Auteur: Basia Jawoski

muziek journalist

« L’ ENFANT ET LES SORTILèGES (AN EMPTY HOUSE) » BIJ OPERA BALLET VLAANDEREN

Tekst : Ger Leppers

Wie gedurende een aantal decennia meer dan twintig operavoorstellingen per jaar bezoekt, draait al snel in het zelfde kringetje rond van zo’n 50 à 60 werken: het ijzeren repertoire.

Toen ik zag dat in Antwerpen Ravels ‘L’Enfant et les Sortilèges’ en Hindemiths ‘Hin und zurück’ zouden worden opgevoerd, voelde ik me dan ook als iemand die na een lang dieet van biefstuk-frites een menukaart in handen krijgt waarop kaviaar, foie gras en gevulde kapoen vermeld staan, besprenkeld met exquise wijnen.

De avond werd ingeleid door dramaturg Tom Swaak, die de  opzet van de voorstelling toelichtte. Ravels operaatje duurt niet meer dan drie kwartier. Hindemiths baldadige werkstukje is nog korter, en klokt af op twaalf minuten. Om het geheel meer body te geven en tot een eenheid te maken waren er nog wat korte stukken aan het programma toegevoegd.

De voorstelling opent en eindigt, legde hij uit, met een speciaal voor deze voorstelling bewerkte versie van twee koren uit de opera ‘Like Flesh’ van de Israëlische componiste Sivan Eldar, die in 2022 in Lille in première ging.  In dat openings- en slotkoor krijgt de natuur het woord, de natuur die al bestond voordat de mens verscheen en die ook na de verdwijning van de menselijke soort, als wij onszelf zullen hebben vernietigd, zal blijven bestaan.

Sivan Eldar over haar compositie:

Even was het mij bang te moede. Zouden wij in deze enscenering weer eens bestraffend worden toegesproken? Zouden wij, godbetert, een belerende visie te zien krijgen op het subtiele, elegante, lichtvoetige meesterwerkje van Colette en Ravel? Stond ons iets te wachten als een verfilming van een roman van P.G.Wodehouse waarin de bewerker de klassenstrijd centraal stelt?

Met de bevoogdende opzet waarvoor ik vreesde bleek het echter ruimschoots mee te vallen. Het programma was ingenieus opgezet, en na afloop van de korte maar intense voorstelling (één uur en twintig minuten) voelde ik me voldaan alsof we een lange, overvolle theateravond achter de rug hadden. 

Na het inleidende kinderkoor uit de opera ‘Like Flesh’ van Sivan Eldar, dat inderdaad een wat belerende tekst had, klonk de filmmuziek die de opera ‘Lulu’ van Alban Berg in tweeën deelt.

Die muziek heeft de vorm van een palindroom. Een palindroom is in de literatuur een woord dat, of een zin die je ook achterstevoren kunt lezen, zoals ‘lepel’; ‘droomoord’ of, één van de beroemdste: ‘A man, a plan, a canal: Panama!’ Dit vormprincipe kan natuurlijk zonder probleem ook in de muziek worden toegepast, en dat is wat Alban Berg hier gedaan heeft, in een lastige, maar door de jonge musici van het Youth Orchestra Flanders fraai uitgevoerde opera-interlude.

Die filmmuziek bleek een mooie en passende opmaat te zijn tot Hindemiths korte,  kluchtige sketch ‘Hin und zurück’. Daarin ontdekt een man het overspel van zijn vrouw. Hij schiet haar dood en pleegt vervolgens zelfmoord.

Maar dan verschijnt, bij wijze van parodistische deus ex machina, een wijze ten tonele, die betoogt dat het leven te kostbaar is om je druk te maken over pietluttigheden zoals overspel. Je kunt je er maar beter overheen zetten. De dode echtgenoot wordt door dit betoog overtuigd. Hij pakt het pistool weer op en schiet zichzelf weer in leven en doet daarna hetzelfde met zijn vrouw.

Hindemith “Hin und Zurück”:

De handeling loopt vervolgens, palindroomsgewijs, achterwaarts terug naar het beginpunt en alles eindigt zoals het begonnen is, behalve natuurlijk dat de twee echtgenoten voortaan opgezadeld zitten met de herinnering aan een pijnlijk incident. Het is, met al zijn verwijzingen naar de amusementsmuziek, een uiterst genoeglijk stuk, zoals bijna al die korte, iconoclastische opera’s van Hindemith. Er werd goed gezongen, passend karikaturaal geacteerd,  met Marjolein Appermont in het glansrolletje van Helene.

L’Enfant et les Sortilèges (An Empty House) als een palindroom? Dirigent Karel Deseure :

Vervolgens klonk, als overgang naar Ravel, opnieuw een stuk in de vorm van een palindroom, dit keer van de Engelse componist Constant Lambert. Terwijl het toneel werd verbouwd beluisterden we een deel uit diens ballet ‘Horoscope’.

Lambert was overtuigd van het belang van de astrologie. Hij meende dat de sterren het maar druk met ons hebben. Onvergetelijke muziek leverde die overtuiging niet op, maar het stuk paste natuurlijk wel mooi in de opzet van de voorstelling.

‘L’Enfant et les Sortilèges’ was daarna het pièce de résistance van de avond. Het werk biedt een veelheid aan karakterrolletjes, en is dus ideaal voor een project als dit, waarin aan een groot aantal jonge zangers – leden van het Jong Ensemble Opera Ballet Vlaanderen en studenten van de International Opera Academy – een mogelijkheid gegeven wordt om podiumervaring op te doen.   

Ravels werkstuk breekt met het traditionele stramien van zoveel opera’s, waarin de sopraan en de tenor op elkaar verlief zijn en dwarsgezeten worden door de bariton en/of de bas en/of de alt. Het is het verhaal van een kind dat op zijn kamertje zit en het vertikt zijn huiswerk te maken. In een wedeaanval vernielt het alles wat onder zijn handbereik komt en vergrijpt zich  aan de huisdieren. Het meubilair, de huisdieren en zelfs het haardvuur roepen hem vervolgens ter verantwoording. Het kind komt tot inkeer, en tenslotte, terwijl het orkest de muziek herhaalt waarmee de opera begint, blijkt alles een droom te zijn geweest.

In deze enscenering zagen we in de hoofdrol niet het kind maar een jonge vrouw in een AC/DC t-shirt. De rol is geschreven voor een mezzosopraan, en de regisseuse vond een jonge vrouw daarom geloofwaardiger dan een kind. Ook de interpretatie dat al het gebeurde slechts een droom was, is losgelaten. Aan het slot wandelt de jonge vrouw de natuur in. Met die gang van binnen naar buiten gaf zij ook inhoud aan de ondertitel van de voorstelling: de mens verlaat het huis, waarin eerst Helene haar vreemde avontuur beleefde en dat daarna een gevangenis was die door het Enfant werd gesloopt, om de wereld in te trekken.

Ik had de opera heel lang geleden al eens in Brussel gezien, in een heel weelderige enscenering. Regisseuse Maëlle Dequiedt liet zien dat het werk net zo effectief is, of zelfs effectiever kan zijn, in een sobere maar vindingrijke mise-en-scène. Dan moet het acteren wel in orde zijn, want dansende theepotten, klagend behang, een dolgedraaide zingende klok en een vocaliserend haardvuur zijn geen alledaagse kost.

Er viel wat dat betreft niets te klagen, en ook op de uitspraak van het Frans door de zangers viel weinig tot niets af te dingen. Dat is, in dit broze en subtiele verhaal belangrijk, want daarzonder valt de fraaie tekst van Colette, die geldt als één van de subtielste Franse prozaschrijvers, plat. In mijn hoedanigheid van voormalig docent Frans geef ik dan ook graag een speciale vermelding aan de fraai zingende Oostenrijkse bariton Tobias Lusser in de rol van de klok.

In het adembenemend gezongen, pernicieuze  slotkoor, opnieuw een bewerking van een deel van ‘Like Flesh’ van Sivan Eldar, revancheerde het kinderkoor van Opera Ballet Vlaanderen zich ruimschoots voor de kleine onzekerheden uit de inleiding van de voorstelling. Het was, door de inzet en precisie waarmee de kinderen zongen, één van de pakkendste momenten van de avond.

Dirigent Karel Deseure leidde de voorstelling met vaste hand, zoals dat heet, en wist met zijn orkest van jonge instrumentalisten zowel de provocerende klanken van Hindemith als de fijnzinnige, afwisselend breekbare en uitbundige orkestratie van Ravel alle recht te doen.

Het slotapplaus van de meeslepende avond was overweldigend – zo overweldigend dat sommige van de jonge zangers de tranen in de ogen stonden. Het doet veel deugd om zo’n honderd jonge musici met zoveel inzet en professionalisme aan het werk te zien. Voor beginnende musici was het programma hoog gegrepen, maar daar word je groot en sterk van, en wie niet waagt, die niet wint. Bij het verlaten van het gebouw kon ik dan ook niet anders dan van bakboord- tot stuurboordoorlel tevreden glimlachen, dankbaar voor deze bijzondere avond

De eerste repetitieweek:

Sivan Eldar                                        « What the forest knew” (uit Like Flesh)
Alban Berg                                        “Filmmusik” (uit Lulu)
Paul Hindemith                                             Hin und zurück
Constant Lambert                              “Palindromic Prelude” (uit Horoscope)
Maurice Ravel                                               L’Enfant et les Sortilèges
Sivan Eldar                                        « Winter, again » (uit Like Flesh)

Muzikale leiding                                           Karel Deseure
Regie                                                             Maëlle Dequiedt
Kostuumontwerp                                           Louis Verlinde
Lichtontwerp                                                 Max Adams
Choreografie                                                 Bérengère Bodin
Kinderkoorleiding                                         Hendrik Derolez

HIN UND ZURÜCK:
Helene                                                           Marjolein Appermont
Robert                                                            Hugo Kampschreur
Ein Weiser                                                     Marie-Juliette Ghazarian
Der Professor                                                Tobias Lusser
Der Krankenwärter                                        Alexander Van Goethem
Das Dienstmädchen                                      Marianna Giulio
Tante Emma                                                  Sebastian Enriques

L’ENFANT ET LES SORTILèGES
L’enfant                                                         Lucy Gibbs
Le feu, la princesse, le rossignol                   Klara Vermee
Maman, la tasse, la libellule                         Mathilda Sidén Silver
L’horloge, le chat                                          Tobias Lusser
La théière, le petit vieillard                           Hugo Kampschreur(L’arithmétique), la rainette,
la chatte, l’écureuil, un pâtre                         Marie-Juliette Ghazarian
La chauve-souris, une pastourelle                 Marianna Giulio
Le fauteuil, un arbre                                      Reuben Mbonambi
La bergère, la chouette                                  Marjolein Appermont

Youth Orchestra Flanders
Kinderkoor Opera Ballet Vlaanderen

Voorstelling gezien op 21 februari 2025 te Antwerpen

BONUS:

Beverly Sills in Hin und Zurück uit Boston 1965 (in het  Engels):

Rode draden als de rode draad bij Idomeneo in Amsterdam

Tekst: Lieneke Effern

Mozarts opera Idomeneo, de dertiende opera van de componist op een libretto van Giambattista Varesco, vertelt het verhaal van de Kretenzische koning Idomeneo. Hij belooft de zeegod Neptunus zijn eigen zoon te offeren in ruil voor een behouden terugkeer na de Trojaanse oorlog. Dit leidt tot een dramatisch conflict tussen plicht en vaderlijke liefde. Ik bezocht de uitvoeringen op 11 februari (akten 1 en 2) en 17 februari bij De Nationale Opera & Ballet in Amsterdam.

Anton Raaff, de eerste vertolker van de rol van Idomeneo

Zoals gebruikelijk begon Mozart met het componeren van de muziek en volgden de aria’s nadat hij de zangers had leren kennen. De opera vorderde langzaam, mede door de vele wijzigingen en aanpassingen die Mozart wilde doorvoeren in het libretto. Zijn vader, Leopold Mozart, bemiddelde in de correspondentie met de librettist en herinnerde zijn zoon eraan een populaire stijl te hanteren, aangezien volgens hem voor iedere 10 kenners 100 onwetenden in het publiek zouden zitten. Dit ontlokte zijn zoon de opmerking: “In mijn opera’s zit muziek voor iedereen.” In de brieven aan zijn vader uitte hij verder zijn mening over de zangers. Hij was tevreden over de tenor Anton Raaff, die op 66-jarige leeftijd de titelrol zong, hoewel hij vocale beperkingen had vanwege zijn leeftijd.

De première van Idomeneo vond plaats in München op 29 januari 1781 en werd herhaald op 3 februari en 3 maart.Mozart wilde de opera ook in Wenen laten uitvoeren en overwoog wijzigingen, onder andere om de rol van Idomeneo door een bas te laten zingen. Uiteindelijk werden deze wijzigingen niet doorgevoerd.

Page from Mozart’s original score for Idomeneo, showing cancellations (© Wikipedia)

Pas vijf jaar na de première werd Idomeneo uitgevoerd in Wenen tijdens een privéconcert door en voor de adel. Mozart maakte veel aanpassingen, waaronder het herschrijven van de rol van Idamante voor tenor. In de 19e eeuw werd de opera voornamelijk in het Duits uitgevoerd in Duitsland en Oostenrijk. Pas na haar 100e verjaardag werd de opera erkend als een vroeg meesterwerk, toen verschillende theaters de opera weer op de planken brachten.

Laurence Cummings © © De Nationale Opera, Bart Grietens

Bij De Nationale Opera & Ballet speelde het Nederlands Kamerorkest prachtig, met een heerlijke strijkersklank. Onder leiding van Laurence Cummings vond ik echter niet altijd de karakteristieke Mozart-klank terug. Ook de tempi spraken me niet altijd aan. Wat dat betreft viel Hartmut Haenchen bij de vorige edities beter in de smaak. Het koor presteerde over het algemeen goed, al waren er hier en daar slordigheden. Gisteren ging het beter dan vorige week, toen sommige koorleden nog worstelden met de visnetten.

Daniel Behle vertolkte de rol van Idomeneo op solide wijze. Persoonlijk denk ik dat hij beter de tweede versie van Fuor del Mar had kunnen zingen, zoals Raaff, omdat de versieringen hem niet erg goed afgingen.

Cecilia Molinari bracht een warmbloedige en overtuigende Idamante ten gehore, en ik vond dat haar stem in het kwartet van de tweede akte prachtig harmonieerde met die van Elettra, gezongen door Jacquelyn Wagner. Zij was voor mij de fraaiste Mozart-vertolkster van de avond. Ze zong haar prachtige aria’s met smaak en solide techniek, wat me zeer gelukkig maakte.

Cecilia Molinari zingt ‘Il padre adorata’ :

Anna El-Khashem speelde Ilia met veel gevoel, maar haar stem klonk enigszins eenkleurig, ondanks haar smaakvolle uitvoering van de grote aria’s. In de derde akte viel het me zwaar de concentratie vast te houden door de overdaad aan draden en dans en te weinig urgentie in het orkest.

Gelukkig mocht Linard Vrielink de grote aria van Arbace zingen en deed hij dat met veel zeggingskracht, waardoor je even goed op het puntje van je stoel ging zitten. Zijn optreden was inderdaad een fraai hoogtepunt. Het was de enige aria die met groot applaus werd beloond.

En dan komen we bij de enscenering, waarover inmiddels al veel is geschreven. Ik vond het opvallend hoeveel aandacht er vooraf in de geschreven pers was voor deze productie van Idomeneo. Het gebruik van de vele rode draden leverde ontegenzeggelijk prachtige beelden op, maar ze waren soms ook storend.

De overvloed aan dansbewegingen vond ik op den duur buitengewoon vermoeiend. Het was wel weer leuk dat een aantal mensen elkaar op de gang begroetten met dezelfde gebaren, wat weer een lach op mijn gezicht toverde.

Een grote misser was het slot, waarbij de regisseur besloot Ilia en Idamante te laten doden, totaal onpassend bij de muziek en de gezongen tekst. Maar een regisseur vindt voor alles wel een goede verklaring, toch? Al met al viel er voldoende te genieten, vooral als je af en toe je ogen even dicht deed om de overdaad aan dans en draden buiten te sluiten. 

Bonus:

Daniel Behle, Cecilia Molinari, Anna El-Khashem, Linard Vrielink, Jacquelyn Wagner, Angel Romero e.a.
Koor van De Nationale Opera (instudering Edward Ananian-Cooper)
Nederlands Kamerorkest olv Laurence Cummings
Regie en choreografie Sidi Larbi Cherkaoui

Foto’s van de productie: © De Nationale Opera, Flip van Roe.

Massenets Cherubin is een amusant werkje

Tekst: Peter Franken

In de catalogus van het label Dynamic vond ik een opname uit 2006 van Massenets opera Cherubin. Het betreft een voorstelling uit Teatro Lirico Cagliari met Michelle Breedt in de titelrol. Het verhaal is flinterdun maar de muziek maakt veel goed, ik heb er met plezier naar gekeken.

poster van de première door Maurice Leloir

Cherubin kennen we als het knaapje Cherubino die in Le Nozze di Figaro als een volleerd 13 jarige achter elke vrouw aanholt waarvan hij de feromonen opsnuift. Bij Massenet zijn we aangeland op zijn zeventiende verjaardag en dat is einde 18e eeuw de leeftijd die definitief de jongens van de mannen scheidt. Kennelijk heeft hij flink geërfd in de tussentijd want deze jongeman heeft een kasteeltje met landerijen en daarnaast nog een aardig vermogen. Hij kan het zich permitteren zijn onderhorigen voor een jaar alle financiële verplichtingen kwijt te schelden om hen te laten delen in de feestvreugde.

De eerste akte speelt zich af op dit kasteeltje, de tweede in een hotel waar om onbekende redenen de uitgenodigde gasten verblijven, ook de hooggeplaatsten. Hoewel nu toch echt een volwassen man gedraagt Cherubin zich nauwelijks anders dan die hitsige puber uit Nozze.

Hij heeft zijn peetmoeder uitgenodigd, jawel, de gravin uit Nozze en haar immer achterdochtige echtgenoot is natuurlijk ook van de partij. Verder een barones die eveneens haar echtgenoot heeft meegesleept. Daarnaast is er nog een hertog die een oogje in het zeil houdt vanwege zijn pupil Nina die verliefd is op Cherubin. Als Cherubin opschept dat hij de favoriete van de koning, de danseres L’Ensoleillad die furore maakt aan het Teatro Real, heeft uitgenodigd om op zijn feest te komen dansen, lachen de drie heren hem in zijn gezicht uit.

Cherubin heeft een liefdesgedicht in een wilgenboom verstopt en fluistert zijn peetmoeder in waar ze dat kan vinden. De graaf vangt dit natuurlijk op en is haar voor. Hij zwaait met het gevonden papier en wil direct duelleren. Nina heeft dat gedicht echter al eerder van Cherubin gekregen en redt de gravin door het woordelijk te citeren. Daarmee is bewezen dat het voor haar was bedoeld. De gravin is opgelucht en beledigd tegelijk.

Nina bezingt haar emoties in een aandoenlijk mooie aria ‘Lorsque vous n’aurez rien à faire’ waarin duidelijk wordt dat Cherubin zich slechts een beetje met haar heeft verloofd omdat hij op dat moment niets te doen had.

In de tweede akte treedt er een nogal verwarrende complicatie op. Nu zijn er plots een paar heren aanwezig die Cherubin willen verwelkomen in hun regiment, zonder hem overigens serieus te nemen. Als L’Ensoleillad tegen alle verwachting in haar opwachting maakt, ze komt in een ‘zwaan’ het toneel oprijden, zien de barones en de gravin er een extra concurrente bijkomen.

Een van Cherubins nieuwe collega’s wil met hem duelleren omdat hij aan zijn maîtresse heeft gezeten. Cherubins leraar en de herbergier weten dat te sussen. Als na de nodige verwikkelingen waaronder natuurlijk een serenade van Cherubin gericht aan L’Ensoleillad zowel de baron als de graaf zich beledigd voelen omdat zij denken dat het voor hun echtgenotes was bedoeld en de hertog daarbij aansluit omdat hij zich namens de koning verantwoordelijk voelt voor diens favoriete, dreigen er drie duels de volgende ochtend.

In de derde akte zien we Cherubin zijn testament opmaken. Hij laat Nina zijn ring na omdat ze immers een beetje verloofd waren. L’Ensolleilad waarmee hij een liefdeservaring heeft gehad die nacht krijgt zijn geldelijke bezittingen. Zijn leraar het kasteeltje en de landerijen. De leraar probeert hem uit de put te helpen: hij heeft een eerste ervaring op het gebied van de liefde gehad en lijdt nu als een man, dus niet het vijf minuten verdriet van een rond vlinderende puber.

Uiteindelijk neemt niemand het erg serieus, iedereen gaat gewoon naar huis en Cherubin krijgt te maken met emotionele chantage van Nina die komt vertellen dat ze in een klooster gaat. Hij pakt de draad op van het begin: met haar zal hij trouwen. Maar de jarretel en het lint dat hij van de L’Ensolleilad  en de gravin als teken van liefde toegeworpen kreeg na zijn serenade wil hij houden. De leraar kijkt het aan en voorziet voor Nina hetzelfde lot als dat van Donna Elvira.

Paul Edwards was verantwoordelijk voor het decor en de kostuums en heeft er een feestelijk gebeuren van gemaakt, leuk om naar te kijken. Vooral de kostuums zijn nogal exuberant. Regisseur Paul Curran houdt de touwtjes strak in handen waardoor de chaos altijd georganiseerd blijft. Hij verzorgde ook de choreografie van de dansers en danseressen.

Patrizia Ciofi vertolkt de rol van L’Ensoleillad, goed maar niet bijzonder. Kan ook aan de partij liggen die Massenet voor die rol heeft geschreven. De mooiste muziek wordt gezongen door Carmela Remigio als de ongelukkige Nina. Erg melancholiek en dat werkt altijd goed bij Massenet.

Michelle Breedt is zeer overtuigend in de Hosenrolle van Cherubin, ze draagt de voorstelling zoals het een titelfiguur betaamt. De kleinere rollen zijn adequaat tot goed bezet.

Wie een indruk wil krijgen van deze opera moet natuurlijk bekend zijn met Massenets oeuvre. Mijn oordeel is dat het melodisch volledig aansluit bij de zes opera’s die ik van hem in het theater heb gezien. Meer specifiek: een hybride van Manon en Cendrillon.

Mede dankzij koor en orkest van Teatro Cagliari onder leiding van Emmanuel Villaume is de opname beslist de moeite waard.

Foto’s van de productie © Paul Edwards

De verbindende kracht van de muziek: Reisopera brengt Ariadne auf Naxos met topcast

Tekst: Peter Franken

De oorspronkelijke versie van deze opera ging op 25 oktober 1912 in première in Stuttgart. Hugo von Hofmannsthal had zich laten inspireren door Molières Le Bourgeois Gentilhomme uit 1670. Dat is een combinatie van een toneelstuk en een ballet, waarvoor de muziek werd gecomponeerd door Jean-Baptiste Lully. In het stuk wordt de spot gedreven met de rijke burger die het gedrag en de levenswijze van de adel probeert te imiteren.

Maria Juritza, de eerste Ariadne

Van Hofmannsthal kortte Molières stuk in tot het de lengte had die passend was voor een prelude bij een opera over ‘Ariadne auf Naxos’, de verlaten vrouw die ‘eine wüste Insel’ bewoont. In 1916 hebben Strauss en Von Hofmannsthal deze opzet overigens geheel laten varen en is er een gezongen proloog voor het toneelstuk in de plaats gekomen.

Ariadne auf Naxos gaat over een feestje ten huize van ‘de rijkste man van Wenen’, waarvoor een stukje muziek is besteld om de gasten te vermaken tussen het diner en een afsluitende vuurwerkshow. Dat stukje muziek is een opera seria getiteld Ariadne auf Naxos en de componist in kwestie kan van het uit te keren honorarium wel weer een halfjaar rondkomen. Wat hij onvoldoende beseft, is dat hij samen met de geleverde muzieknoten zijn artistieke vrijheid heeft verkocht. Dat wordt pijnlijk duidelijk als blijkt dat hij het toneel moet delen met een ‘vaudeville troupe’, omdat het anders te saai wordt.

Voor een burger die het tot edelman heeft geschopt, is het van belang dat hij doet zoals zijn ‘collega’s’ doen. Afgezien daarvan zal hij sowieso weinig belangstelling hebben voor serieuze muziek, laat staan een opera met een klassiek thema. Zijn leermeester in adellijke gebruiken, die in De bourgeois als edelman te zien is, zal wel geadviseerd hebben om een variétégezelschap in te huren, opdat zijn meester en diens gasten zich niet al te zeer zullen vervelen.

In de proloog wordt duidelijk dat de Komponist, een onervaren talentvolle jongeman, een nogal treurig stuk heeft afgeleverd. Hij is in alle staten als duidelijk wordt dat er naast zijn opera Ariadne een dansmaskerade zal worden opgevoerd en gaat door het lint als vervolgens ook nog eens blijkt dat beide stukken gelijktijdig zullen plaatsvinden, zonder dat er meer tijd gaat verstrijken want om precies negen uur is er een vuurwerk besteld.

De centrale figuur in de vaudeville troupe is de zeer bewegelijke Zerbinetta die eigenlijk altijd zichzelf speelt. Zij schiet onmiddellijk in haar rol van blonde fee, strooit wat met feromonen en windt de Komponist geheel om haar vinger. Het klassieke beeld van de beauty en de nerd.

De Musiklehrer scheurt de helft van de bladzijden uit de operapartituur nadat de prima donna en de tenor die Ariadne respectievelijk Bacchus zullen vertolken hem hebben ingefluisterd hoe hij te werk moet gaan. Wat de Prima Donna zegt is tekenen voor de wijze waarop Strauss zijn tenoren pleegt te behandelen: ‘Haal die aria’s van Bacchus maar weg, het is toch geen doen om de tenor al die tijd zulke hoge noten te laten zingen.’

Als de opera echt begint neemt ook de strijd tussen de twee prima donna’s een aanvang. Ariadne is natuurlijk de echte, maar Strauss heeft haar een concurrente van formaat gegeven in de persoon van ‘streetsmart’ Zerbinetta. Ariadne die ligt te kwijnen op haar eiland, verlaten door Theseus, zingt de monoloog ‘Ein schönes war: hieß Theseus-Ariadne’ en vervolgens het topstuk ‘Es gibt ein Reich’. Daar kan Zerbinetta natuurlijk niet bij achterblijven. Haar coloratuuraria ‘Großmächtige Prinzessin’ is steevast een absolute showstopper.

Omdat Ariadne auf Naxos gaat over een voorstelling ten huize van een steenrijke man in Wenen is het feitelijk een opera tussen de schuifdeuren en zo brengt regisseur Sofia Jupither het ook, geheel conform het libretto met vrijwel alle daarin vermelde regie aanwijzingen. De rollen van Pruikenmaker en Lakei zijn samengevoegd maar dat heeft geen wezenlijke invloed. Ik realiseerde  het me pas na afloop.

Het toneelbeeld wordt gevormd door een grote hal met links en rechts deuren waarachter de kleedruimtes van de artiesten zich bevinden. Verder het voorgeschreven achterdoek met de afbeelding van ‘iets Grieks’, in dit geval een paar afgebrokkelde zuilen. De obligate rots staat tijdens de proloog nog op zijn kant. Aanvankelijk lopen de artiesten rond in vrijetijdskleding, tijdens de opera zijn ze gestoken in zeer goed op hun rol afgestemde kostuums.

Het georganiseerde pandemonium dat Strauss veel later nog eens zou herhalen in Die schweigsame Frau  zorgde voor hilarische momenten. Voortdurende onrust op het toneel, romantische melodieën, melancholieke klanken van de blazers (met name klarinet en hoorn), een tenor die is opgezadeld met een bijna onmogelijke partij en veel sopranen: het is Strauss ten voeten uit. Er zijn niet enkel drie hoofdrollen voor sopranen die elkaar proberen te overtreffen in schoonheid, maar ook nog eens drie bijrollen die voor verdere vrouwelijke omlijsting zorgen.

Dorottya Láng kon, gestoken in een grijs pak, goed doorgaan voor een knappe jongeman. Zo’n typecast komt goed te pas in de rol van de componist, die feitelijk een onervaren, licht beïnvloedbare nieuwkomer in de muziekwereld is. Haar optreden was vocaal van grote klasse en acterend in alle opzichten overtuigend. De eerste van de drie sopranen voldeed aan alle verwachtingen.

Juliana Zara zingt vooral rollen voor coloratuursopraan en als Zerbinetta liet ze blijken dit vak volledig te beheersen. En in dat geval is de showstopper ‘Großmächtige Prinzessin’ voor de betreffende zangeres bijna een heerlijk speelkwartier. Ik kijk er altijd naar uit en Fraulein Zara had het al snel helemaal gemaakt bij me.

Het viertal komedianten in Zerbinetta’s troupe maakte een goede indruk. Hetzelfde gold voor het optreden van de drie sopranen in een bijrol: Najade, Echo en Dryade.

De titelrol werd vertolkt door niemand minder dan Annemarie Kremer die hiermee kort na haar prachtige Héliane voor de Reisopera opnieuw een droombezetting mogelijk heeft gemaakt. Het gezelschap mag zich gelukkig prijzen met het contracteren van deze diva. Samen met Zara droeg ze de voorstelling met haar prachtige zang en gedoseerde acteren.

Daniel Frank maakte als Bacchus pas tegen het einde zijn opwachting. Zijn aria’s zijn zogenaamd geschrapt dus zingt hij na zijn entrée alleen nog een (lang) duet met Ariadne. Het is dat Strauss zijn tenor natuurlijk toch een volwaardige rol moest gunnen, anders zou hij deze scène wat mij betreft wel wat hebben kunnen inkorten. Komt ook door von Hofmannsthal: die is altijd nogal lang van stof.

Gelet op het niveau van de vier hoofdrollen zou deze cast allerminst misstaan in een groot huis als Deutsche Oper Berlin. En dat is een groot compliment aan de Reisopera.

Met al die voortreffelijke vocale bijdragen op het toneel klinkt die van het orkest Phion bijna als vanzelfsprekende muzikale ondersteuning. Dat doet de rol van de musici in de orkestbak echter geen recht. De partituur schwankt net als de handeling van de ene muzikale stijl naar de andere waarbij de nadrukkelijke inbreng van de piano vaak een signaalwerking vervult. Voor mijn geoefende oren, het was al de 15e Ariadne waar ik kennis mee maakte, klonk het als vanouds en dat is een groot compliment, zeker ook voor dirigent Jac van Steen die het pandemonium uitstekend bij elkaar wist te houden.

Repetitie beelden:


Foto’s: © Marco Borgreve

Edith Mathis as Emily, Ginevra, Pamina, Sophie, Susanna…

© picture-alliance / dpa

Hilfe, Hilfe Die Globolinks (Emily)

Especially for Hamburg, the Italian-American composer and director Gian Carlo Menotti composed Hilfe, Hilfe Die Globolinks!, an opera ‘for children and for those who love children’. The premiere took place in 1968 and a year later it was filmed in the studio.

I must confess that I’m not a big fan of children’s operas, but I’ve been shamelessly enjoying this one. It is an irresistible fairy tale about aliens (Globolinks) who are allergic to music and can only be defeated by means of music.

The images are very sensational for that period, full of colour and movement and the forest little Emily (the irresistible Edith Mathis) has to go through with her violet to get help is really frightening. The aliens are a bit of a let-down according to modern standards, but that doesn’t matter, it gives the whole a cuddly shine. The work is bursting with humour and irony; musical barbarians are lashed out at: the school principal who doesn’t like music turns into an alien himself.

There are also a lot of one-liners (“music leads you to the right path” or “when music dies, the end of the world is near”). It is incomprehensible a work like this is not performed all the time in every school (and I don’t mean just for the children), the subject is (and remains) very topical.

None of the roles, including the children, could be better cast, and this once again proves the high standard of the Hamburg ensemble. In which other city would you find so many great singers/actors who can perform so many different roles on such a high level?

Ariodante (Ginevra)

Listening to Janet Baker is always a feast. Her Ariodante sounds old-fashioned heartwarming.

Warm-blooded too. And sopranos Edith Mathis (Ginevra) and Norma Burrowes (Dalinda) are a pure joy to listen to.

Edith Mathis sings “Si, morrò, ma l’onor mio”:

Nozze di Figaro (Susanna)



This reconstructed production of Die Hochzeit des Figaro (yes, it is sung in German) is of great historical value. But it has more to offer; the production is magnificent, the orchestra of the Hamburg Opera under conductor Hans Schmidt-Isserstedt is excellent and the singers are all idiomatic.

The American baritone Heinz Blankeburg is a droll Figaro and as Susanna, Edith Mathis is simply wonderful. I would actually like to shout it from the rooftops: this is how Susanna is meant to be! The young Tom Krause is a more than delightful Count and Arlene Saunders as the Countess, is a real match for him (and his timbre).

Cherubino

From 1960 on, all operas performed at Glyndebourne were recorded live. The more-than-valuable archive began to be polished off and transferred to CDs in 2008.

It was no coincidence that it was precisely Figaro’s Wedding that inaugurated the new series: after all, that opera gave the go-ahead to the new festival in 1934, which is now among the most prestigious in the whole world.


Gabriel Bacquier does not immediately associate you with Almaviva, and the Contessa is not the role you think of in connection with Leyla Gencer, but they both sing beautifully, with a great sense of nuance. The rest of the cast is also fantastic, headed by Mirella Freni (Susanna), then still at the beginning of her career, and the very young Edith Mathis as the ideal soprano-Cherubino

Salzburg Festival 1966 directed by Karl Böhm:

Rosenkavalier (Sophie)

Montserrat Caballé (Marschallin) is a beautiful, young and spirited Marschallin, who enriches the role ‘at his Caballés’ with the most beautiful pianissimos and legatos.Teresa Zylis-Gara is a wonderfully light-sounding Octavian and Edith Mathis a Sophie who sounds like a 15-year-old girl. Otto Edelmann (Ochs) completes the fantastic recording

Edith Mathis as Sophie, here with Tatiana Troyanos (Octavian) in Salzburg 27 July 1969:

Zauberflöte (Pamina)

I think it’s one of the most important Magic Flutes ever, especially because of the singers! Shall I name them? Nicolai Gedda, Hans Sotin, the young Franz Grundhebber, Edith Mathis, Kurt Moll; Fischer-Dieskau, Kurt Moll , the very underrated William Workman and ….. last but not least! YES! Our ‘own’ Deutekom in her parade role.


Edith Mathis & Nicolai Gedda in „Mein, o welch ein Glück!’


Edith Mathis died 9 Februari 2025, only three days before her 86th birthday
Rest in Peace Grandiosa!

Atlantis and other utopia’s

Tekst: Neil van der Linden

Ruimte, muziek en beeld waren gelijkwaardige componenten in “Atlantis and Other Utopias”, een multidisciplinaire uitvoering gebaseerd op de schilderijenserie Atlantis en From the New World van Maryleen Schiltkamp met speciaal hiervoor gecomponeerde muziek van componist/pianist Marion von Tilzer.

Marion von Tilzer maakte in het voorjaar van 2023 op dezelfde plek, de Amsterdamse Posthoornkerk, indruk met Into Eternity, het aangrijpende eerbetoon aan de Tsjechische Vilma Grunwald (gebaseerd op de onthutsende afscheidsbrief die zij schreef aan haar echtgenoot, voordat ze samen met haar oudste zoon in Auschwitz zou worden getransporteerd naar de gaskamers).

Deze keer is de opzet abstract. Rond het publiek hangen schilderijen van Maryleen Schiltkamp, gebaseerd op thema’s uit de historische en mythologische Griekse antieke wereld. We zien het Parthenon, kariatiden en onderwaterlandschappen. De musici zijn opgesteld op het podium achter in de kerk. Daarachter worden op een groot scherm elementen uit de schilderijen van Maryleen Schiltkamp vertoond als onderdeel van videoprojecties gemaakt door Studio de Maan.

Ik schrijf groot scherm, maar het enorme projectiedoek valt in het niet vergeleken bij de hoogte van de Posthoornkerk, en dat is precies de bedoeling, want visuele aspecten en de muziek van de uitvoering gaan een voortdurende actieve uitwisseling aan met het interieur van Cuypers meesterwerk.

Op het programma staat drie nieuwe instrumentale stukken van Von Tilzer en enkele andere stukken, uitgevoerd door de componiste zelf op de piano samen met het Amstel Saxofoon Kwartet en percussionist Jacobus Thiele; Thiele had ook een belangrijk aandeel in Eternity.

Schreef Von Tilzer toen intiemer, met muziek die de solo-zang en solo-instrumenten ruimte moest geven, nu is de aanpak massaler. Er zijn elementen van repetitieve muziek, maar dan meer de kant uit van Julius Eastman.

Fraaie klankblokken vanuit het saxofoonkwartet wisselen af met harmonische clusters op de piano. In de prachtige nagalm van de kerk ontstonden fraaie, soms etherische, soms woest alle kanten opzwiepende wisselwerkingen met de ruimte. Vandaar mijn Eastman-associatie.

Ja, het was ook een tentoonstelling van de afzonderlijke schilderijen langs de zijwanderen rond het auditorium. Maar naarmate de muziek vorderde leken ook de schilderijen op te gaan in het fluïdum van klank en ruimte.

Er zijn plannen voor een CD met de muziek van dit project.

Programma:
1. Atlantica – Ian Wilson, saxofoonkwartet
2. Les courants polyphoniques d’après Klee – Hugues Dufourt, saxofoonkwartet
3. Nachtfalter – Marion von Tilzer, piano solo
4. Tante Lotte – Marion von Tilzer, duo piano + percussie
5. Atlantis and other Utopias’ – saxofoonkwartet, piano, percussie; wereldpremière

Uitvoerenden:
Marion von Tilzer – componiste/ pianiste: https://marionvontilzer.com
Amstel Quartet – saxofoon kwartet
Vitaly Vatulya (sopraansaxofoon), Olivier Sliepen (altsaxofoon)
Bas Apswoude (tenorsaxofoon), Harry Cherrin (baritonsaxofoon)
Jacobus Thiele – percussionist
Studio de Maan – videoprojectie

Video gebaseerd op “Atlantis and Other Utopias”:

Over de Atlantis serie van Maryleen Schiltkamp:

Stichting LiveART die dit project geïnitieerd georganiseerd en gefinancierd heeft:

https://live-art-foundation.com

Website van Maryleen Schiltkamp:

https://maryleenschiltkamp.com

Afbeeldingen: Erechtheion – Karyatiden, olieverf/doek, 2021, door Maryleen Schiltkamp bewerkt door Studio de Maan.

Uitvoeringsfoto’s © Arkady Mitnik.    

    

Over Into Eternity:

Marion von Tilzer: 

Hoe Eastman eerder werd uitgevoerd in Amsterdam:

Never mock the sea : De Kinderen der Zee/The Children of the Sea by Lodewijk Mortelmans

The sea is no more to be mocked than fate itself. Both take their toll, regardless of circumstances, entreaties or attempts at bribery.

Young Ivo  is under a curse: as soon as his wife becomes pregnant, he will be devoured by the sea. So it happened to his father, so it happened to his twin brother. Anyone who has ever heard of Oedipus knows that you cannot escape your fate, and if it is written in the stars that your life will end in the waves, you will drown, even if there is no sea nearby. In a manner of speaking, this, since the sea is audibly present in The Children of the Sea.

With the first notes of the overture, it rustles and swells and storms… How visual do you want your music to be? It couldn’t be more explicit, it’s expressionism at its finest.

Lodewijk Mortelmans

The Children of the Sea by Belgian composer Lodewijk Mortelmans (1868-1952) had its premiere – unsuccessfully – in 1920, and the disillusioned composer adapted it into a 90-minute suite, half of which has now been recorded by Phaedra. The late-Romantic idiom is very appealing to me, as is the story in verse by Raf Verhulst. Indeed, I am quite impressed.



The performance is more than sublime. Dirk Vermeulen makes the Württembergische  Philharmonie Reutlingen play as if their lives depend on it, it is breathtaking!

Liesbeth Devos (Stella) is a true discovery for me. Her crystal-clear soprano is extremely pleasant to listen to and her vocal acting admirable.

Peter Gijsbertsen sings a moving Ivo, in this role he is truly inimitable for me. How beautiful and warm his voice has become! Werner van Mechelen (Peter) completes this stellar cast.

Werner van Mechelen sings Ballade van de Zee (Ballad of the See)



˜Ellen” on lyrics by Frederik van Eeden (Gijsbrecht) and ˜Als de Ziele luistert”/ “When the Soul listens” (Devos) complete the ˜Mortelmans segment”, but there are also songs and arias by Peter Aerts and August de Boeck.

Liesbeth Devos sings Als de Ziele luistert/When the Soul listens:



Liesbeth Devos sings Francesca’s Cantilene from August de Boeck’s La Route d’Emeraude:



This CD is a MUST!


De zachte toon van de violist en de schrijnende tekst van een gedicht

Tekst: Neil van der Linden

Voorafgaand aan de première van Confessions of the Mulberry Tree in het Concertgebouw van componist Ramin Amin Tafreshi betraden dirigent Gemma New en de componist samen het podium. Tafreshi gaf een toelichting bij de titel, ontleend aan een gedicht van de Iraanse dichter, filmmaker en activist Baktash Abtin (1974–2022), die als politieke gevangene overleed na medische verwaarlozing tijdens een COVID 19-infectie.

De toelichting door Ramin Amin Tafreshi op Facebook:

https://www.facebook.com/neil.vanderlinden/videos/604338148907778

Three years on, still no accountability for the death in custody of Baktash Abtin:

https://pen.org/press-release/three-years-on-still-no-accountability-for-the-death-in-custody-of-baktash-abtin/

Tafreshi’s premiere had dit weekend last van concurrentie van Joey Roukens’ nieuwe vioolconcert, dat, voor zover via de radio te beoordelen, ook wel wat klankkleuren aan Shostakovich eerste vioolconcert lijkt te hebben ontleend.

Tafreshi is een fantastisch orkestrator, als een waardig leerling van Willem Jeths. Hij gebruikt ongeveer het hele instrumentarium van het orkest van Shostakovich’ eerste vioolconcert. Maar hij gaat ook heel andere kanten uit. Na wat zachte openingstonen horen we al snel een schildering van dreiging en crisis, in breed geschilderde, woelige clusterpassages door het voltallig orkest, die daarna overgaan naar  steeds tonaler wordende  melodiefragmenten. Dit alles strak in de hand gehouden door dirigent Gemma New.

Het stuk eindigt in verstilling, in steeds ijlere strijkersklanken. Misschien parallel aan de levensloop van de dichter in zijn laatste jaren, van aanvankelijk energiek activisme tot eenzame dood.

Confessions of the Mulberry Tree loopt in zekere zin ook parallel met Shostakovich’ Eerste Vioolconcert uit 1947, dat net zo sereen eindigt. Dat was ook een door politiek omgeven werk, uit de tijd van de Zhdanov Doctrine, toen  componisten het gevaar liepen om beschuldigd te worden van ‘formalisme’, componeren ‘om de vorm’ en niet ten dienste van het communistische ideaal.

Shostakovich schreef het in 1947-48, maar het werd aanvankelijk verboden op grond van de Zhdanov doctrine, maar ook vanwege het gebruik van Joodse thema’s.  Het beleefde zijn première in 1955, na de dood van Stalin, in de ‘liberalere’ tijd van Khrushchev, met David Oistrakh en het Leningrad Philharmonisch onder Yevgeny Mravinsky.

Shostakovich’ eerste Vioolconcert No 1 met Oistrakh, Staatskapelle Berlin en Heinz Fricke, Berlijn 1967:

Shostakovich’ Tweede Vioolconcert uit 1967 is een beetje een replica van het eerste, met dien verstande dat het voordeel ervan is dat we wel een youtube video hebben met degenen die de première uitvoerden, Oistrakh, het Moskou Philharmonisch en Kondrashin. Dit werk kon wel in 1967 in première gaan.



Solist Daniel Lozakovich legt een prachtig warme toon aan de dag, die een klein beetje een zonnige gloed over het verder sombere karakter van het werk. Opvallend was hoe hij contrast daarmee in sommige ingehouden passages bijna achteloos, zelfs bijna onverschillig klonk, op een prachtige manier; de componist die misschien even moedeloos werd en zich bij de omstandigheden leek te willen neerleggen. In de cadens in het derde deel, die ingetogen begint maar geleidelijk aan steeds intenser wordt, haalt Lozakovich alles uit de kast om het inherente drama naar boven te halen.

Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelt ook hier weer in topvorm. Zij het dat solist, dirigent en het orkest in de snelle passages in het Shostakovich hier en daar uit de pas lopen. In de grote Passacaglia van het derde deel haalt het alle orkestkleuren naar boven.

Als toegift speelde hij een bewerking voor soloviool van de romance uit Shostakovich’ soundtrack voor de film De Horzel (The Gadfly) uit 1955.
Ogenschijnlijk een Fritz Kreisler-achtige publieks-pleaser, wordt het stuk al snel tweestemmig en kon Lozakovich zijn kunnen via twee melodielijnen tegelijk vertonen.

Ook Beethovens zevende symfonie heeft politieke connotaties. Net als in zijn vijfde drukte hij in deze symfonie zijn afkeur uit over de expansiedrift van de aanvankelijk door hem verafgode Napoleon. Dirigent Gemma New maakt een compact geheel van het werk, energiek waar het energiek moet zijn, en gedragen in de treurmars in het tweede deel, het Alegretto.

De toelichting door Ramin Amin Tafreshi op Facebook:

https://www.facebook.com/neil.vanderlinden/videos/604338148907778

Three years on, still no accountability for the death in custody of Baktash Abtin

https://pen.org/press-release/three-years-on-still-no-accountability-for-the-death-in-custody-of-baktash-abtin/


Ik vind dit ook een mooi Shostakovichiaans vioolconcert, het concert van de Azerbaijaanse componist Kara Karayev (1918-1982), ook uit 1967. Let op de enorme cataclystische klap. Opname uit de Soviet-Unie met Gidon Kremer uit 1976”

Nederland Philharmonisch Orkest, Gemma New dirigent, Daniel Lozakovich viool
Het Concertgebouw, Amsterdam zaterdag 1 februari 2025

Ramin Amin Tafreshi (1992)— Confessions of the Mulberry Tree (opdrachtwerk)
Sjostakovitsj — Vioolconcert nr. 1
Beethoven — Symfonie nr. 7

Foto’s: © Simon van Boxtel

For Gustave Charpentier’s Louise on her 125th Birthday

In 1938 the great Abel Gance filmed the opera Louise of Gustave Charpentier. The leading part was played and sung by Grace Moore, perhaps the most famous Louise ever, who also made a great career in Hollywood as a film star.

Grace Moore sings Depuis le jour:

The charismatic French tenor Georges Thill (Julien) also played in several films and, besides having a singing career on stage, also made a name for himself as a great film actor.

Georges Thill and Grace Moore:

There are many cuts, but since the film was supervised by the composer, we can assume that he agreed with them. Unfortunately, the film is not subtitled, but the booklet contains an extensive synopsis with a detailed description of all the scenes.

Bonus:

Grace Moore  and Ezio Pinza in Act IV: Tout être à la droit d’être libre) MET 1943
Sir Thomas Beecham :  

Cd-recording with Ileana Cotrubas and Plácido Domingo under Georges Prêtre:

Louise with Nino Vallin and Georges Thill, recorded in 1935

.

Niet helemaal: de meest overweldigende uitvoering van Brittens vioolconcert?

Tekst: Neil van der Linden

Ik ging naar dit concert allereerst vanwege het vioolconcert van Britten, en omdat ik benieuwd was naar de samenwerking specifiek in dit werk tussen Klaus Mäkelä en Janine Jansen, bij Concertgebouworkest. Het zou ook de eerste keer in al deze lange tijd worden dat ik Mäkelä bij het orkest zou mee maken.

Ik houd al van het concert sinds ik het hoorde in de uitvoering door Ida Haendel, een opname uit 1978. Het zit ten onrechte niet in de top tien van populairste concerten, of laten we zeggen dat het minstens in de top vijftien zou moeten staan. Te midden de concerten van Shostakovich en die van Prokofiev, waarmee Brittens concert idiomatisch sterke verwantschappen heeft (dat van Britten kwam tien jaar eerder dan Shostakovich’s eerste). Britten stond in contact met Shostakovich, en vooral diens eerste concert heeft wel wat overeenkomsten met dat van Britten, vooral in een zekere zwaarmoedigheid, en een aantal fraaie fortissimo orkestklappen. Maar in het rapsodische en zangerige van Brittens concert hoor je ook parallellen met Prokofiev. Allemaal vioolconcerten die ook in mijn favoriete top tien staan.

Ida Haendel in de vioolconcerten van Britten en Haendel uit 1978:

Dan zou je een wonder mogen verwachten. Wel, de verhoopte magie bleef lange tijd uit. Ja, er werd prachtig gemusiceerd en gesoleerd. Maar er ontbrak iets. De toppen en dalen waren allemaal wat vlak getrokken. Misschien loert het gevaar van oversentimentaliteit om de hoek, maar het concert dateert uit de niet erg aangename jaren 1938/39, geschreven door een componist die nog maar ongeveer 25 jaar was. Een zekere dosis Sturm und Drang mag er dus ook wel in zitten.

Intussen is het concert voor een 25-jarige bij vlagen ook wel ingetogen en lyrisch. Het is bij zo’n vlaag zo’n vijf minuten na het begin van het derde deel dat de elementen werkelijk bij elkaar kwamen, bij de overgang naar het rapsodische passage in het derde deel, Passacaglia; Andante Lento leek Jansen via haar solo het voortouw te nemen en kreeg het geheel echt inhoud. Dat het allemaal toch wat intenser zou worden had Janine Jansen overigens daarvoor al aangegeven in de schrijnende vioolgrepen uit de cadens van het tweede deel.

Dit was het donderdagavond concert, in een reeks van drie. Voorafgaand aan een tournee naar Spanje. Misschien had ik net een ‘tussenavond’ te pakken? En nogmaals, alle klank was prachtig. En wel goed dat men met dit vioolconcert op tournee gaat.

Voorafgaand aan Britten hadden de koperblazers en een bespeler van de grote trom de begrafenismars uit Purcells Funeral Music for Queen Mary gespeeld. Britten zelf gebruikte muziek van Purcell in zijn Young Person’s Guide to the Orchestra. Via de roffel op de trom ging Purcell naadloos over in de paukenpassage waarmee Brittens concert opent.

Na pauze volgde een bewerking van een stuk van nog een Britse componist, nog melancholischer, John Dowlands Lachrimae antiquae. Oorspronkelijk geschreven voor vijf viols, maar nu uitgevoerd door strijkkwintet op moderne instrumenten. Als nogmaals een ouverture voor muziek uit de Duitse cultuur, Schumann Tweede Symfonie. Ik vind dit al heel lang niet meer het interessantste repertoire om door een traditioneel symfonieorkest te laten spelen, al had men zijn best gedaan een beetje te experimenteren met negentiende-eeuwse orkestpraktijken door de de contrabassen achter de overige strijkers te plaatsen.

Purcell Mars (uit Music for the Funeral of Queen Mary II in c, Z 860)
Britten Vioolconcert in d, op. 15
Dowland Lachrimae antiquae
Schumann Symfonie nr. 2 in C, op. 61

Janine Jansen viool
Concertgebouworkest olv Klaus Mäkelä 

Gezien 23 januari, Concertgebouw, Amsterdam

Foto’s: © Tedje Schreurs

Janine Jansen met Brittens vioolconcert in 2009:

Janine Jansen en Klaus Mäkelä met de concerten van Sibelius en Beethoven:

Rebels with a cause: the friendship of Britten and Shostakovich:

https://www.theguardian.com/music/2019/sep/11/britten-shostokovich-festival-orchestra-jan-latham-koenig