Month: februari 2020

Márai’s Gloed in sublieme operabewerking

Waarde Marai

Een literaire gebeurtenis van formaat: hoe vaak maken we dat tegenwoordig nog mee? We leven in de wereld van Kluuns, Kochs en Sonja Bakkers; tot pulp vermalen volksvermaak dat we tegenwoordig literatuur noemen.

Maar in 1989, een jaar nadat zijn auteur zelfmoord had gepleegd, kwam Gloed onze huizen en levens binnen. Niemand heeft er eerder van gehoord. Noch over de auteur noch over het boek, dat voor het eerst in 1942 werd uitgebracht. Er was geen ontkomen aan: iedereen ging het lezen, al was het pro forma.

Gloed ontketende een ware Sándor Marái hype, de ene na de andere roman van de schrijver werd aan de vergetelheid onttrokken en een paar jaar konden we ons onze literaire wereld niet meer zonder hem voorstellen. Voor zo lang het duurde.

In Nederland werd Gloed maar liefst tweemaal voor toneel bewerkt en het zou me niet verbazen als er nog ergens een filmscript op stapel lag. Maar een opera? Naar een boek waarin nagenoeg niets gebeurt?

Egon Kracht

Het idee kwam van de componist en contrabassist Egon Kracht: “De gelaten spanning die het boek bij mij opriep, vond ik weer spannend om te verwerken in een muziektheatervoorstelling”.

In de zomer van 2010 begon Kracht samen met Dick Hauser met het schrijven van het stuk. Op 17 februari ging het werk, getiteld WAAARDE, in première, in de Philharmonie te Haarlem.

Waarom heet de opera WAAARDE? En vanwaar die drie A’s? “De naam is afgeleid van het centrale thema van de voorstelling (vriendschap en verraad). De lange AAA-klank komt van aanspreekstitels die men wel eens gebruikt (wááárde heer of wááárde vriend). Het zegt ook iets over de waarde die je aan vriendschap hecht. En het trekt uiteraard de aandacht.

In WAAARDE draait het, net als in het boek, om de meest menselijke thema’s uit het leven: vriendschap en liefde, ontrouw en verraad. En om herinneringen die op een bepaald moment een eigen leven gaan leiden..”

41 jaar lang is Henrik blijven broeden op de prangende vraag wat er in werkelijkheid is gebeurd tussen hem en Konrad, ooit zijn allerbeste vriend. Heeft Konrad hem willen doden? Wilde hij samen met Henriks vrouw vluchten? Waarom is hij opeens verdwenen, alleen? Na 41 jaar komen hij en Konrad weer bij elkaar. Krijgt Henrik nu eindelijk antwoord op zijn vragen?

De manier waarop Kracht en Hauser het boek voor het toch niet voor de hand liggende medium hebben bewerkt, is ronduit geniaal. Of is subliem een beter woord? De voorstelling was zeer poëtisch, intiem en ontroerend. De toeschouwer was getuige van iets wat misschien niet eens plaatsvond, want wellicht speelde de ontmoeting zich alleen maar af in het hoofd van de ijlende Henrik? Het was tegelijk ook zeer spannend, want natuurlijk willen wij allemaal weten wat er is gebeurd. Als er al iets gebeurd is.

Wat de bewerking voor toneel ooit de das omdeed, tenminste voor mij, was de statische vertaling van het boek. De heren zaten met hun glaasje cognac bij de open haard. Het werkte niet.

waaarde2

Kracht en Hauser hebben er een eigenzinnige draai aan gegeven. De twee ooit beste vrienden gaan niet alleen met elkaar praten, maar gaan ook een gevecht met elkaar aan. Dat doen zij door met elkaar te schermen, een sport die ze vroeger samen beoefenden. Degens kruisen. Een briljante vondst.

De muziek is sterk. Egon Kracht heeft een zeer weemoedige, blues-achtige partituur gecomponeerd, waarbinnen genoeg ruimte was voor improvisaties. Het is net als het gesprek na 41 jaar: je weet wel waar je naar toe wilt, maar je weet niet of je er komt. En zeker niet wat je onderweg nog tegenkomt.

Kracht zelf bespeelt de contrabas en daar krijgt hij een werkelijk prachtige tegenspel bij van Angelo Verploegen op de trompet.

WAAARDE-1

WAAARDE wed gezongen door twee zangers/acteurs: Marc Drost (Henrik) en Henk Zwart (Konrad). Ze deden het fantastisch. Met zijn tweeën wisten ze de spanning er goed in te houden. Hun stemmen klonken doorleefd en hun hele optreden was zeer overtuigend.

Trailer van de productie:

Bezocht 1 maart 2011 in het Bellevue Cinerama in Amsterdam.

Frank Martin: En het leven won….

Martin cantate

Bent u op zoek naar de ultieme schoonheid en de grootste emoties (en wie is dat eigenlijk niet?), en stelt u daarbij de hoogste eisen aan de kwaliteit dan moet u deze cd onmiddellijk kopen.

Aan de cantate Et la vie l’emporta heeft Frank Martin gewerkt tot aan de laatste week van zijn leven, maar heeft het helaas niet kunnen voltooien. Bernard Reichel, een vriend van Martin, heeft na de dood van de componist het laatste deel geïnstrumenteerd.

Het werk dat oorspronkelijk de titel ‘De Profundis ad Lucem’ (van de duisternis naar het licht) zou dragen gaat over de strijd tussen leven en dood, maar daarover kunt u (in het Nederlands!) in het zeer goed geschreven tekstboekje lezen. Daarbij moet ik het enige minpunt van deze uitgave melden: de gezongen teksten zijn niet vertaald. Zonde, want de tekst doet er ook toe en niet iedereen is alle talen machtig

De cantate straalt een grote melancholie uit, en in haar muzikale taal doet ze sterk aan Der Cornet denken. Maar ook de Messe pour double choeur a capella, gebaseerd op de aloude Latijnse teksten en de ‘Ariel liederen’ afkomstig uit Martins Der Sturm zijn ongekend mooi en ontroerend. Een betere uitvoering dan door het Nederlands Kamerkoor is amper mogelijk. Wat een cd!

Frank Martin
Et la vie l’emporta, Five Ariel Songs for mixed choir, Messe pour double choeur a capella
Nederlands Kamerkoor olv Tonu Kaljuste
Qdisc Q 97056

Tiefland van d’Albert: verisme pur sang

Tiefland

Eugen d’Albert, ooit een gevierd pianist en componist zit nog steeds op zijn renaissance te wachten. De reden waarom hij zo ontzettend genegeerd wordt ontgaat mij en stemt mij behoorlijk droevig. Ik houd van zijn opera’s en zijn Tiefland behoort tot mijn absolute favorieten. Mocht u hem niet kennen: de muziek is puur verisme. Zeg maar een Duitse Mascagni.

In 2006 werd die opera in Zurich opgenomen en dat het resultaat niet zo fijn is ligt aan (what else is new?) de regisseur. En toch…  zo veel keuze hebben we niet, of wel? Althans niet op dvd. En aangezien er echt uitstekend in wordt gezongen… Toch maar doen? Kijken?

Ik heb geen idee waar de proloog zich afspeelt. In een ruimtestation? Op een geheime locatie waar een ‘nieuw mens’ (een Golem?) gecreëerd wordt? In ieder geval niet hoog in de bergen, zoals het in het libretto staat. En ook niet in de molen, al fietsen er de in plastic verpakte broden voorbij (hint, hint!). De Zwitserse toneelregisseur Matthias Hartmann heeft duidelijk een concept. Om het te onderstrepen maakt hij veelvuldig gebruik van video en digitale media.

En toch: niet afhaken! Ook als u niet van conceptueel regietheater houdt. Hartmann kent zijn vak en zijn personenregie is zeker goed. En desnoods kunt u het beeld uitzetten want muzikaal is het een feest.

Matthias Goerne doet het fantastisch als de landeigenaar Sebastiano en wat het echtpaar Petra Maria Schnitzer (Marta) en Peter Seiffert (Pedro) hier laat zien (en horen!) is een pure sensatie. Of zal ik zeggen: opera?

Matthias Goerne, Petra Maria Schnitzer, Peter Seiffert, László Polgár; Orchester der Opera Zürich olv Hans Welser-Möst
regie: Matthias Hartmann (EMI 23448292)

Tiefland Janowski

Wie de opera wil leren kennen: luister naar de cd-opname met Bernd Weikl, René Kollo en Eva Marton, gedirigeerd door Marek Janowski


DER GOLEM

Huilen met Fauré

Faure Requiem Reiss

Je hebt ze in alle soorten en maten, maar één ding hebben ze gemeen: ze zijn altijd in mineur (logisch) en ze hebben een enorme aantrekkingskracht op de meeste mensen (minder logisch). U zou wel eens verbaasd opkijken als u wist hoeveel mensen ze verzamelen. ‘Ze’, dat zijn de requiems.

Gelukkig voor de verzamelaars zijn er veel gecomponeerd, dus er komt geen eind aan het treuren. Klinkt het cynisch? Misschien, maar het houdt mij wel bezig. Waarom houden wij zo van treurigheid?

Ook interessant: elke componist heeft zijn ziel in een andere deel van de dodenmis gestopt. Mozart in Lacrimosa (schijnt overigens niet van Mozart te zijn), Verdi in Ingemisco en Fauré in Pie Jesu.

Dat laatste vereist een engelengeluid en wordt dan ook vaak door een jongenssopraan (mijn voorkeur) of een lichte sopraan gezongen. Dat is de stem van de soptraan Chen Reiss ook: lichter dan licht en buitengewoon mooi van timbre.

Mocht u behoefte aan huilen hebben, dan is deze dvd niettemin echt iets voor u, want ook de stukken die naast het requiem worden uitgevoerd, zijn een en al mineur.

Er is wel een lichtpunt: Super Flumina Babylonis, een werk dat bijna nooit uitgevoerd wordt. Niet dat het vrolijk is, maar het is fijn om er kennis mee te maken. Zeker ook omdat de uitvoering zo ontzettend goed is.

GABRIEL FAURÉ
Requiem, Cantique de Jean Racine, Super Flumina Babylonis, Pavane, Élégie
Eric Picard (cello), Chen Reiss (sopraan), Matthias Goerne (bariton); Orchestre de Paris, Coeur de l’Orchestre de Paris olv Paavo Järvi
Euroarts 2058878

Muziek als balsem voor de ziel

Concerti galanti

Goed, van Clementi wist ik het wel. En zeker van Stamitz. Maar bij Pergolesi, Cimarosa of Jommelli denk ik voornamelijk aan kerkmuziek, Stabat Mater, Requiem, oratoria’s, opera’s… afijn: aan van alles eigenlijk als er maar gezongen wordt. En toch hebben ook zij pianoconcerto’s gecomponeerd en die concerto’s, die zijn gewoon niet te versmaden. Nee, het zijn geen vergeten meesterwerken, maar het plezier in het leven ontleen je niet aan de hoogtepunten alleen. Zeker ook als de uitvoeringen zo voortreffelijk zijn!

Net zo weinig bekend als de muziek zelf zijn ook de musici. Althans voor mij. Internet leerde mij dat het Orchestra Rami Musicali al eerder een cd heeft opgenomen met de pianoconcerten van Czerny en Viotti, ook onder leiding van Filippo Conti. Ook toen waren de (voortreffelijke) pianisten David Boldrini en Elena Pinciaroli van de partij.

De box met drie cd’s draagt de titel Concerti Galanti en zelf zou ik het niet beter kunnen bedenken. Urenlang heb ik mij kunnen laven aan de muziek die ik het beste kan omschrijven als balsem voor de ziel. Het voelt goed om eens een keer met je ogen dicht de rust te vinden te midden van de gek geworden wereld.


CONCERTI GALANTI
Muzio Clementi, Domenico Cimarosa, Giovanni Paisiello, Carl Stamitz, Giovanni Battista Pergolesi, Leopold Kozeluch, Luigi Boccherini, Niccolò Jommelli, Johann Christian Bach
Piano concertos
David Boldrini & Elena Pinciaroli (piano’s)
Orchestra Rami Musicali olv Filippo Conti
Brilliant Classics 95260 (3 cd’s)

Mahleriaanse Weigl meesterlijk uitgevoerd

Weigl

Karl Ignaz Weigl werd in 1881in Wenen geboren in een geassimileerd Joods gezin. In 1938 vluchtte hij naar New York waar hij tien jaar later overleed. Zijn composities die nog maar zelden worden uitgevoerd zijn zeer traditioneel, verankerd in een ‘Weens geluid’.

Dat zijn symfonieën af en toe aan Mahler doen denken is zo verwonderlijk niet: Weigl heeft nauw met Mahler gewerkt als zijn persoonlijke assistent aan de Weense Hofopera. Maar ook Brahms is nergens ver weg.

Weigl studeerde bij Zemlinsky die de composities van zijn leerling heel hoog schatte. Zijn werken werden uitgevoerd door de meest vooraanstaande musici zoals Furtwängler of Georg Szell. Het is werkelijk onvoorstelbaar dat hij zo gruwelijk werd vergeten: het was pas na 2000 dat de platenmaatschappijen een beetje belangstelling kregen voor zijn muziek. Een enorme pluim dus voor Capriccio die, zo te zien, bezig is met de echte Weigl (en meer vergeten componisten) -revival.

Zijn vierde symfonie componeerde Weigl in 1936. Toen ik de cd opzette dacht ik eerst met een onbekende versie van Mahler 1 te hebben, de gelijkenis is meer dan frappant. Maar ook de zesde symfonie kent zijn ‘Mahler-momenten’: denk aan de zevende!  De uitvoering door de Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz onder leiding van Jürgen Bruns is voortreffelijk.


KARL WEIGL
Symfonie nr. 4 en nr. 6
Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz o.l.v. Jürgen Bruns
Capriccio C5385

L’Orfeo van de Nederlandse Reisopera: nu al dé productie van 2020

Tekst: Sander Boonstra

Orfeo

© Marco Borggreve

Zangers die dansen, dansers die zingen… bij L’Orfeo van de Nederlandse Reisopera gebeurt het allemaal. Is het nu één lange choreografie op muziek van Montverdi of is het muziek van Monteverdi begeleid door dans en beweging? Die vraag hoef je niet te stellen: deze productie – een samenwerking tussen Monique Wagemakers (regie), Nanine Linning (choreografie), Lonneke Gordijn (Studio Drift), Marlou Breuls (kostuum) en Thomas Hade (lichtontwerp) – is een sublieme samensmelting van muziek, dans, zang, woord en beeld.

Claudio Monteverdi’s L’Orfeo (de oudste opera ter wereld) wordt in een compleet nieuwe jas gestoken. Geen gedoe met godenwereld, dodenrijk, stervelingen, nimfen en een schipper. Omdat Breuls iedereen hetzelfde kostuum geeft (alleen in de details zijn er verschillen te ontdekken), weet je eigenlijk niet wie wie is tot het moment dat er gezongen gaat worden. En vooral die keus zorgt ervoor, dat alle disciplines naadloos in elkaar overgaan en verweven worden tot één organisch geheel.

Orfeo ego

© Marco Borggreve

Aan de cast van deze L’Orfeo wordt door de hand van Gordijn een extra karakter toegevoegd. Een indrukwekkend karakter, die boven de actie zweeft, en op geheel eigen wijze reactie geeft op het gebeuren onder zich. ’Ego’, het onderbewustzijn of de gedachtenwereld van Orfeo: een imposante creatie van nylondraad die alles bij elkaar kan houden, liefdevol kan bedekken, maar ook zo klein kan worden, dat het in een doosje past.

In dat opzicht kom je ogen te kort om alles mee te krijgen, wat er op het podium gebeurt. Maar ook oren, want naast alle dans, beweging en fantastische acteerprestaties, wordt er door alle zangers loepzuiver gezongen.

Orfeo 1

© Marco Borggreve

Samuel Boden is een sterke en zeer overtuigende Orfeo, en zet na de pauze een verbluffende prestatie neer met zijn aria ‘Possente spirto’; de bassen Alex Rosen en Yannis François zijn een imposante Caronte en Plutone met hun diepe stemmen en mooi acteer- en danswerk; Luciana Mancini als onder andere Messagiera weet me diep te raken met haar stem en haar verdriet, dat ze Euridice niet heeft weten te redden

Orfeo view

© Marco Borggreve

De over het algemeen jonge bezetting (zangers én de dansers van Linning’s Dance Company) presteert boven verwachting en verdient een hele dikke pluim! De samenzang van de diverse herders/spiriti zijn prachtig om te horen; Laurence Kilsby als Apollo in het slotduet met Orfeo is om te janken zo mooi.

Het geheel wordt deskundig begeleid door La Sfera Armoniosa en staat onder leiding van Hernán Schvartzman, die zelf de recitatieven begeleid. Het ensemble doet zijn naam eer aan: het neemt een dusdanige begeleidende plaats is, dat het qua sfeer weer één geheel vormt met wat er op het podium gebeurt.

Het nieuwe jaar 2020 is misschien nog maar vers, maar wat mij betreft is deze L’Orfeo nu al de productie van het jaar. Een Gesamtkunstwerk anno nu waar Wagner met Argusogen naar had gekeken!

Orfeo Sander

slotapplaus © Sander Boonstra

Trailer van de productie

https://vimeo.com/388687890