Thomas_Blondelle

Herodes en Salome in Minsk

Tekst: Peter Franken

De nieuwe productie van Salome die Ersan Mondtag heeft gemaakt voor Opera Vlaanderen moet de indruk wekken van de Belarussische hoofdstad Minsk als locatie in plaats van Tiberias. Die keuze komt voort uit de gedachte dat Herodes Antipas slechts een onbetekenende vazal vorst was in Galilea die mocht ‘regeren’ bij gratie van de Romeinen. Evenzo is Loekasjenko nauwelijks meer dan een marionet van Putin, zo zal Mondtag hebben gedacht.

In zijn eerdere productie voor Vlaanderen, Der Schmied von Gent, maakte hij gebruik van een groot draaitoneel dat in een oogwenk twee verschillende werelden kon tonen. Datzelfde draaitoneel toont nu het paleis van een decadent potentaatje in een post socialistische samenleving. De ene kant laat enorme beelden zien in socialistisch realistische stijl tegen een brutalistisch bouwwerk met een paar anachronistische middeleeuwse kantelen.

De andere kant toont het interieur, in toneelrood met gordijnen en tierlantijnen. Het socialisme heeft plaats moeten maken voor burgerlijke invloeden al zien we op de achtergrond nog wel een beeldengroep uit Stalins glorietijd. Mondtag is verantwoordelijk voor alle belangrijke aspecten: regie, decors en kostuums. Wat hij met die referte aan Minsk heeft beoogd blijft verder ongewis. Het levert een mooi beeld op, dat wel

Interessanter is wat Mondtag met het werk doet als regisseur en dan vooral waar het de interactie tussen Salome en Jochanaan betreft. Klassiek is de gedachte dat Salome zich door alle mannen aan het hof bekeken en begeerd voelt, vooral door haar stiefvader Herodes. Eigenlijk is ze al te oud om als ongetrouwde vrouw van 15 zo maar los rond te lopen gelet op de mores van twee millennia geleden. De huwelijkse status zou haar in elk geval tegen Herodes hebben kunnen beschermen. Maar goed, de page (hier gespeeld door een vrouw) is verliefd op de kapitein van de wacht Narroboth die op zijn beurt verliefd is op Salome. De page waarschuwt dat hij niet zo naar Salome moet kijken, daar komt onheil van. Zal wel maar eigenlijk is ze gewoon jaloers. Als Salome die gevangen prediker wil zien die haar moeder zo leuk beledigt stuit ze op het verbod van Herodes. Maar het is Narroboth die dat moet handhaven en hem kan ze met een natte vinger lijmen. En zo komt er een derde man in het spel.

Mondtag laat een andere Jochanaan zien dan gebruikelijk. Natuurlijk kraamt hij vreselijke teksten uit. Dat hij de wegbereider zou zijn van iemand die de wereld beter zal maken komt nooit echt uit de verf. Hij gedraagt zich als een ordinaire haatprediker. En als hij niet snel genoeg wordt gehoorzaamd spreekt hij een vloek uit. Het is alsof de paus een banvloek uitspreekt over iemand die een verkeersovertreding heeft begaan, zo gemakkelijk vloeit het uit zijn mond.

 Deze Jochanaan staat echter niet sterk in zijn schoenen waar het vrouwen betreft. Hij laat Salome dichtbij komen, ze kan zelfs wijdbeens op hem gaan zitten. Er speelt duidelijk iets tussen die twee, tot afgrijzen van Narroboth. Machinegeweren horen bij de attributen van de wachters en Salome heeft er eentje afgepakt. Jochanaan pakt dat geweer op zijn beurt van Salome terwijl die hem vast houdt. Als Narroboth tussen beiden komt wordt hij per ongeluk gedood. Ook later zien we Salome intiem samen met Jochanaan in scènes die wringen met het libretto. Hier zal het vooral de herinnering zijn aan wat voordien is gebeurd.

Het paleis wordt bevolkt door de gebruikelijke menagerie waaraan vier ‘performers’ zijn toegevoegd. Deze vrouwen in naaktpakken lopen rond met machinegeweren en zorgen voor het nodige vertier. Ook Herodias loopt vanaf het middendeel van de opera met ‘ontbloot’ bovenlijf. Hedonisme en decadentie worden alzo gesuggereerd. De dans wordt uitgevoerd door Salome en die vier dames. Aanvankelijk worden ook de mannen aan het hof er in betrokken.

Tegen het einde verdwijnen Salome en Herodes achter de coulissen. Als ze naar buiten komt is ze geheel naakt, weliswaar in zo’n pak, maar toch. Het laatste halfuur van de opera loopt Salome zo rond: iedereen wilde me graag zo zien toch? Als Herodes blijft door mekkeren over zijn robijnen en pauwen begint Salome het paleis te mollen. Als dat niet helpt richt ze een machinepistool op hem en krijst dat ze nu eindelijk dat hoofd wil hebben.

Dat wordt op de rand van de kerker voor haar klaargelegd. Na een tijdje spietst ze het op een paaltje. Later vrijt ze met het hoofd. En net als je denkt dat alles afloopt zoals gebruikelijk vindt er een paleisrevolutie plaats die op gang wordt gebracht door de vier blote dames. Wanneer Herodes uitroept dat Salome gedood moet worden schiet men hem zelf neer. Salome staat triomfantelijk met een geweer omhoog als het grote verwinningsbeeld van Moeder Rusland in Stalingrad: ze heeft alle mannen verslagen.

Al met al een redelijk librettogetrouwe weergave, in elk geval een vrijage met een hoofd en een uitgelichte incestueuze belangstelling van Herodes voor zijn stiefdochter. Voor Jochanaan is het wat ontluisterend, hij heeft zichzelf kennelijk opgelegd om niet aan vrouwen te denken omdat dit een eerste vereiste is voor een woestijnheilige. En zijn testosteron zit hem in de weg. Salome breekt gemakkelijk door dit kunstmatige pantser heen. En dat is goed beschouwd de enige specifieke inbreng van de regie.

Astrid Kessler vertolkte de titelrol met volledige inzet van alles dat ze te bieden had. Stimmlich komt ze te kort, in de hoogte klinkt het vaak schril en in de laagte valt de stem weg. Ze compenseert dit echter met haar acteren, dat doet ze werkelijk geweldig. Misschien komt deze rol net iets te vroeg, Crysothemis, Arabella, Eva, Sieglinde zijn rollen die haar ongetwijfeld beter passen.

Thomas Blondelle was een redelijke Herodes, acterend nogal sullig wat onvoldoende werd gecompenseerd door zijn zang. Eigenlijk is er ook moeilijk iets moois van die rol te maken. Strauss’ weinig behulpzame behandeling van tenoren is hier al merkbaar.

Jochanaan was in goede handen bij Kostas Smoriginas, een goed uitziende ‘jonge man’ die volledig overeenkomt met de ruige kerel waar het tienermeisje Salome op valt als een blok. Goed gezongen en prima geacteerd. Verder Angela Denoke als Herodias, Denzil Delaere als Narroboth en Linsey Coppens in de belangrijkste bijrollen.

Het orkest van Opera Vlaanderen beviel mij buitengewoon goed. Strauss’ Salome kwam in volle glorie uit de bak, mede door toedoen van dirigent Alejo Pérez. Maar het waren vooral de individuele musici die het verschil maakten.

Al met al een boeiende voorstelling van een klassieker, zeer aanbevolen. Er volgen in januari nog 5 voorstellingen in Gent.

Foto’s van de productie:© Annemie Augustijns

Meer Salome:

Salome: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

SALOME IN AMSTERDAM: waar bleef de kop?


Castellucci’s Salome op dvd en Bluray uitgebracht

Saaie Salome uit Frankfurt




L’Invisible: fascinerende nieuwe opera van Aribert Reimann

Reimann L'Invisible

Het gebeurt nog maar zelden dat ik het jammer vind dat een opera alleen voor de cd, zonder beeld dus, is opgenomen. Meestal kan ik de ‘regisseurs-ideeën‘ missen als kiespijn: ik heb een groot voorstellingsvermogen en zit niet verlegen om toiletpotten, rolstoelen en meer van de, aan de zieke fantasie ontsproten verzinsels. Maar soms is een visueel aspect zeer wenselijk. Zeker als het om een nieuw gecomponeerd werk gaat en naar de foto’s van de voorstelling te oordelen je met een zeer fatsoenlijke en eerlijke weergave van het libretto te maken had.

In oktober 2017 beleefde L’Invisible, de nieuwste opera van Aribert Reimann een zeer goed ontvangen première aan de Deutsche Oper Berlin. Voor zijn nieuwste creatie heeft Reimann drie stukken van Maurice Maeterlinck: ‘L’Intruse’, ‘Intérieur’ en ‘La Mort de Tintagiles’ als uitgangspunt genomen en ze samengevoegd tot een beknopte opera-mini-trilogie.

Trailer van de productie:  

 Het is een buitengewoon fascinerend werk geworden dat in tegenstelling tot zijn eerdere opera’s de melodie niet schuwt en veel meer verwantschap vertoont met een Pelléas et Melisande dan zijn eigen, ik noem maar wat, King Lear of Medea.  Alsof hij de atonaliteit niet zo zeer heeft afgeschaft maar gepolijst en van een poëtische glans voorzag.

Het is de dood die als het ‘onzichtbare’ in alle drie de hoofdstukken de hoofdrol opeist. Reimann heeft het stuk opgedragen aan zijn broer, die op 12-jarige leeftijd stierf toen het ziekenhuis waar hij in 1943 verbleef, werd gebombardeerd. De zeer sterke partituur is thrillerachtig, meedogenloos en  meeslepend wat niet in tegenspraak is met de zeer poëtische taal van de muziek. Adembenemend.

De cast is meer dan uitstekend, met Rachel Harnisch voorop in haar veeleisende rollen van Ursula/Marie /Ygraine.

Als Der Onkel/Der Fremde weet Thomas Blondelle mij aan mijn stoel te nagelen en Stephen Bronk is een voortreffelijke Grossvater/Der Alte/Aglovale.

Donald Runnicles houdt de spanning goed vast. Een aanwinst.


 

ARIBERT REINMANN
L’Invisible
Rachel Harnisch, Annika Schlicht, Ronnita Miller, Seth Carico, Stephen Bronk, Thomas Blondelle, Salvador Macedo e.a.
Das Orchester der Deutschen Oper Berlin olv Donald Runnicles en Ido Arad
Oehms OC 973