Gustav_Kuhn

De onbekende Strauss: Guntram

Tekst: Peter Franken

Strauss was een groot bewonderaar van Richard Wagner en kon zich niet voorstellen dat hij iets zou kunnen klaarspelen in het genre dat Wagner in de tweede helft van de negentiende eeuw zo had gedomineerd. Pas in 1894, inmiddels een gevestigde naam met grote symfonische gedichten en tal van liederen op zijn conto, waagde hij de sprong naar de opera met Guntram, waarvoor hij ook het libretto schreef.

Het werk werd in Weimar ten doop gehouden, maar zonder veel enthousiasme ontvangen. De daaropvolgende première van het werk in München werd zelfs een enorme mislukking, mede doordat de titelpartij veel te zwaar was en het geheel muzikaal een rommelige indruk maakte. Strauss hield er een aversie tegen zijn geboortestad aan over. Hij voelde zich miskend en nam later ‘wraak’ door de Münchenaren op de hak te nemen in een wagneriaans stuk in de stijl van Die Meistersinger von Nürnberg.

Frank van Aken
© Matthias Creutziger

Guntram is na de première in 1894 nauwelijks op het toneel te zien geweest. Gustav Kuhn dirigeerde in 1998 een opname die op cd is uitgebracht, met Alan Woodrow in de titelrol. In 2014 werd het werk in de Semperoper te Dresden in concertvorm uitgevoerd bij gelegenheid van het 150e geboortejaar van de componist met Frank van Aken in de titeltol..

De handeling draait om de ridder en minnezanger Guntram, hertog Robert en diens vrouw Freihild, met Roberts vader in een bijrol. Freihild probeert tegen de wil van haar tirannieke wrede echtgenoot ‘de armen’ te helpen en wil zich verdrinken als hij haar dit belet. Op het laatste nippertje weet Guntram de wanhopige Freihild te redden. Haar vader honoreert uit dankbaarheid Guntrams verzoek ‘de armen’ te bevrijden. Als er opnieuw een opstand uitbreekt laat Robert zijn kennelijke rivaal in de liefde Guntram arresteren. Daarbij doodt Guntram Robert uit zelfverdediging. Hoewel zijn naam wordt gezuiverd acht hij zichzelf toch schuldig omdat zijn motieven niet geheel zuiver waren. Robert handelde deels uit jaloezie en dat was niet geheel ten onrechte. Guntram ziet af van Freihilds liefde en moedigt haar aan als nieuwe hertogin het charitatieve werk zonder hem voort te zetten.

Gustav Kuhn is de belangrijkste pleitbezorger van deze onbekende Strauss en bracht tijdens de Tiroler Festspiele van 2005 een semi geënsceneerde voorstelling van het werk in het Passionsspielhaus. Door de blazers op een tribune te plaatsen konden de strijkers wat naar achter worden geschoven zodat een ondiepe speelruimte op het voortoneel ontstond.

Een opname is op you tube te zien, de geluidskwaliteit is matig maar in combinatie met die cd opname krijg je toch een goede indruk van de merites van het werk.

Lange melodische lijnen die tegen dissonantie aanschuren en nooit lijken op te lossen kenmerken de begeleiding van de zangers, op en top Strauss zoals we hem zo vaak in zijn latere opera’s zullen horen. De zangpartijen zijn door hun lengte weinig theatraal, meer declamatorisch en dat is direct al een goede verklaring voor het geringe succes van het werk. En na zijn Salome had sowieso niemand meer enige interesse voor wat Strauss daarvoor op operagebied had gecomponeerd.

Op het toneel staan wat eenvoudige zetstukken zoals een tafel met wijntumblers in de twee akte waarachter de hertog met Freihild en Robert heeft plaatsgenomen. In de eerste akte zien we dat deze zich buiten afspeelt doordat er een bordkartonnen model van een motorfiets rechts op het toneel staat, ook een minnezanger heeft vervoer nodig. De zangers zien er goed verzorgd uit alsof ze het consigne hebben gekregen zo goed mogelijk gekleed in hun eigen kleren op het podium te komen, eventueel met een hoedje of ander accessoire dat de rol van het personage zou kunnen verduidelijken.

In de tweede akte tijdens het banket zijn alle protagonisten in avondkleding. De gedode Robert wordt van het toneel gedragen, men laat hem niet zelf lopen. In de laatste akte dragen Guntram en Freihild weer de kleren uit het begin.  Alles is zorgvuldig ingestudeerd, iedereen kent zijn tekst alsof het een volledige geënsceneerde voorstelling betreft. Heel bijzonder, want hierna zullen ze die rollen vermoedelijk nooit meer hebben kunnen zingen.

Guntram wordt vertolkt door tenor Gian Luca Zampieri, geweldig optreden. Bewonderenswaardig hoe hij het vol houdt om zo lang achtereen goed te blijven zingen. Dat geldt in iets minder mate voor de Freihild van Elena Comotti, prachtige zang overigens.

De hertog is in handen van Andrea Martin, Robert wordt vertolkt door Raphael Sigling en als de nar zien we Christian Brüggemann. En Gustav Kuhn heeft uiteraard de muzikale leiding over het geheel, waarvoor hij een groot orkest heeft weten te engageren. Compliment voor zijn gedrevenheid inzake Strauss’ vroege werk.

 Alzira: de meest onderschatte opera van Verdi?

Tekst: Peter Franken

Verdi’s achtste opera ging in première in 1845, een paar maanden na Giovanna d’Arco. Het was zijn vijfde opera in iets meer dan twee jaar en wordt veelal genoemd als kenmerkend voor Verdi’s jaren als ‘galeislaaf’. Allerwegen wordt het genoemd als verplicht werkstuk, gewoon om aan een wurgcontract te voldoen. De componist duidde het zelf als zijn minst geslaagde opera. Objectief beluisteren kan echter tot een milder oordeel leiden, al is het duidelijk een stap terug na bijvoorbeeld I due Foscari dat in alle opzichten op een veel hoger plan staat. Het predicaat ‘minst geslaagd’ zou Alzira mijn inziens in elk geval moeten delen met La battaglia di Legnano. Die andere buitenbeen Il Corsaro vind ik duidelijk beter dan deze twee.

Alzira wordt vrijwel nooit ergens opgevoerd, al helemaal niet in geënsceneerde vorm. Voor de reeks Tutto Verdi moest men dan ook zijn toevlucht nemen tot een concert om de verzameling compleet te krijgen. Het betreft een semi-geënsceneerde uitvoering tijdens het SüdtirolAlto Adige Festival in 2012 onder leiding van Gustav Kuhn.

Eugenia Tadolini, de eerste Alzira
© Josef Kriehuber

De zangers acteren basaal en zijn gekleed in concertkostumering. Decors en rekwisieten ontbreken maar, en dat is het belangrijkste, ook de lessenaars. Dichter bij een volwaardige productie is men niet kunnen geraken.

Het verhaal is een klassiek operadrama over een sopraan die haar geliefde moet verraden om zijn leven te redden. En zoals gebruikelijk is de prijs die ze moet betalen een huwelijk met de bariton, uiteraard de vijand van haar tenor.


Gevangneming van Atahualpa, op 16 november 1532 (John Everett Millais , 1845)

Het verhaal speelt zich af ten tijde van de Conquista van het Incarijk en Alzira is de geliefde van de lokale vorst Zamoro. Die is in handen gevallen van conquistador Gusman maar heeft weten te ontsnappen na ernstig te zijn gemarteld. Hij wordt door vriend en vijand dood gewaand maar verschijnt net op tijd om Gusmans vader van executie door een van zijn medestanders te redden.

Als Zamoro zijn Alzira komt bevrijden uit Gusmans paleisje wil die hem ter dood brengen. Zijn vader probeert hem hiervan te weerhouden, Zamoro had immers ook zijn leven gespaard. Maar Gusman is onverbiddelijk en schendt daarmee een eerder gesloten wapenstilstand tussen beide volken. Als er bericht komt van een naderend Inca leger laat hij Zamoro alsnog gaan om de zaak te sussen.

Dat is uitstel van executie, de Inca’s worden verslagen en als Zamoro ten tweede male het paleis binnendringt steekt hij Gusman direct neer. Genoeg gepraat, die Spanjaarden zijn niet te vertrouwen. Gusman schenkt hem stervend vergeving en wordt daar door de aanwezigen om geprezen, de christelijke moraal heeft gezegevierd. Dat Gusman zich uit jaloezie schandelijk heeft misdragen en zijn rivaal wilde doden om persoonlijke redenen, wordt gemakshalve onder tafel geveegd.

Gusmans vader Alvaro wordt adequaat vertolkt door de bas Francesco Facini. Gusman komt voor rekening van bariton Thomas Gazhelli die er zijn ziel en zaligheid inlegt. Mooi gezongen en overtuigend geacteerd, ook op een kaal toneel een geloofwaardige opera-schurk. Tenor Ferdinand von Bothmer is de beste man van het veld met zijn prachtige vertolking van Zamoro die door roeien en ruiten gaat om zijn geliefde Alzira te redden.

In die rol zien en horen we de Japanse sopraan Junko Saito. Ze is een mooie vrouw en dat bepaalt voor een belangrijk deel het succes van haar optreden. Je wordt door haar verschijning een beetje afgeleid van wat zwakkere momenten in haar zang. Saito heeft een fraaie stem maar heeft die niet altijd volledig onder controle. Zeker in haar grote aria aan het begin zitten er flinke uithalen in die vermoedelijk bedoeld zijn als coloraturen maar het effect hebben van onnodig gewapper. Maar over het geheel genomen komt ze tot een redelijk goede weergave van Alzira’s partij en weet ze haar personage zeer geloofwaardig neer te zetten.

Het Orchestra Haydn di Bolzano e Trento staat onder leiding van Gustav Kuhn.

De complete opname staat op You Tube:

Virginia Zeani (Alzira) en Cornell MacNeil (Gusmano) in de opname uit Rome in 1967: