opera/operette/liederenrecitals

Franz Xaver was ook een Mozart!

Mozart Bonney

Wat een leuke verrassing! Heeft u ooit de liederen van Franz Xaver,  Mozarts jongste zoon gehoord? Sterker nog: wist u überhaupt, dat hij iets meer dan een pianoconcert had gecomponeerd? Ik zeker niet, wat me heel nieuwsgierig naar deze cd deed grijpen.

Het werd een zeer aangename kennismaking. De liederen halen het niveau van de grote Mozart niet wat helemaal niet erg is. Ik vind ze leuker dan leuk en wat mij betreft horen ze in het standaardrepertoire thuis.

https://basiaconfuoco.com/wp-content/uploads/2019/08/a4d92-65815092_446922695858596_2354159870906262509_n.jpg

Franz Xaver was nog maar een baby toen zijn vader stierf. Zijn moeder was vastbesloten om een beroemde musicus van hem te gaan maken, zodoende kreeg hij zijn eerste muzieklessen toen hij nog maar twee jaar oud was. Een curiositeit: onder zijn leraren bevond zich ook … Salieri.

De ontdekking van Franz Xavers liederen is aan Barbara Bonney te danken. Haar intuïtie volgend, is ze in de archieven en op het internet op zoek gegaan naar nog meer getalenteerde Mozarts.

In de  jaren 1990 – 2000 werd Bonney beschouwd als één van de mooiste lyrische sopranen van haar generatie, en daar was – en ben ik –  het mee ens. Haar timbre is zeer aangenaam en haar vertolking van de liederen van Mozart junior buitengewoon fraai. En al is haar uitspraak van het Duits een beetje vreemd, ach … Ik heb enorm genoten.


Franz Xaver Mozart
The other Mozart
Barbara Bonney (sopraan), Malcolm Martineau (piano)
Decca 4756936

Peter Gijsbertsen en Liesbeth Devos laten de liederen van Duparc opbloeien als nooit tevoren

Duparc

Soms kun je je niet aan het soort ‘wat als’ spelletje te onttrekken. Stel je voor, dat Henri Duparc niet geestesziek was geworden? Stel je voor dat hij niet bijna al zijn werken had vernietigd? Naar de niet meer dan veertigtal stukken na die het hebben overleefdte oordelen is de wereld heel wat moois armer geworden. Onder de stukken dat hij vernietigde was ook Roussalka, een (incomplete) opera naar het gedicht van Poesjkin.

In een brief aan zijn goede vriend, de componist Jean Cras schreef hij: (ik citeer de Wikipedia):
Na 25 jaar in een prachtige droom te hebben geleefd, komt het hele idee van muzikale conceptie me – ik herhaal het voor je – walgelijk voor. De andere reden van deze vernietiging, die ik niet betreur, is de gehele morele transformatie welke God op me heeft uitgeoefend sinds mijn 20ste en die in een enkele minuut mijn hele afgelopen leven verlaten heeft. Vandaar, dat Roussalka (de opera) geen enkele verbinding met mijn nieuwe leven meer heeft en derhalve niet dient te bestaan.

Op zijn 36te was het gedaan met de muziek: Duparc hield op met het componeren en werd vrijwel vergeten. Het was pas in de jaren zestig dat zijn liederen werden ‘herontdekt’, maar het heeft nog langer geduurd eer ze gemeengoed werden.

Drie jaar geleden werden al zijn liederen door de Italiaans bas, Andrea Mastroni opgenomen. De cd droeg de titel Lamento en lamento was het. Zwaar, zwaarmoedig en om te huilen. Wat een verschil met de prachtige, met een echte Franse zwier gezongen interpretatie van Peter Gijsbertsen! Deze cd heeft als titel Extase gekregen en dat dekt de lading veel beter.

De liederen van de hypersensitieve Duparc kun je het beste met lichte penseel geschilderde watertekeningen vergelijken. Niet eens zo gek als je bedenkt dat zijn laatste levensjaren in het teken stonden van het schilderen van aquarellen. Zo zingt Gijsbertsen ze ook.

Wat ik ook zo mooi in de interpretatie van Gijsbertsen vind is zijn voortreffelijke maar nergens overheersende dictie. Je verstaat alles wat hij zingt maar de woorden, die heb je niet eens nodig om te weten waar het over gaat.

Een van mijn geliefde liederen van Duparc is het ‘Romance de Mignon’ en die neemt Liesbeth Devos voor haar rekening. Haar lichte, meisjesachtige timbre voelt buitengewoon prettig en past het lied als de handschoen. Ontroerend.

In ‘La Fuite’, een zeer sensueel lied naar de tekst van Théophile Gautier worden de beide zangers met elkaar verenigd, hun beider stemmen met elkaar verstrengeld. Zoals het bij geliefden gaat. Jozef de Beenhouwer maakt de ménage à trois compleet.


Henri Duparc
Extase – Complete Songs
Peter Gijsbertsen (tenor), Liesbeth Devos (sopraan), Jozef de Beenhouwer (piano)
Phaedra PH 292040

Duparc en de ondraagelijke zwaarheid van het bestaan

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodloot: De kinderen der Zee van Lodewijk Mortelmans

Peter Gijsbertsen zingt liederen van RICHARD STRAUSS

Lady Rattle, toen zij nog Magdalena Kožená heette

Het begint ongelukkig. Allereerst vergeet ik het tijdsverschil met Engeland en bel ik te vroeg op. Één uur later krijg ik te horen dat ze niet thuis is, en dat ik het maar op haar mobiel moet proberen. Het komt niet gelegen zegt ze, ze is in een museum, bovendien wist ze niets van het interview af. Dan maar meteen een nieuwe afspraak maken.

Driemaal is scheepsrecht. Nu is zij thuis en buitengewoon lief. Vooraleerst wil ze zich verontschuldigen, er moest iets mis zijn gegaan. Het geeft niet, zeg ik. Die dingen gebeuren nu eenmaal. Haar spreekstem lijkt op haar zangstem: zilverkleurig, warm en zacht. Donker ook, wat met dat vleugje Tsjechische accent heel aantrekkelijk klinkt.

Allereerst wil ik het over haar laatst uitgekomen cd hebben

– Wie koos het programma?
“Ik. DG wilde een cd maken met meer instrumenten dan alleen maar een piano. Ze stelden Il Tramonto van Respighi voor, de rest heb ik uitgezocht. Ja, het klinkt ietwat melancholisch, maar ik denk dat het ook met de tijd te maken heeft, de meeste van die composities ontstonden tussen de twee wereldoorlogen. De droevigste muziek is die van Schulhoff, maar hij was ook een tragische figuur. Een Jood, overleden in een concentratiekamp. Voor mij hebben zijn liederen ook iets van de Slavische melancholie.”

– Op die cd zing je liederen in vijf verschillende talen, spreek je ze ook?
“Min of meer, ja. Russisch leerde ik nog op school, mijn Engels en Frans spreek ik vloeiend. Ook mijn Italiaans is goed en het Duits leerde ik toen ik een paar jaar in Wenen woonde”.

– Op je opnamen, en het zijn er behoorlijk veel, zing je muziek van Bach tot Martinů, en van Gluck tot Verdi. Ook op de bühne?
Lachend: “Nou, nee. Zeker geen Verdi. Maar het is helemaal anders als je een recital met opera-aria’s samenstelt. Het is ontzettend moeilijk om zoveel verschillende karakters binnen 5 minuten tot leven te wekken, daar heb je een hele opera voor nodig. Daarom, dat denk ik althans, moet je er zoveel mogelijk verscheidenheid in aanbrengen, anders wordt het saai. Het idee van Verdi kwam overigens van Marc Minkowski. In het begin hadden we zelfs ruzie daarover, maar uiteindelijk wist hij me te overtuigen. Hij zei dat die aria (van Eboli uit Don Carlos) klinkt als een Spaans volksliedje, en ik denk dat hij gelijk had.”

“Minkowski was de eerste grote dirigent die ik tegenkwam, zo’n zeven jaar geleden. Hij betekent heel erg veel voor mij, hij is mijn muzikaal maatje. Tegenwoordig zien we elkaar niet zo vaak meer, maar in het begin deden wij 4 à 5 projecten per jaar samen. Ik heb heel erg veel van hem geleerd. Als je een beginneling bent probeer je zo mooi mogelijk te zingen. Hij leerde me, dat muziek zoveel meer is dan alleen maar schoonheid.

Heel lang praten we over haar Zerlina in Salzburg,in 2002. Ik was er bij en zeg dat ik haar prachtig vond maar die productie haatte. En weer moet ze lachen: “Ik hield van die productie! Toen me die rol werd aangeboden nam ik het alleen maar aan omdat het Salzburg was. En Harnoncourt. Zerlina was voor mij altijd het synoniem van een dom blondje, maar hier heeft ze wat meer karakter gekregen.”

– Eigenlijk vind ik je stem bijzonder geschikt voor het Frans repertoire, voornamelijk Massenet. Ben je van plan het ooit op de planken te zingen?
“Ik zou het graag willen, voornamelijk Cendrillon, maar het wordt zo weinig gespeeld, zelfs in Frankrijk niet. Daarbij zien de meesten me nog steeds het liefst in opera’s van Mozart en Händel.

Ze woont in Parijs, maar is zeer zelden thuis, het laatste jaar maar 40 dagen. Haar man, een Franse bariton, ontmoet ze meestal ergens onderweg.

Denk ze aan kinderen?
“Het lijkt me leuk, maar dan zal ik veel van mijn leven moeten opgeven, zeker als de kinderen naar school moeten”.

Vooralsnog zit ze vol met plannen.

Kozena Schulhoff

Dit is een werkelijk buitengewoon interessante cd met een onalledaags programma. Onalledaags, want op de Chansons Madécasses van Ravel na en, wellicht ook Il Tramonto van Respighi, is de rest voor de meeste luisteraars onbekend. Alle liederen werden in de eerste helft van de vorige eeuw in vijf verschillende Europese landen gecomponeerd, en stralen een zware melancholie en nostalgie uit.

Ook het accompagnement is exceptioneel, de liederen worden niet alleen door de piano, maar ook door viool, strijkkwartet, fluit, cello en piano begeleid. Stuk voor stuk bijzondere composities, door Kožena met veel tekstbegrip gezongen. Zelf heb ik een klein beetje moeite met haar Russisch, voor mij is het een tikje overgearticuleerd, maar dit is eigenlijk muggenzifterij.

In Il Tramonto hoor ik liever een donkerdere en iets meer dramatische stem, maar zoals zij het doet kan het ook. In haar interpretatie krijgt het geheel iets meisjesachtigs, met een andere kleur van verdriet.

Als onbetwist hoogtepunt beschouw ik de drie liederen van Schulhoff, het zijn drie kleine meesterwerkjes en het is te hopen, dat Kožena ze in haar repertoire houdt.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (fluit), Christoph Henschel (viool), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartett (DG 4715812)

Kozena Martinu

Hier werd ik stil van. De melancholie van Dvořák, de typische ritmiek van de taal van Janáček, de eigenzinnigheid van Martinu, dat alles maakt, dat je je er niet meer los van kunt maken.

Het meest interessant vind ik de cyclus Liederen voor een vriend van mijn land van Martinů, die hier zijn plaatpremière beleeft. Martinu componeerde het in 1940 in Aix-en-Provence, tijdens zijn vlucht voor de nazi’s die hem naar Amerika zou brengen, en is opgedragen aan Edmond Charles-Roux. De cyclus werd pas in 1996 gevonden. Het is een enorme aanwinst voor het liedrepertoire maar: wie zingt het nog? Zeer ontroerend.


Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kozená mezzosopraan, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Sterven met Dame Janet Baker

Janet Baker

Ik geef het toe, ik háát Händel. En nu wil ik u een cd aanbevelen die voor bijna de helft gevuld is met zijn aria’s. Kan dat? Ja, dat kan, want ware schoonheid ontstijgt alle vooroordelen en preferenties.

De korte ‘O had I Jubal’s Lyre’(Joshua) is gauw vergeten bij de eerste noten van ‘Che farò senza Euridice’ .

Janet Baker in opname uit Glyndebourne 2004:

Zo mooi en zo smachtend gezongen dat je niet eens op de daaropvolgende ‘Care selve’ (Atalanta) let. En bij ‘Plaisir d’amour’ weet je al, dat je die cd nooit meer kwijt wilt, en je geeft je gewonnen.

Janet Baker zingt “Plaisir d’amour” (TV recital, 1982):

Je valt in zwijm bij ‘Amarilli mia bella’, want niemand op aarde heeft het mooier gezongen. Bij ‘Che puro Ciel’ vullen je ogen zich met tranen en je bent er zeker van dat dit het hoogtepunt van de cd is. Want nog meer ontroering, nog meer schoonheid… nee, dat kan niet. En dan komt het: de klaagzang van Dido uit Dido & Aeneas van Purcell.

Janet Baker als Dido (opname uit 1966):

De jonge Baker (de opname is uit 1962) maakt van jou haar Belinda, haar vertrouwelinge. Je ziet hoe haar lippen trillen en wilt haar troosten en zeggen dat het allemaal goed komt, maar het komt niet meer goed en je sterft met haar samen.


The legendary dame Janet Baker
Händel, Gluck, Mozart, Purcell. Martini, Giordani
Philips4751562

L’Amour. Als het maar met Floréz is

https://www.freundederkuenste.de/uploads/pics/Juan_Diego_Florez-Album.jpg

“Een operazanger uit Peru is als een stierenvechter uit Noorwegen – eigenlijk onmogelijk.” Ik heb het niet verzonnen, de quote komt van Juan Diego Floréz, een Peruaan en een operazanger. Hij stond toen nog aan het begin van zijn carrière. Inmiddels behoort de tenor tot de grootste en belangrijkste zangers van onze tijd. Zijn stem, met zijn ietwat nasale timbre, doet een beetje aan Raoul Gimenez denken. Zijn techniek is fenomenaal en zijn hoogte stralend en loepzuiver.

In 2014 heeft hij, na vier jaar stilte, een nieuwe solo-cd uitgebracht: L’Amour. Het resultaat is het lange wachten meer dan waard. Naast het bekende repertoire staan er gelukkig ook minder bekende aria’s op, sommige zeer verrassend. Neem alleen al ‘À la voix d’un amant fidèle’ uit La Jolie fille du Perth van Bizet: de muziek is van zo’n ongekende schoonheid! Onvoorstelbaar dat de aria (laat staan de hele opera) nog maar zo zelden wordt uitgevoerd.

Hetzelfde geldt voor La Favorite van Donizetti. Samen met de mij onbekende bariton Sergey Artamanov zingt Floréz het schitterende duet ‘Un ange, une femme inconue’. Adembenemend mooi.

Alleen al voor deze twee nummers zou je de cd moeten kopen, maar er staat natuurlijk veel meer moois op. ‘Mes amis’ bijvoorbeeld, uit Le postillion de Lonjumeau van Adam. Het is een echt shownummer voor tenor, met vele hoge d’s om uit te pakken. Laat dat maar aan Floréz over, hij weet precies met ze om te gaan! Zo hoort dat. Zo en niet anders.

Het repertoire beslaat een periode van 1825 tot 1892. De aria’s variëren enorm en het is interessant om te horen wat een ontwikkeling de opera in nog geen 70 jaar heeft doorgemaakt. Een beetje moeite heb ik met Werther. Voor die rol ontbreekt het Flórez aan voldoende kracht en donkere tonen in zijn stem.

Trailer van de opname:

Het orkest uit Bologna onder Roberto Abbado (de neef van) toont zich een perfecte begeleider. Het is een cd om te koesteren!

Om Barbara Hannigan te citeren: “Ik zou best ooit La fille du Régiment van Donizetti willen zingen, als het maar met Floréz is!”


L’Amour
Aria’s van Boildieu, Donizetti, Gounod, Delibes, Offenbach, Massenet e.a.
Juan Diego Floréz (tenor)
Orchestra e coro del Teatro Comunale di Bologna olv Roberto Abbado
Decca 4785948

Juan Diego Flórez: The Mozart Album

Een onweerstaanbare La Fille du Régiment van Laurent Pelly

ITALIA. Juan Diego Flórez

Soile Isokoski, een ster voor de fijnproevers

Isokoski

Beroemd is zij wel, maar het is niet de beroemdheid van een Pavarotti of een Bartoli. Nog steeds kan ze makkelijk incognito de straat op, maar de echte stemliefhebber weet wel beter, en haar fans volgen haar optredens overal ter wereld.

Haar carrière begon in 1987 toen ze de tweede prijs won in Cardiff, maar het was pas begin 2000 dat haar naam werd bevestigd. Genegeerd door de grote platenmaatschappijen moest ze het hebben van haar optredens en van mond op mondreclame.

Voor het eerst hoorde ik haar als donna Elvira in Parijs, met Bo Skovhus als don Giovanni. Het was Skovhus voor wie ik de reis ondernomen had, en het was Soile Isokoski die mijn hart sneller deed kloppen. Haar Elvira was hartverscheurend en meelijwekkend, ja, bij haar kon ik me al die tranen om de verleider voorstellen.

Het is ook uitgerekend Bo Skovhus, met wie Isokoski het Italienisches Liederbuch van Hugo Wolf heeft opgenomen, met aan de piano Marita Viitasalo, haar vaste begeleidster. De miniatuurtjes van Wolf hebben nooit betere protagonisten gehad, want de beide stemmen hebben heel veel gemeen: perfecte dictie, muzikaliteit, het grote kunst om met je stem alleen te kunnen ‘acteren’, en een ietwat zoetig timbre.


Voor haar uitvoering van de Vier letzte Lieder van Strauss heeft zij, volkomen terecht, een Grammy Award gekregen

en haar opname van Finse liedjes (alles op Ondine) hoort bij iedere liedliefhebber thuis.


Hugo Wolf
Italienisches Liederbuch
Soile Isokoski (sopraan), Bo Skovhus (bariton), Marita Viitasalo (piano)
Ondine ODE 998-2 (2cd’s)

Brigitte Fassbaender: ‘zangerig’ is het toverwoord

Fassbaender

In de oorspronkelijk EMI-uitgave (74767972) waren de teksten niet bijgeleverd. Een euvel, maar echt nodig waren ze niet: Fassbaender articuleert zo goed dat ieder woord duidelijk verstaanbaar is, zonder dat het afbreuk doet aan de muziek.

Haar Mahler is zeer gevoelig, gezongen met compassie. Soms worden haar emoties haar de baas (Lieder eines fahrenden Gesellen), maar ik vind het niet erg. Mahler kan het hebben.

Arnold Schönberg is andere koek. Zijn cyclus Das Buch der hangenden Garten componeerde hij in 1908, en al is het niet gespeend van emoties, toch is het strikt atonaal. In een interview met Thomas Vogt bekent Fassbaender dat het niet makkelijk was om de liederen te leren zingen, toch vindt zij ze ‘zangerig’ geschreven. En zo vertolkt zij ze ook, zangerig, alsof zij Schumann staat te zingen.

De liederen van Milhaud zijn een hoofdstuk apart: was Mahler een voorgerecht en Schoenberg een (zwaar) hoofdgerecht, zo zijn de Chansons de la négresse net een luchtig dessert. Ondanks de verre van vrolijke teksten zijn ze licht en dansant, en ze liggen prettig in het gehoor.


Gustav Mahler, Arnold Schönberg, Darius Milhaud
Brigitte Fassbaender (mezzosopraan)
Irwin Gage & Aribert Reimann (piano)

Thomas Hampson breekt lans voor de Amerikaanse muziek en dichtkunst

Hampson America

Thomas Hampson is al decennialang een onvermoeibare ambassadeur van art songs van Amerikaanse componisten, alsook van de Amerikaanse dichtkunst. In 1991 nam hij voor Teldec cd op met ‘Duitse’ liederen van Charles Ives, Charles Tomlinson Griffes en Edward MacDowell

Griffes ‘Mein Herz ist wie die dunkle Nacht’:

In 1997 kwam bij EMI To the Soul uit, met liederen op teksten van Walt Whitman.

Die namen ontbraken dan ook niet op de recitals die hij in 2001 in Salzburg gaf, en die een onderdeel waren van wat een ‘Hampson Project’ heette. Het thema van dit minifestival (er was ook een symposium) was de Amerikaanse poëzie, door verschillende, dus niet alleen Amerikaanse componisten getoonzet. Hampson deed meer dan zingen alleen. Hij leidde de liederen in, gaf er commentaar op en vertelde over de componisten, dichters, schrijvers en tradities.

Thomas Hampson over ‘American Songbook’

Tot grote vreugde van een ieder die de Amerikaanse muziek en poëzie een warm hart toedraagt zijn er een paar jaar geleden drie van die recitals, van resp.12 (en niet 15), 17 en 22 augustus 2001 op twee cd’s uitgebracht. Hampson zingt zoals we het van hem gewend zijn: gecultiveerd en mooi, en zijn dictie en tekstbehandeling zijn voorbeeldig.

Als bonus krijgen we drie liederen van Korngold, afkomstig van het project Verboden en verbannen, uit Salzburg 2005.

Deze clip is niet afkomstig van de cd’s (noch op You Tube noch op Spotify te vinden), maar het illustreert de betrokkenheid van Hampson met de muziek en dichtkunst uit zijn vaderland:

I hear America singing
Liederen van MacDowell, Bacon, Rorem, Bernstein, Rorem, Bridge, Bacon, Griffes, Hindemith, Korngold e.a.
Thomas Hampson (bariton), Wolfram Rieger, Malcolm Martineau (piano)
Orfeo C 707 0621 (2 cd’s)

Ruzanna Nahapetjan zingt droevige liefdesverhalen

Armeens

Een paar jaar geleden deed ik een poging om een lans te breken voor Armeense componisten. Dat is wat ik toen schreef:

“Wat weten we van de Armeense klassieke muziek? Hoeveel Armeense componisten kent een doorsnee liefhebber? Weinig, vrees ik. Op Aram Khachatourian en zijn Gayaneh na, dan. Maar ook deze componist dankt zijn betrekkelijke bekendheid aan de ‘sabeldans’ en de openingstune van de ooit zo populaire TV-serie Onedinline.

Droevig. Des te meer als je bedenkt dat de Armeense cultuur met haar eigen alfabet en haar eigen muzieknotatie tot de oudste in Europa behoort. Gelukkig wordt er de laatste tijd wat meer aandacht aan besteed”

Dat laatste is misschien waar, maar niet heus. Zo hebben we Komitas leren kennen, een beetje dan, want nog steeds wordt zijn muziek veel te weinig gespeeld. Voor mensen die hem nog niet kennen: “Komitas Vardapet (Kudina 1869 – Parijs 1935) was een Armeens priester, componist, koordirigent, zanger, muzieketheoloog, muziekpedagoog en musicoloog. In 1915 was hij getuige en slachtoffer van de Armeense genocide, als gevolg waarvan hij krankzinnig werd. Hij wordt daarom gezien als een martelaar van de Armeense volkerenmoord.” (bron: Wikipedia).

https://andrewjsiebert.files.wordpress.com/2015/06/komitas.jpg?w=816&h=9999

De liederen van Komitas ontbreken dan ook niet op de niet zo lang geleden uitgebrachte solo-recital van de van oorsprong Armeense en in Nederland woonachtige sopraan Ruzanna Nahapetjan. Na haar studie in Yerevan, Tallinn en de Verenigde Staten vervolgde zij haar opleiding aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam.

Voor haar eerste cd, getiteld None but you heeft zij verschillende liederen van verschillende componisten uit verschillende landen verzameld, met maar één motto: allemaal gaan ze over de liefde. Nahapetjan: “Liefde kent veel verhalen, die allemaal anders zijn. Vaak zijn ze vervuld van pijn, melancholie en heftige gevoelens”.

Het is een prachtige cd geworden, niet alleen vanwege het veelal weinig bekend repertoire (mijn favoriet: ‘Only once’ van Boris Fomin), maar ook omdat de stem van Nahapetjan van een wonderlijke schoonheid is. Soms klinkt het alsof zij de melancholie zelf heeft uitgevonden.

Van al die prachtige liederen die Nahapetjan op haar recital heeft verzameld het meest onder indruk ben ik van de drie liederen van Komitas. Neem alleen maar zijn ‘Antuni – Homeless’, daar krijg ik het koud van en de rillingen lopen over mijn rug.

Zowel de beide pianisten als de gitarist zorgen voor de uitstekende begeleidingen, maar er zijn ook minpunten. Op den duur gaat die droefheid ook overslaan op je eigen gemoedstoestand. Je moet de cd dan ook niet gaan beluisteren als je liefdesverdriet hebt of gewoon niet goed in je vel zit want de kans is groot dat je er nog somberder van gaat worden en op zijn Russisch een fles wodka naast je cd -speler plant en heel erg gaat janken.

Deze cd is te bestellen bij de zangeres zelf:

http://nahapetjan.com/bestel-cd.html

None but you
Liederen van Komitas, Fomin, Rybasov, Guastavino, Braga, Granados, Mompou, Bridge e.a.
Ruzanna Nahapetjan (sopraan)
Roderigo Robles de Medina en Jochem Geene (piano)
Martin van Hees (gitaar)

Pianotrio’s uit Armenië: balsem voor de ziel

Dietrich Fischer-Dieskau zingt liederen van Wolf en Reger

Wolf Reger fiDi

Liederen van Hugo Wolf behoren nog steeds niet tot de dagelijkse kost, en georkestreerd hoor je ze eigenlijk bijna nooit. De componist zelf heeft 24 van zijn liederen gearrangeerd, maar voor deze live opname is een selectie gemaakt van maar zeventien, waarvan er drie door resp. Günter Raphael, Max Reger en de Finse bas Kim Borg zijn georkestreerd. Ik vind het zonder meer mooi, maar gek genoeg wordt de angel, de bitterheid en de ernstige satire, de componist zo eigen, er iets minder voelbaar door.

Het ligt zeker niet aan de dirigent: Stefan Soltész heeft er duidelijk affiniteit mee. In 1990 was Dietrich Fischer-Dieskau al lang over zijn hoogtepunt heen en zijn – voor mij – hinderlijke manier om alles over te articuleren vind ik gewoon storend.

Op de tweede cd, met de orkestliederen van Max Reger (opname 1989) vind ik het minder hinderlijk, maar echt mooi? Reger behoorde niet tot Fischer-Dieskaus standaardrepertoire en ik denk niet dat hij erin geloofde. Op de een of andere manier komt het niet overtuigend over. Althans niet op mij.

Die liederen zijn eigenlijk geen liederen. Denk meer richting cantates, zeker ook omdat er in twee van de werken, ‘Der Einsiedler’ en ‘Het Requiem’ een groot aandeel is aan de – uitstekende, overigens – koren toebedeeld. Gerd Albrecht verricht wonderen met zijn Philharmonisches Staatsorchester uit Hamburg.

Beide cd’s zijn al eerder op de markt geweest, maar de combinatie van de twee componisten bij – en naast – elkaar biedt een verfrissende kijk op de manier hoe ze elkaar hebben beïnvloed.


HUGO WOLF
MAX REGER
Orkestliederen
Dietrich Fischer-Dieskau (bariton)
Münchner Rundfunkorchester olv Stefan Soltész
St. Michaelis-Chor en Monteverdi-Chor Hamburg
Philharmonisches Staatsorchester Hamburg olv Gerd Albrecht
Orfeo MP 1902