Auryn Quartet

Open je oren voor strijkkwartetten van Walter Braunfels

De vraag waarom Braunfels zo verschrikkelijk is vergeten ga ik niet eens stellen. Dat het alles met de nazi’s en de Joden te maken had, dat weet iedereen immers wel. Hoop ik. Maar de oorlog is al zevenenzeventig jaar voorbij en Braunfels is al bijna zeventig jaar dood. En nog steeds is zijn naam niet daar, waar het hoort te zijn: op de belangrijkste concertpodia en operabühnes.

In de jaren negentig kon je nog van een kleine revival spreken: EMI bracht zijn mysteriespel Verkündigung uit en Decca nam zijn bekendste opera Die Vögel op. Die Vögel dook dan weer eens in Los Angeles op, waar James Conlon al jaren bezig is om de ‘Verboden componisten’ ruim podium te geven. In de letterlijk zin van het woord.

Désirée Rancatore zingt de Nachtegaal in Los Angeles Opera:

Tot 1933 behoorde Braunfels, samen met Richard Strauss, Zemlinsky, Korngold en Schreker tot de meest uitgevoerde hedendaagse  componisten.  In 1933 werd hij ontslagen van zijn post als directeur van de Muziek Academie in Keulen en nadat hij ‘entartet’ werd verklaard leefde Braunfels in totale afzondering in de omgeving  van de Bodensee (in zijn biografie wordt het mooi omschreven als ‘innerlijke emigratie’).

Na de oorlog ging Braunfels – op speciaal verzoek van de toenmalige kanselier Adenauer – naar Keulen terug. De aandacht die hij kreeg bleef bij een paar uitvoeringen van zijn werken. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar de Bodensee.

Het medium kamermuziek was voor hem totaal nieuw. In de brieven uit die tijd toonde hij zich bijzonder gelukkig met het voor hem nieuw ontdekte idioom: ”Er is niets leukers, dan het werken aan een strijkkwartet” schreef  hij.

Voor zijn eerste kwartet, gecomponeerd in 1944 gebruikte hij Verkündigung als zijn voornaamste inspiratiebron en in alle vier de delen citeert hij er rijkelijk uit.

Het  tweede strijkkwartet is iets lichtvoetiger. De eerste twee delen zijn behoorlijk vrolijk en dansant, het vierde met zijn Oosteuropees-Joodse thema’s doet mij sterk aan Sjostakovitsj denken. Niet echt vernieuwend, maar buitengewoon leuk en inspirerend.

Er bestaat nog een derde strijkkwartet, geschreven in 1947. Die kwam ik alleen op YouTube tegen:

Ooit schreef ik dat Braunfels’ muziek twee keer is gestorven. De eerste keer toen zijn composities door de Nazi’s ‘entartet’(gedegenereerd) werden verklaard. En de tweede keer toen de naoorlogse muziekpausen alles wat tonaal was en naar romantiek riekte als ‘bedorven’ bestempelden. Inmiddels zijn we een paar jaar verder, hun esthetiek (of eigenlijk het gebrek er aan) is al lang in de stoffige archieven opgeborgen en Braunfels is niet zo onbekend meer. Dat hoop ik althans want echt uitgevoerd wordt hij nog maar zelden.

Gelukkig bestaan er nog labels zoals Capriccio, CPO en Oehms die ons met de o zo gruwelijk minder bekende of simpelweg vergeten schatten kennis laten maken.


String Quartets no 1 & 2
Auryn Quartet
CPO 999406-2 

Een beetje (meer) over Walter Braunfels

Braunfels Concert Overture

Braunfels’ muziek is twee keer gestorven. De eerste keer toen zijn composities door de Nazi’s ‘entartet’(gedegenereerd) werden verklaard. En de tweede keer toen de naoorlogse muziekpausen alles wat tonaal was en naar romantiek riekte als ‘bedorven’ hebben bestempeld. Hun esthetiek (of eigenlijk het gebrek er aan) is al lang in de stoffige archieven opgeborgen maar de muziek van Braunfels (én Zemlinsky, én Korngold, én Schreker) wordt nog steeds te weinig uitgevoerd.

Superblij ben ik dus met de Braunfels-cyclus van de Duitse label Capriccio: inmiddels zijn we bij deel vier beland. Het is niet zo dat we nu de verloren gewaande meesterwerken gaan ontdekken, maar: moet dat? Ook de middelmaat – mits goed en geloofwaardig uitgevoerd verdient een plaats op de podia.

In de ‘Zwei Hölderlin-Gesänge’ hoor je Braunfels op zijn best. Hij had iets met de menselijke stem, niet voor niets zijn zijn opera’s en liederen zo fascinerend! De liederen worden goed gezongen door Paul-Armin Edelmann, toch betrap ik mij op de gedachte dat er misschien wat meer uit te halen valt. Edelmann beschikt over een mooie, warme bariton met een zeer aangenaam timbre, maar zijn interpretatie mist iets wezenlijks.

Hij wordt ook niet echt geholpen door het orkest, van de dirigent straalt weinig inspiratie af. Daar gaat ook de Schottische Fantasie voor altviool onder gebukt. Barbara Buntrock speelt prima, dat wel, maar ook zij lijkt weinig bezield.

 


Carnival Ouvertüre op.22, Zwei Hölderlin-Gesänge op.27, Schottische Phantasie op.47, Präludium und Fuge op.36
Barbara Butrock (altviool), Paul-Armin Edelmann (bariton)
Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Phalz olv Gregor Bühl
Capriccio C5308

STRIJKKWARTETTEN

Braunfels Auryn

Nadat hij ‘entartet’ werd verklaard leefde Braunfels in totale afzondering in de omgeving  van de Bodensee. Zijn beide strijkkwartetten zijn daar ontstaan.

Het medium kamermuziek was voor hem totaal nieuw. In de brieven uit die tijd toonde hij zich bijzonder gelukkig met het voor hem nieuw ontdekte idioom: ”Er is niets leukers, dan het werken aan een strijkkwartet” schreef  hij.

Voor zijn eerste kwartet gebruikte hij Verkündigung als zijn voornaamste inspiratiebron en in alle vier de delen citeert hij er rijkelijk uit.

Het  tweede strijkkwartet is iets lichtvoetiger. De eerste twee delen zijn behoorlijk vrolijk en dansant, het vierde met zijn Oosteuropees-Joodse thema’s doet mij sterk aan Sjostakovitsj denken. Niet echt vernieuwend, maar buitengewoon leuk en inspirerend.

 


Walter Braunfels
String Quartets no 1 & 2
Auryn Quartet
CPO 999406-2

Meer Braunfels:
WALTER BRAUNFELS. Liederen, deel 1
VERKÜNDIGUNG
TUSSEN TWEE WERELDEN