Ekaterina_Scherbachenko

Sellars en Currentzis completeren Mozarts ‘Titus’

Door Peter Franken

Russell Thomas als Tito Vespasiano, Paula Murrihy als SestoCredits: Ruth Walz

Russell Thomas als Tito Vespasiano, Paula Murrihy als Sesto © Ruth Walz

Achter op het vrijwel lege toneel van de Nationale Opera is een groepje zelfmoordterroristen bezig een aanslag voor te bereiden. Men is in de weer met bomgordels en rugzakjes gevuld met explosieven. Uit de orkestbak klinkt licht unheimische muziek, die de beklemmende sfeer verhoogt als ware het een film van Hitchcock. We kijken naar Mozarts La Clemenza di Tito, of op z’n Duits ‘Titus’.

Adagio und Fuge KV 546:

 

Genoemde muziek is Mozarts Adagio und Fuge KV 546, geschreven in 1788, 3 jaar voor de compositie van Tito. Het is een idee van regisseur Peter Sellars, zo zegt hij zelf. Maar er is meer muziek toegevoegd aan de Clemenza di Tito die op 7 mei bij DNO in première ging. Dirigent Teodor Currentzis putte rijkelijk uit Mozarts Mis KV 427 waardoor alles bijeen zo’n drie kwartier muziek aan de opera werd toegevoegd, allemaal van Mozart natuurlijk.

Currentzis en Sellars gaan uit van de gedachte dat Tito niet de opera is die Mozart had willen schrijven of liever, had moeten schrijven. De argumenten zijn duidelijk: het was een opdrachtwerk ter gelegenheid van de kroning van Leopold tot koning van Bohemen, het moest een opera seria zijn – een genre dat Mozart was ontgroeid – en het was een haastklus die werd uitgevoerd toen Mozart al zo ziek was dat hij kon vermoeden het niet lang meer te zullen maken.

Daar kunnen wel een paar kanttekeningen bij worden geplaatst. Mozart en zijn librettist Caterino Mazzolà namen voldoende tijd om het oorspronkelijke libretto van Metastasio uit 1734 grondig te bewerken en er een boodschap in te leggen die het koninklijk gezelschap op zijn minst ervan zou moeten overtuigen dat er sinds de Franse Revolutie een andere wind door Europa woei en dat restauratie van de absolute monarchie een gepasseerd station was.

Verder was Mozart natuurlijk op de hoogte van zijn eigen werk en het zou hem hoegenaamd geen moeite hebben gekost om de uitbreidingen die met name Currentzis heeft ingevoegd voor eigen rekening te nemen. Of om desnoods Süssmayer dat even voor hem te laten doen.

 

clemenza1

© Ruth Waltz

Ziek of niet, ontgroeid aan het genre, beklemmende randvoorwaarden, dit alles heeft de compositie van een werk op ‘Mozart niveau’ niet in de weg gestaan. In de productie van Sellars en Currentzis zijn de aanpassingen dan ook niet bedoeld als verbetering of completering maar als middel om bepaalde emoties wat sterker uit te lichten. En dat is goed gelukt, hoewel het ook wel wat minder had gekund allemaal.

De recitatieven zijn teruggebracht tot een absoluut minimum maar dat is nog steeds voldoende om de voortgang van de handeling te kunnen volgen. Wel komt hierdoor minder uit de verf hoe Vitellia zo’n enorme invloed op Sesto kan uitoefenen, maar die liefdesgeschiedenis is sowieso sterk naar de achtergrond gedrongen.

Sellars stelt dat de recitatieven weinig meer doen dan Tito ophemelen en dat zal bedoeld zijn om koning Leopold onder de kin te kietelen, dus inmiddels achterhaald. Echter als Tito zijn eerste goede daad verricht – hij schenkt het geld bestemd voor een aan hem gewijde tempel aan de slachtoffers van de recente uitbarsting van de Vesuvius – voegt Currentzis het Benedictus & Hosanna uit Mozarts Mis in. Servilia, Annio en het koor zingen ‘Gezegend hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge’. Dus de lovende recitatieven worden vervangen door een prachtig stuk muziek waarvan het effect is dat Tito niet alleen wordt geprezen maar ook nog eens vergoddelijkt.

 

Koor: musicAeterna Credits: Ruth Walz

musicAeterna  © Ruth Waltz

Hier heeft in mijn perceptie de keuze van het betreffende stuk meer te maken met de mogelijkheid om Currentzis’ koor op de voorgrond te laten treden dan met een kritische blik op de inhoud.

Iets dergelijks gebeurt als Servilia de keizer komt uitleggen dat ze liever niet zijn keizerin wil worden omdat ze al van Annio houdt. Hij maakt een ruim gebaar, geeft aan dat het fantastisch is dat tenminste iemand nog tegen hem durft te zeggen wat hij of zij denkt. En Servilia plus koor zingen vervolgens het Laudamus uit de Mis: ‘Wij prijzen U, wij zegenen U, wij aanbiddden U, wij verheerlijken U’. Zoiets vind ik over the top.

Sellars heeft duidelijk een punt bij de ‘matter of fact’ reactie waarmee in de opera de mislukte aanslag van Sesto op Tito wordt afgedaan. De keizer leeft nog, er is per ongeluk iemand anders neergestoken, niets aan de hand. Sellars benadrukt dat er wel degelijk een heleboel aan de hand is. Er is een poging gedaan Tito te vermoorden door het Capitool in brand te steken en in de bijkomende verwarring toe te slaan.

Florian Schüle, Ekaterina Scherbachenko als Vitellia.Credits: Ruth Walz

©  Ruth Waltz

Sellars legt hier het verband met een hedendaagse terreuraanslag. Daarbij komen veel mensen om en het publiek reageert daarop met een wake en de inrichting van tijdelijke herdenkingsplekken waar lichtjes branden. Reflectie, verslagenheid, boosheid, onbegrip, het leven staat even stil. Dit wordt prachtig in beeld gebracht door het koor bij aanvang van de tweede akte onder het zingen van het Kyrie uit de Mis met een sublieme solo van Annio: ‘Heer, ontferm U’.

Een terreurdaad is iets vreselijks, maar heeft altijd een oorzaak, een beginpunt. Sellars maakt duidelijk dat kennis van de tegenstander kan leiden tot begrip en uiteindelijk vergeving. Eigenlijk had hij het liefst een opera over Nelson Mandela willen maken die erin slaagde zijn voormalige doodsvijanden zover te krijgen dat ze toetraden tot zijn regering en met hem samenwerkten. Zijn Tito is net als Mandela geen watje maar een krachtig leider die boven zichzelf uit kan stijgen en zodoende in staat is af te zien van wraak op degenen die hem naar het leven stonden.

 

Paula Murrihy als Sesto, Russell Thomas als Tito VespasianoCredits: Ruth Walz

© Ruth Waltz

Als Tito moet inzien dat hij niet alleen door Sesto is bedrogen maar ook door zijn nieuwe aanstaande keizerin Vitellia, heeft hij er genoeg van en maakt hij een einde aan zijn leven. Sellars doet zijn reputatie eer aan door Tito na de mislukte aanslag als zwaargewonde patiënt in een ziekenhuisbed op te voeren, intensive care met een woud aan slangen en monitors. Of hij deze stijlfiguur heeft uitgevonden weet ik niet, maar in Amsterdam kwam hij er al mee in zijn Pelléas et Mélisande uit 1993.

Inmiddels is het al weer een cliché natuurlijk, net als een rolstoel, maar hier kwam het wel te pas. Tito rukt alle slangetjes en draden los en sterft. Vervolgens klinkt de Mauerische Trauermusik KV 477 op tekst uit de klaagliederen van Jeremia: ‘Hij heeft mij met bittere kruiden verzadigd’. Het was een aangrijpend slot van een muzikale topavond, maar door een paar onnodige toevoegingen iets te lang om voortdurend te blijven boeien.

Waar ik kritiek heb op een deel van Currentzis’ ingrepen in de partituur, ben ik zeer te spreken over zijn wijze van musiceren. Hij laat zijn orkest bijna ‘vrij’ spelen, niet alles strak op de tel, hier en daar bijna ingehouden swingend. Ja, dat krijg je met een dirigent die gek is op Pop en Rock. Zijn orkest MusicAeterna is een instrument dat door Currentzis bespeeld wordt als een verlengstuk van zijn eigen persoon. Hij is ermee vergroeid en het resultaat is verbluffend.

Ekaterina Scherbachenko als VitelliaCredits: Ruth Walz

© Ruth Waltz

Verder zijn Currentzis en Sellars erin geslaagd ook samen tot een eenheid te komen. Orkest en zangers acteren mee door goed gekozen tempowisselingen, inhouden, pauzeren, waardoor bepaalde sleutelscènes het karakter krijgen van muzikaal totaaltheater. Met name was dit het geval bij de twee aria’s met klarinet, feitelijk duetten voor zanger en klarinettist. Florian Schüle blonk uit in zijn solo op Basset Klarinet in de aria ‘Parto, ma tu ben mio’ waarin hij als een klimopplant om Sesto heen draaide. En hij deed dat nog eens dunnetjes over op Basset Hoorn in Vitellia’s aria ‘Non più di fiori’. Absolute perfectie en volledige benutten van alle mogelijkheden die deze samenspraak biedt.

Bij de première in 1791 speelde Anton Stadler deze partij al zal hij wel gewoon in de orkestbak hebben gezeten. Met name deze twee aria’s hebben ertoe bijgedragen dat Mozarts Tito na zijn aanvankelijk succes niet volledig in vergetelheid is geraakt. Voor Stadler componeerde Mozart hierna ook nog het Klarinetconcert, ook een topstuk uit zijn laatste levensjaar.

Het toneelbeeld was sober met een stel doorzichtige zuilen die af en toe uit de vloer omhoog kwamen. Dankzij de goede belichting door James F. Ingalls leek het meer dan het was. Hier werd de natuurlijke achtergrond van de Felsenreitschule in Salzburg wel een beetje gemist, de Bühne waarvoor George Tsypin zijn decor oorspronkelijk had ontworpen. De kleding ontworpen door Robby Duiveman was mooi in overeenstemming met de sfeer die Sellars probeerde te creëren.

Een hoofdrol was weggelegd voor het koor van musicAeterna, subliem gezongen met dank aan koordirigent Vitaly Polonsky. En dan de solisten. Een uitblinkende Sesto in de persoon van Paula Murrihy die royaal het niveau haalde dat ze eerder dit seizoen liet horen in de serie voorstellingen met het Orkest van de Achttiende eeuw. Servilia en Annio, normaal gesproken twee bijrollen, kwamen hier op de voorgrond door hun partijen in de toegevoegde Mis. Beide van uitstekend niveau, Janai Brugger als een aandoenlijke Servilia en Annio als vriendelijke man met een hemelse vrouwenstem.

laclemenzaditi-8_ruthwalz

Jeanine De Bique als Annio, Janai Brugger als Servilia, Paula Murrihy als Sesto ©: Ruth Walz

De Vitellia van Ekaterina Scherbachenko bleef hier weliswaar iets bij achter maar haar optreden was toch zonder meer bevredigend.

Russell Thomas in de titelrol zette een goede Tito neer maar leek vocaal wel wat problemen met zijn rol te hebben. Zeker in de eerste akte zong hij in de dialogen dicht tegen zijn falsetstem aan en in zijn aria’s leek hij wat te forceren. Niettemin een mooie Tito en, wat Sellars natuurlijk ook graag zag, een zwarte man in de rol van zijn para-Mandela.

Tenslotte een speciale vermelding voor Willard White in de kleine rol van Publio. Prachtig toch om deze mastodont daar te zien waar hij al meer dan een halve eeuw thuishoort in Amsterdam, op het toneel van de opera. Bravo.

Een wat lange avond met bij wijlen overweldigend mooie muziek, een bijna nieuwe Mozart opera, een goed doordacht concept wat nergens teveel op de voorgrond treedt. Het was een groot succes in Salzburg afgelopen zomer, het verdient dat ook in Amsterdam te worden.

Trailer van de productie:

Wolfgang Amadeus Mozart
La Clemenza di Tito
Russell Thomas, Ekaterina Scherbachenko, Janai Brugger, Paula Murrihy, Jeanine De Bique, Sir Willard White e.a.
Orkest en koor musicAeterna olv Teodor Currentzis
Regie: Peter Sellars

Bezocht op 7 mei 2018 in het Muziektheater in Amsterdam