Nicole_Chevalier

Die Regie hat das Wort oftewel Thaïs van Konwitschny uit Theater an der Wien

Tekst: Peter Franken

In 2021 ging in Wenen een nieuwe productie van Massenets opera Thaïs. De regie was in handen van Peter Konwitschny. Decors en kostuums kwamen voor rekening van Johannes Leiacker. Dit gerenommeerde duo stond voor de taak om ondanks alle corona gerelateerde beperkingen een volwaardige productie af te leveren. Daar zijn ze redelijk in geslaagd. Een opname zonder publiek is op Bluray uitgebracht door Unitel.

Het libretto van Thaïs is gebaseerd op de gelijknamige roman van Anatole France uit 1890. Daarin wordt het losbandige leven, de bekering door toedoen van een doortastende monnik en de boetedoening van de legendarische courtisane Thaïs beschreven. Deze vermoedelijk historische figuur leefde in de vierde eeuw in Alexandrië en werd later heilig verklaard. Santa Thaïs heeft een reputatie die ruwweg te vergelijken is met die van Maria Magdalena.

Anatole France voegde een geheel nieuwe dimensie aan het verhaal toe door de monnik in kwestie verliefd te laten worden op zijn ‘bekeringsproject’ waardoor hij weliswaar haar ziel redt maar de zijne verspeelt. ‘Eeuwig leven en zielenheil, wat doet het er toe. De enige echte liefde is die tussen levende mensen’ zingt hij vertwijfeld.

De handeling speelt zich in Wenen af op een vrijwel leeg toneel met een groot gordijn als achterdoek. Door dit gedeeltelijk opzij te schuiven of op te halen kunnen personages of zelfs een geheel koor snel opkomen en afgaan.

Athanaël maakt zijn opwachting in Alexandrië bij zijn jeugdvriend Nicias die toevallig net ten koste van zijn complete (?) vermogen een week exclusieve aandacht van Thaïs heeft weten te verwerven. Het wordt zijn laatste avond met haar en hij is niet te beroerd die verdwaasde monnik aan haar voor te stellen.

Het huis van Thaïs wordt slechts geduid door een kleurige sofa. Haar rijkdom moeten we aflezen aan een exuberant kostuum, getooid met rode vleugels. Alle anderen lopen ook met vleugels rond maar die ogen veelal wat meer ingehouden. De menigte is modern stemmig gekleed, met witte vleugels. Ter onderscheid lopen alle monniken rond in het zwart met bijpassende vleugels. Wellicht wordt hier bedoeld dat je niet perse in een klooster hoeft te leven om een engel te kunnen zijn.

Athanaël begint voortvarend aan zijn missie om Thaïs terug tot het christelijk geloof te brengen door haar levenswijze af te kraken en haar een prachtig bestaan in het hiernamaals voor te spiegelen. Konwitschny heeft echter zo zijn twijfels over wat er in het hoofd van die monnik omgaat.

Athanaël gaat zo tekeer dat hij Thaïs angst inboezemt. Zij zingt ‘Pitié, ne me pas de mal’. De regie laat hem haar zonder pardon verkrachten en vervolgens wordt hij door haar bereden. Dat gebeurt natuurlijk niet in werkelijkheid maar zo wordt op niet mis te verstane wijze getoond dat hij niet denkt wat hij zegt. Later geeft hij dat toe: ‘Het was een leugen. Er is geen hiernamaals, alleen het leven telt.’

Aanvankelijk wil Thaïs er allemaal niets van weten maar tijdens een droom, begeleid door de overbekende vioolsolo ‘Meditation’, komt ze tot inkeer en laat zich door Athanaël wegvoeren naar de woestijn met achterlating van al haar bezittingen. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Ze wil een beeldje meenemen dat Eros voorstelt. Het wordt hier voorgesteld door een klein jongetje met een pijl en boog dat zo nu en dan gezellig bij Thaïs op schoot kruipt. Als Athanaël hoort dat ze het ooit van Nicias heeft gekregen, dat verdorven heidense individu, ontsteekt hij in woede en schiet het jongetje neer.

De menigte krijgt lucht van Thaïs’ vermeende ontvoering en wil die beletten. Athanaël schiet wild in het rond om hen op afstand te houden maar het volk komt pas tot bedaren als Nicias arriveert met een kruiwagen vol geld dat hij begint rond te strooien. Kennelijk had hij nog iets achter de hand gehouden.

Muzikaal doet Thaïs me zo nu en dan denken aan Manon, een van Massenets grote succesnummers. Als ze zichzelf in de spiegel bekijkt en zingt ‘Dis-moi que je suis belle’ hoor ik echo’s van ‘Je marche sur tous les chemins’. Ook scenisch is er een parallel: beide dames slepen zich aan het einde voort door een woestijn. Manon sterft, Thaïs bereikt nog net het nonnenklooster waar Athanaël haar naar toe brengt. De scène waarin hij terugkeert in zijn eigen klooster is gecoupeerd. We zien en horen hem direct aansluitend van zijn geloof afvallen.

Nicole Chevalier is niet helemaal opgewassen tegen de eisen die de titelrol aan haar stelt maar houdt zich toch vrij goed staande. Hetzelfde kan worden gezegd van Josef Wagner als Athanaël. Roberto Sacca geeft een goede vertolking van Nicias. De overige rollen zijn adequaat bezet.

Dirigent Leo Hussain geeft leiding aan het Arnold Schoenberg Chor en het ORF Radio-Symphonieorchester Wien. Al met al toch een wat tegenvallende Thaïs, ik had me er in elk geval meer van voorgesteld.

Productiefoto’s: © Werner Kmetitsch


Een paar woorden over Thaïs van Massenet


Pakkende Thaïs uit Venetië

Anathema over en weer in grootse La Juive

Tekst: Peter Franken

Juive-34a7317

© Annemie Augustijns

Peter Konwitschny regisseerde vier jaar geleden een nieuwe productie van Halevy’s meesterwerk La Juive voor Opera Vlaanderen. Dit seizoen wordt dat succesnummer hernomen met voorstellingen in Antwerpen en Gent. Op het toneel vindt een ‘clash of fundamentalisms’ plaats in een grootse muzikale setting.

Juive Gent7

© Annemie Augustijns

La Juive gaat over Rachel die als voor dood achtergelaten baby uit een uitgebrand pand is gered door de joodse goudsmid Éléazar nadat deze uit Rome was verbannen door de magistraat de Brogny. Het huis blijkt zijn buitenhuis te zijn, de baby is zijn dochter. Éléazar weet dat maar de Brogny denkt dat ze dood is, net als de rest van zijn gezin.

Behalve een verbanning heeft onze magistraat ook de executie van Éléazars twee zonen op zijn conto. Als beide heren elkaar veel later treffen in Konstanz aan de vooravond van het concilie, heeft Éléazar weinig reden om zijn oude vijand in de armen te sluiten. Deze is tot de clerus toegetreden en heeft het (connecties natuurlijk) in relatief korte tijd tot kardinaal geschopt en doet nu in vergeving in plaats van verbanning. Voor de goudsmid is dat een gepasseerd station.

Juive Gent5

© Annemie Augustijns

Konwitschny probeert nadrukkelijk dit joods christelijk familiedrama naar een algemener plan te tillen. Met het monotheïsme is het alleenrecht op het grote gelijk in de wereld gekomen, en het gelijk van de bovenliggende partij is de wet. Bij een botsing tussen fundamentalistische religies of ideologieën (wat is het verschil) kan van enig toegeven nooit sprake zijn. Het programmaboek illustreert dit met een toepasselijk citaat van Voltaire: ‘Fanatisme is een monster dat zichzelf kind van het geloof durft te noemen’.

Juive Gent3

© Annemie Augustijns

Het volk is in deze productie de verpersoonlijking van het fanatisme van de bovenliggende partij. Éléazar is een toonbeeld van oudtestamentische rechtlijnigheid, liever dood dan toegeven aan de vijand. Zijn adoptief dochter Rachel moet er ook aan geloven, weliswaar na een handenwringend ‘Rachel, quand du Seigneur’ maar door haar te verklappen dat ze de dochter van een christen is, had hij haar leven kunnen sparen. Nu verkiest ze de dood om haar vermeende geloof niet af te vallen.

Juive -34a7217

© Annemie Augustijns

In het werk is flink gecoupeerd waardoor uitsluitend datgene getoond wordt dat overeenkomt met de meest gangbare synopsis. Uitweidingen in de vorm van extra koormuziek en uiteraard een groot ballet in de derde akte ontbreken. Het komt de kracht van het verhaal zeer ten goede. De derde akte eindigt met een koor waarin ook de solisten participeren. Daarbij staat men aan een productieband voor bomgordels, het visitekaartje van het hedendaagse fundamentalistische fanatisme.

De boodschap is duidelijk, Konwitschny is niet zozeer geïnteresseerd in de dodelijke vijandschap tussen jodendom en christendom maar in het gemak waarmee de massa ertoe gebracht kan worden elke ratio uit te schakelen en te veranderen in een allesverslindend monster. In dat opzicht is hij volledig in zijn opzicht geslaagd, zijn lezing van La Juive is een oefening in zelfreflectie voor elke toeschouwer die nog in staat is enigszins zelfstandig te denken. Voor de personages die op het toneel worden uitgebeeld is dat al te laat.

Juive Gent2

© Annemie Augustijns

Prins Léopold is in de handeling tot een bijfiguur geworden, waardoor hij er nog slechter vanaf komt dan oorspronkelijk het geval was. Dit boegbeeld van het christendom, overwinnaar in een veldtocht tegen de ketterse Hussieten in Bohemen, heeft zich voorgedaan als jood om Rachel te verleiden. Daarbij is hij ook nog eens getrouwd met prinses Eudoxie, de nicht van de keizer. Dubbel bedrog zogezegd, daar kan de hertog van Mantua nog wat van leren. Maar Rachel is geen Gilda en ze bijt flink van zich af als haar geliefde toegeeft christen te zijn, dat hij getrouwd is bewaart hij voor later. In de grote scène tussen beiden zingt Rachel vanuit de zaal. Zo ontstaat er letterlijk een kloof tussen beiden.

Sopraan Corinne Winters benutte daarvoor parterrerij zes en stond geruime tijd pal voor mijn neus middenin dat paadje te zingen. Een betere indruk van haar prestaties is moeilijk te krijgen, groot volume, zeer beheerst, nooit ook maar enigszins geforceerd, prachtig timbre zonder een spoor van vibrato. Een Rachel om te zoenen, ook letterlijk overigens.

Juive Gent8

© Annemie Augustijns

Later stond haar vader korte tijd op dezelfde plek tijdens zijn ‘Quand du Seigneur’ maar dat pakte minder goed uit. Zo dichtbij kon ik duidelijk merken dat tenor Roy Cornelius Smith zichzelf wat overschreeuwde. Een krachtig stemgeluid paste overigens wel bij de wijze waarop hij door de regie was getypeerd. Geen onderdanige schichtige outcast maar een mannetjesputter die graag de confrontatie met de vijand opzocht: mijn gelijk is nog groter dan dat van jullie, so there.

Léopolds serenade in de eerste akte ‘Loin de son amie’ was geschrapt waardoor het feit dat hij oprecht verliefd is op Rachel buiten beeld blijft. Voor zijn personage is dat funest aangezien dat het enige is dat zijn handelen enigszins geloofwaardig maakt, dubbel bedrog en al. Tenor Enea Scala wist zijn optreden als bijfiguur, de katalysator in het drama, met verve gestalte te geven. Zijn duet met Rachel kwam uitstekend uit de verf, prima optreden. Winters was in de onthullingscène overigens ook acterend zeer sterk, ze probeerde als het ware het publiek mee te krijgen in haar blijk van ongeloof en ik kreeg de indruk dat ze bijna op het punt stond Léopold in rap Italiaans de les te lezen.

Juive Gent6

© Annemie Augustijns

Enig comic reliëf is de productie sowieso niet vreemd, vaak door de reacties van betrokkenen wat zwaar aan te zetten. Goed voorbeeld is de afloop van het Norma Aldagisa duetje tussen Rachel en haar rivale Eudoxie. Beide dames verzoenen zich om Léopolds leven te redden en vieren dat met een rondedansje.

Juive Gent

© Annemie Augustijns

Minder geslaagd was de scène waarin Eudoxie dronken bij Éléazar binnenwandelt om een sieraad te bestellen, zo nu en dan uit een fles drinkend. Gewoon opgetogen acteren, wat ze ook deed in de derde akte, was echt wel toereikend geweest. Laat die dronkenschap maar waar het verplicht is, in Russische opera’s. Sopraan Nicole Chevalier zong een fraaie Eudoxie, ze was de enige uit de cast van vier jaar geleden die ook nu weer was aangetrokken.

Le Cardinal de Brognie werd tot leven gebracht door de bas Riccardo Zanellato, mooi gezongen maar een beetje licht in de laagte. Het koor, ingestudeerd door Jan Schweiger vervulde een glansrol. Het is een van die schaarse keren dat je als toeschouwer de gehele opera een hekel hebt aan die lui, hoe goed ze ook zingen. En dat is een compliment.

De algehele muzikale leiding was in handen van Antonino Fogliani. Naast uitbundige bijval voor koor en solisten was er ook voor hem en zijn orkest afloop veel applaus.

Trailer van de productie:

Bezocht op 2 april 2019 in Gent

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010