Shostakovich Strin Quartet no.3

Belcea Quartet en Piotr Anderszewski nemen hun eerste Sjostakovitsj op

 

belceakwartet-ronaldknapp-190215_072-1280x608-

Belcea Quartet © Ronald Knapp

Het was een jaar of achttien geleden, denk ik, dat ik voor het eerst kennis maakte met het toen nog zeer jonge Belcea Quartet. Ze hadden toen hun debuut in de Rising Stars-serie in de Kleine Zaal van het Concertgebouw gemaakt, op het programma stonden strijkkwartetten van Schubert en Thomas Adès. Ik kreeg toen ook de gelegenheid om met (de leden van) het kwartet uitgebreid te spreken.

Om elf uur ’s ochtends belde ik aan bij hotel Verdi in Amsterdam, waar het kwartet logeerde. De bedoeling was om samen met Corina Belcea en Krzysztof Chorzelski een hapje te gaan eten. En te praten, natuurlijk. Helaas, Corina was ziek geworden dus stelden zij voor om dan maar in de ontbijtzaal van het hotel te blijven.

Corina, fragiel en meisjesachtig, hevig hoestend, ziet er zo meelijwekkend uit, dat ik me afvraag hoe ze die avond nog kan spelen. En toch voert ze het gesprek, zoals ze ook het kwartet leidt – zeer kordaat en zelfverzekerd.

Belcea werd in 1975 in Roemenië geboren. Zij won een paar vioolconcoursen, o.a. die van Yehudi Menuhin, wat haar een studiebeurs voor de gelijknamige muziekschool in Londen had opgeleverd.

Waarom koos ze voor het kwartetspelen, en niet voor een solocarrière?
“In het Yehudi Menuhin muziekschool waar ik in 1991 begon te studeren was kamermuziek het belangrijkste punt op de agenda. Iedereen deed het, dus ik ook. En ik vond het fantastisch.”

“Toen ik in 1994 aan mijn opleiding aan het Royal College begon, besloot ik om samen met nog drie vrienden uit mijn schooltijd een strijkkwartet te beginnen. Na anderhalf jaar, exact een week voor een belangrijke competitie, is onze altviolist afgehaakt, had er geen zin meer in. Toen heb ik Krzysztof, die mijn beste vriend was gevraagd of hij die uitdaging aandurfde. Hij was toen een violist en had nog nooit een noot op de altviool gespeeld”

Duurde het lang om altviool te leren bespelen?
Chorzelski, lachend: ”Ik leer nog steeds!”

Op hun repertoire hebben ze veel moderne muziek staan. Niet dat ze zich daarin gaan specialiseren, maar op een concert willen ze tenminste één kwartet uit de twintigste eeuw spelen. En ze bestellen nieuwe werken, één per seizoen, die ze dan ook daadwerkelijk uitvoeren. Zo hebben ze in hun zesjarig bestaan vijf speciaal voor hun geschreven composities uitgevoerd, waaronder ook Two movements for String Quartet van Simenon ten Holt, die ze prachtig vinden. Zeer expressief.

En het kwartet van Thomas Adès, die ze later die avond zullen spelen?
“O, maar die is al tien jaar oud! Adès was toen nog maar 22 maar het werk is werkelijk ongekend goed en zo ontzettend mooi. Wij beschouwen het als één van de grootste werken uit het modern repertoire.”

“De componist zelf is ook een bijzonder iemand, zeer inspirerend. Een paar keer hebben we met hem gespeeld, en een tijdje terug hebben we samen het Pianokwintet van Schubert opgenomen (Warner ”.

Hun repertoire kiezen ze altijd gezamenlijk, ‘democratisch’.
“Wij zijn het bijna altijd met elkaar eens. Bovendien kunnen we iets, wat we niet mooi vinden, toch niet spelen”.

Waar houden ze het meest van?
“Schubert. Beethoven. Mozart. En Janaček.”

En Sjostakovitsj?
“Hmmm…  Laten we zeggen dat we er nog niet aan toe zijn”

Belcea Shostakovich

Het duurde een paar jaar maar inmiddels is ook Sjostakovitsj een goede bekende voor de Belcea’s geworden. In de voorgaande paar jaar hebben ze zowat al zijn strijkkwartetten live gespeeld maar zetten zijn werk nooit eerder op cd. En nu is het zo ver!

 

Voor de Belgische Alpha hebben ze het derde strijkkwartet en, versterkt door de Poolse pianist Piotr Anderszewski het pianokwintet opgenomen en het resultaat is zonder meer uitstekend maar met een paar kanttekeningen.

Het pianokwintet dateert uit 1940. De première, door het Beethoven Kwartet met componist zelf aan de vleugel werd door iedereen zeer enthousiast begroet. Het leverde Sjostakovitsj de Stalinprijs op, plus een aanzienlijk geldbedrag.

Hoe anders verliep het met het derde strijkkwartet! Ook hier werd de première door het Beethoven Kwartet verzorgd, in 1946. Het werk werd aanvankelijk door het Sovjetregime gecensureerd. De critici vonden de noot waarmee het stuk eindigt ‘dubbelzinnig’ en men heeft Sjostakovitsj er zelfs van beschuldigd dat hij er gecodeerde berichten tegen Stalin in had verstopt!

Shostakovich String Quartet no.3

De uitvoering door het Belcea Quartet is milder dan ik gewend ben. Het is niet zo dat de angel er uit is want het wrange is nog steeds prominent aanwezig. Maar nu kun je het een paar keer achter elkaar draaien zonder dat je oren er moe van worden. Bij wijze van spreken dan.

Ook het kwintet, toch één van de ‘zonnigste’ composities van Sjostakovitsj klinkt nog aangenamer dan doorgaans in mijn oren. Ontzettend mooi, dat wel, maar wat ik een beetje mis is de – bij Sjostakovitsj altijd aanwezige – ondertoon die het voor de luisteraar minder aangenaam maakt.

Peanuts eigenlijk. De vier strijkers en de pianist voelen elkaar goed aan waardoor het tot een prachtig, homogeen geheel wordt gesmeed. Zonder meer een aanwinst!