Mark_Stone

La Straniera: Bellini’s heavenly cantilenas.

La straniera - Wikipedia
Henriette Meric-Lalande as Alaidein the original 1829 production

Admittedly, the libretto is so confusing that even the main characters themselves probably do not know who they are, and, with whom, or why, they are doing whatever they are doing. But the music! If angels existed, they would be singing Bellini’s cantilenas from La Straniera for all eternity (can one get bored by that?).

This is even more true because, apart from one or three times, there are no real arias, at least not in the old-fashioned way. It is more of a ‘conversation piece’ with many dialogues and very theatrical long scenes, which nevertheless follow each other in rapid succession.

Bellini composed La Straniera in 1929, three years before Norma and La Sonnambula, and you can already hear some early references  to his most famous music (‘Casta Diva!’). Strangely enough, I can also hear fragments from La Traviata here and there…

Straniera

All roles are excellently cast. Dari­o Schmunck with his pleasant sounding tenor is particularly suitable as a romantic lover and the lyrical baritone Mark Stone (remember that name!) is a warm-blooded Valdeburgo. The virtuoso mezzo Enkelejda Shkosa sings a moving Isoletta and for Patrizia Ciofi one word suffices: phenomenal.  Nowadays there is no other singer who can sing the role of Alaide better or with more commitment (ORC 38).

Patrizia Ciofi:

Thomas Adès by Thomas Adès: You can’t get it any better

Ades picos

Thomas Àdes (1971) is one of my beloved contemporary composers. In contrast to many of his (older, I admit) colleagues, he writes music that is not too complicated, without it becoming a tapestry of sound. His music is exciting, stimulating, progressive and yet accessible. In one sentence, he has brought the ‘classic’ and the ‘innovative’ to each other and melted them together. In addition, he does not shy away from horror-like outbursts and even dodecaphony, which makes his music extremely visual and often terrifying.

This is also the case with Totentanz, a composition for mezzo-soprano, baritone and orchestra based on an anonymous text from the fifteenth century, a story about the struggle between Life and Death. The latter always wins. Adès dedicated the work to Witold Lustoslawski and his wife. It was first performed at the Proms in 2013, with Christianne Stotijn and Simon Keenlyside.

This recording was made live in Boston in 2016 and I can’t imagine a better performance is possible. Mark Stone (Death) and Christianne Stotijn sing their roles chilling, melancholic, provocative and resigned. Just listen to the last two parts: it’s as if Schubert and Mahler run into each other and find each other in a deadly embrace. With the dying copper sound like the exhaling of the last breath.

Adès composed his piano concerto for the Russian master pianist Kirill Gerstein, an unprecedented virtuoso who combines his romantic beat with an enormous gift for improvisation. I had to listen to it a few times because the concert does not show itself quickly. Mainly because of the many colors and ‘intermediate colors’, which means more than just nuances.

The transitions between the parts are great, so the tension makes you gasp for breath. The fact that the composer himself stands in front of the really impressive performing orchestra from Boston can only be regarded as an enormous advantage. What a CD!

English translation: Frans Wentholt

THOMAS ADÈS
Concerto for Piano and Orchestra; Totentanz
Kirill Gerstein (piano)
Christianne Stotijn (mezzo-soprano)
Mark Stone (baritone)
Boston Symphony Orchestra conducted by Thomas Adès
DG 48379989

La Straniera: de hemelse cantilenen van Bellini

Straniera

Toegegeven, het libretto is zo warrig dat zelfs de hoofdpersonen waarschijnlijk niet weten wie ze zijn, wat ze aan het doen zijn, met wie, en waarom. Maar de muziek! Als er engelen bestonden dan zouden ze Bellini’s cantilenen uit La Straniera tot vervelens toe (kan men daar verveeld van raken?) herhalen.

Dat geldt nog meer omdat er in de opera, op één of drie keer na, niet echt aria’s voorkomen, niet in de ouderwetse manier althans. Het is meer een ‘conversatiestuk’ met veel dialogen en zeer theatrale, lange scènes, die elkaar toch in een rap tempo opvolgen.

Bellini componeerde La Straniera in 1829, drie jaar voor Norma en La Sonnambula, en je hoort er al de kleine voorbodes in van zijn bekendste muziek (‘Casta Diva!’). Wonderlijk genoeg hoor ik ook flarden uit La Traviata tussendoor…

Alle rollen zijn voortreffelijk bezet. Darío Schmunck is met zijn aangenaam klinkende tenor bijzonder geschikt voor een romantische lover en de lyrische bariton Mark Stone (onthoud die naam!) is een warmbloedige Valdeburgo.

Patrizia Ciofi:

De virtuoze mezzo Enkelejda Shkosa zingt een ontroerende Isoletta en over Patrizia Ciofi volstaat één woord: fenomenaal. Er is geen enkele zangeres die de rol van Alaide tegenwoordig beter, en met meer betrokkenheid, zou kunnen zingen (ORC 38)


Thomas Adès door Thomas Adès: beter krijgt u het niet

Ades picos

Thomas Àdes (1971) behoort tot mijn geliefde hedendaagse componisten. In tegenstelling tot veel van zijn (oudere, dat geef ik toe) collega’s schrijft hij muziek dat niet te ingewikkeld is, zonder dat het tot klanktapijt verwordt. Zijn muziek is spannend, prikkelend, vooruitstrevend en toch toegankelijk. In één zin: hij heeft het ’klassieke’ en het ‘vernieuwende’ naar elkaar toegebracht en ze in elkaar laten smelten. Daarbij schuwt hij horror-achtige uithalen en zelfs de dodecafonie niet waardoor zijn muziek uiterst beeldend en vaak angstaanjagend is.

Zo ook Totentanz, een compositie voor mezzosopraan, bariton en orkest die gebaseerd is op een anonieme tekst uit de vijftiende eeuw, een verhaal over de strijd tussen Leven en Dood. Waarbij de laatste het altijd wint. Adès droeg het werk op aan Witold Lustoslawski en zijn vrouw. Het werd op de Proms in 2013 voor het eerst uitgevoerd, met Christianne Stotijn en Simon Keenlyside.

De voorliggende opname werd in Boston in 2016 live gemaakt en ik kan mij niet voorstellen dat er een betere uitvoering mogelijk is. Mark Stone (de Dood) en Christianne Stotijn zingen hun rollen ijzingwekkend, melancholiek, uitdagend en berustend. Luister even naar de laatste twee delen: het is alsof Schubert en Mahler elkaar tegenkomen en elkaar vinden in een dodelijke omhelzing. Met de stervende koperklank als het uitblazen van de laatste adem.

Zijn pianoconcert componeerde Adès voor de Russische meesterpianist Kirill Gerstein, een ongekende virtuoos die zijn romantische slag combineert met een enorme improvisatiegave. Ik moest er een paar keer naar luisteren want het concert laat zich niet snel kennen. Voornamelijk vanwege de vele kleuren en ‘tussenkleuren’, wat meer inhoudt dan alleen maar nuancen.

De overgangen tussen de delen zijn groot, waardoor de spanning je naar adem doet happen. Dat de componist zelf voor het, werkelijk imponerend spelend orkest uit Boston staat kan alleen maar als een enorme pre worden beschouwd. Wat een cd!


THOMAS ADÈS
Concerto for Piano and Orchestra; Totentanz
Kirill Gerstein (piano)
Christianne Stotijn (mezzosopraan)
Mark Stone (bariton)
Boston Symphony Orchestra olv Thomas Adès
DG 48379989