opera concertante

Karl Amadeus Hartmann en zijn Simplicius Simplicissimus

hartmann

Karl Amadeus Hartmann

De dertigjarige oorlog heeft aan acht miljoen Duitsers het leven gekost, tweederde van de gehele bevolking. Tweederde …..  Kunt u zich er iets bij voorstellen? Ik niet. En bedenk maar dat u een simpele ziel bent en uw wereld niet verder gaat dan uw ouders, uw dorp, uw kudde schapen en …. de wolf.

De wolf zelf heeft u nog nooit gezien, maar het is u verteld dat hij het ultieme kwaad is. Hij is een charmeur, hij houdt zich schuil boven in de boom, hij moordt, verbrandt de dorpen en verkracht de vrouwen. Hij is alles waar u bang voor bent en waar u geen verklaring voor hebt.

Hans Jacob Christoffel von Grimmelshausen (1621 – 1676) zou op zijn dertiende gekidnapt zijn door de Kroatische en Hessische huursoldaten. Hij vocht mee in de Dertigjarige Oorlog en zijn ervaringen verwerkte hij in zijn roman Simplicius Simplicissimus. Drei Scenen aus seiner Jugend. Een leuk weetje: hij is ook de auteur van Mutter Courasche (ja, ‘die van Brecht’).

220px-hans_jakob_christoffel_von_grimmelshausen_bw

von Grimmelshausen

Het was de beroemde dirigent Hermann Scherchen, die bij de jonge Hartmann met het idee kwam om van het boek een opera te maken. De eerste versie (er bestaan er twee) ontstond tussen 1934 en 36 en de première heeft (uiteraard) pas na de oorlog plaatsgevonden, in 1949.

hartmann-scherchen

Hermann Scherchen

In 1956 reviseerde Hartmann het werk. De vele gesproken dialogen werden geschrapt en een paar van de belangrijkste op muziek gezet. In de eerste versie deed Hartmann een aantal verwijzingen naar de actualiteit van toen, die na de oorlog, volgens zijn eigen zeggen, er eigenlijk niet meer toe deden.

De ouverture is wel hetzelfde gebleven, maar er is veel muziek bijgekomen. En die muziek is niet eenvoudig te vatten. Hartmann bedient zich niet alleen van veel stijlen en hij strooit rijkelijk met citaten. Bach is alom vertegenwoordigd, maar je hoort ook jazz, Kurt Weill, Stravinsky (Le Sacre!) en Sjostakovitsj (de muziek bij de ‘Drie dansen met de Dame’ lijkt sprekend op diens seksscène uit Lady Macbeth van Mtsensk). Ook Joodse melodieën ontbreken niet.

(meer…)

Hans Werner Henze en zijn L’upupa

henze-berliner-philharmoniker

Hans Werner Henze. Foto: Berliner Philharmoniker

Merkwaardige man, die Henze. Links georiënteerd, sociaal betrokken en politiek geëngageerd. Ooit flirtte hij met het communisme en droomde van een wereldrevolutie. Maar hij was ook een estheet en een erudiet. Lichtelijk snobistisch, dat wel, maar ook zeer aimabel, makkelijk benaderbaar, lief, aardig en … zeer controversieel.

In 1953 verhuisde Henze naar Italië. Niet zozeer om Duitsland, als wel om de Duitse avant-garde muziek te ontvluchten. Hij heeft het er nooit zo op gehad met de strenge regels van het serialisme; en het twaalftoons systeem combineerde hij zeer eigengereid met het expressionisme en een behoorlijke dosis romantiek. En sensualiteit, want Henze’s muziek is bovenal sensueel.

“Men vindt mijn muziek vulgair” zei hij ooit. “Wellicht omdat ik zo van ritme, van dans en springen houd? Ik ben opgegroeid met een enorme sehnsucht naar de muziek, en de muziek betekent voor mij voornamelijk novocento. En Mozart. Dat hele strenge, dat heb ik nooit gewild”.

Zijn muziek is altijd zeer theatraal geweest. Ook voelde hij zich nauw verbonden met de opera, die hij, in tegenstelling tot de toenmalige hardliners van de avant-garde, nooit als verouderd had bestempeld. Zijn discografie vermeldt dan ook meer dan twintig muziektheaterwerken, die met grote regelmaat worden opgevoerd.

Zijn eerste grote succes bereikte hij met de Boulevard Solitude (zeg maar: een moderne versie van Manon Lescaut) en Der Prinz von Homburg. En in 1964 ging met een groot succes zijn wellicht grootste meesterwerk, het beklemmende Die Bassariden, in Salzburg in première.

Bijna veertig jaar later werd er in Salzburg een nieuwe opera van Henze opgevoerd: L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe. De bijna 80-jarige, zieke componist beweerde dat het zijn laatste zou zijn, maar dat bleek gelukkig niet waar te zijn.

Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: wij mogen ons enorm gelukkig prijzen met de ZaterdagMatinee, die ons de grootste operaschatten uit de geschiedenis in de best mogelijke uitvoeringen op een presenteerblaadje aanbiedt.

Op 17 maart was het de beurt aan Henze’s L’Upupa, één van mijn meest geliefde opera’s van één van mijn meest geliefde hedendaagse componisten. En alweer was er feest, al heeft het Nederlandse publiek de voorstelling een beetje links laten liggen. De zaal was niet goed gevuld en na de pauze werden de lege plekken pijnlijk zichtbaar.

Hoe onterecht! De muziek is niet moeilijk, met de zeer romantische strijkers-partijen, indrukwekkende orgelklanken, slagwerken (alleen al de gong aan het begin!) en de ettelijke vogelgeluiden.

Het libretto, een op Syrisch-Persische verhalen gebaseerd sprookje, werd door Henze zelf geschreven. De drie zonen van De Oude Man gaan op zoek naar L’Upupa (een hop), een door de man verloren vogel met de gouden veren. De twee oudsten laten het meteen afweten en vermaken zich met drinken en kaartspelen.

De jongste, Kasim, bijgestaan door een Demon (een soort Papageno) doorstaat allerlei avonturen, waaronder ook de aanslag op zijn leven door zijn broers, vindt de vogel en terloops ook nog een geliefde (een Joodse Prinses), en keert naar zijn oude vader terug. Om meteen weer te vertrekken, deze keer om een gedane belofte na te komen. Een open eind dus, dat ook voor een ontroerende muziek zorgt.

henze-stenz

Markus Stenz. Foto: Concertgebouw Amsterdan

Het weergaloos spelende Radio Filharmonisch Orkest werd zeer liefdevol gedirigeerd door hun nieuwe chef dirigent, Markus Stenz. Men kon duidelijk horen, dat hij affiniteit heeft met de muziek van Henze. Geen wonder – zijn operadebuut maakte hij in La Fenice met diens Elegy for Young Lovers, waarna nog meer Henze volgde, inclusief L’Upupa in Salzburg.

De zangers waren, bijna allemaal, zonder meer voortreffelijk. De enige met wie ik moeite had, was Annette Schönmüller, last minute invalster in de rol van Malik de Sultan. Ik vond haar “zeer ruime vibrato” nogal storend, gelukkig was haar rol niet zo groot.

Edith Haller was werkelijk betoverend als de Joodse Prinses Badi’at. Niet alleen zag zij er in haar paars/blauw/rode avondjurk als een echte prinses uit, ook haar stem was een echte prinses waardig. Warm, rond, soepel en zeer romig van timbre – daar kon je niet anders dan verliefd op worden.

Detlef Roth was een goede Kasim en Wolfgang Schöne een zeer memorabele Alte Man, maar niemand kon zich met John Mark Ainsley (Der Dämon) meten.

henze-ainslay

John Mark Ainslay

Alle noten (en geloof mij, er waren er een paar zeer moeilijke tussen!) nam hij met het grootste gemak en intelligentie. En aangezien hij de opera goed kende (hij was er ook bij de première in Salzburg) kon hij ook zonder blad zingen en kwam zo aan acteren toe.

Mocht u, net als ik, van de prachtige muziek van Henze hebben genoten en wilt u het ook scenisch zien – de Salzburger voorstelling uit 2003 is op EuroArts (2053929) uitgekomen.

henze-lupupa

De decors en kostuums van Jürgen Rose zijn werkelijk oogverblindend, en de regie zeer intelligent.

Van harte kan ik u ook de, door Barrie Gavin in 1994 gemaakte documentaire over Henze aanbevelen. Aan het woord komen –  behalve uiteraard Henze zelf en zijn Italiaanse vriend – ook Simon Rattle en Oliver Knussen, die openhartig bekent, dat zijn muziek nooit hetzelfde was geworden zonder de invloed van Henze. Dat alles is doorspekt met muziekfragmenten en met prachtige archiefbeelden. Als toegift krijgt u een schitterende uitvoering van Henze’s Requiem (Arthaus Musik 100360)

 

Hans Werner Henze
L’Upupa und der Triumph der Sohnesliebe
Edith Haller, John Mark Ainsley, Wolfgang Schöne, Annette Schönmüller, Martin Busen, Detlef Roth, Maarten Engeltjes en Ashley Holland
Leden van het Groot Omroepkoor (koordirigent: Edward Caswell) en het Radio Filharmonisch Orkest olv Markus Stenz

Bezocht op 17 maart 2012 in het Concertgebouw – Amsterdam

Asmik Grigorian steelt de show als Marie in uitmuntende Wozzeck

Florian Asmik-Grigorian-c-Rytis-Seskaitis-768x512

Asmik Grigorian foto: Rytis Seskaitis

Het is een waargebeurd verhaal. In 1824 werd de soldaat Johann Christian Woyzeck schuldig bevonden aan de moord op zijn vriendin Johanna Christiane Woost en ter dood veroordeeld. Op de markt van Leipzig werd het vonnis voltrokken: Woyzeck werd met het zwaard gedood. Aan de veroordeling ging een brede maatschappelijke discussie vooraf (sociale media avant la lettre?). Men vroeg zich af of Woyzeck toerekeningsvatbaar kon worden verklaard.

Het verhaal heeft de jonge Duitser Georg Büchner geïnspireerd tot het schrijven van zijn toneelstuk, dat onafgemaakt is gebleven: Büchner is in 1837 op 24-jarige leeftijd aan tyfus overleden. Het manuscript werd pas in 1879 gedrukt, het toneelstuk moest tot 1913 wachten tot het op de planken werd gebracht. Componist Alban Berg bezocht het toneelstuk een jaar later in Wenen en besloot er een opera van te maken. Door het uitbreken van de oorlog duurde het een paar jaar eer hij de partituur had voltooid, de première in 1925 in Berlijn was een overweldigend succes.

“Fragmentarisch, hallucinerend en uiterst pessimistisch”. Zo werd het toneelstuk omschreven en zo is de opera ook. Dit werk – misschien wel de aangrijpendste opera van de vorige eeuw – weet zich immer te vergezellen van een evenredige ongenaakbaarheid. De muziek is zeer expressief en niet in één definitie samen te vatten: Berg gebruikte zowel de dodekafonie als de zoetste vioolklanken, en wisselde het sprechgesang af met melancholieke “aria’s”.

Meesterwerk of niet (meesterwerk!): alles staat of valt met de uitvoering. Wat dat betreft hebben we geen reden tot klagen: de uitvoering van ZaterdagMatinee op 4 juni kan tot de absolute top gerekend worden. Dat het zo geweldig werd is voornamelijk aan de zangers te danken. En aan de dirigent, al had hij het orkest bij sommige scenes wat zachter mogen laten spelen.

Er waren ook een paar minpunten. Zo vond ik het constante geloop van de zangers (en van de orkestleden!) bij vlagen behoorlijk irritant: het was storend en het leidde de aandacht af. Logisch was het ook niet, want soms was de zanger al de bühne af, terwijl er nog woorden tegen hem gericht werden. Af en toe moest ik aan het vroegere ‘komt op, zingt, gaat af’-principe denken.

Voor de rest niets dan lof. Florian Boesch (Wozzeck) en Asmik Grigorian (Marie) hadden hun rollen al eerder en ook samen (Keulen 2011) vertolkt. Ze waren op elkaar ingespeeld en de chemie tussen de twee zangers was voelbaar.

Florian-Boesch-Lukas-Beck-2

Florian Boesch foto: Lukas Beck

Boesch zingt met een intensiteit die ik alleen als “zinderend” kan omschrijven. Zijn stem is groot, resonerend en beeldend. Bij hem heb je geen tekst nodig om te begrijpen wat hij zingt, als versta je niet alle woorden. Een echte stemacteur.

En toch: mijn aandacht werd voornamelijk door zijn geliefde Marie opgeëist.
Het was de eerste keer dat ik Asmik Grigorian live hoorde en zij heeft niet alleen mijn hart gestolen, maar ook mijn kijk op de opera veranderd. Opeens was het niet meer Wozzeck, met wie ik meevoelde, maar de door hem vermoorde geliefde. Opeens realiseerde ik mij dat Berg, ondanks dat hij zich met zijn hoofdfiguur identificeerde, het meeste met Marie op had. Haar personage had hij weliswaar onderbelicht, maar hij gaf haar de mooiste muziek. Het slaapliedje, bij voorbeeld, dat zij in de eerste acte zingt.. Zo mooi en zo ontroerend.

Florian asmik_grigorian_as_marie_in_wozzeck

En dan haar gebed in akte drie! Buigend over haar Bijbel leest zij de verzen over Maria Magdalena, over hoe haar zonden haar werden vergeven. Om dan in tranen uit te barsten: “Du hast Dir ihrer erbarmt, erbarme Dich auch meiner”. Het is een gebed zonder zin, want haar lot staat vast en dat weet Marie/Grigorian ook wel. Haar zinloze smeekbede deed mijn hart bloeden. Onvoorstelbaar eigenlijk hoe mooi en lyrisch Grigorian haar stem, zelfs bij het grootste orkestgeweld wist te laten klinken.

Endrik Wottrich imponeerde als de tamboer-majoor. Hij maakte de op zichzelf verliefde macho met een enorme ego zeer herkenbaar. Prachtig hoe makkelijk hij zijn tenor zonder te pushen wist te hanteren: het is tenslotte een hel van een rol.

Thomas Piffka was een voortreffelijke kapitein. Ook hij wist het gemis aan beelden met zijn stem alleen prima te verbeelden. De scène, waarin hij samen met de dokter (Nathan Berg op zijn best) getuige is van het verdrinken van Wozzeck greep me naar de keel.

Margaret werd schitterend gezongen door Cécile van der Sant. Wat een mooie en warme stem en wat een voordracht! Haar kleine rol van jaloerse buurvrouw heeft zij tot één van de hoogtepunten weten te tillen.

Peter Tantsitis was een goede Andres en John Heuzenroeder een Nar uit duizenden. Zijn korte optreden is zeer zeker niet onopgemerkt gebleven.

Het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor hebben mij niet teleurgesteld en leverden hun gebruikelijke, uitstekende prestaties. Een waarlijk excellente afsluiting van het seizoen.

De uitvoering van Wozzeck is nog terug te beluisteren op de website van Radio 4.

Alban Berg
Wozzeck
Florian Boesch, Asmik Grigorian, Endrik Wottrich, Thomas Piffka, Nathan Berg, Cécile van de Sant, e.a.
Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor olv Markus Stenz.
Bezocht op 4 juni 2016 in Het Concertgebouw – Amsterdam.

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg