Month: september 2020

Mijn eerste zoete verdriet

Opera Rara Il primo

De titel van deze cd, Il primo dolce affanno (Mijn eerste zoete verdriet) is ontleend aan Benedetto sia ’l giorno, één van de sonnetten van Francesco Petrarca. In dit inmiddels al de zevende deel van de serie Il Salotto (Het Salon) presenteert Opera Rara een heerlijke selectie  van liederen, liedjes en duetten uit het midden- tot het einde van de negentiende-eeuwse repertoire. (ORR230)

Bruce Ford zingt ‘I’ vidi in terra angelici costumi’:

De drie Petrarca-sonnetten in de onweerstaanbaar mooie zetting van Franz Liszt fungeren als de leidraad, voor de rest biedt de cd voornamelijk onbekende composities van Giacomo Meyerbeer, Camille Saint-Säens, Prins Józef Poniatowski, Federico Ricci, Antonio Carlos Gomes, Antonio Buzzolla en Giuseppe Verdi. Iets om even bij stil te staan, want: waarom worden die pareltjes bijna nooit uitgevoerd? Alleen de ‘Barcarola’  voor drie stemmen van Buzzolla valt een beetje tegen, wat wellicht de schuld kan zijn door de onzeker intonerende William Matteuzzi.

Voor de rest zijn de zangers (Elisabeth Vidal, Laura Claycomb, Manuela Custer, Bruce Ford, Roberto Servile en Alastair Miles) zonder meer voortreffelijk. Ze worden dan ook uitstekend begeleid door David Harper op de piano

Elisabeth Vidal zingt ‘Theme varie for soprano’ van Camille Saint-Saens :

.

Daniela Dessi’s Fedora uitgebracht op Blu-ray

Tekst: Peter Franken

https://media.s-bol.com/gvYzZK6M2q9/550x776.jpg

Dynamic heeft een opname van Fedora uitgebracht, afkomstig uit het Teatro Carlo Felice in Genua. Het koppel Dessi Armiliato vertolkt de hoofdrollen.

Umberto Giordano componeerde Fedora in 1898, ruim een jaar na zijn grote succes Andrea Chenier. Het libretto van de hand van Arturo Colautti is gebaseerd op het toneelstuk Fédora van Victorien Sardou, de toneelschrijver die in 1887 al eens succes had met La Tosca, in 1900 op het operatoneel gebracht door Puccini. Beide stukken draaien om een verliefde vrouw die ongewild haar geliefde in levensgevaar brengt.

Prinses Fedora is een rijke Russische weduwe die op het punt staat in het huwelijk te treden met graaf Vladimir Andrejevich, een losbol die haar bedriegt met een andere vrouw. Als zij hem de avond voor het huwelijk komt opzoeken in zijn woning, is hij afwezig. Kort daarna wordt hij echter zwaargewond binnengebracht en overlijdt nog diezelfde nacht. Zij zweert hem te zullen wreken.

Graaf Loris Ipanov wordt direct verdacht van de moord op Fedora’s aanstaande en hij vlucht naar Parijs. Fedora betrekt daar een woning en als belangrijk persoon binnen de Russische expat community kost het haar weinig moeite hem in te palmen. Voor ze de Russische geheime politie op hem afstuurt wil ze echter zekerheid hebben of hij werkelijk de gezochte moordenaar is.

In een emotioneel gesprek verklaart Loris haar zijn liefde, die zij afwijst. Zijn repliek is dat de liefde zelf haar verbiedt om te weigeren: ‘Amor ti vieta’. Deze korte aria is het enige gedeelte van de opera dat grote bekendheid geniet. Caruso zong het bij de première op 17 november 1898.

 

Omdat Loris niet ontkent Andrejevich te hebben gedood geeft Fedora hem aan bij de autoriteiten in Rusland. Haar brief gaat nog dezelfde avond mee met een gereedliggend schip. Als Loris haar de volgende dag confronteert met bewijzen dat Andrejevich haar bedroog, en wel met Loris’ eigen geliefde, krijgt Fedora direct spijt van haar poging tot wraakneming. Loris had Andrerjevich betrapt, deze had op hem geschoten waarop Loris het vuur had beantwoord. Complicatie is verder dat Fedora inmiddels verliefd is geworden op Loris en hem uit handen van de politie wil houden.

Het verliefde stel vlucht naar Zwitserland en alles gaat goed tot Fedora te horen krijgt dat de broer van Loris is opgepakt op verdenking van medeplichtigheid aan wat men voor een politieke moord houdt. Hij is in zijn cel overleden waarop zijn moeder is gestorven aan een hartaanval. Daarmee is Fedora indirect verantwoordelijk voor twee doden in Loris’ familie.

Als deze bericht krijgt dat de brief van een vrouw deze gebeurtenissen heeft veroorzaakt, zweert hij zich op haar te zullen wreken. Fedora maakt zich na enige aarzeling bekend als degene die hij zoekt maar ondanks haar smeekbeden weigert hij haar te vergeven. Ze pleegt zelfmoord door gif in te nemen, Loris vertwijfeld achterlatend.

De enscenering van Rosetta Cucchi volgt het libretto heel keurig, bijna als een kostuumdrama. Maar ze heeft de verleiding niet kunnen weerstaan een component uit eigen koker aan het geheel toe te voegen. In een hoekje op het toneel zien we een oude man: Loris Ipanov als grijsaard. Hij bladert wat in een fotoalbum en zit verder rustig wat te suffen. Op een groot achterdoek worden beelden geprojecteerd die vermoedelijk zijn herinneringen tonen. Aanvankelijk vage oorlogsbeelden, later beelden en geluiden van een revolutie. Zijn leven gaat verder als Fedora dood is en er staat hem nog heel wat te wachten. Niet alleen hem, de gehele adellijke bovenlaag die tijdens de handeling nog zo vast in het zadel meende te zitten.

Daria Kovalenko blinkt uit als party animal Olga, de jeugdige vriendin van Fedora. Een leeghoofd natuurlijk maar wel leuk om naar te kijken.

Alfonso Antoniozzi geeft een prima vertolking van de diplomaat De Siriex. Zijn intermezzo waarin hij het karakter van Russsische vrouwen bezingt is een echte showstopper, dit tot ongenoegen van Olga die zich even buiten het centrum van de belangstelling geplaatst ziet.

Fabio Armiliato zet een goede Loris neer, degelijk maar niet heel bijzonder. Vreemd genoeg klinkt zijn ‘Amor ti vieta’ alsof hij plotseling in een tunnel zingt, veel galm en erg luid. Het is natuurlijk de signature tune van de opera maar dat hoeft niet te worden benadrukt door het nog eens extra te versterken.

Daniela Dessi is een mooie Fedora. Enerzijds is ze iets te oud voor de rol, anderzijds behandelt ze Loris letterlijk en figuurlijk alsof ze zijn plaatsvervangende moeder is. Al met al een mooi optreden met een aandoenlijke sterfscène aan het einde. Ik betrapte mezelf erop daar net als die oude Loris naar te kijken met kennis van hoe het allemaal verder gaat. Ruim een jaar na deze opname zou Dessi overlijden en de scène waarin ze sterft in de armen van haar partner, Loris/Armiliato, komt zodoende extra wrang over. Daar staat tegenover dat deze opname onbedoeld een mooi laatste eerbewijs aan Daniela Dessi is geworden, een prachtige zangeres die node gemist wordt.

Dirigent Valerio Galli heeft de muzikale leiding. Goed spel van het orkest van Teatro Carlo Felice. Het is pas de tweede opname op dvd van dit werk, Freni en Domingo gingen Dessi en Armiliato voor (voor de recensie klik hier: Umberto Giordano en zijn Fedora.) Bekijk ze allebei, zou ik zeggen, veel kans dat het werk in de buurt te zien zal zijn de komende jaren is er niet.

 Asmik Grigorian als Fedora: verismo op zijn best.

Bestaan er nog zangers die vroege Verdi kunnen zingen?

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/61e4wV4hmTL._AC_SX679_.jpg

Aan het begin van het seizoen 2017-2018 werd de Kroatische dirigent Ivan Repušić aangesteld als chef-dirigent van het Münchner Rundfunkorchester. Zijn debuut in die hoedanigheid maakte hij in september 2017 met de concertante uitvoering van Luisa Miller van Verdi. In oktober 2018 vervolgde hij de cyclus van de vroege Verdi’s meesterwerken met I due Foscari en een jaar later was Attila aan de beurt.

Over ‘Luisa Miller’ was ik niet echt enthousiast maar blijkbaar kan het altijd slechter. Dat ligt niet aan de dirigent. Repušić dirigeert zeer gedreven (soms een beetje té) en het koor is prima, maar de zangers! Goede genade!

Goed, Odabella is geen rol voor ‘sissies’, je moet er eigenlijk een stem voor hebben die een soort kruising is tussen Abigaille en Brünhilde en daarbij de Verdiaanse belcanto lijnen goed kunnen volgen, maar er moet toch nog ergens een zangeres te vinden zijn die de rol kan zingen? Liudmyla Monastyrska brult zich door de rol heen: zij doet mij pijn aan de oren en over haar ‘ruime vibrato’ kan ik maar beter zwijgen.

Maar ook Ildebrando D’Arcangelo heeft zijn beste tijd al gehad. Gelaten luister ik naar zijn grote aria ‘Mentre gonfiarsi l’anima’ en probeer niet aan Samuel Ramey (of Ruggiero Raimondi) te denken. George Petean is een goede Ezio en Stefano La Colla een fatsoenlijke Foresto. Er is geen libretto.


GIUSEPPE VERDI
Attila
Ildebrando D’Arcangelo, Liudmyla Monastyrska, Stefano La Colla, Stefan Sbonnik, George Petean, Gabriel Rollinson
Chor des Bayerischen Rundfunks; Munchner Rundfunkorchester olv Ivan Repušić
BR Klassik 900330