Louise_Sachsel

ALEXANDER ZEMLINSKY. Part 1: The Man

Zemlinsky

Alexander Zemlinsky at his desk

The women

Zemlinsky Alma Mahler

Alma Schindler in 1900

On the 11th of February 1900, during the world premiere of the Frühlingsbegräbnis, a cantata in memory of Brahms, Alexander Zemlinsky and Alma Schindler met for the first time.

She thought his appearance was terrible (in her autobiography she talks about a ‘hideous gnome’), but as a future composer she was only too eager to meet him: Zemlinsky was not only admired for his compositions, he also had the reputation of being the best composition and harmony teacher. By the end of that year Schindler was not only his pupil but also his lover.

Zemlinsky portret

It was not an obvious choice, as Zemlinsky was not really what we could call an attractive man. He himself felt quite badly about it: “Short and skinny (weak points: inadequate). Face and nose: impossible; every other part of the face: ditto. Hair too long, but something can be done about that. I looked more closely at myself in the bath ( with your permission!!): no excesses or deformities, muscles not too weak, amazingly well developed potential! Everything else as mentioned above. Hence the conclusion: hideous.”*

Does the description remind you of Der Zwerg, the ugly, deformed person from the opera of the same name who does not recognise his own reflection?

And yet Zemlinsky had the reputation of a real womaniser and his many mistresses cannot be counted. In 1907 he married Ida Guttmann, the younger sister of his former fiancée Melanie. It was not a happy marriage, Zemlinsky was a passionate philanderer.

Zemlinsky Luise Sachsel

Louise Sachsel

Around 1914 he met the then fourteen-year-old Louise Sachsel. A twenty-nine year younger girl, who was not only an aspiring singer but also a gifted painter, came to him to take singing lessons. Six years later they became lovers and in 1930, one year after Ida’s death, they got married.

Multicultural background

Alexander Zemlinsky was born in Vienna in 1871 into a highly multicultural family. His Slovakian grandfather and the Austrian grandmother on his father’s side were both Roman Catholics. His other grandmother was a Bosnian Muslim and his grandfather a Sephardic Jew. When his parents married the whole family converted to the Jewish faith. Alexander was born as a Jew and was raised as such, he also played the organ in his synagogue.  In 1884 he started his studies at the Conservatory of Vienna. He studied piano with Anton Door, music theory with Robert Fuchs and composition with Johann Nepomuk Fuchs and Anton Bruckner. It was also at that time that he began to compose.

In addition to being a composer, Zemlinsky was also appreciated as one of the best conductors of his time, and his remarkable interpretations of Mozart were widely praised.

Zemlinski conducts the overture from Don Giovanni. The recording probably dates from 1926:

He was a great advocate of the compositions of Gustav Mahler and his brother-in-law Arnold Schoenberg, and was regarded as a champion of contemporary music. His compositions can best be regarded as a kind of bridge between late romanticism and modernism.

Zemlinsky 1912 Mahler 8 met Sch en Sch

Philharmonic Chorus in 1912 in Praag tijdens de uitvoering van de achtste symfonie van Mahler. Zemlinsky, Schönberg en Schreker staan vooraan links op de foto

Zemlinsky-Schoenberg-Schreker 1912 -

 

Zemlinsky was also a great lover and connoisseur of literature. That his origins and upbringing influenced him in this is quite obvious: both his grandfather and his father were journalists and his mother’s family counted several publishers. His father had written the history of the Sephardic community in Vienna. Zemlinsky based many of his compositions on literary works, which resulted in Der König Kandaules after André Gide and in Eine florentinische Tragödie and Der Zwerg after Oscar Wilde.

Entartet

After the rise of the Nazis in 1933, Alexander Zemlinsky was declared ‘Entartet’ and his works were banned and forbidden. In 1936 he fled Berlin: first to Vienna and after the Anschluss in 1938 on to the United States, where he had great difficulty assimilating. He died on March 15, 1942 near New York, and no one paid any attention to his death.

Zemlinsky_aWien_11_Zentralfriedhof_Grab

Zemlinsky’s Memorial at the Zentralfriedhof in Vienna

And then he was forgotten, a fate he shared with most of the Jewish composers who were banned by the Nazis. His music disappeared from the concert and opera programs, and his name dissolved in the fog, as if he had never existed. It was only at the end of the 1980s that it became clear that Korngold was more than a composer of Hollywood scores; that without Schreker and Zemlinski there would probably not have been a Strauss either, and that Boulez and Stockhausen were not the first to experiment with serialism.

After a brief renaissance in the nineties, mainly thanks to James Conlon and Riccardo Chailly, things have become a little quiet around one of the greatest Jugendstil composers of the fin de siècle. Just ask the average music lover: he won’t get any further than the Lyrical Symphony. If he knows the name Zemlinsky at all.

Zemlinsky en Schönberg

But: who knows? His brother-in-law, friend and colleague Arnold Schönberg already said “Zemlinsky can wait.” In recent years, it seems as if Schönberg is gradually starting to prove himself right in this assertion.

*This quote is taken from the article by Ronald Van Kerckhoven in Erfgoedklassiek.

In Dutch: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Part 2: Alexander Zemlinsky. Part 2: ‘Du bist mein Eigen.’

Part 3: Alexander Zemlinsky. Part 3: dreams and the happiness that needs to be hidden

Part 4: Alexander Zemlinsky. Part 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt…’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Zemlinsky

Alexander Zemlinsky aan zijn werktafel


De vrouwen

Zemlinsky Alma Mahler

Alma Schindler in 1900

Het was 11 februari 1900, tijdens de wereldpremière van de Frühlingsbegräbnis, een cantate ter nagedachtenis van Brahms, dat Alexander Zemlinsky en Alma Schindler elkaar voor het eerst ontmoetten.

Zij vond zijn uiterlijk verschrikkelijk (in haar autobiografie heeft zij het over een ‘hideous gnome’), maar als een aankomend componiste wilde ze maar al te graag kennis met hem maken: Zemlinsky werd bewonderd niet alleen voor zijn composities, hij had ook de reputatie van de beste compositie en harmonieleraar. Tegen het einde van dat jaar was Schindler niet alleen zijn leerlinge maar ook zijn geliefde.

Zemlinsky portret

Het lag niet voor de hand, Zemlinsky was namelijk niet echt wat wij een aantrekkelijke man kunnen noemen. Zelf leed hij er behoorlijk onder: “Kort en broodmager (slechte punten: onvoldoende.) Gezicht en  neus: niet te doen; elk ander onderdeel van het gezicht: dito. Te lang haar, maar daar kan nog iets aan gedaan worden. Ik bekeek mezelf eens nauwkeuriger in bad (met uw verlof!!): geen uitwassen of misvormingen, spieren niet al te zwak, potentiepotentieel verbazingwekkend goed ontwikkeld! Al de rest zoals boven vermeld. Vandaar de slotsom: afschuwelijk.”*

Doet de beschrijving u aan Der Zwerg denken, de lelijke, misvormde persoon uit de gelijknamige opera die zijn eigen spiegelbeeld niet herkent?

En toch had Zemlinsky de reputatie van een echte womaniser en zijn ettelijke minnaressen zijn niet te tellen.

In 1907 trouwde hij met Ida Guttmann, de jongere zus van zijn eerdere verloofde Melanie. Het was geen gelukkig huwelijk, Zemlinsky was een verstokte vreemdganger.

 

Zemlinsky Luise Sachsel

Louise Sachsel

 Rond 1914 leerde hij de toen viertienjarige Louise Sachsel kennen. Het negenentwintig jaar jonger meisje, behalve een aankomend zangeres ook een begaafd schilderes, kwam bij hem om zanglessen te nemen. Zes jaar later werden ze geliefden en in 1930, een jaar na de dood van Ida zijn ze getrouwd.

Multiculturele achtergrond

Alexander Zemlinsky werd in 1871 in Wenen geboren in een zeer multiculturele familie. Zijn Slovaakse grootvader en de Oostenrijkse grootmoeder van vaders kant waren beiden rooms-katholiek. Zijn andere oma was een Bosnische moslima en zijn opa een Sefardische Jood en toen zijn ouders trouwden is de hele familie belijdend Joods geworden. Alexander is al als Jood geboren en zo werd hij ook opgevoed, hij bespeelde ook orgel in zijn synagoge.  In 1884 is hij met zijn studie aan het Conservatorium van Wenen begonnen. Hij studeerde piano met Anton Door, muziektheorie met Robert Fuchs en compositie met Johann Nepomuk Fuchs en Anton Bruckner. Het was ook toen dat hij begon te componeren.

Behalve als componist was Zemlinsky ook gewaardeerd als één van de beste dirigenten van zijn tijd, zijn opmerkelijke interpretaties van Mozart werden alom geprezen.

 Zemlinski dirigeert de ouverture uit Don Giovanni. Opname dateert zeer waarschijnlijk uit 1926:

Hij was een groot pleitbezorger van de composities van Gustav Mahler en zijn zwager Arnold Schoenberg, en gold als voorvechter van de hedendaagse muziek. Zijn composities kun je het beste beschouwen als een soort brug tussen de late romantiek en het modernisme.  

Philharmonic Chorus in 1912 in Praag tijdens de uitvoering van de achtste symfonie van Mahler. Zemlinsky, Schönberg en Schreker staan vooraan links op de foto

Zemlinsky was ook een grote liefhebber en kenner van de literatuur. Dat zijn afkomst en opvoeding hem daarin hebben beïnvloed is nogal voor de hand liggend: zowel zijn grootvader als zijn vader waren journalisten en de familie van zijn moeder telde diverse uitgevers. Zijn vader had ook de geschiedenis van Sefardische gemeenschap in Wenen op zijn naam staan.  Veel van zijn composities baseerde Zemlinsky op de literaire werken, wat onder andere resulteerde in Der König Kandaules naar André Gide en in Eine florentinische Tragödie en Der Zwerg naar Oscar Wilde.

 ‘Entartet’

Na de opkomst van de Nazi’s in 1933 werd Alexander Zemlinsky ‘Entartet’ verklaard en zijn werken werden verbannen en verboden. In 1936 ontvluchtte hij Berlijn: eerst naar Wenen en na de Anschluss in 1938 verder naar de Verenigde Staten, waar hij grote moeite had om te kunnen aarden. Hij overleed op 15 maart 1942 in de buurt van New York, aan zijn dood werd door niemand aandacht besteed.

Zemlinsky_aWien_11_Zentralfriedhof_Grab

Zemlinsky’s Memorial op de Zentralfriedhof in Wenen

En daarna werd hij vergeten, het lot dat hij deelde met de meeste Joodse componisten die door de Nazi’s in de ban werden gedaan. Zijn muziek verdween uit de concert- en opera-programma’s, en zijn naam loste op in de mist, alsof hij nooit heeft bestaan. Het was pas eind jaren tachtig, dat er besef kwam dat Korngold meer was dan een componist van Hollywod-scores; dat zonder Schreker en Zemlinski er waarschijnlijk ook geen Strauss was geweest en dat Boulez en Stockhausen niet de eersten waren die met serialisme speelden.

Na een kortstondige renaissance in de jaren negentig, voornamelijk te danken aan James Conlon en Riccardo Chailly, is het een beetje stil geworden rond één van de allergrootste Jugendstil-componisten van het fin de siècle. Vraag het maar aan een doorsnee muziekliefhebber: verder dan de ‘Lyrische symfonie’ komt hij niet. Mocht hij überhaupt de naam Zemlinsky kennen.

Zemlinsky en Schönberg

Maar: wie weet? Zijn zwager, vriend en collega Arnold Schönberg zei “Zemlinsky kan wachten”. Het lijkt er de laatste jaren dan ook op dat Schönberg zo langzamerhand gelijk gaat krijgen met zijn bewering

* Dit citaat is afkomstig van het artikel van Ronald Van Kerckhoven in Erfgoedklassiek

Lees ook:

deel 2 (over de Lyrische Symphonie): EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

deel 3 (over Der Zwerg, Traumg:orge en König Kandaules):  EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

deel 4 (over Eine Florentinische Tragödie): EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’