Paul_Hörbiger

Mini discografie van Pagliacci van Leoncavallo: snikken? Niet snikken?

Paljas

©Bibliotheque de l’Opera Garnier

Pagliacci van Ruggiero Leoncavallo wordt vrijwel altijd aan Cavalleria Rusticana van Mascagni vastgekoppeld en dat al meer dan honderd jaar lang. Niet dat het ooit de bedoeling was, maar logisch is het wel. Beide (korte) opera’s werden geschreven door twee zeer begaafde jonge componisten die aan het begin van hun carrière stonden. Beide werken ontstonden – onafhankelijk van elkaar – in dezelfde tijd en beiden spelen zich af in de verzengende hitte van Calabrië (Pagliacci) en Sicilië (Cavalleria) waar liefde onvoorwaardelijk is en waar op overspel de doodstraf staat.

Ook in de studio’s werden de opera’s vaak samen opgenomen en als duo-verpakking gepresenteerd, veelal met dezelfde zangers wat niet altijd goed uitpakte.

CD’s

RENATO CELLINI

Paljas cellini

Op de uit 1953 stammende opname onder leiding van Renato Cellini (Warner Classics 5856502) zingt Jussi Björling een memorabele Canio en is Victoria de los Angeles een mooie, al niet helemaal adequate Nedda. Wat de opname echt bijzonder maakt is de bijdrage van beide baritons: Lenard Warren (Tonio) en Robert Merrill (Silvio), dat krijg je niet meer voor elkaar. Luister alleen maar naar Warrens ‘Si pui…’  Mijn God. Hier kan ik alleen maar bij janken…


TULIO  SERAFIN

Paljs Callas

In 1955 nam Maria Callas de rollen van Santuzza en Nedda op. Zoals altijd is ze onweerstaanbaar al vind ik haar Santuzza iets beter geslaagd dan Nedda. Met de laatste heeft ze hoorbaar minder affiniteit wat niet alleen aan de coloraturen ligt. Maar goed, zij had het niet zo op met overspelige vrouwen. Als haar Canio (en Turiddu) horen we Giuseppe di Stefano. Mooi gezongen dat wel, maar voor mij veel te licht en met te weinig profilering. Tito Gobbi (Tonio) daarentegen is niet minder dan geniaal. legendarisch. Tulio Serafin maakt een echte drama van, zijn directie is spannender dan spannend (Warner Classics 2564634091


RICCARDO MUTI
Paljas Muti

In de opname van Riccardo Muti uit 1987 (EMI 7636502) is José Carreras de ster die beide opera’s verbindt. Voor beide rollen vind ik hem te licht, maar zijn interpretatie van voornamelijk Canio is doordacht en geloofwaardig. Montserrat Caballé is een aardige Santuzza, en Renata Scotto een dito Nedda al kan ik geen van beiden echt overtuigend vinden. Kari Nurmela (Tonio) en Matteo Manuguerra (Alfio) zijn ronduit saai, maar Thomas Allen is een Silvio uit duizenden. Riccardo Muti dirigeert afstandelijk en onderkoeld.


RICCARDO CHAILLY

Paljas Chaiky

Vergeet ook de opname niet die Riccardo Chailly (Decca 4670862) maakte tijdens het Kerstmatinee in het Concertgebouw 1999. José Cura was toen nog veelbelovend en op zijn Canio is weinig aan te merken. Ook de rest van de cast (Barbara Frittoli als Nedda, Carlos Álvarez als Tonio en voornamelijk Simon Keenlyside als Silvio) was bijzonder sterk.


DVD

Paljas Madrid
Van Giancarlo del Monaco verwacht je niet direct innovatie, modernisering of concepten, maar met de in februari/maart 2007 in Madrid verfilmde enscenering van ’Cav/Pag’ slaagt hij erin om iedereen te verrassen. Niet dat het zo gewaagd is: Pagliacci is tamelijk traditioneel, al had hij de actie verplaatst naar de jaren vijftig/zestig. De levensgrote posters uit ‘La Dolce Vita’ en de grote bedrijvigheid roepen de sfeer van een filmset op, dat is ook del Monaco’s bedoeling, het is zijn hommage aan Fellini.

Echt vernieuwend is de presentatie van beide eenakters: del Monaco beschouwt ze als een verstrengelde Siamese tweeling, voor altijd met elkaar verenigd. De voorstelling begint aldus met de proloog uit Pagliacci, volgens del Monaco hét manifest van het verisme, die daarna naadloos overgaat in Cavalleria Rusticana. Ook de laatste en de eerste scène van beide opera’s lopen in elkaar over: tussen de menigte, uitgelopen om komedianten te begroeten wordt het lichaam van Turiddu gedragen. De zwart/witte Cavalleria staat wel in groot contrast met de kleurrijke en sensuele ‘Pagliacci’. De uitvoering is aardig, maar niet meer dan dat.

Violeta Urmana, Vincenzo La Scola, Marco de Felice, Vladimir Galouzine, Maria Bayo, Carlo Guelfi; Madrid Symphony Orchestra &  Chorus olvJesús López Cobos (Opus Arte OA 0983 D)

FILM

Paljas corelli

Canio was niet de geliefde rol van Franco Corelli. In 1954 zong hij hem voor het eerst, in de studio van de Italiaanse televisie. De uitvoering werd er toen op een band opgenomen en is een tijd geleden op DVD uitgekomen (Hardy Classics HCD 4016). Hij heeft zijn uiterlijk wat tegen (te knap, te jong), maar daar tegenover staat een interpretatie die alleen een hart van steen onberoerd zal laten. Mafalda Micheluzzi is, ook optisch, een zeer goede Nedda en met Tito Gobbi haalt men niet alleen een zanger en acteur, maar ook een duivelskunstenaar met duizenden gezichten in huis.

Paljas film

Het verhaal van Pagliacci waarin de realiteit en het theater elkaar beïnvloedden en door elkaar heen liepen, was blijkbaar sterk genoeg om interessant te zijn voor de filmindustrie. Leoncavallo schreef zelf zijn libretto, dat, volgens zijn eigen zeggen geïnspireerd was op een echte gebeurtenis waarvan hij getuige was toen hij nog een kind was,

In 1942 werd het verhaal verfilmd (regie Giuseppe Fatigati) als een deel van een ander verhaal: Canio wordt uit de gevangenis ontslagen, gaat op zoek naar zijn dochter en vertelt zijn levensgeschiedenis aan een jonge componist, die dan ook prompt een opera van maakt.

De ‘echte’ Canio wordt gespeeld door Paul Hörbiger en zijn opera alter ego door Benjamino Gigli. Alida Valli, toen een Italiaanse sekssymbool is Nedda. Het is een jaar of twintig geleden op dvd uitgebracht (BCS D0513), in zwart wit en met Engelse ondertitels, maar een beetje kennis van het Italiaans kan geen kwaad – de ondertitels zijn niet altijd goed zichtbaar.

VARIA

Paljas milne

Jaren geleden, toen klassieke muziek nog geen taboe was op de televisie en de programma’s over de operazangers even geliefd waren als die over de popsterren, heeft een Duitse TV-team een portret van de Amerikaanse bariton Sherrill Milnes gemaakt. Het geheel werd door Burt Lancaster bij elkaar gepraat en er deden ook een paar collega zangers mee: Plácido Domingo, Mirella Freni, Peter Schreier en Julia Miguenes. Het begon heel erg symbolisch met de proloog uit Pagliacci, en eindigde met Credo uit Otello, twee van de beste rollen uit de carrière van deze geweldige zanger-acteur (VAI 4355)

Palas vesti

Van ‘Vesti la giubba’, de tenoraria aller tijden zijn de uitvoeringen niet te tellen. Alleraardigst is een cd van Bongiovanni (GB 1071-20) waarop 23 tenoren uit de schellaktijd hun visie daar op laten schijnen. De allereerste opname dateert uit 1907 (Antonio Paoli, de allereerste Canio, plus Enrico Caruso), de laatste is uit 1944 (Jussi Björling). Er wordt in verschillende talen gezongen en het is meer dan leuk om te horen wie wel en wie niet snikt. Nu: Paoli doet het wel!

Paljas boek

Een jaar of 25 geleden heeft de Duitse rechter en een groot operakenner Dieter Zöchling een boek geschreven over fictieve processen van de moordenaars op de operabühne. Alle belangrijke karakters uit de desbetreffende opera’s komen voor de getuigenbank, wat voor extra achtergrondverhalen zorgt, waanzinnig leuk. Canio werd voor twintig jaar gevangenis veroordeeld.

Dieter Zöchling; Freispruch für Tosca – Jago soll hängen. Fiktive Prozesse.
ISBN 3784421288

Discografie van Cavalleria Rusticana:
Is verismo dead? Part 1: Cavalleria Rusticana

 

Advertenties