The_Rake's_Progress

Jerry Hadley als Tom Rakewell in Salzburg

A wounded bird cannot sing

Tekst: Peter Franken

In 1996 ging een nieuwe productie van The Rake’s Progress tijdens de Salzburger Festspiele in de regie van Peter Mussbach. Sterk beeldbepalend waren echter de decors en kostuum van Jörg Immendorff, een (neo)expressionistische schilder en beeldhouwer die in Duitsland sinds de jaren ’60 voor veel ophef had weten te zorgen. Net als Karel Appels Zauberflöte is deze productie er vooral een van een beeldend kunstenaar. Een opname van de voorstelling is uitgebracht door Arthaus.

Alles is exuberant vormgegeven maar oogt als knutselwerk van een amateurvereniging. Zo komt Shadow aanrijden in een kleurrijk vliegtuigje van hout en papier. Ook andere decorstukken zien er uit alsof ze maar een paar uur dienst hoeven doen en in een bepaalde scène gaat er eentje volgens plan aan barrels.

Immendorff had een fascinatie met apen, beeldde zichzelf eens af als aap met een penseel in zijn hand. In Bremen staat zijn beeldengroep Affentheater, uiteraard een brons bestaande uit enkele apen.  Op het toneel zien we dit terug in de figuratie, als aap geklede personen hobbelen om Tom en Nick heen en helpen zo nu en dan een handje bij het verplaatsen van een decorstuk. In de Bedlam scène is het gehele Madmen koor in apenkostuum.

Het koor speelt een belangrijke rol in de handeling. In het bordeel van Mother Goose vertolkt het de Roaring Boys en Whores en de zangers komen terug als het publiek tijdens de veilingscène. Steeds zijn ze einheitlich gekostumeerd, geen spoor van individualisme.

Comic relief is er onder meer als Nick de machine demonstreert waarmee zogenaamd een steen in een brood wordt veranderd. Het brood vliegt eruit en wordt door dirigent Cambreling opgevangen en teruggegooid. En als veilingmeester Sellem met zijn hamer aangeeft dat een item is verkocht, slaat hij het betreffend stuk ermee in puin.

Naarmate de opera vordert komt Tom, gekleed in spijkerbroek en mouwloos shirt, steeds meer onder verf te zitten. Verder oogt hij in vergelijking met de anderen tamelijk normaal, hun uitmonstering grenst aan het groteske. Anne is de enige uitzondering, naturel in een gewone jurk. Het levert een fascinerend beeld op in vergelijking waarmee Appels toneelwerk nogal bezadigd overkomt. En dat zegt wel iets.

Mussbachs personenregie is zonder meer geweldig en dat maakt het geheel tot een topproductie. En dankzij solisten, koor en orkest wordt het uiteindelijk een fenomenale voorstelling.

Stravinsky’s muziek mag dan wel naar eigen zeggen vooral door Mozart zijn geïnspireerd, ik hoor er veel meer in. Meestentijds klink het als een musical uit de ontstaansperiode van het werk maar ook flarden die aan Sjostakovitsj en Poulenc doen denken passeren de revue. Maar de klavecimbel tijdens de recitatieven brengt je dan weer terug naar vroeger.

Jerry Hadley zie ik als een zanger die excelleerde in een bijzonder Zwischenfach: musical-opera tenor. En dat maakt hem tot een perfecte keuze voor de rol van Tom Rakewell. Zingend maar ook uiterst gemakkelijk acterend waan je hem bezig in een of ander theater op Broadway. Op afstand de beste Rake die ik live en via dvd heb beleefd. Het is goed dat eens te benadrukken gelet op het trieste einde van zijn carrière en leven na de bergen kritiek die hij te verwerken kreeg.

Dawn Upshaw heeft als Anne feitelijk de enige echte operarol en deze sympathieke sopraan weet daar goed raad mee. Uitstekende zang en een mooie typecast. Monte Pederson is vooral acterend zeer sterk als Nick Shadow en Jane Henschel doet als Baba the Turk wat er van haar verwacht mag worden.

Het koor is van de Staatsoper Wien en het orkest de Camerata Academica. Sylvain Cambreling heeft de muzikale leiding.

Begin van de opera:

Jerry Hadley zingt Tom Rakewell’s aria “Here I stand” :

Jerry Hadley over The Rake’s Progress in 1994