tapia

Osborn Tapia

Gelooft u niet meer in de echte liefde? Bent u cynisch geworden doordat uw hart te vaak was gebroken of u gewoon te veel huwelijken hebt zien eindigen in een scheiding? Sprookjesjaren zijn voor u al lang verleden tijd en snikken doet u alleen bij La Bohème?

Ik ken een remedie: ontmoet John Osborn en zijn grootste liefde, Lynette Tapia. Hun liefde bloeit en gloeit alsof ze elkaar pas hebben ontmoet en toch zijn ze al heel wat jaren bij elkaar! Ze hebben ook een dochter, een inmiddels achttienjarige multitalent Anna.

Osborn-en-Lynette-Tapia-2

Ik ontmoette beiden op een gruwelijk koude februari dag in 2013 met buiten ijs, sneeuw en wind, maar in het café Puccini waar wij hebben afgesproken werden mijn hart en ziel gauw opgewarmd.

Capriccio, DNO 2006

Lynette Tapia (Eine italienischer Sängerin), John Osborn (Ein italienischer Tenor)  © Foto: Hans Hijmerin

De mooie Lynette Tapia met haar prachtige groene ogen en glanzend zwart haar is ook een gevierde zangeres en soms lukt het haar om ook met haar man samen te zingen. In september 2006 hebben ze samen hun Amsterdamse debuut gehad in Capricio van Richard Strauss, als de Italiaanse zanger/Italiaanse zangeres.

OPERA CLASSICA

In oktober 2012 zongen zij samen in Rigoletto van Verdi  in Schloss Braunfels, een productie van Opera Classica Europa, een organisatie die opera’s op de mooiste historische locaties in Europa presenteert.

Osborn:
‘Ik houd er van wat Opera Classica Europa doet en van de manier waarop zij het doen. De locatie was betoverend mooi, we hadden echte, historische kostuums aan. Ouderwets? Ja, zeker. Ouderwets mooi. Wij hadden niet zo veel repetitietijd, maar dat hoefde ook niet. Er was niets wat je zo nodig bij moest leren, alles staat toch al in de muziek.’

‘De rol van Duca is bijzonder geschikt voor een hoge tenor. Ik ben al 22 jaar zanger. Ik ben geen baritonale tenor maar ik kan steeds zwaardere rollen zingen. Het hangt natuurlijk van de locatie af en het scheelt ook wie je dirigent is, en of hij het orkest in toom weet te houden. De stemming is omhooggegaan, de orkesten spelen luider, maar je moet wel boven het orkest uit zien te komen en je moet overal, ook in de achterste rijen goed hoorbaar zijn. Tel daarbij dat wij, tenoren, niet meer in falsetto zingen, dat zal het publiek van nu niet meer accepteren.”

“Ik ben van de generatie die groot is gebracht met de drie tenoren, maar er is sindsdien veel veranderd. Je kan het je niet permitteren om er niet goed uit te zien. Of niet fit te zijn. Toen ik nog jonger was deed ik er niet aan mee, aan het sporten en fitnessen, ik vond het tijdverspilling. Maar enigszins vind ik het rechtvaardig en goed dat wij er voor zorgen om een beetje aannemelijk uit te zien voor het publiek. Al gaat het nog steeds voornamelijk (hoop ik?!) over zingen!”

REGISSEURS

‘Regisseurs? Zijn ze echt belangrijk? Wie heeft er ooit van een regisseur gehoord, pakweg 50, 60 jaar geleden? We wisten wie de zangers waren en daar ging het om. De dirigent, het orkest, ja, maar een regisseur? Wij spreken nog steeds van Tosca van Callas of Don Carlo van Corelli, maar tegenwoordig staat de naam van de regisseur met de grote en vette letters boven aan het affiche, nog vóór de componist! Veel van de regisseurs hebben ook een zowat perverse manier van manipulatie van menselijke gevoelens ontwikkeld, dat stuit mij tegen de borst. Soms denk ik: wil je iets nieuws maken? Maak dan iets nieuws! Schrijf je eigen opera!’

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Een bijschrift invoeren

‘Ik bewonder Pierre Audi zeer en ik werk heel erg graag met hem samen. Goed, na een paar keer ken je het concept al en weet je dat het zeer esthetisch gaat worden, statisch ook. Maar hij heeft respect voor de zangers, wij zijn voor hem meer dan alleen maar pionnen in een schaakspel.

Afbeeldingsresultaat voor Clari osborn"

Ik heb ook bijzonder veel affiniteit met het werk van Moshe Leiser and Patrice Caurier. Ik heb met hen Clari van Halévy en Otello van Rossini gedaan, beide in Zürich en we hebben veel plezier samen gehad. Ze gaan heel erg logisch te werk en hun producties zitten bijzonder goed in elkaar. Clari is dan wel ge-updated, maar alles klopt als een bus. Die regisseurs hebben een soort zesde zintuig voor wat er bij de muziek past: hun producties zijn dan ook nooit hetzelfde.’

DIRIGENTEN

‘Wie zijn de echt goede dirigenten? De generatie, die al bijna uitgestorven is: Nello Santi, Claudio Abbado. Maar dat betekent niet dat het voorbij is, de goede oude tijd! Ik houd immens veel van Yannick Nézet-Séguin, hij begrijpt de Franse stijl als geen ander. Jammer genoeg heb ik maar één keer met hem gewerkt, in 2008 in Salzburg. Wij hebben er Romeo et Juliette samen gedaan en de voorstelling was onvergetelijk! Hij vond mijn ‘Franse manier’ van zingen zo ontzettend goed, dat hij zelfs zijn ouders voor de voorstelling heeft uitgenodigd. Het was voor mij één van de grootst mogelijke complimenten ooit!’

Pierre Audi (director), Paolo Carignani (conductor), George Tsypin (sets), Andrea Schmidt-Futterer (costumes), Jean Kalman (lighting), Kim Brandstrup (choreography), Klaus Bertisch (dramaturgy)

© Ruth Waltz

Ten tijde van ons gesprek staat Osborn als Arnold in de DNO-productie van Guillaume Tell. Deze rol vertolkte hij voor het eerst in het seizoen 2007 – 2008 bij de Accademia di Santa Cecilia Orchestra in Rome. Daarna konden we hem in deze rol bewonderen in de ZaterdagMatinee (december 2012) en de algehele pers bestempelde de uitvoering als een ‘historische gebeurtenis’.

En nu dan eindelijk op de planken. Het verschil?

“Ik heb de opera inderdaad al een paar keer concertante uitgevoerd, met meer of minder coupures, het was dus iedere keer best spannend welke versie wij nu gaan doen. Bij de Matinee was de score vrijwel compleet. Als zanger heb ik geleerd om met mijn stem te acteren, maar als ik daadwerkelijk mijn gevoelens ook op de bühne kan laten zien, door niet alleen te zingen maar ook te bewegen, dan voegt dat er nog een extra dimensie aan toe.

Is er iets wat je aan je Nederlandse publiek nog wilt zeggen?

‘This is my sixth time to work in Amsterdam. I always love coming back to visit this beautiful city. The people are so kind and welcoming. All of the friends I’ve made from De Nederlandse Opera, the members of the chorus, the musical staff, and the production staff have all been so supportive of me and the talents I’ve been given. I am so grateful for the opportunities to perform here, and I truly feel like Amsterdam has become a second home for me. I very much look forward to returning to this unique and wonderful place again in the near future. Sincerely, John Osborn’.

Lynette Tapia en John Osborn in ‘Parigi o cara’ (La Traviata Live at Schloss Braunfels August 12, 2018)

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

LES CONTES D’HOFFMANN in Amsterdam

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

Overtuigende Les Huguenots in Brussel