Diego Ortiz: Vesper in Surround Sound.

Tekst: Neil van der Linden

Ortiz

Diego Ortiz (Toledo 1510-Napels 1570) is zo’n componist die je in allerlei combinaties met anderen tegenkomt in thematische CDs van Jordi Savall, maar die niet altijd opvalt tussen de vele muzikale pracht en praal die de Spaanse laat-Renaissance heeft opgeleverd. Wat ook niet helpt is dat we van ’s mans leven vrijwel niets weten, terwijl Ortiz in zijn tijd wel flink aan de weg timmerde.

Ortiz’ naam duikt op in Napels, toen dat aan Spanje was gelieerd, dus in feite ‘onze’ Karel V en daarna de door ‘ons’ vermaledijde Philips II. Sterker nog, hij werkte voor de onderkoningen van Napels, waaronder Fernando Álvarez de Toledo, ofwel de derde hertog van Alba, ofwel de IJzeren Hertog, degene die later in opdracht van Philips II in de Nederlanden huishield, Alva; mooi is dat.

Ortiz schreef een standaard-handboek voor versieringstechnieken op strijkinstrumenten en een groot aantal geestelijke werken voor vocaal ensemble. De Belgische pianist Geert Callaert, eminent uitvoerder van complexe eigentijdse muziek, liet mij weten dat Ortiz ‘heel interessant contrapunt [schreef], ik heb het wel gegeven als oefening aan mijn studenten compositie om boven een ground een melodie te ontwikkelen vanuit motorische variatie en uitbreiding, heel interessant’. Tijdloze kundigheid.

https://i.ytimg.com/vi/j9DQ6eg3BvQ/maxresdefault.jpg

Er is één portret van Ortiz, wat er ook op wijst dat hij belangrijk moet zijn geweest, en misschien is hij geportretteerd als viola da gamba-speler op een schilderij van Veronese, De Bruiloft te Kana.

Ortiz el pais

© El Païs

Indachtig de praktijk die toen in de mode was om muziek uit te voeren met de musici verdeeld over de ruimte van een kerk, programmeerde het Festival Oude Muziek onder de noemer Vesper in Surround Sound een collage van Ortiz’ polyfone motetten in Muziekcentrum Vredenburg, gebruikmakend van de mogelijkheden van de grote zaal. Muziek die oorspronkelijk geschreven is voor kerkakoestiek komt soms wat ielig over in moderne concertzalen, maar nu droeg de architectuur van Muziekcentrum met zijn ‘surround’-opstelling van het publiek juist wonderwel bij aan de ruimtelijke ervaring. En het ensemble kon de drogere akoestiek van een concertzaal, waarin eventuele foutieve intonaties en inzetten worden blootgelegd die in de galm van een kerk gemakkelijk te camoufleren zijn, riant aan.

In steeds wisselende opstelling stonden vocalisten en instrumentalisten verspreid over het centrale podium, de gaanderijen en de balkons, en het was een komen en gaan van musici die over de trappen van de zaal van de ene naar de andere uitvoeringsplaats liepen. Soms leken ze te zoeken naar het juiste trapje, maar dat was misschien maar schijn, of in elk geval kwam alles altijd weer op zijn pootjes terecht, en het zien van die musici die zich door het halfdonker een weg moesten banen naar de volgende piste droeg bij aan het gevoel voor discrepantie tussen ons aardse gedoe en de hemelse zaken die zich in de muziek willen openbaren.

Ortiz el

Een paar hoge vrouwenstemmen, een uitgebreid mannenzangensemble, en een reeks van koperblazers, viola da gambas, een gigantische contrabas, een schalmei die geregeld een solo-rol nam, en een organist die geregeld heen en weer moest rennen tussen een portatief-orgel op het podium en het vaste orgel van Vredenburg, dat ook werd gebruikt, en dat zich op de eerste verdieping bevindt, het was een drukte van belang.

Ortiz zal in zijn theorieboeken vermoedelijk hebben geschreven welke instrumenten in zijn omgeving gebruikelijk waren, en schilderijen uit die tijd laten incidenteel zien hoe muziek werd uitgevoerd, toch zijn zulke uitvoeringen speculatief. Maar dat maar dat maakt het ook mogelijk je fantasie te gebruiken, en dat deed artist in residence Marco Mencoboni, een enthousiaste en flamboyante ambassadeur voor met name onbekende muziek uit Italië.

Ortiz Marco Mencoboni_Cantar Lontano 28 aug 2 (c) Marieke Wijntjes

Marco Mencoboni © Festival Oude Muziek Utrecht

Geestelijke muziek uit die tijd was bedoeld om vooral de rijken en de machthebbers bij de religieuze les te houden maar ook om te behagen, en Mencoboni weet beide aspecten goed te vertalen voor een hedendaags publiek. Men moet bedenken dat mensen uit vergelijkbare maatschappelijk lagen als waar de meesten van ons vandaan komen in die tijd nooit in de gelegenheid zullen zijn geweest zoiets te horen. Ik meen dat Monteverdi’s Vespers uit 1610 bijvoorbeeld misschien waren gebruikt om een van het Protestantisme afvallende Zweedse prinses te imponeren en daarnaast hebben vermoedelijk alleen nog wat andere bevoorrechten het werk toen gehoord. Dat zal ook wel hebben gegolden voor de muziek die werd gecomponeerd door de hof componist van de onderkoning van Napels, Diego Ortiz.

Over Monteverdi gesproken (vaak als de eerste barokcomponist beschouwd), in Ortiz hoort men de barokmuziek er al aankomen, hoewel hij er zo gemiddeld nog ruim een halve eeuw vandaan zit. Misschien is dit ook wat Mencoboni ons wil laten horen, door de mogelijkheden tot uitbundigheid en muzikale variatie tot het uiterste op te rekken. In elk geval was cantar lontano, het ‘verre zingen’, waarbij zangers in groepen stonden opgesteld in de kerk, dat door Monteverdi in diens Vespers uit 1610 tot het uiterste zou worden benut, in het Italië ten tijde van Cortiz al gewoon. Er zal misschien een verband zijn met de techniek van de cori spezzati die al eerder in Venetië was ontwikkeld door een daar werkzame Nederlander, Adriaan Willaert, toen hij in de San Marco koren verspreid opstelde; ik ben niet musicoloog genoeg om daarover meer met zekerheid te zeggen.

De teksten uit het Latijn – fragmenten uit de Bijbel en lofzangen op de Maagd Maria – werden vertaald in het Nederlands en Engels geprojecteerd op de wanden van de zaal. Af en toe realiseer je je wat een rimram die teksten soms zijn; dat mensen daar eeuwenlang intrapten, denk je dan. Het was misschien niet voor niets dat de Katholieke kerk eeuwenlang verbood die teksten te vertalen. Dat de Engelse en Nederlandse vertalingen uiteenlopen geeft ook aan hoe multi-interpretabel die religieuze teksten zijn. Eén van de fragmenten gaat trouwens over hoe Hij, God, de Israëlieten het land van andere volkeren gaf. Het staat er. In die tijden waren massale volksverhuizingen normaal.

De uitvoering besloot met een vijfstemmig Salve Regina, alleen door een relatief klein mannengezelschap gezongen, op het midden van het hoofdpodium. Je zou misschien net zoals in het gedeelte voor de pauze een uitbundige finale hebben verwacht, met alle zangers en instrumentalisten in alle hoeken en gaten van de zaal. Maar naarmate Salve Regina stuk zich verder ontspon in een sfeer van intimiteit en ingetogenheid, beloofde het steeds meer het passende, devote einde te worden, en dat werd het.

IMG_8439

IMG_8442

© Neil van der Linden

Marco Mencoboni aan het woord:

Uitgevoerd door Cantar Lontano o.l.v. Marco Mencoboni

Bezocht op 28 augustus 2019 in TivoliVredenburg, Utrecht

Advertenties

2 comments

  1. Verrassend concert met werk van een componist waarvan ik alleen zijn Tratado de glosas kende. Dit bewijst nogmaals dat er enorm veel te ontdekken valt behalve de eeuwige Bach, Händel etc, een pluim voor de organisatie van het festival!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s