Stephen Hough en Seong-Jin Cho spelen DEBUSSY

 

Debussy

Claude Debussy

 

Claude Debussy die als impressionist pur sang de muziekgeschiedenis is ingegaan was niet alleen één van de allergrootste maar ook de meest vooruitstrevende en geavanceerde Franse componisten van zijn tijd. Hij overleed honderd jaar geleden, op 25 maart 1918: zie hier de reden voor veel (her)uitgaven van al zijn werken. Volkomen terecht trouwens, want wat mij betreft hebben we nooit genoeg Debussy.

Bij DG en Hyperion zijn onlangs twee nieuwe opnamen met zijn (vrijwel dezelfde) pianowerken verschenen, gespeeld door resp. Seong-Jin Cho en Stephen Hough. Het schreeuwt om een vergelijking, zeker ook omdat de opvattingen van beide meesterpianisten behoorlijk van elkaar verschillen.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Nu is het niet zo dat ik vind dat je Debussy soft moet spelen, maar bij Stephen Hough is de nuchterheid – voor mij – te overheersend en zijn aanslag te hard. De irritatie begint al bij ‘Hommage à Rameau’(Images I): Hough slaat de akkoorden zo hard aan dat ik zowat van mijn stoel val. Iets wat hij ook in deel drie, de ‘Mouvement’ herhaalt. Wat een mokerslag!

 

Trailer van de opname van Stephen Hough:

 

Geef mij maar Seong-Jin Cho! Zonder in een softe pseudo impressionistische gezever te vervallen raast hij als een zachte wervelwind over de toetsen zonder ze schijnbaar aan te raken. Over beweging gesproken! In ‘Cloches à travers les feuilles’ (Images II) bindt Hough in, maar in vergelijking met Cho klinkt hij mat en ongeïnspireerd.

 

In Children’s Corner zijn beide pianisten aan elkaar gewaagd en in ‘Golliwog’s cake –walk’ gaat mijn voorkeur naar Hough die van de stuk een lang verhaal in miniatuurvorm weet te maken. Uitzonderlijk. Jammer genoeg keert hij in L’isle joyeuse naar zijn nuchtere, prozaïsche en harde spel terug. Daarin overtuigt Cho mij alweer beter, onder zijn handen klinkt de stuk zo ontzettend sprankelend!

Mijn geliefde Suite Bergamasque ontbreekt helaas op de recital van Hough, daarvoor in de plaats speelt hij de Estampes. Daar is uiteraard niets mis mee, integendeel, maar voor mij is de overbekende maar o zo mooie ‘Clair de Lune’ een soort ijkpunt als het om de pianowerken van Debussy gaat. Juist vanwege zijn overbekendheid is het stuk voor mij een soort lakmoesproef om de oprechtheid van de pianist te testen. Schmiert hij? Of gaat hij juist de andere kant op en weigert er iets van een gevoel in te stoppen? Hierin had ik graag beide pianisten met elkaar willen vergelijken maar dat gaat dus niet.

Gelukkig stelt Cho mij hier niet teleur en kiest voor genoeg sentiment zonder in valsheid te vervallen. Mooi! En wat de Estampes betreft: Hough speelt ze onwaarschijnlijk mooi. Maar hoe zou Cho ze hebben aangepakt?

Link naar Seong-Jin Cho:

CLAUDE DEBUSSY

Estampes, Images I, Images II, Children’s Corner, La plus que lente, L’isle joyeuse
Stephen Hough
CDA 68139

Images I, Images II, Children’s Corner, Suite Bergamasque, L’isle joyeuse
Seong-Jin Cho
DG 4798308

Advertenties

6 comments

  1. Als je er dan nog de nieuwe CD van Menahem Pressler gewijd aan het repertoire waarmee hij in 1946 het San Francisco Debussy Concours won, dan heb je niet alleen een ongelooflijk mooi Clair de Lune, maar ook verder een monument, met naast veel Debussy ook nog twee Ravel en één Fauré.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s