Cassandra

De ‘Ausgrabungen’ van Kirsten Harms: Cassandra in 2007

Tekst: Peter Franken

                                                                     Vittorio Gnecchi

Deze minder bekende opera is geschreven door Italiaanse componist Vittorio Gnecchi (1876 – 1954). Hij kwam uit een rijke familie en was daardoor financieel niet afhankelijk van zijn composities. Op 25 jarige leeftijd componeerde hij dit werk op een libretto van de befaamde Luigi Illica. De opera werd uitgegeven door Ricordi waarna op 5 december 1905 in het Teatro Communale di Bologna de première plaatsvond onder Arturo Toscanini. Gelet op al die klinkende namen en de daardoor gegenereerde aandacht zou het niet vreemd zijn geweest als Cassandra op zijn minst een plekje op het tweede plan binnen het repertoire had verworven. Het mocht echter niet zo zijn.

Bij gelegenheid van de première in Italië in 1906 van Strauss’ opera Salome gaf Gnecchi, waarschijnlijk uit bewondering voor zijn oudere succesvolle collega, hem een piano uittreksel van Cassandra. Toen een paar jaar later zowel Cassandra als Elektra op het programma stonden in Dresden constateerde men in het programmaboek ‘opmerkelijke overeenkomsten’ tussen beide werken. Het begint al met de zeer karakteristieke opening van Elektra (drie tonen waardoor verderop de tekst Aga-mem-non wordt gedragen) die vrijwel gelijk is aan de eerste maten van Cassandra. De status van Strauss, die van gevestigd, beroemd, bejubeld componist, gaf vervolgens een vreemde wending aan het geheel. De onbekende Gnecchi werd van plagiaat beschuldigd, waarbij gemakshalve werd vergeten dat diens opera al vier jaar eerder tot uitvoering was gebracht. Het is nooit meer goed gekomen met het werk en goed beschouwd ook niet met de componist.

Het is goed mogelijk dat het publiek eventuele overeenkomsten op muzikaal gebied heeft uitvergroot doordat de onderwerpen van beide opera’s direct in elkaars verlengde liggen. Cassandra is gebaseerd op het eerste deel van de Oresteia van Aeschylus getiteld Agamemnon. In Elektra wordt de stof behandeld uit het tweede deel, de Offerplengsters. Het derde deel behandelt de verdere ‘trials and tribulations’ van Orestes op een wijze die overigens afwijkt van hetgeen Euripides beschrijft in zijn stukken Orest en Iphigineia in Tauris. De opera Orest van Manfred Trojahn (nomen est omen) over dit deel van de nasleep van de Trojaanse oorlog die bij DNO zijn wereldpremière beleefde, is overigens gebaseerd op het stuk van Euripides.

Na het vertrek van de Grieken richting Troje blijft de jonge koningin Klytämnestra alleen achter met haar nog kleine kinderen Elektra en Orestes. Ze begint een verhouding met Aegisthus, een neef van haar echtgenoot, deels uit wraak voor het feit dat Agamemnon hun dochter Iphigenia heeft geofferd en deels ongetwijfeld ook uit onvervuld sexueel verlangen. Dat laatste wordt althans gesuggereerd door het liefdesduet dat beiden ten gehore brengen aan het begin van de opera. In geen enkel opzicht worden de twee protagonisten hier neergezet als een hedonistisch koppel zoals in Elektra. Het valt de toeschouwer niet zwaar om enige sympathie voor hen op te vatten.

Als Agamemnon na tien jaar eindelijk thuiskomt heeft hij de Trojaanse prinses Cassandra in zijn gevolg. Zij is zijn bijslaap en volgens sommige bronnen heeft hij inmiddels ook al een tweeling bij haar, de jongens Teledamus en Pelops. Het is een lange reis van Troje naar Mycene! Cassandra waarschuwt Agamemnon dat hij vermoord zal worden en hij gelooft haar. Daarmee is de ban verbroken die veroorzaakte dat haar voorspellingen nooit voor waar zouden worden gehouden. De keerzijde is dat zij, als gevolg van Apollo’s vervloeking, nu zelf ook zal sterven. En zo gebeurt het: Agamemnon wordt door Klytämnestra vermoord terwijl Aegisthus Cassandra voor zijn rekening neemt. Stervend roept Cassandra: ‘Orestes, Orestes’ daarmee vooruitwijzend naar het vervolg waarin Klytämnestra de verandering zal ondergaan in een oudere vrouw die ‘keine gute Nächte’ heeft.

Een gecoupeerde versie van Cassandra werd enige tijd geleden toen Kirsten Harms nog Intendantin was bij de Deutsche Oper Berlin aldaar gespeeld als proloog van Elektra. Beide opera’s gebruikten hetzelfde decor, een door een halfronde hoge muur begrensde ruimte, met goud bekleed (immers Mycene) met de mogelijkheid zowel op de muur als beneden te verblijven.


© Deutsche Oper Berlin

De kostumering was modern met als meest opvallend detail Susan Anthony als een jeugdige Klytämnestra in een zwart cocktailjurkje op naaldhakken, die voortdurend een grote bijl losjes achter haar rug meedraagt alsof het een kledingsaccessoire is.


© Deutsche Oper Berlin

Gustavo Porta vertolkte Agamemnon en Malgorzata Walewska tekende voor de titelrol. Gelet op het feit dat Cassandra pas laat in de opera opkomt en Klytämnestra van begin tot eind een centrale rol in de handeling vervult, had laatstgenoemde eigenlijk beter de titelheldin kunnen zijn.

De muziek doet denken aan zowel Strauss als Puccini en werd onder leiding van Leopold Hager overtuigend ten gehore gebracht. Het geheel was een groot succes en in mijn beleving een prachtige aanvulling op Elektra.

https://www.onlinefilm.org/en_EN/film/43389

Van de opera is geen dvd beschikbaar, wel is er een cd met onder andere Alberto Cupido. Hoewel natuurlijk geen Strauss verdient Cassandra toch tenminste een plekje als voetnoot in de historie.