Prachtige dernière van Il trittico in De Munt

Tekst: Peter Franken

Regisseur Tobias Kratzer is goed geslaagd in de vrijwel onmogelijke opdracht om de drieozeer uiteenlopende eenakters samen te smeden tot een soort van geheel. Daarvoor heeft hij het over een andere boeg gegooid dan de gebruikelijke nadruk die op het thema dood wordt gelegd. Veeleer is er sprake van verlangen, dood gaan kan altijd nog.

Het decor in Il tabarro bestaat uit vier delen: het dek en het woonvertrek van Michele en Giorgetta boven, het ruim en de kade beneden. Het ziet er uit als een verfilmd stripverhaal en die gedachte moeten we even vasthouden. Het dek linksboven ziet de meeste actie, jammer genoeg staat iedereen nogal hoog achter een reling waardoor het contact met de zaal wat wordt bemoeilijkt.

De kostumering is eigentijds, Giorgetta loopt er luchtig bij in een spijkerrokje en wit bloesje. Van een afstandje doet ze een beetje aan Rachel Green denken. Op de kade figureren een paar uitzinnig uitgedoste hoeren. Luigi projecteert zijn verlangen naar Micheles vrouw, zijn bazin, op de wijk Belleville in een grote aria die Giorgetta van haar sokken blaast. Zij kan niet wachten weer bij hem te zijn als Michele eindelijk is gaan slapen. In een film van Claude Chabrol zouden ze die sta in de weg hebben vermoord, hier loopt het anders.

Corinne Winters was een paar jaar geleden te horen als Rachel in La Juive bij Opera Vlaanderen en daarmee wist ze veel indruk te maken, op mij althans. Dat was ook bij deze dernière het geval, de première had ze wegens Covid moeten missen. Gelukkig was de rol dubbel bezet. Winters is haar carrière begonnen als mezzo en heeft zich later toegelegd op sopraanrollen zonder dat dit ten koste is gegaan van het lage bereik. Ze heeft een stem als een huis en weet die ogenschijnlijk moeiteloos in alle registers te laten klinken, zonder meer een geweldige vertolking.

Adam Smith wist haar uitstekend partij te geven als de gefrustreerde Luigi, hoewel iets meer subtiliteit in zijn voordracht welkom was geweest. Peter Kálmán was zeer herkenbaar als de zwijgzame echtgenoot die beseft dat de liefde van zijn jonge vrouw is doodgebloed terwijl hij nog sterk verlangt naar het meisje waarmee hij ooit was getrouwd.

Setontwerper Rainer Sellmaier:

Il tabarro als verfilmd stripverhaal impliceert dat er een oorspronkelijke versie bestaat, een comic book met scherp getekende afbeeldingen, karikaturen bijna, in zwart wit met rode accenten. In Suor Angelica hebben twee nonnetjes het naar binnen gesmokkeld en verlekkeren ze zich aan de erotiek die van de pagina’s afspat, gezellig hunkerend samen op een bed in de cel van een van hen.

Hun verlangens zet Kratzer tegenover die van Angelica die al zeven jaar reikhalzend uitziet naar bericht over haar zoontje. En net als ze te horen heeft gekregen dat het kind dood is en aan een hartverscheurende vertolking van ‘Senza Mama’ bezig is, denken die twee meiden alleen nog maar aan seks.

Kratzer heeft het middendeel van het drieluik vormgegeven als film noir, geprojecteerd op een achterdoek dat de gehele toneelopening beslaat. Spel en zang vinden plaats op een kaal toneel, beiden gaan naadloos in elkaar over. We zien de nonnen in de kapel, op een binnenplaats, in een gang, in hun cel. Als iemand wegloopt van het toneel zien we dat personage direct daarna door een gang lopen. Tijdens de ontmoeting van Angelica met haar tante zitten beiden op het toneel terwijl we de feitelijke ontmoeting als film zien, in het spreekkamertje.

Video designer Manuel Braun aan het woord:

De overheersende indruk die Kratzer weet op te roepen is die van een grenzeloos verlangen naar buiten, naar een normaal leven. Om de toeschouwer tegemoet te komen laat hij het klooster aan het einde maar gewoon afbranden. Als moeder overste het in beslag genomen stripboek in de open haard gooit, gaat het faliekant mis. Serves them right. Ook die mooie meid die zichzelf in haar onderjurk bewondert voor de spiegel kan toch nog hopen op een minder geremd bestaan. Ne bis in idem, je kan maar eenmaal tot een klooster worden veroordeeld toch?

Winters wist veel indruk te maken in de titelrol, ze is echt iemand om te blijven volgen. Komende zomer debuteert ze in Salzburg als Katia Kabanova. Van haar Mélisande en Halka zijn opnamen op dvd verschenen, voor wie nu nieuwsgierig is geworden.

La zia principessa kwam voor rekening van Raehann Bryce-Davis, zowel door stem als voorkomen een overheersend type dat haar diepgevoelde minachting voor de nicht die de familie eer heeft bezoedeld niet wenst te verbergen. Ze vertegenwoordigt eigentijdse adel in deze productie, die van de spreekwoordelijke oligarchen.

Het verlangen is in Gianni Schicchi vooral aanwezig in de zucht naar rijkdom maar voor het koppeltje Rinuccio en Lauretta is dat eerder een middel dan een doel op zich. Hij kan alleen met haar trouwen als hij geld van zijn oom erft dus desnoods moet die dan maar na zijn dood bestolen worden.

Hier komt Il tabarro in Kratzers poging tot koppeling van de eenakters tot uitdrukking in de setting als een sitcom die wordt opgenomen voor publiek dat op afroep applaudisseert en meelevende geluiden maakt. Ze zitten op een tribune achter op het toneel zodat er aan twee kanten publiek meekijkt.

Buoso beluistert het slot van Suor Angelica door een grammofoonplaat af te spelen. Denkt even na en verandert dan zijn testament ten gunste van een klooster. Het is een vreemde gedachte, je zou dat klooster als weldenkend mens er juist eerder uit hebben willen schrappen. Maar ja, de verandering is een feit en Buoso sterft aan een acuut infarct. Wat we zien is een aflevering van de sitcom die Michele en Giorgetta op hadden staan in hun woonvertrek, even tv kijken om de spanning te verdrijven, zoiets.

Schicchi komt op als de buitenstaander zoals de familie Donato hem ziet, nog net geen tokkie. Hij is een sjacheraar die zich gemakkelijk laat beïnvloeden door zijn dochter, die een goede neus heeft voor geld en dat onopvallend duidelijk weet te maken. De Lauretta van Benedetta Torre ziet eruit alsof ze net van de schoolbanken is geplukt, leuk grietje met veel glitters en ‘maniertjes’. Haar vertolking van ‘O mio babbino caro’ was puntgaaf, precies zoals je van die kleine heks kon verwachten. Het spel is op de wagen en als het pandemonium voorbij is, opgeluisterd door keurig applaus op commando vanaf de tribune, barst de zaal los in gejuich.

Ook leuke bijrollen natuurlijk maar de aandacht ging vooral uit naar Kálmán die prima op dreef was als een lomp komische Schicchi en opnieuw Adam Smith die een potente vertolking ten beste gaf van de aria waarin Florence en nieuwkomers als Schicchi worden bezongen.

Het orkest van de Munt onder leiding van Alain Altinoglu maakte er een gedenkwaardige Puccini avond van.

Tobias Kretzer over zijn productie:

De voorstelling kan nog terug bekijken worden:

https://www.arte.tv/en/videos/105602-000-A/giacomo-puccini-il-trittico/

Fotomateriaal © Matthias Baus

One comment

  1. Ook hier in Brussel is dus getracht om er een doorlopend verhaal van te maken, waar Puccini juist drie totaal verschillende korte opera’s componeerde zonder enig verband. Ik zie verlangend uit naar de TRITTICO die ons beloofd is door DNO over een jaar of drie.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s