Francesca da Rimini: Italiaanse liefdesdrama, maar dan op zijn Russisch

Paton, Joseph Noel, 1821-1901; Dante Meditating the Episode of Francesca da Rimini and Paolo Malatesta

Paton, Joseph Noel; Dante Meditating the Episode of Francesca da Rimini and Paolo Malatesta; Bury Art Museum; http://www.artuk.org/artworks/dante-meditating-the-episode-of-francesca-da-rimini-and-paolo-malatesta-164312

Francesca da Polenta (1255 –1285), beter bekend als Francesca da Rimini was een tijdgenote van Dante Alighieri, die haar een plaats in zijn La Divina Commedia heeft ‘gegund’, maar dan in de vijfde cirkel. Droevig, want dat verdiende ze niet en, als God bestaat dan had hij haar al lang gratie verlengd.

Het verhaal in het kort: om de vrede tussen de huizen da Polenta en Malatesta te bezegelen moet Francesca met de oudste van de Malatesta broers, Lanciotto trouwen. Hij is echter zo afzichtelijk dat de kans dat ze ‘nee’ zegt buitengewoon groot is. Om haar om de tuin te leiden wordt zij aan zijn jongere broer, Paolo il Bello voorgesteld. Francesca valt als een blok voor de mooie Paolo en ook hij vat de allesomvattende liefde.

De werkelijkheid is gruwelijk: Francesca wordt wakker als de vrouw van Lanciotto. Zij doet haar best om in haar lot te berusten, want wat voor keuze heeft zij?  Lanciotto echter is dermate jaloers dat hij een list verzint: hij gaat een oorlog uitvechten en weet niet wanneer hij terugkomt. Niks geen oorlog: hij post zich achter een gesloten deur en wacht. Lang duurt het niet: Paolo leest Francesca voor uit de legende over koning Arthur en de liefde die zijn vrouw Guinevere en Lancelot voor elkaar hebben opgevat. De scène eindigt met een alleszeggende zin van Francesca: ‘en toen lazen we niet meer’. Dat is waar Lanaciotto op wachtte: hij stormt naar binnen en steekt beiden dood.

Romantiek ten top, geen wonder dat het een inspiratiebron voor een menig schilder, schrijver en een toondichter was. Het bekendste is, denk ik de opera van Zandonai. Niet dat het zo vaak wordt opgevoerd, maar daar hebben de klassieke muziekliefhebbers tenminste van gehoord. Hoop ik.

Maar ook het symfonische gedicht van Tsjaikovsky is niet algeheel onbekend, het wordt het en der opgevoerd. Persoonlijk vind ik het niet zijn sterkste werk. Waarom? Omdat er in de compositie weinig plaats is voor lyriek. Wat je (ik althans) erin hoort zijn voornamelijk woede-uitbarstingen. O ja, dat hoort er in, zeker, maar ik mis de liefde. De allesomvattende n verzengende liefde. En ik vraag mij af waarom hij er geen opera van heeft gemaakt?

De vraag wordt versterkt doordat een andere Russische componist, Sergei Rachmaninoff  het wel deed en dat nota bene op het libretto van Tsjaikovsky’s eigen broer, Modest. En het gekke is: Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er drie (plus drie onafgemaakte) gecomponeerd. De première van Francesca vond plaats in 1906 in het Bolshoi Theater in Moskou met op de bok de componist zelf.

 

Francesca poster

Het was een onvoorstelbaar goede zet van de ZaterdagMatinee om beide werken samen op het programma te zetten. Twee hartstochtelijke Russen die hun blik lieten vallen op één van de meest hartstochtelijke verhalen. Mooi bedacht. Maar heftig was het wel: veel forte en fortissimo, wat met de temperatuur in de zaal niet bevorderlijk was voor de concentratie.

https://i.ytimg.com/vi/bOUslVF-B14/maxresdefault.jpg

© Mrco Borggreve

Toch hoort u mij niet klagen. Het was de eerste keer dat ik de jonge dirigent Stanislav Kochanovsky live hoorde en de kennismaking beviel mij zeer. Ik werd buitengewoon gefascineerd door zijn manier van dirigeren. Met sierlijke gebaren leidde hij het orkest door alle valkuilen (en dat zijn er een paar!) in de partituur van Tsjaikovsky heen. En het middendeel, het liefdesduet, dat was zo mooi dat het pijn deed. Hij liet het Radio Filharmonisch Orkest werkelijk fluweelzacht spelen.

Rachmaninoff was natuurlijk een verhaal apart, want hier kregen we de stemmen. En die waren allemaal, stuk voor stuk goed, al had ik… Goed, om met een minpunt te beginnen: Paolo van Oleg Dolgov. Schitterende stem, prachtige tenor, maar hij stond daar als een ambtenaar bij, ik kon geen sprankje liefde, laat staan erotiek in ontdekken. En ik snap wel dat je bij concertante de partituur voor je neus hebt, maar: ze lazen toch een boek? Kon hij de partituur in zijn hand nemen en doen alsof hij Francesca voorlas?

©Lieneke Effern

Maria Bayankina was de laatst minuut invalster voor Venera Gimadieva. Mooie vrouw, mooie stem en zij deed het voortreffelijk. Dat er iets ontbrak schrijf op de conto van het laatst minute.

Dmitry Golovnin was een zeer betrokken en ontroerende Dante en Mikhail Kolelishvili een zeer imponerende geest van Vergilius.

©Lieneke Effern

Maar er kan maar één winnaar zijn en dat was gisteren de bariton Vladislav Sulimsky die de slechterik zong. Zijn monoloog waarin hij zijn lot betreurt was van een ongekende intensiteit, adembenemend. Daar werd hij terecht met een opendoekje voor bedankt.

Het Groot Omroepkoor was zoals altijd gewoon heel erg goed. Nu ja, gewoon….
Bravi!

Francesca Koch stage

 (c) Shizuo Kuwahara on mobile phone.

Maria Bayankina, Oleg Dolgov, Dmitriy Golovnin, Vladislav Sulimsky, Mikhail Kolelishvili
Groot Omroepkoor (koordirigent Benjamin Goodson), Radio Filharmonisch Orkest olv Stanislav Kochanovsky

Gehoord op 14 september 2019 in het Concertgebouw in Amsterdam

Advertenties

4 comments

  1. Een fraaie recensie waarmee ik het in grote lijnen eens kan zijn. Legio zijn de Italiaanse componisten die door D ‘ Annunzio’s toneelstuk gebaseerd op Dante’s Inferno, v:97-142 geïnspireerd zijn.Ik noem slechts Franchetti, Pizzetti, Malipiero, Mascagni en Montemezzi. De gemiddelde operaliefhebber kent wel de bekendste: Riccardo Zandonai. In 2000 hoorden we zijn Francesca da Rimini voor het laatst in de Matinee met in de hoofdrol Nelly Miricioiu en op het balkon van de Grote Zaal van Het Concertgebouw de legendarische vertolkster van de rol Magda Olivero.De versie van Sergej Rachmaninov is niet gebaseerd op D’ Annunzio’s toneelstuk maar op het libretto van Modest Tsjaikovsky naar Dante.The Grove New Dictionary of Opera laat weinig heel van het libretto. Volgens Richard Taruskin, de schrijver van The Oxford History of Western Music zit het libretto nogal onhandig in elkaar. Dat komt volgens hem door de buiten proportie lange en statische proloog en epiloog. Deze zijn langer dan de twee dramatische scenes.De proloog is duidelijk beïnvloedt door Tsjaikovsky’s beroemde symfonische fantasie die voor de pauze hoorde in een nogal schrille en onevenwichtige uitvoering.Ik vond de operat in werkelijkheid nogal meevallen. Ik werd meteen geboeid door de prachtige klankschilderingen en het geweeklaag van de verdoemde zielen.De twee dramatische scenes maakten op mij grote indruk door de overtuigende vertolking van de zangers. Wat Taruskin een banale scena voor Lanceotto Malatesta noemt (trouwens oorspronkelijk geschreven voor Shalyapin) vond ik uiterst boeiend in de beste veristische stijl. De tweede scene is een heerlijk en grandioos duet dat prachtig werd gezongen en dat mij net als Basia in hogere sferen bracht. De beroemde kus die 50 maten duurt deed de rest.Ik ben een bewonderaar geworden van Rachmaninov, de operacomponist.De dirigent Stanislav Kochanovsky die eerder bij DNO Vorst Igor dirigeerde maakte grote indruk. Het Groot Omroepkoor was als van ouds.Een heerlijke middag.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s