Jephta

JEPHTA in Amsterdam

jephta2

Richard Croft (Jephta). Foto: Monika Ritterhaus

De, zowel muzikaal als visueel prachtige nieuwe productie van Händels Jephta heeft een paar zwakke punten.

Om het gruwelijke aspect van het verhaal (vader offert zijn dochter op) te onderstrepen en te versterken heeft de regisseur Claus Guth een geprepareerde piano bedacht. Welnu: het geluid dat het onding produceert klinkt inderdaad onheilspellend en dreigend. Het zou in een horrorfilm niet misstaan, maar de toch al ongemeen spannende Jephta is geen horrorfilm. Het is een oratorium en als Händel het zo had gewild dan had hij het zelf in de partituur gezet.

Nu weet ik natuurlijk wel dat er in zijn tijd geen geprepareerde piano’s bestonden, maar hij had genoeg instrumenten tot zijn beschikking om de “griezeleffecten” in zijn partituur te stoppen. Je grijpt niet in, in een andermans muziek. Basta.

Ook het (voor mij ook nog eens té realistisch vormgegeven) slechte einde staat noch in het libretto noch in de muziek. Bij het “halleluja” zingende koor ga je niet zo gauw denken aan een gedwongen opname in een gekkenhuis.

De letterlijke uitbeelding van de tekst ‘It must be so’ (wél in het libretto) vormt een prima decor. Helaas wordt de zin, net als de uitzonderlijke letters ervan te vaak gebruikt. Daar raak je er op een bepaald moment op uitgekeken met als gevolg een lichtelijke irritatie.

Richard Croft (Jephtha)

Foto: Monika Rittershaus

Ik vraag mij ook af of Guth niet geobsedeerd is door open wonden. Net als zijn Don Giovanni loopt ook Hamor met een bloedende wond op de plek van zijn hart. Wellicht was het symbolisch bedoeld, maar dan was het niet echt subtiel.

Bejun Mehta (Hamor)

Bejun Mehta (Hamor). Foto: Martin Walz

Maar voor de rest niets dan lof. De voorstelling is vanaf het begin tot het eind ongemeen spannend. Ook de vormgeving is buitengewoon fraai en de beelden prachtig om naar te kijken.

Ik ben niet zo’n liefhebber van “geïllustreerde “ ouvertures, maar zoals het nu gebeurde vond ik het mooi. Guth heeft het verleden alleen maar lichtelijk aangestipt: zo ben je up to date zonder dat je gestoord wordt door een overmaat aan beelden.

(meer…)

Jephta van Händel. Discografie

900x450_161749

Jephta and his daughter by Pieter Nolpe. Collectie Boijmans van Beuningen

Noodlot…. Daar is geen ontkomen aan. Denk je goden gunstig te kunnen stemmen door ze voor hun hulp en bewezen diensten een offer te beloven (een menselijk offer, met minder nemen ze geen genoegen), blijken ze er een verborgen agenda op na te houden. Tot je grote schrik kom je er dan achter, dat je plechtige belofte inhoudt dat je je eigen zoon (Idomeneo) of dochter (Jephta) hoort op te offeren. Kom er daar maar onderuit!

Gelukkig bestaat er nog zoiets als deus ex machina (zonder goede afloop was er vroeger geen publiek) en dus komt alles op zijn pootjes terecht. Min of meer.

Vijfenzestig was Händel en vrijwel helemaal blind toen hij in 1751 aan Jephta, zijn laatste oratorium begon. Ondanks de goede (nu ja, enigszins goede) afloop voelt het werk pessimistisch en zwaarmoedig aan. Het ligt ook een beetje aan de instrumentatie. Die is donker, dwingend bijna. Het laat je in ieder geval niet koud.

Thuis heb ik maar twee uitvoeringen van het werk, van Nikolaus Harnoncourt en Marcus Creed; maar dankzij Spotify heb ik ook Gardiner leren kennen.

HARNONCOURT
jephta-harnoncourt

Over Nikolaus Harnoncourt en zijn Concentus Musicus Wien (Warner Classics 2564692587) kan ik kort zijn: ouderwets lelijk. Het is duwen en trekken en zuchten dat het een lieve lust is. Het klinkt alsof iemand met behulp van een liniaal één lange, strakke lijn door de partituur heeft getrokken, geen plaats voor de menselijke emoties achterlatend. De zangers zijn niet slecht, maar het non vibrato zingen doet pijn aan mijn oren. Hoe lang kan een mens naar een fluitketel luisteren?

CREED EN GARDINER

Brilliant

De opname van het Akademie Für Alte Musik Berlin onder Marcus Creed uit 1992  (Brilliant Classics 94668) vind ik gewoon prachtig. Creed heeft korte metten met de strikte regels gemaakt en zijn zangers vrij gelaten om hun emoties te tonen. Iets, wat ze ook ruimschoots doen.

 jephta-gardiner

John Elliot Gardiner (Philips 4223512) klinkt wellicht fraaier dan Creed, maar dat kan ook aan een betere geluidskwaliteit liggen. Stephen Varcoe (Zebul bij Gardiner) heeft een aangenamer timbre dan Michael George bij Creed, maar hij kan zijn coloraturen amper aan.

Nigel Robson, Jephta van Gardiner, is geen match voor John Mark Ainsley bij Creed, maar met hem kan niemand zich meten. Niemand.

Christiane Oelze, Iphis bij Creed, prefereer ik sterk boven de ietwat iele Lynn Dawson bij Gardiner. Mijn keuze staat vast.

Harnoncourt op Spotify:

Gardiner op Spotify:



Opname van Creed op You Tube:

Zie ook de recensie uit Amsterdam: JEPHTA in Amsterdam