Zouden wij nog steeds zo ontzettend veel van Callas houden als zij een “gewoon” gelukkig mens was geweest, zoals de meeste van haar collega’s? Als zij gelukkig getrouwd was geweest en kinderen had gekregen, waar zij zo naar verlangde? Als zij niet aan boulimia leed en met haar gewicht en haar lichaam voortdurend aan het vechten was? Als zij niet verliefd werd op Aristoteles Onassis, de superrijke Griekse reder die haar liet zitten om met een nog beroemdere dame te gaan trouwen? En als zij haar stem niet voortijdig kwijt was geraakt? Speculaties, uiteraard, maar aangezien zelfs in de meest integere operaliefhebber iets van een Privé-lezer schuilt, blijft het gonzen. Mensen houden nu eenmaal van gossip.

Roem, succes, in de schijnwerpers staan, zijn de belangrijkste ingrediënten in het leven van mensen die vinden dat hun leven saai en alledaags is en zich in de verhalen van de ‘rich and beautiful’ verliezen. Daarbij opgemerkt dat zij het meest van de donkere kanten van de verhalen smullen, want er bestaat geen groter geluk dan leedvermaak.
Maria Callas was een diva met een ware cultstatus. Die dankte ze niet alleen aan haar zangkunst, maar ook aan haar onmiskenbare acteertalent, haar aantrekkelijke uiterlijk en haar, helaas, meer dan tragische persoonlijke leven.
Hoe groot, hoe beroemd, geliefd en aanbeden, Maria Callas heeft de opera niet uitgevonden, noch was zij de grootste actrice onder de zangers. Niet alle zangers waren even begenadigde acteurs, maar het beeld van een dikke mevrouw die bewegingsloos op de bühne stond en alleen met haar handen wapperde klopt van geen meter
Denk alleen maar aan Conchita Supervia, Geraldine Farrar, Marjorie Lawrence of Grace Moore, maar er waren er meer.

Conchita Supervia als Carmen
Geraldine Farrar als Carmen in een film uit 1915:
>
Waar zij waarlijk de echte pionier in was, en dat ook nog eens min of meer per ongeluk (raadpleeg de dvd The Callas Conversations vol. II ) was het (dramatische) belcanto, het genre dat in die tijd een beetje een ondergeschoven kindje van de rekening was. Zij was het, die ons de vergeten opera’s van Bellini, Donizetti en Spontini terug heeft gegeven, maar was zij werkelijk de eerste?
Er zijn veel meer sopranen uit de tijd van Callas die op het allerhoogste niveau zongen en het verdienen besproken te worden. De sopranen waar ik het over ga hebben, waren allen min of meer Callas’ leeftijdsgenoten en zongen allen vrijwel hetzelfde repertoire (spinto-sopranen die voornamelijk veristische rollen zongen, zoals Magda Olivero, Carla Gavazzi of Clara Petrella, laat ik buiten beschouwing).
Deze diva’s misten het geluk om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Of: om iemand tegen te komen die belangrijk genoeg was om niet alleen je carrière een boost te geven, maar ook om je een platencontract te bezorgen.

Maria Callas als La Gioconda in 1952
Cynisch?
Het is altijd zo geweest en tegenwoordig is het ook niet anders, al hebben wij nu met een ander aspect te maken: het schoonheidsideaal. Voldoe je er niet aan dan kan je je carrière al bij voorbaat vaarwel zeggen – dikke mensen mogen bij veel theaters niet eens meer auditeren en een beginnende Callas zou nu absoluut geen schijn van kans hebben.
ANITA CERQUETTI

Haar carrière duurde, net als die van Callas, niet lang. Ze werd in 1931 geboren en maakte al in 1951 (!) haar operadebuut, als Aida in Spoleto. Ze werd – typisch genoeg – het beroemdste door een invalbeurt voor de zieke Callas in 1958. Terwijl ze ook nog in een productie van Norma stond in Napels, zong ze enkele voorstellingen van diezelfde opera van Bellini bij het operahuis van Rome, in plaats van La Divina.
Anita Cerquetti zingt ”O re dei cieli” uit Agnese di Hohenstauffen van Spontini:
Op het label Bongiovanni (GB 1206-2, helaas niet op You Tube)) kunt u haar horen in het bekende ‘Casta diva’ uit Norma. Voor mij is dit één van de mooiste uitvoeringen van deze aria ooit. Kippenvel.
Cerquetti zingt Norma. Opname uit 1956:
LEYLA GENCER

De in 1928 in een kleine plaats naast Istanbul geboren Gencer heeft net als Callas een cultstatus, ook nu nog, maar dan op kleinere schaal. Ze had een Turkse vader en een Poolse moeder, waardoor ze ook die taal machtig was. Er bestaat zelfs een piratenopname van haar met liederen van Chopin in het Pools.
Gencers echte specialiteit was belcanto. Haar eerste Anna Bolena zong ze slechts een jaar later dan Callas.
En in tegenstelling tot Callas zette zij ook de andere koninginnenopera’s van Donizetti op haar repertoire: Roberto Devereux en Maria Stuarda

Gencer als alle drie de Tudor-konginnen
Naast al haar Bellini’s, Donizetti’s en Verdi’s, en tussen Saffo van Paccini en Francesca da Rimini van Zandonai door, zong ze ook het een en ander van Mozart. Haar Contessa (Le nozze di Figaro) in Glyndebourne werd gelukkig gearchiveerd en een tijd geleden op een cd uitgebracht. Voor de rest moet u genoegen nemen met de piraten.
Haar ronde en heldere stem – met de beroemde pianissimi, waar alleen Montserrat Caballé zich aan kon meten – is zo mooi dat het pijn doet. Mocht u nog nooit iets van haar gehoord hebben, luister dan hieronder naar ‘La vergine degli angeli’ uit La forza del Destino, opgenomen in 1957. Wedden dat u naar adem gaat snakken?
VIRGINIA ZEANI
Is het u opgevallen hoeveel geweldige zangeressen uit Roemenië komen? Virginia Zeani is één van hen, in 1925 geboren in Solovăstru.
Zeani maakte op haar 23e haar debuut als Violetta in Bologna (ingesprongen voor Margherita Carossio). Die rol zou haar handelsmerk worden. Er bestaat een kostelijke anekdote over haar debuut in Covent Garden: het was in 1960 en zij was een last minute vervangster voor de ziek geworden Joan Sutherland. Zij arriveerde ’s middags laat en er was maar amper tijd voor het passen van het kostuum. Voor ze de bühne opging, heeft zij heel snel gevraagd: ‘wie van de heren is mijn Alfredo?

De sopraan zong maar liefst 69 rollen, waaronder veel wereldpremières. Zo creëerde ze in 1957 de rol van Blanche in Dialogues des carmélites van Poulenc. Haar repertoire reikte van Händel (Cleopatra in Giulio Cesare), via Bellini, Donizetti, Massenet en Gounod tot Wagner (Elsa en Senta). Met uiteraard de nodige Verdi’s en Puccini’s en als één van haar grootste glansrollen Magda in The Consul van Menotti.
Zelf ben ik helemaal bezeten van haar Tosca, maar ook haar Violetta mag echt niemand missen. Haar coloraturen in de eerste akte zijn meer dan perfect. En dan haar ‘morbidezza’… Doe het haar eens na!
Hieronder haar ‘Vissi d’arte’ (Tosca), opgenomen in 1975, toen ze de vijftig al gepasseerd was.
CATERINA MANCINI
Nooit van gehoord? Dan wordt het tijd dat u de schade gaat inhalen, want ik beloof u een stem uit duizenden, met een prachtige hoogte, zuivere coloraturen (allemaal ‘al punto’) en een dramatiek waar zelfs La Divina jaloers op kon worden.
Mancini zingt “Santo di patria… Da te questo m’è concesso” uit Attila van Verdi:
Ook Mancini’s carrière duurde maar kort. Er werd over gezondheidsproblemen gesproken, maar wat er werkelijk gebeurde? Feit is dat de in 1924 geboren sopraan er al in 1960 mee ophield. Al vinden we haar naam nog wel terug in 1963, als contra-alt (!) bij het concert ter nagedachtenis aan Kennedy.
Haar debuut maakte Mancini in 1948, als Giselda in I Lombardi. In de Scala zong ze al in 1951 Lucrezia Borgia. Donizetti, Rossini en Bellini ontbreken dan ook niet op haar repertoire.
Het Italiaanse label Cetra heeft het één en ander van haar vastgelegd; moeilijk verkrijgbaar, maar zo ontzettend de moeite van het zoeken waard!
Op haar mooist vind ik haar als Lida in La Battaglia di Legnano van Verdi. Hieronder een fragment daaruit:
MARCELLA POBBE



