Carloas_Kleiber

Der Rosenkavalier op cd’s: kleine selectie

Lisa Della Casa

Hugo von Hofmannsthal, Risë Stevens, Hilde Güden, Ralph Herbert & Lisa  Della Casa | Play on Anghami

Della Casa is één van mijn geliefde zangeressen, zeker in het Duitse ‘fach’. Haar mooie, romige stem met een vloeiende hoogte en een zeer sensuele ondertoon maakt haar tot één van de beste vertolksters van de muziek van Strauss. Haar ‘Vier Letzte Lieder” vind ik zelf het allermooist van allemaal.

Zo ook haar Marschallin. Voor mij heeft ze alles, wat de wat ouder (nou ja, ouder, zij is pas 34!) wordende vrouw ook voor een jonge jongen aantrekkelijk maakt. Zelfbewust en toch enigszins kwetsbaar. Koninklijk en speels. Vrolijk en melancholisch.

Della Casa was een zeer mooie vrouw, zeer elegant ook. Het is daarom echt jammer dat haar Feldmarschallin voor zover ik weet niet is vastgelegd op dvd. Er zijn diverse cd-opnamen met haar verkrijgbaar, allemaal live en in de meeste gevallen niet in een optimale geluidskwaliteit.

Ik wil even stilstaan bij de productie die op 18 januari 1956 werd opgenomen in de Metropolitan Opera (Walhall WLCD0313). De geluidskwaliteit is zeer pover en scherp, wat niet wegneemt dat er zo ongelofelijk veel valt te genieten!

Het Met-orkest onder leiding van Rudolf Kempe klinkt ouderwets mooi: zoetig en weemoedig. Wenen ten top. Af en toe moest ik ook aan oude films denken – toch geen straf.

Della Casa is onweerstaanbaar en zo is ook haar Octavian, Risë Stevens. Tel daar de onnavolgbare Hilde Güden als Sophie bij op en dan weet je wat voor hemel je in de ‘Hab’mir’s gelobt’ kunt verwachten.

Elisabeth Schwarzkopf

Review | Gramophone

Nu ga ik mij op glad ijs begeven. De Karajan-opname uit 1956 ((Warner Classics 5099996682425) heet legendarisch te zijn. Maar ik houd niet van Elisabeth Schwarzkopf: ik vind haar zingen vaak gemaniëreerd en haar nadrukkelijke dictie maakt dat ik mij vaak ongemakkelijk voel. Ook haar glansrol, de Marschallin, vind ik te geaffecteerd en bovendien zeer onderkoeld.

Von Karajan kan mij hier ook moeilijk bekoren. O ja, het orkest onder zijn leiding speelt werkelijk fenomenaal, maar ik vind er te weinig ‘Weense bonbons’ en te veel ‘Pruisische dril’ in. Maar wellicht ligt het aan mij?

Christa Ludwig is echter een wonderschone Octavian en Teresa Stich-Rendall een Sophie in de beste Mozartiaanse traditie. Otto Edelmann is een heerlijke baron Ochs.

Montserrat Caballé

Der Rosenkavalier CD (Glyndebourne 1965)

Onlangs bereikte mij een cd-opname uit Glyndebourne 1965. Het is een in alle opzichten merkwaardige voorstelling geweest: de rol van de Marschallin werd toen gezongen door niemand minder dan Montserrat Caballé.

Wij kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar toen was het volstrekt voor de hand liggend. Caballé is haar carrière in Duitsland begonnen en heeft zelfs een prachtige Salome op haar repertoire staan. Er is ook helemaal niets op haar Duits aan te merken. Ze is een mooie, jonge en kruidige Marschallin, die de rol ‘op z’n Caballés’ verrijkt, met de mooiste pianissimo’s en legato’s.

Teresa Zylis-Gara is een verrukkelijk licht klinkende Octavian en Edith Mathis een als een vijftienjarig meisje klinkende Sophie. Otto Edelmann (Ochs) completeert de fantastische opname (GFOCD 010-65).

Trailer:

Claire Watson

Rosenkavalier Kleiber

Net als voor zijn vader Erich, was ‘Der Rosenkavalier’ een paradepaardje van Carlos Kleiber, een van de meest charismatische dirigenten van de laatste 50 jaar.  In 1973 werd de opera live geregistreerd tijdens het Münchner Festival en een jaar of twee geleden op Orfeo (C 581 083 D) uitgebracht.

Bij de enthousiast ontvangen première een jaar eerder werd de Marschallin gezongen door Gwyneth Jones (er bestaat een DVD-opname van), nu werd ze vervangen door Claire Watson, jarenlang het boegbeeld van het Münchense ensemble. Watson is een wat rijpere Marschallin, weemoedig, bitterzoet en niet gespeend van humor. Ik vind het mooi.

Karl Ridderbush is werkelijk kostelijk als Ochs: lomp en over alles heen walsend, maar in zijn walsjes klinkt hij toch oprecht ouderwets melancholisch. De Sophie van Lucia Popp is onnavolgbaar: kwikzilverig, flirterig en kwetsbaar. Haar pure meisjesachtige sopraan smelt in perfecte harmonie met de donkere mezzo van Brigitte Fassbaender, twee stemmen die daadwerkelijk verliefd op elkaar zijn geworden.

Maar het mooiste is het orkest. Kleiber ontlokt de beoogde ‘zilverklank’ en vervlecht het natuurlijke sentiment met ironie en een zekere hang naar vroeger.

De opname werd al eerder op verscheidene piraten-labels te koop aangeboden, maar nu kunnen we hem eindelijk in een goede geluidskwaliteit beluisteren.

Anna Tomowa-Sintow

Tomowa-Sintow behoorde tot de lievelingszangeressen van Herbert von Karajan. Begin jaren zeventig haalde hij haar naar Salzburg, waardoor ze internationaal kon doorbreken. Zij heeft ook veel opnamen onder de maestro gemaakt, voornamelijk Mozart en Strauss. De Marschallin had ze onder zijn leiding al in 1984 voor Deutsche Grammophon opgenomen, maar ik ken die opname niet.

Wel een andere, op 3 maart 1995 live opgenomen in Covent Garden (Opus Arte OA CD9006). In 1995 was ze al een rijpe vrouw en zo klinkt ze ook. Maar haar vertolking is meer dan roldekkend: ze zingt niet alleen doorleefd maar heeft ook allure.

Ann Murray (ach! Wat een zangeres!) is een verrukkelijke Octavian en Barbara Bonney een wellicht niet voor de hand liggende, maar wel een heerlijke Sophie.

De walsjes zijn onder handen van Andrew Davis heel erg luchtig, wat ook de hele opname een opvallend milde toon geeft.