Klaus_Mäkelä

Niet helemaal: de meest overweldigende uitvoering van Brittens vioolconcert?

Tekst: Neil van der Linden

Ik ging naar dit concert allereerst vanwege het vioolconcert van Britten, en omdat ik benieuwd was naar de samenwerking specifiek in dit werk tussen Klaus Mäkelä en Janine Jansen, bij Concertgebouworkest. Het zou ook de eerste keer in al deze lange tijd worden dat ik Mäkelä bij het orkest zou mee maken.

Ik houd al van het concert sinds ik het hoorde in de uitvoering door Ida Haendel, een opname uit 1978. Het zit ten onrechte niet in de top tien van populairste concerten, of laten we zeggen dat het minstens in de top vijftien zou moeten staan. Te midden de concerten van Shostakovich en die van Prokofiev, waarmee Brittens concert idiomatisch sterke verwantschappen heeft (dat van Britten kwam tien jaar eerder dan Shostakovich’s eerste). Britten stond in contact met Shostakovich, en vooral diens eerste concert heeft wel wat overeenkomsten met dat van Britten, vooral in een zekere zwaarmoedigheid, en een aantal fraaie fortissimo orkestklappen. Maar in het rapsodische en zangerige van Brittens concert hoor je ook parallellen met Prokofiev. Allemaal vioolconcerten die ook in mijn favoriete top tien staan.

Ida Haendel in de vioolconcerten van Britten en Haendel uit 1978:

Dan zou je een wonder mogen verwachten. Wel, de verhoopte magie bleef lange tijd uit. Ja, er werd prachtig gemusiceerd en gesoleerd. Maar er ontbrak iets. De toppen en dalen waren allemaal wat vlak getrokken. Misschien loert het gevaar van oversentimentaliteit om de hoek, maar het concert dateert uit de niet erg aangename jaren 1938/39, geschreven door een componist die nog maar ongeveer 25 jaar was. Een zekere dosis Sturm und Drang mag er dus ook wel in zitten.

Intussen is het concert voor een 25-jarige bij vlagen ook wel ingetogen en lyrisch. Het is bij zo’n vlaag zo’n vijf minuten na het begin van het derde deel dat de elementen werkelijk bij elkaar kwamen, bij de overgang naar het rapsodische passage in het derde deel, Passacaglia; Andante Lento leek Jansen via haar solo het voortouw te nemen en kreeg het geheel echt inhoud. Dat het allemaal toch wat intenser zou worden had Janine Jansen overigens daarvoor al aangegeven in de schrijnende vioolgrepen uit de cadens van het tweede deel.

Dit was het donderdagavond concert, in een reeks van drie. Voorafgaand aan een tournee naar Spanje. Misschien had ik net een ‘tussenavond’ te pakken? En nogmaals, alle klank was prachtig. En wel goed dat men met dit vioolconcert op tournee gaat.

Voorafgaand aan Britten hadden de koperblazers en een bespeler van de grote trom de begrafenismars uit Purcells Funeral Music for Queen Mary gespeeld. Britten zelf gebruikte muziek van Purcell in zijn Young Person’s Guide to the Orchestra. Via de roffel op de trom ging Purcell naadloos over in de paukenpassage waarmee Brittens concert opent.

Na pauze volgde een bewerking van een stuk van nog een Britse componist, nog melancholischer, John Dowlands Lachrimae antiquae. Oorspronkelijk geschreven voor vijf viols, maar nu uitgevoerd door strijkkwintet op moderne instrumenten. Als nogmaals een ouverture voor muziek uit de Duitse cultuur, Schumann Tweede Symfonie. Ik vind dit al heel lang niet meer het interessantste repertoire om door een traditioneel symfonieorkest te laten spelen, al had men zijn best gedaan een beetje te experimenteren met negentiende-eeuwse orkestpraktijken door de de contrabassen achter de overige strijkers te plaatsen.

Purcell Mars (uit Music for the Funeral of Queen Mary II in c, Z 860)
Britten Vioolconcert in d, op. 15
Dowland Lachrimae antiquae
Schumann Symfonie nr. 2 in C, op. 61

Janine Jansen viool
Concertgebouworkest olv Klaus Mäkelä 

Gezien 23 januari, Concertgebouw, Amsterdam

Foto’s: © Tedje Schreurs

Janine Jansen met Brittens vioolconcert in 2009:

Janine Jansen en Klaus Mäkelä met de concerten van Sibelius en Beethoven:

Rebels with a cause: the friendship of Britten and Shostakovich:

https://www.theguardian.com/music/2019/sep/11/britten-shostokovich-festival-orchestra-jan-latham-koenig

Lieneke Effern:  Mijn mooiste vijf voorstellingen van 2024

2024 was een jaar vol schitterende momenten, maar er zijn vijf voorstellingen die extra indruk hebben gemaakt.

1. Fanny and Alexander – De Munt, Brussel


In december bezocht ik de opera Fanny and Alexander in de prachtige Muntschouwburg in Brussel. Deze productie bracht alle kunstvormen samen: zang, toneelspel, muziek en een adembenemend toneelbeeld. Ik was heel blij dat Thomas Hampson de rol van de bisschop vertolkte in een over de hele linie geweldige cast. Dit was opera in zijn meest meeslepende vorm, een ware triomf van het muziektheater.

2. Verklärte Nacht – Schönberg – Concertgebouw


Arnold Schönbergs Verklärte Nacht is een meesterwerk op zich, maar het Concertgebouworkest bracht het naar een nieuwe hoogte onder de bezielende leiding van Klaus Mäkelä. In de zaal hing een betoverende sfeer: elke noot leek geladen met emotie, en het orkest transporteerde het publiek naar een andere wereld. Toen de laatste klanken vervaagden, bleef de zaal in een diepe stilte gehuld. Een onvergetelijke avond

https://www.concertgebouw.nl/concerten/5216512-klaus-makela-dirigeert-mahler-bij-het-concertgebouworkest

3. Rusalka – Staatsoper Berlin


In de Staatsoper Berlin beleefde ik een prachtige uitvoering van Dvořáks Rusalka. Christiane Karg blonk uit in de titelrol. Haar zang was niet alleen technisch perfect, maar vooral doorleefd en ontroerend. Elk gebaar, elke noot vertelde het tragische verhaal van de waternimf die verlangt naar de liefde van een mens. Haar fenomenale acteerprestatie maakte de ervaring extra intens. De rest van de bezetting was ook van zeer hoog niveau.

4. Billy Budd – Wiener Staatsoper


Benjamin Brittens Billy Budd zag ik in de Wiener Staatsoper. Gregory Kunde schitterde als Captain Vere, een rol die hij onvergetelijk maakte met zijn subtiele tekstbeleving en vocale kracht. De opera is een verhaal over loyaliteit en morele dilemma’s, en deze productie wist die thema’s uitstekend over te brengen. Een opera die nog lang nadreunt.

5. Alma Quartet met Santa Vizine en Klaus Mäkelä – Kamermuziekprogramma


Het Alma Quartet, samen met altvioliste Santa Vizine en cellist Klaus Mäkelä, bracht een indrukwekkend kamermuziekprogramma ten gehore. Op het programma stonden Korngolds Sextet in D en Schuberts Strijkkwintet in C, D956. De musici wisten de essentie van deze werken perfect te vangen, wat zorgde voor een avond vol muzikaal vakmanschap en intensiteit.

Foto’s “Behind the scenes” © Lieneke Effern



Enfin: de Fin dus

Tekst en foto’s: Neil van der Linden

De 26-jarige Finse dirigent Klaus Mäkelä, zoals eigenlijk al verwacht. Eerste trombonist Jörgen van Rijen lichtte de procedure toe. De bekendmaking gebeurde een filmpje, ingeleid met de tonen van Dvoraks Nieuwe Wereld, waarin we Klaus Mäkelä wild gebarend en wild zwaaiend met blonde lokken aan het werk zagen.

Klaus Mäkelä dirigeert Dvorak op 15 januari 2022 in het Concertgebouw in Amsterdam:

Daarna trad hij binnen, met applaus en gejuich ontvangen door de aanwezigen. Nu met glad achterovergekamd Kondrashin-haar.

Contract voor tien jaar. Vanaf augustus deel van het artistiek team als artistic partner. Maar pas vanaf 2027 vast op zijn plek. Vijf weken komende augustus. De eerste vijf jaar vijf programma’s per jaar. Vanaf 27 12 weken per jaar, of meer.

Hij blijft voorlopig bij Oslo Philharmoniscn en Orchestre Philharmonique de Paris. Veel KLM en Air France vluchten maar hopelijk ook TGV.

Wat hij van plan is: in elk geval Beethoven en Dvorak (hè bah), maar hij kon niet wachten om met dit orkest te beginnen aan waarin het zo’n lange traditie heeft, (Richard) Strauss en Mahler, een mededeling die door het aanwezige publiek van bestuurders, orkestleden en pers met een tweede applaus- en juich-ronde werd ontvangen. Sibelius kwam niet ter sprake maar die komt er ook vast aan. En hopelijk meer Finnen, Esten, Zweden, en Russen.

Uit het persbericht van het orkest: ‘Als artistiek partner zal Klaus Mäkelä nauw samenwerken met het Concertgebouworkest, te beginnen in augustus met concerten in Het Concertgebouw, de Philharmonie in Keulen en de Philharmonie in Berlijn (openingsconcert van het Musikfest Berlin). Gedurende het seizoen 2022/2023 leidt de Finse dirigent bij het Concertgebouworkest vijf verschillende programma’s, waarna de samenwerking zich op natuurlijke wijze zal ontwikkelen en de dirigent en de musici de gelegenheid krijgen de komende jaren zowel in Amsterdam als daarbuiten meer tijd samen door te brengen.

Klaus Mäkelä debuteerde in september 2020 bij het Concertgebouworkest, en vanaf het eerste moment was duidelijk dat er sprake was van een perfecte combinatie. Na dit bijzonder overtuigende debuut nodigde het orkest hem nog datzelfde seizoen twee keer uit. In het seizoen daarop leidde hij het orkest onder andere op tournee in Hamburg en Reykjavík. Iedere keer werd de collectieve wens van de orkestmusici om Klaus Mäkelä te vragen als hun nieuwe chef-dirigent opnieuw bevestigd.’

Mäkelä heeft onlangs een vast contract bij Decca getekend. Ik ben benieuwd of het Concertgebouworkest daarmee ook terugkeert in de moederschoot van Philips/Decca (Philips Classics is tegenwoordig geheel opgegaan in Decca, maar in de tijd van Chailly speelde het KCO ook al vooral voor Decca). Ik had dat eigenlijk even moeten vragen bij de vragenronde. Nou ja. Sibelius heeft hij al in Oslo opgenomen maar misschien kunnen we net als bij zijn Finse voorganger Osmo Vänskä verschillende Sibelius-cycli tegemoetzien, die telkens van verder gerijpte inzichten getuigen.

Het kan interessant zijn om zich af te vragen waarom er zoveel goede Finse dirigenten zijn. Het Rotterdams Philharmonisch heeft er ook een in de aanbieding, de nog jongere, 21-jarige Tarmo Peltokoski die onlangs met veel succes Gergiev verving.

Natuurlijk, Finland heeft ook een bijzondere muziekcultuur. Wat klassieke muziek betreft eigenlijk pas sinds Sibelius, die overigens eigenlijk Zweeds was opgevoed.

De Finse vorm van nationalisme speelt mee, gematigd, maar wel zelfbewust. Het land is ooit onder de voet gelopen door Zweden en door Rusland. Ten opzichte van Rusland ligt het geografisch altijd kwetsbaar. (Een deel van Finland, Karelia, is nog steeds in Russiche handen; gek dat je de nationalistische Russen altijd hoort over delen van andere landen die wél bij Rusland zouden horen en nooit over die delen van Rusland die eigenlijk van oorsprong bij andere landen horen.)

Maar het rijke muziekleven is ook een gevolg van de cultuurpolitiek die mogelijk werd toen Finland een tijd lang topland was in de IT. Nokia mag dan inmiddels als telefoonmerk grotendeels ter ziele zijn gegaan, het bedrijf en het land staken de winsten uit de vette jaren in nationale voorzieningen. (Bij welk ander groot bedrijf hoor je dat het bij het ter ziele gaan een fonds voor herscholing van de werknemers heeft achtergelaten in plaats van dat de CEO en de aandeelhouders het nog snel even hebben leeggeroofd?)

En voor de rest van de wereld hebben Finse musici en heeft Finse cultuur iets mystieks, uit dat land met al die meren en bossen, iets dat vervolgens een selffulfilling prophecy wordt, een stereotype waarnaar men gaat leven.

Van de Finse cultuurpolitiek kan de rest van de wereld nog wat leren. (Van de hele Finse politiek trouwens, in alle landenlijstjes van ‘goede dingen’ vrijwel altijd in de top-3, inclusief vrouwelijke politici aan de top, landen waar mensen het minst ongaarne belasting betalen omdat ze weten wat ermee gebeurt, en het land met de meest metalbands per hoofd van de bevolking.)


Voor de duidelijkheid: de persconferentie had plaats in het Concertgebouw. Waar anders, zou je kunnen zeggen. Maar er zijn ook jaren geweest waarin orkest en gebouw uitdrukkelijk zichtbaar afstand van elkaar namen.

Klaus Mäkelä dirigeert Fountain of Youth van Julia Wolfe in het Concertgebouw:


Neil van der Linden
Persconferentie Koninklijk Concertgebouw Orkest, 10 juni in het Concertgebouw.