John_Osborn

Benvenuto Cellini in Amsterdam: een uitbundige wervelstorm

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn als Benvenuto Cellini. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Is Benvenuto Cellini van Berlioz een niet goed op zijn waarde geschat meesterwerk die zijn tijd ver vooruit was? Of is het een tot mislukken gedoemd broddelwerk van de door jeugdige overmoed overmande beginnende componist? Ik ken mensen die het werk bijna net zo hoog schatten als de vermaarde artiest op wiens dagboeken de opera is gebaseerd.

Dat de partituur verrassend is staat buiten kijf, evenals dat Berlioz buiten de gebaande operapaden treedt. Maar: is het voldoende? Nee, denk ik nadat ik naar al de beschikbare opnamen van de verschillende versies van de opera heb geluisterd. Ja, zeg ik volmondig nadat ik de productie van Terry Gilliam in het Amsterdamse Muziektheater heb gezien. De muziek kan mij nog steeds niet bekoren, maar als het zo gedaan en gezongen wordt, dan mogen ze van mij ook een telefoonboek op de planken brengen.

Scène uit Benvenuto Cellini. Solisten, Koor van De Nationale Opera, acteurs

Foto: Clärchen & Matthias Baus

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm. Er gebeurt zo ontzettend veel dat je ogen te kort komt en toch wordt het nergens té. Dat het je duizelt is natuurlijk de bedoeling, maar dat staat ook in de partituur. En in het libretto, waar Gilliam en zijn co-regisseur en choreografe Leah Hausman zich strikt aan houden.

cellini3

Foto: Clärchen & Matthias Baus

Dat Benvenuto Cellini een flop werd en nog steeds maar mondjesmaat wordt uitgevoerd, ligt ook aan de buitenproportioneel hoge eisen die de opera stelt aan de zangers. En aan de dirigent, die zich geplaatst ziet voor een dilemma: zet hij het orkest in het zonnetje en laat ze op de volle sterkte musiceren of kiest hij voor de zangers?

Laat het aan Sir Mark Elder over. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest was onder zijn leiding zo perfect in balans dat je ze eigenlijk hoorde fluisteren. Petje af! Nooit eerder heb ik de partituur met zo veel oog voor detail uitgevoerd gehoord, met zo veel kleuren en nuancen. De beroemde ouverture, gespeeld (o wonder! Het kan dus nog echt!) voor het gesloten doek spetterde de zaal in en de pret zat er vanaf de eerste noot meteen in.

Elders begeleiding van de zangers was werkelijk uniek. Je voelde de liefde waarmee  hij ze door de bijna onzingbaar geschreven noten loodste. In de “Sur les monts les plus sauvages” gunde hij John Osborn (Cellini) alle tijd en rust om hem niet alleen zijn hoge des, maar ook zijn pianissimo op zijn mooist te laten uitkomen.

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Cellini is een hel van een rol, maar Osborn wist zich er goed raad mee. Zijn stem is inmiddels groter geworden, heroïsch bijna, maar zijn souplesse is intact gebleven, waardoor  ‘La gloire était ma seule idole’ tot één van de vocale hoogtepunten van de voorstelling is geworden. “Technically and musically the most challenging and exciting production I have ever experienced” schreef hij er zelf over. Ik kan het alleen maar beamen en kan niet anders dan mijn hoofd buigen in bewondering.

Eigenlijk moeten wij Patricia Petibon dankbaar zijn voor het (gelukkig tijdig) afzeggen van de rol van Teresa, waardoor wij verwend werden met de formidabele jonge Italiaanse Mariangela Sicilia.

Mariangela Sicilia (Teresa), John Osborn (Benvenuto Cellini)

Marianela Sicilia (Teresa) en John Osborn (Cellini. Foto: Clärchen & Mathhias Baus

Sicilia’s lichte sopraan kon het geweld van de muziek, mede dankzij Mark Elder en het orkest makkelijk aan en met haar onberispelijke hoge noten en sprankelende coloraturen wond zij niet alleen Cellini en zijn leerling Ascanio, maar ook het hele publiek om haar vinger. Ook scenisch was zij meer dan formidabel: haar Teresa was net een pittig katje met wie niet te spotten valt. Over personenregie gesproken!

Laurent Naouri (Fieramosca), Koor van De Nationale Opera

Laurent Naouri (Fieramosca). Foto: Clärchen & Matthias Baus

Voor Laurent Naouri was de rol Fieramosca niet echt nieuw, toch leek hij er nieuw leven in te hebben geblazen. Hij zette een perfecte intrigant neer, die eigenlijk te dom is om gevaarlijk te kunnen zijn waardoor hij in zijn eigen netten verstrikt raakt. Met zijn ietwat nonchalant gevoerde baritonstem en zijn buitengewone acteertalent gaf hij het publiek het gevoel onbeschaamd bij het spel betrokken te worden.

Michèle Losier was een heerlijk jeugdige Ascanio, haar grote aria “Mais quai-je donc” heeft haar terecht een open doekje bezorgd. Maurizio Muraro was een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

Ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence: onthoud de naam!) en Pompeo (Andrè Morsch) waren meer dan voortreffelijk bezet. In de herbergierscéne was het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show stal.

Voor mij is deze ‘Cellini’ één van de beste producties van DNO ooit.

In het interview met de Volkskrant zei Gilliam: “ik wil mijn werk niet analyseren. Kunst gaat over hartstocht. Die komt uit de buik, niet uit het hoofd.”. Zou iemand die zin richting ‘conceptuele’ regietheateradepten willen opsturen? Per express en aangetekend? Bij voorbaat dank.

Hieronder Gilliam over Cellini:

Trailer van de productie:

 Bezocht op 9 mei 2015

zie ook: BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie
Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden

Kent iemand Clari van Halévy?

clari_dvd

Wat je ook niet van diva’s en divo’s denkt: wij hebben ze nodig. Op de een of andere manier hebben wij allemaal een ‘iets’ in ons leven nodig. Een ‘afgod’ of een ‘idool’ die ons onze dagelijkse zorgen doen vergeten en ons verrijken met dat vleugje… glamour? Dromen die uitkomen? Dromen die kunnen uitkomen? Dromen?

Veel belangrijker nog dan dat is het, zeker voor de minder dromerigeren onder ons, dat wij dankzij de divo’s en de diva’s ook ontzettend veel nieuwe, onbekende en vergeten werken kunnen bewonderen. Dankzij hun status hebben ze het vaak voor het zeggen in de (in dit geval) opera-industrie. Dus speciaal op hun eigen verzoek worden er opera’s geprogrammeerd die je anders nooit van je leven live zou kunnen horen. Laat staan dat het ooit op dvd zou worden uitgebracht.

Clari, een totaal vergeten opera van Jacques Fromental Halévy, hebben wij dan aan Cecilia Bartoli te danken. Zij heeft de opera herontdekt en dankzij haar kwam het tot de productie.

Heel erg verwonderlijk is het niet. De opera was gecomponeerd voor Maria Malibran en aangezien La Bartoli de laatste tijd helemaal “in Malibran” is geweest, was het te verwachten dat ze nog een “Malibran krent” voor ons in petto had.

Jacques Fromental Halévy, nog maar een paar jaar geleden niet meer dan een naam, is inmiddels geen rariteit meer. Zijn La Juive gaat tegenwoordig alle grote operahuizen rond en heeft zelfs, in een schitterende productie van Pierre Audi, ook Amsterdam aangedaan (het komt niet terug. Waarom?! Waarom zo veel afschuwelijkste producties wel en dit niet? Wie neemt zulke idiote beslissingen?).

Maar goed: Clari? Heeft iemand ooit van Clari gehoord? Vergeet de ‘grand-opéra’, want die is mijlenver hiervan verwijderd. Clari beleefde haar première in het Théâtre-Italien in Parijs in 1828 en verdween daarna van het toneel. Het is een niemendalletje. Maar wat een heerlijk niemendalletje!

Clari is een echte opera ‘semi-seria’, dus (een beetje) dramatisch en (een boel) komisch tegelijk. De keuze voor die verhouding is aan de voortreffelijke regisseurs te danken (Moshe Leiser en Patrice Caurier). En we krijgen een happy end.

Als iemand mij vertelde dat het een pas herontdekte onbekende Rossini was, had ik het zo geloofd. Maar ook Cherubini is nergens ver weg.

De enscenering doet mij het meeste aan pop-art denken. En aan de schilderijen van Tom Wesselmann: roze koelkast, blauwe muren, pasteltinten overal … De regisseurs hebben het over “Foto-novella”, daar zit natuurlijk ook wat in, maar het is natuurlijk ook sterk met beide benen in het internet-tijdperk verankerd.

Waar gaat het over? Een arm maar o zo mooi plattelandsmeisje wordt geschaakt door een prins. Hij belooft met haar te trouwen, maar eenmaal aan zijn hof introduceert hij haar als zijn nicht. Ter ere van haar naamdag wordt er een toneelstuk opgevoerd dat haar met haar verleden confronteert. Zij valt flauw en besluit terug te keren naar haar ouderlijk huis. Haar vader wijst haar de deur, maar de prins reist haar achterna met een huwelijkscontract. Eind goed, al goed.

John Osborn is een werkelijk heerlijke Duca. Zijn stem is soepel en wendbaar. Zijn topnoten doet niemand hem na. En hij acteert voortreffelijk.

Bartoli oogt (het close-up  tijdperk!) een beetje oud voor de naïeve teenager. Haar uitstraling doet ook eerder een vrouw van de wereld dan een plattelandsmeisje vermoeden, maar ach … Zij zingt de bijna drie octaven omvattende rol voortreffelijk, acteert aanstekelijk en is leuk om te zien. Wat willen we dan meer?

Is de opera oorspronkelijk? Nee. Innoverend? Nee. Meesterwerk? Nee. Maar hoe ontzettend LEUK! Zeker in de productie uit Zürich

 

Jacques Fromental Halévy
Clari
Cecilia Bartoli, John Osborn, Eva Liebau, Oliver Wittmer, Giuseppe Scorsin, Carlos Chausson, Stefania Kaluza
Orchestra La Scintilla en het koor van van de Opernhaus Zürich olv Adam Fischer
Regie: Moshe Leiser en Patrice Caurier
Decca 0743382

Meer Halévy:

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010

Anathema over en weer in grootse La Juive

LA REINE DE CHYPRE