Vladislav_Sulimsky

Asmik Gregorian en Vladislav Sulimsky stelen de show in Warlikowski’s Macbeth

Tekst: Peter Franken

In 2023 stond er tijdens de Salzburger Festspiele een nieuwe productie van Macbeth op het programma in de regie van Krzysztof Warlikowski en decors en kostuums van Małgorzata Szczęśniak. Een opname van een van de voorstellingen is door Unitel uitgebracht op dvd.

De productie toont de gebruikelijke stijlkenmerken van dit roemruchte tweetal: verrijdbare doorzichtige ruimtes waarbinnen zich scènes afspelen die feitelijk elders gesitueerd moeten worden, veel kinderen als figurant, een veelheid aan acteerwerk van personen die tijdelijk buiten de directe handeling vallen; vaak ook nog aangevuld met videobeelden. Verder een mix van tijdsgewrichten om de spanning erin te houden. Je komt ogen tekort op het enorme toneel van het Großes Festspielhaus, zeker als videokijker.

Asmik Grigorian komt op als de Lady, prachtig gekleed en gekapt in de stijl van een jaren ’30 filmdiva uit Babelsberg. Ze neemt plaats op een extreem lange bank van het soort dat vroeger in stationswachtkamers stond, maar dan langer. Dan komt een man in een witte jas haar halen en verdwijnt ze achter een gordijn. Je krijgt nog net te zien dat ze in een grote stoel gaat zitten. Het betreft een gynaecologisch onderzoek en de uitslag bevalt haar in het geheel niet: infertiliteit.

Ze verscheurt het onderzoeksrapport en verbrandt de snippers in een wasbak, ondertussen het ene na het andere zang technische hoogstandje ten beste gevend. Acteren en zingen gaan voor Grigorian altijd samen. Ik had haar in deze uitmonstering graag in een film van Zarah Leander willen zien terwijl ze zingt ‘Kann denn Liebe Sünde sein?’ of ‘Eine Frau wird erst schön durch die Liebe.’

De gasten bij het banket zitten voor het merendeel op een tribune. Slechts een klein aantal mag plaatsnemen aan een eenvoudige tafel. Macbeth raakt volledig de kluts kwijt als hij het gezicht van Banco op en ballon ziet, mooi geacteerd door Vladislav Sumlinsky. Met hem gaat het hierna snel bergafwaarts, zijn Lady blijft nog wat langer overeind maar ook haar wacht de volledige onttakeling. Prachtig om te zien hoe Grigorian gaandeweg verandert van kille berekenende vrouw in een psychisch wrak, geholpen natuurlijk kostumering, kap en grime.

De heksen zijn talrijk, blind maar ziende en gemaskerd. Voor de moord op de kinderen van Macduff laat Warlikovski er een stuk of twintig aanrukken, gekleed in wit ondergoed. Hun moeder wordt getoond als een lookalike van Magda Goebbels en ze laat dan ook getrouw haar evenbeeld een beker met gifdrank rondgaan. Als laatste neemt ze zelf een paar slokken.

De titelrol wordt vertolkt door de bariton Vladislav Sulimsky die meer oogt als bureaumanager dan als krijgsman wat hem goed van pas komt in het uitbeelden van iemand die niet overloopt van blind vertrouwen in de toekomst, reden voor zijn vrouw om hem lafheid te verwijten. Ten onrechte natuurlijk en voor een deel slechts bedoeld om hem niet te veel te laten overpeinzen. Het loopt slecht met hem af: hij eindigt als castraat in een rolstoel. Vocaal is hij de evenknie van zijn Lady en met Salzburgs eigen diva Grigorian naast je wil dat wel wat zeggen.

Banco, vertolkt door Tareq Nazmi heeft betrekkelijk weinig te zingen en zijn aria ‘Come dal ciel precipita’ is dan ook de belangrijkste bijdrage van dit personage. Heel fraai gezongen, je ziet deze bas node gaan zo vroeg in de opera.

Met zijn ‘Ah, la paterna mano’ weet Jonathan Tetelman als Macduff tijdelijk de show te stelen, wat een geweldige tenor is dat.

Ster van de voorstelling is zoals verwacht Asmik Grigorian als Lady Macbeth al moet ze die eer delen met Sulimsky. ‘De weg naar de macht is geplaveid met misdaden; wee hem wiens schreden onzeker zijn of die onderweg omkeert’, aldus Lady Macbeth. Aanvankelijk is zij het die de drijvende kracht is in het streven naar macht en het behouden daarvan. Maar al die moorden beginnen haar geestelijke weerbaarheid te slopen en dat ‘maakt haar schreden onzeker’. Uiteindelijk komt ze al slaapwandelend aan haar einde.

Grigorian zet de toon in ‘Vieni, t’affretta’ en laat haar Lady onbeschaamd triomf vieren in ‘La luce langue’ en ‘Si colmi il calice’.

La luce langue:

Vanaf dat moment raakt ze de controle kwijt en verandert ageren in reageren tot het moment dat ze aan het slaapwandelen slaat, geen schim meer van zichzelf. Grigorian is schitterend in die grote scène: ‘Una macchia è qui tuttora’ waarbij ze een bureaulamp aan een lang snoer met zich mee sleept. Een aardig detail: die lamp staat immers in het libretto?

Tijdens de Festspiele van 2025 zal deze productie worden hernomen in Salzburg en dan is Asmik weer van de partij.

De Wiener Philharmoniker staan onder leiding van Philippe Jordan

Trailer:

Foto’s van de productie: © Bernd Uhlig

Francesca da Rimini: Italiaanse liefdesdrama, maar dan op zijn Russisch

Paton, Joseph Noel, 1821-1901; Dante Meditating the Episode of Francesca da Rimini and Paolo Malatesta

Paton, Joseph Noel; Dante Meditating the Episode of Francesca da Rimini and Paolo Malatesta; Bury Art Museum; http://www.artuk.org/artworks/dante-meditating-the-episode-of-francesca-da-rimini-and-paolo-malatesta-164312

 

Francesca da Polenta (1255 –1285), beter bekend als Francesca da Rimini was een tijdgenote van Dante Alighieri, die haar een plaats in zijn La Divina Commedia heeft ‘gegund’, maar dan in de vijfde cirkel. Droevig, want dat verdiende ze niet en, als God bestaat dan had hij haar al lang gratie verlengd.

Het verhaal in het kort: om de vrede tussen de huizen da Polenta en Malatesta te bezegelen moet Francesca met de oudste van de Malatesta broers, Lanciotto trouwen. Hij is echter zo afzichtelijk dat de kans dat ze ‘nee’ zegt buitengewoon groot is. Om haar om de tuin te leiden wordt zij aan zijn jongere broer, Paolo il Bello voorgesteld. Francesca valt als een blok voor de mooie Paolo en ook hij vat de allesomvattende liefde.

De werkelijkheid is gruwelijk: Francesca wordt wakker als de vrouw van Lanciotto. Zij doet haar best om in haar lot te berusten, want wat voor keuze heeft zij?  Lanciotto echter is dermate jaloers dat hij een list verzint: hij gaat een oorlog uitvechten en weet niet wanneer hij terugkomt. Niks geen oorlog: hij post zich achter een gesloten deur en wacht. Lang duurt het niet: Paolo leest Francesca voor uit de legende over koning Arthur en de liefde die zijn vrouw Guinevere en Lancelot voor elkaar hebben opgevat. De scène eindigt met een alleszeggende zin van Francesca: ‘en toen lazen we niet meer’. Dat is waar Lanaciotto op wachtte: hij stormt naar binnen en steekt beiden dood.

Romantiek ten top, geen wonder dat het een inspiratiebron voor een menig schilder, schrijver en een toondichter was. Het bekendste is, denk ik de opera van Zandonai. Niet dat het zo vaak wordt opgevoerd, maar daar hebben de klassieke muziekliefhebbers tenminste van gehoord. Hoop ik.

Maar ook het symfonische gedicht van Tsjaikovsky is niet algeheel onbekend, het wordt het en der opgevoerd. Persoonlijk vind ik het niet zijn sterkste werk. Waarom? Omdat er in de compositie weinig plaats is voor lyriek. Wat je (ik althans) erin hoort zijn voornamelijk woede-uitbarstingen. O ja, dat hoort er in, zeker, maar ik mis de liefde. De allesomvattende n verzengende liefde. En ik vraag mij af waarom hij er geen opera van heeft gemaakt?

De vraag wordt versterkt doordat een andere Russische componist, Sergei Rachmaninoff  het wel deed en dat nota bene op het libretto van Tsjaikovsky’s eigen broer, Modest. En het gekke is: Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er drie (plus drie onafgemaakte) gecomponeerd. De première van Francesca vond plaats in 1906 in het Bolshoi Theater in Moskou met op de bok de componist zelf.

 

Francesca poster

 

Het was een onvoorstelbaar goede zet van de ZaterdagMatinee om beide werken samen op het programma te zetten. Twee hartstochtelijke Russen die hun blik lieten vallen op één van de meest hartstochtelijke verhalen. Mooi bedacht. Maar heftig was het wel: veel forte en fortissimo, wat met de temperatuur in de zaal niet bevorderlijk was voor de concentratie.

https://i.ytimg.com/vi/bOUslVF-B14/maxresdefault.jpg

© Mrco Borggreve

Toch hoort u mij niet klagen. Het was de eerste keer dat ik de jonge dirigent Stanislav Kochanovsky live hoorde en de kennismaking beviel mij zeer. Ik werd buitengewoon gefascineerd door zijn manier van dirigeren. Met sierlijke gebaren leidde hij het orkest door alle valkuilen (en dat zijn er een paar!) in de partituur van Tsjaikovsky heen. En het middendeel, het liefdesduet, dat was zo mooi dat het pijn deed. Hij liet het Radio Filharmonisch Orkest werkelijk fluweelzacht spelen.

Rachmaninoff was natuurlijk een verhaal apart, want hier kregen we de stemmen. En die waren allemaal, stuk voor stuk goed, al had ik… Goed, om met een minpunt te beginnen: Paolo van Oleg Dolgov. Schitterende stem, prachtige tenor, maar hij stond daar als een ambtenaar bij, ik kon geen sprankje liefde, laat staan erotiek in ontdekken. En ik snap wel dat je bij concertante de partituur voor je neus hebt, maar: ze lazen toch een boek? Kon hij de partituur in zijn hand nemen en doen alsof hij Francesca voorlas?

Maria Bayankina was de laatst minuut invalster voor Venera Gimadieva. Mooie vrouw, mooie stem en zij deed het voortreffelijk. Dat er iets ontbrak schrijf op de conto van het laatst minute.

Dmitry Golovnin was een zeer betrokken en ontroerende Dante en Mikhail Kolelishvili een zeer imponerende geest van Vergilius.

Maar er kan maar één winnaar zijn en dat was gisteren de bariton Vladislav Sulimsky die de slechterik zong. Zijn monoloog waarin hij zijn lot betreurt was van een ongekende intensiteit, adembenemend. Daar werd hij terecht met een opendoekje voor bedankt.

Het Groot Omroepkoor was zoals altijd gewoon heel erg goed. Nu ja, gewoon….
Bravi!

Francesca Koch stage

 (c) Shizuo Kuwahara on mobile phone.

 

Maria Bayankina, Oleg Dolgov, Dmitriy Golovnin, Vladislav Sulimsky, Mikhail Kolelishvili
Groot Omroepkoor (koordirigent Benjamin Goodson), Radio Filharmonisch Orkest olv Stanislav Kochanovsky

 

Gehoord op 14 september 2019 in het Concertgebouw in Amsterdam