Neil van der Linden

Groet uit Makhanda/Grahamstown, Zuid-Afrika.

Tekst: Neil van der Linden

Temidden van tot voor een paar dragen kurkdroog maar sinds drie dagen regenachtig en kil weer (het is winter op het Zuidelijk halfrond) vindt hier in Makhanda/Grahamstown het jaarlijkse National Arts Festival plaats, het grootste podiumkunstenfestival van Zuid-Afrika en één van de grootste van heel Afrika.

Men zegt dat sinds Corona (dat in Zuid-Afrika tot een zeer strenge spertijd leidde, bij de handhaving waarvan zelfs doden tot gevolg) het grote publiek nog steeds de weg niet terug heeft weten te vinden naar het theater- en muziekleven. Dat heeft misschien ook te maken met relatief sterk gestegen kosten van levensonderhoud. De prijzen van de grote supermarktketens Pick and Pay en (onze Nederlandse) Spar zijn vergelijkbaar met die van de Lidl en de AH, maar de gemiddelde salarissen zijn een kwart van die in Nederland.

Grahamstown is een relatief slaperig provinciestadje, dat door het jaar heen leeft van een paar grote universiteiten en kostscholen voor de gegoede middenklasse. Het was ooit een bastion van de koloniale Engelsen, vandaar dat boven de heuvels waarop het stadje ligt een vrij bruut maar helaas niet puur brutalistisch gebouw is oprijst, ‘The Monument’, voluit het ‘1820 Settlers National Monument’, gebouwd in 1974, ter ere van de door Engeland uitgezonden eerste boeren die het land moesten bevolken, ten koste van de oorspronkelijke Afrikaanse bevolking en de Nederlandse kolonisten, de Boers. In 1994 brandde het gebouw af, maar het werd in 1996 heropend door Nelson Mandela persoonlijk. Zo kon het koloniale gebouw misschien ook schoon schip maken, maar Grahamstown is altijd een enclave gebleven van de Britse invloedssferen in het land.

Tijdens de eerste ochtend die ik van het festival meemaakte vond in The Monument een concert plaats door het jeugdorkest van het Boston Philharmonic Orchestra, onder leiding van Benjamin Zander. Zander betrok het deels jeugdige publiek op voorbeeldige wijze bij de uitgevoerde muziek, om te beginnen het openingsdeel van Beethovens Vijfde Symfonie, waarin hij het publiek vroeg om na afloop zo snel mogelijk te klappen. Het gaf natuurlijk niet dat sommige mensen het werk nog niet kenden en dus zodra er een stilte viel tussen de verschillende secties werd er hard geklapt. Waarop Zander speels het publiek duidelijk maakte dat het stuk nog niet was afgelopen.

Zander hield over het algemeen een hoog tempo aan, waardoor zich wreekte dat in de nogal droge akoestiek van de zaal de musici achterin niet altijd spat-synchroon liepen met hun collega’s voorin. Maar dat mocht de pret niet drukken. En toen het stuk was afgelopen mocht het publiek, aangemoedigd door de dirigent losgaan. Tussen ieder stuk vertelde hij iets over de muziek, de totstandkoming en de componisten. Over Beethoven dat hij door componeerde ondanks toenemende doofheid.

Bij het volgende stuk, het Alegretto Scherzando uit het Concert voor Orkest van Bartók, lichtte hij toe hoe verschillende instrumentengroepen in tweeën zijn gesplitst en op een vaste toonafstand van elkaar spelen, inclusief septiem en hoe dat toch welluidend wordt, en hoe Bartók deze muziek op zijn sterfbed schreef op verzoek van Koussevitzky, die hem wist te bewegen tot het schrijven van één werk, en hoe energiek dit werk werd.

En ja, bij Tsjaikovkski deel 2 en 4 uit diens Vijfde Symfonie ging het ook over de structuur, en hoe dit soort muziek behoort tot het summum van de muziek voor al die jonge orkestmusici die nu op het podium zaten, maar ook hoe de symfonie in al haar turbulentie misschien een uiting was van Tsjaikovkski’s worsteling met zijn seksuele geaardheid

Vervolgens soleerde de Zuid-Afrikaanse sopraan Andiswa Makana in Het Lied van de Maan uit Dvoráks Rusalka. Een fraaie stem. Ze studeert momenteel door in Keulen. Ze voegde er nog een versie van Mariam Makeba’s Pata Pata aan toe. Een paar dagen geleden heeft zij, samen met een Zuid-Afrikaanse mezzo en koor in Soweto en Johannesburg de sopraanpartij gezongen in Mahlers Tweede Symfonie. Zander vertelde ook, dat bij het optreden in Soweto de stroom uitviel, in de laatste vijf minuten (elektriciteitsonderbrekingen zijn niet ongebruikelijk in het land.) Maar de uitvoerenden speelden in het donker door, tot het einde. Ik wou dat ik erbij was geweest.

Wat de opmerking over Tsjaikovski’s geaardheid betreft: Zuid-Afrika kent algemene grondwettelijke gelijkheid inclusief geslacht en geaardheid. De eerste Pride vond plaats in 1991 in Johannesburg, officieel nog ten tijde van de Apartheid, die in 1994 werd afgeschaft. Eén van de leuzen die bij de Pride werden rondgedragen was verbond de strijd voor gelijke LGBTQIA+-rechten aan de strijd tegen apartheid.

In flink wat festivalvoorstellingen kwam LBTQIA+-thematiek aan bod. In The Run for Life speelden leerlingen van tussen ik schat 14 en 17 jaar van een middelbare school uit Johannesburg een professionele voorstelling over xenofobie, racisme, discriminatie, migratie, huiselijk geweld, queer-fobie en onderwijs. Dat klinkt heel zwaar, maar het is ongelooflijk hoe mede dankzij aanstekelijke spel, humor en muziek allemaal zo licht wordt gehouden. De kinderen excelleerden ook in a capella meerstemmig koorzang, begeleid door percussie bespeeld door de groep zelf.

Ze  speelden de personages en leken die tegelijkertijd te zijn. Het zwangere dienstmeisje zonder identiteitspapieren dat daarom geen zwangerschapszorg kan krijgen. De jongen, ook niet ouder dan veertien, vijftien jaar, die ervoor uitkomt dat hij gay is, zowel thuis als in de klas en terwijl zijn moeder voor hem opkomt beweert zijn vader tegenover de moeder dat zijn zoon zijn zoon niet kan zijn. Maar hoe zullen zijn ouders dan aan kleinkinderen komen? Het zoontje zal twee kinderen adopteren. Dochters. Hij heeft al namen voor ze. De kinderen die de ouders speelden waren eveneens veertien, vijftien, maar je geloofde ook hen in hun rollen.

Huiselijk geweld kwam ook aan bod. Een lerares, de langste van de acteurs en misschien de oudste, maximaal zeventien laat weten in de klas dat het meisje uit Zimbabwe eigenlijk niet in de klas thuishoort. South-Africa for the South-Africans. Maar zegt het meisje, hoe kunnen we Africans zijn als we er niet voor alle Africans zijn. En, zo zegt ze, in Europa is Europa er voor alle Europeanen. Was het maar zo, maar de boodschap is duidelijk. Later bedenkt de lerares zich en leerling en lerares vallen elkaar in de armen.

Een andere voorstelling, Legendary Queer Sisters, was een aangrijpend vertoon van queer zelfbewustzijn in een land waar, ondanks de grondwet, verkrachtingen van enhaatmoorden op LGBTQIA+-personen verre van zeldzaam zijn (maar waar LGBTQIA+-personen ook in het openbaar kussen). Ook hier weer perfecte ensemblezang, messcherpe ritmes, en met name een aantal zangeressen die behoren tot de beste soul- en gospelstemmen die ik in jaren heb gehoord.

Asinamali was ook zo’n indrukwekkende voorstelling, gespeeld door zes jonge vrouwen. De oudste speelde, in het Afrikaans, de taal van de apartheid de rol van rechter en politiecommissaris. De andere vijf vrouwen speelden zwarte gevangenen, jonge mannen. Ze vertelden van hun pogingen om ten tijde van de Apartheid te voorzien in hun levensonderhoud en over de procedures die ze moesten doorlopen om aan werk te komen in de ‘Blanke’ delen van het land, met alle vernederingen rond het verkrijgen van werkvergunningen en toegangspassen. Het stuk werd geïnspireerd door gebeurtenissen rond een huurdersstaking in 1983 in de zwarte wijken van de gemeente Lamontville, waar geen werk was maar waar de door het regime opgeëiste huren exorbitant waren. Asinamali was de strijdkreet van het protest dat zich na dodelijk slachtoffers over een groot deel van het land uitbreidde, Zulu voor “We hebben geen geld!”.

En net als bij The Run for Life werd dit alles niet of in elk geval niet alleen maar boodschapperig gebracht. Vorm en inhoud gingen volmaakt samen. En gezongen volgens de Zuid-Afrikaanse polyfone zangtraditie. Wat nou, Bartók zo knap met componeren in parallelle intervallen, deze jongeren schudden dat bij wijze van spreken zo uit hun mouw!

Ik was in het festival samen met de programmeur van het Amsterdamse Afrovibes festival. Een aantal producties zou ook zeer geschikt zijn voor het O Festival of voor Opera Forward. Bij voorstellingen als The Run for Life en Asinamali zouden die festivals ook moeten proberen scholieren naar de voorstellingen te halen, met name misschien uit bijvoorbeeld De Bijlmer en Amsterdam Nieuw-West. Het zou waanzinnig spannend zijn te zien hoe de jonge acteurs klikken met generatiegenoten. Maar de voorstellingen moeten dan ook niet worden ‘weggestopt’ als schoolvoorstelling. In Amsterdam zouden het Bijlmerparktheater, Podium Mozaiek en De Meervaart en in Rotterdam Theater Zuidplein ideale plaatsen zijn.

Er volgde nog veel meer, zoals een prachtige drie-vrouwenshow, Text me when you arrive, Seventeen ways to prevent getting raped and killed as a woman in South Africa, ondanks het thema een hilarische energieke voorstelling. Seksueel geweld komt veel voor, en toch ging deze ook weer in razende vaart voortdenderende voorstelling niet alleen over Zuid-Afrika en niet alleen over geweld, maar ook over relaties, de vrijheid om te kiezen. Tranen van het lachen en af en toe een traan om weg te pinken, bij drie enorm krachtige actrices/zangers, die vrijuit over seksualiteit spreken op een manier waarbij Nederland preuts lijkt. Waardoor is het juist prachtig geëmancipeerd en gaat eigenlijk niet alleen over die seksualiteit maar over waarden. Drie ongelooflijk energieke jonge vrouwen die  ook weer perfect messcherp meerstemmig zingen.

En er was het ontroerende Dear Tata, What Makes a Man a Man, een torch song solovoorstelling over en met een jongen die moeite heeft om de enige leerling van kleur te zijn in een voornamelijk blanke school, en om tegenover zijn familie  uit te komen voor zijn ontluikende biseksualiteit als er in de media alleen Amerikaanse, witte rolmodellen zijn.

Zanger/acteur Mava Gqeba is 25 jaar oud en heeft al opgetreden in musicals, Hello Dolly, Life is but a Cabaret, Joseph and The Amazing Technicolor Dream Coat en de Motown musical.  Ook hij kan interessant voor het O Festival en Opera Forward. Nee, die voorstellingen gingen niet alleen over dit ene land, de thema’s en uitwerking zijn universeel.

Gezien: verschillende voorstellingen in het Grahamstown/Makhanda National Arts Festival, Zuid-Afrika. Vanaf 23 juni 2023.

Foto’s: deels eigen foto’s van © Neil van der Linden, deels foto’s van de ensembles en van het festival.

From the 2013 Tour of Possibility – Amsterdam, The Netherlands

Bacchae, gender doorbrekend drama dat tegen zijn eigen grenzen aanloopt

Tekst: Neil van der Linden

Nóg een voorstelling in dit Holland Festival over de confrontatie tussen een gesloten gemeenschap en een mysterieuze indringer, na Angela en Metamorfose van een woonkamer. En eigenlijk was de hoofdpersoon, de ‘milieuactiviste’, in de festival-openingsvoorstelling Drive Your Plow Over the Bones of the Dead ook een buitenstaander. In de mythologie zijn indringers met een voor de omgeving al dan niet aangename missie zo oud als de wereld. Gilgamesh, Achnaten, een groot deel van de Bijbelse profeten, Siegfried.

Ook de Griekse tragedieschrijver Euripides voerde zo iemand ten tonele in De Bacchae. Het stuk gaat over de uiteindelijk zelfs fatale relatie tussen een Thebaanse koning, Pentheus, en zijn moeder, Agave.

Die komt op scherp te staan als een vreemdeling arriveert. Dat is Dionysos, de god van de religie en de mythe, van de wijn, lust en extase. Dat hij, door afstamming van Zeus god is, daarvan wil hij de wereld overtuigen, desnoods met harde hand. Ook Pentheus gelooft hem niet. Maar de burgers van Thebe wel, althans ze sluiten zich al snel aan bij Dionysos’ orgiastische cultus.

Daardoor raakt Pentheus het gezag over zijn bevolking kwijt.  Als hij later toch overstag gaat, is het al te laat. Hij mengt zich in een tomeloze menigte feestenden in de bossen bij Thebe, waar hij in het feestgedruis wordt verscheurd, zijn moeder hem onthoofdt en het hoofd gespietst op een houten paal naar de stad brengt. Pas als de roes is uitgewerkt realiseert iedereen zich wat er is gebeurd.

Queerness was altijd al een onderdeel van Euripides’ heftige tekst. In de orgieën lopen ook bij Euripides de genderidentiteiten goed door elkaar. Het is misschien niet voor niks dat de (homoseksuele) Poolse componist Szymanowski zijn opera Król Roger baseerde op een vergelijkbare mythologie over een Bacchanten-achtige Christelijke cultus op Sicilië, waarin koning Rogier II van Sicilië ongeveer hetzelfde overkomt als Pentheus.

In deze The Bacchae door het Griekse ensemble ODC (Odyssey!) zien we een decor van witte doeken met daarop projecties van beelden uit de kosmos. Agave en de ziener Tiresias zitten aan tafel terwijl personeel bedient. Op zeker moment verschijnt een projectie van een komeet op het doek en er wordt aangekondigd dat dat Dionysos is die als komeet de aarde zou kunnen vernietigen.

Eerst arriveert Pentheus, een evenknie van een Apollobeeld, maar in hoge rode laklaarzen met naaldhakken. Het maakt hem nog rijziger, maar ook genderfluïder. Dan komt Dionysos binnen in menselijke gedaante. Net bij Euripides brengt hij een cultus met zich mee. In deze cultus kan iedereen ongeremd genieten. In deze nieuwe wereld zijn de sekseverschillen opgeheven. De mensheid is teruggekeerd naar een amoebe-stadium, van het uit de eerste evolutionaire fasen van het leven op aarde stammend organisme dat zich voortplant door zich op te delen.

Een ‘muzikale queer-versie van Euripides’ De Bacchanten, waarin íedere vorm van verlangen door god Dionysus wordt aangemoedigd,’ zeggen de makers. Maar Pentheus was toch al tamelijk genderfluïde? Bij Euripides verkleedde Pentheus zich al als vrouw, al is dat niet per se ‘queer’, zo lijken de makers te willen zeggen.  Het probleem van Pentheus, zo horen we, is dat hij gevangen zit in conventionele opvattingen over identiteiten.

Maar nadat zijn hofhouding inclusief zijn moeder zich heeft overgegeven aan de nieuwe cultus, ziet hij geen andere uitweg dan de teugels te laten vieren. Hij wordt anaal gepenetreerd door Dionysos in hoogst eigen persoon, in een scène achter de schermen, met een camera gefilmd en levensgroot geprojecteerd op het scherm boven de deelnemers aan de feestdis. Maar net als bij Euripides moet hij zijn late overgave met de dood bekopen, en horen we dat ook hier Agave zijn hoofd gespietst naar de stad draagt.

Wat is de boodschap van dit alles? Dries Verhoeven beeldde om een voorbeeld te noemen een uit de hand lopende gedrogeerde orgie in al zijn ambivalentie toch echt trefzekerder uit in The NarcoSexuals. En is trouwens het leven der amoeben de ideale vorm van voortplanting?

De elektronische muziek van Ariah Lester, die ook Dionysos speelt, is in elk geval wel fraai. Hij heeft zowel in de laagte als in falsetregisters een mooie ijle stem. Iets tussen bijvoorbeeld de Britse electropop-musicus James Blake en Michel van der Aa. Een associatie waaraan de projecties van kosmische verschijnselen op de achtergrond bijdragen.

Anderen zingen ook verdienstelijk, al gaat meerstemming zingen wel goed fout in een Mozart-duet over verlangen. Misschien een kwestie van elkaar niet goed kunnen horen, maar we zijn in het Muziekgebouw en ook al is alles elektrisch versterkt ben je als zanger tegenwoordig zo afhankelijk van techniek dat er vals wordt gezongen als er even een monitorluidspreker niet goed staat afgesteld?

Misschien was het Muziekgebouw aan ’t IJ voor Metamorfose van een woonkamer en The Bacchae niet de ideale plek. Misschien zouden beide beter af zijn in een vlakkevloer-theater zoals Frascati. Maar in het Holland Festival van vorig jaar stonden The Whale en Kein Licht hier wel prachtig, voorstellingen met nog veel meer podiumtechniek, en twee van de mooiste voorstellingen van het jaar.

Elli Papakonstantinou: ‘Als regisseur volg ik de golven van tekst, livemuziek, videokunst en dans op zoek naar een nieuwe uitvoerende taal. Dit stuk ligt op het kruispunt van deze stromen: queer is een nieuwe esthetiek. Het is een popstuk met klassieke opera-uitbarstingen, een dansstuk met vastigheid in het hart een filmisch concert: het is een Griekse tragedie in de metaverse.’


Maar nee, net als bij Metamorfose van een woonkamer, waarover makers Toshiki Okada en Dai Fujikura in vergelijkbare termen spraken, moet ik concluderen dat goede bedoelingen niet genoeg zijn.

Jammer is dat dit mijn laatste voorstelling dit jaar in het Holland Festival was. Binnenkort hopelijk optimistische verslagen van het in National Arts Festival in Makhanda/Grahamstown, Zuid-Afrika

The Bacchae, gezien 11 juni 2023, door het ODC ensemble, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam Concept en regie Elli Papakonstantinou  regie Elli Papakonstantinou  muziek Ariah Lester performers Vasilis Boutsikos Georgios Iatrou Hara Kotsali  Ariah Lester Lito Messini Aris Papadopoulos  technische leiding Lambros Pigounis

Foto’s: Alex Kat en Wikipedia.

Lievig naïef, ja. Nieuw? Nee. Metamorfose van een woonkamer van Toshiki Okada en Dai Fujikura

Tekst: Neil van der Linden

‘Om een nieuw soort muziektheater te ontwikkelen sla ik de handen ineen met Dai Fujikura, een flexibele en avontuurlijke componist. We kijken hoe ver we kunnen gaan.’ Aldus regisseur en librettist Toshiki Okada.

‘Ik heb tot nu toe drie opera’s geschreven maar dit is de eerste keer dat ik een muziektheaterstuk schrijf. Sterker nog ik weet niet eens of er al zoiets bestaat in de wereld.’ Dat schreef componist Dai Fujikura.

Dat is nogal wat. En als het resultaat op bescheiden manier een beetje die kant uit neigt, kunnen we zulke overmoed in taal vergeten. Maar met alle respect, wat we zagen bestaat al, en wel al heel lang. Ik zag matig bewegingstheater dat ongetwijfeld veel knappe lichaamscontrole zoals van Japanse vechtsporten vergt, gezien de ingewikkelde poses die de acteurs al sprekend innemen.

Maar het deed ook erg denken aan ‘experimenteel theater’ van de jaren tachtig. En afgezien van de instrumentale perfectie die het Weense muziekensemble Klangforum aan de dag legt, voegde de uit ijle klankblokken bestaande muziek ook niets nieuws toe. Echt, je kunt in alle programmaboeken en overige toelichtingen eindeloos schrijven dat deze samenwerking allemaal nieuw is, maar daar wordt het niet nieuwer van.

Net als in Angela van Susanne Kennedy, dat ik de dag ervoor zag, zien we in Metamorfose van een woonkamer een dysfunctioneel huishouden. Een soort familie leeft op een afgelegen plek. Een agressieve landeigenaar heeft andere plannen met de idyllische locatie, maar de familieleden denken op basis van hun huurcontract dat ze daar veilig zijn. Schijnveilig, blijkt.

Iemand heeft de voordeur open laten staan. Net als in Susanne Kennedy’s Angela (en in The Bacchae dat ik gisteren zag, recensie volgt) verschijnt er een mysterieuze indringer waarna alles steeds verder ontregeld raakt.

Het gegeven is al bijna zo oud als de wereld. Het is het gegeven waarmee Pinter wondertheater maakte en Susanne Kennedy deed dat ook. Hier is dat anders. Eerst boeit de vreemdeling, een faun met zwarte schubben, die vaal afsteken bij de nette burgerlijke kleding en interieur in de woning. Een ‘edele wilde’ maar getransformeerd naar een apocalyptische status? Best interessant, en ja, men koos niet voor overdonderende videobeelden zoals Susanne Kennedy die gebruikte.

De acteurs spreken hun tamelijk triviale teksten toonloos uit, wat misschien moet aantonen dat de personages niet goed beseffen wat op hen afkomt. Intussen maken ze daarbij steeds complexere, wellicht aan klassieke Japanse theatertechnieken of vechtsporten ontleende hoekige bewegingen. Maar het is allemaal ook wel gedoe en zeg gerust saai.

Minder introvert, maar toch ook naar saai neigend is de muziek. Klangforum speelt natuurlijk op hoog niveau, en Fujikuras ijle klankflarden klinken bij tijden evocatief. Maar het is niet genoeg.

‘Beetje bij beetje smelten de muziek en de scenische handelingen samen, waardoor een geheel nieuwe ervaring ontstaat,’ zeggen de makers. Als bedoeld is dat de musici meekijken met de handelingen van de acteurs en dat de acteurs af en toe vlak achter de musici komen bewegen klopt dat een beetje, maar een geheel nieuwe ervaring is dat niet.

‘I am already eagerly looking forward to seeing what kind of chemical reaction will occur in the performance with the actors and musicians,’ zei componist Dai Fujikura. Lievig, maar naïef. Je kunt je afvragen of de makers zelf voldoende besef hebben van de theatergeschiedenis. Denk eens aan Life with an Idiot van Alfred Schnittke met Ilya Kabakov, mensen!

Weer valt overigens op dat de belangstelling voor het Holland Festival op het oude niveaus is: zaal zit vol (wel een speciaal gebouwde tribune met minder zitplaatsen dan normaal in de grote zaal van het Muziekgebouw), op dezelfde avond stond Laurie Anderson in een uitverkocht Carré, de (fantastische) openingsvoorstelling in het Amsterdam Theater was ook tijdens de tweede avond uitverkocht en Exotica eergisteren ook al.

https://www.hollandfestival.nl/nl/ribingurumu-no-metamorufuoshisu

Tekst en regie Toshiki Okada

Muziek Dai Fujikura, uitgevoerd door Klangforum Wien

Fotos Nurith-Wagner-Strauss

Gezien 8 juni in het Muziekgebouw

Voor een euforische ‘totaalervaring’ moet je bij Euphoria in het Holland Festival zijn.

Tekst: Neil van der Linden

Zo achterhaald als donderdag de muziektheaterproductie Metamorfose van een woonkamer (recensie volgt nog) en zo gemakzuchtig als de dansvoorstelling Exotica de dag ervoor overkwamen, zo vernieuwend en inventief is Euphoria, de nieuwe video-installatie van Julien Rosefeldt. Het is zo’n kunstevenement of bijna ‘totaalervaring’ waarbij je je gezegend voelt om die te hebben meebeleefd.

In Rosefeldts vorige video-installatie Manifesto, die ook in het Holland Festival te zien was en later ook als bioscoopfilm werd uitgebracht, zagen we Cate Blanchett in allerlei metamorfosen. Als lerares in een gemengde school in een gegoede buurt in Londen, machineoperateur in een vuilverwerkingsbedrijf in Berlijn die iedere ochtend voor dag en dauw op moet, een dakloze in Berlijn.

Maar ook als een spreker bij een begrafenis binnen een deftige familie waarin we haar beroemde manifesten uit de kunstgeschiedenis en de sociale geschiedenis, van Marx via Malevich tot Marinetti, zien debiteren in de stijl van de dagelijkse werk- of woonomgeving  van het personage.

Ze leest het manifest van Dada als begrafenistoespraak en als de lerares Jim Jarmusch Golden Rules of Filmmaking, Lars von Triers en Thomas Vinterbergs Dogme 95-verklaring en Werner Herzogs Minnesota Declaration (1999). Kijk maar eens hoe ze Tristan Tzara’s befaamde Dada-manifest uitspreekt alsof ze bij die begrafenis over de overledenen praat.

in Manifesto was alleen Blanchett aan het woord, nu past Rosefeldt een vergelijkbaar principe toe, waarbij hij teksten laat uitspreken alsof het spontane discussies betreft, met behulp van een groot aantal verschillende acteurs die de teksten uitspreken.

De teksten komen van (rap-ster) Cardi B tot Rutger Bregman, van Dostojewski tot Houellebecq (dat is niet eens zo ver), van T.S. Eliot tot Fanon, van Machiavelli tot Marx en tot Mann, en van Plato, Vespasianus, Shakespeare en Ayn Rand, en dat allemaal volkomen realistisch gefilmd.

Op een groot centraal scherm midden achterin in de hal zien we acteurs daklozen spelen die zich bij een open vuur en met behulp van slechte sterke drank warm proberen te houden in de winterse kou. Terwijl ze alsof ze het een onderlinge discussie betreft flarden tekst uitspreken wat klinkt als jaarverslagen van bedrijven en persoonlijke beslommeringen van CEOs die het financieel gemaakt hebben. Alsook citaten van ultra-liberale auteurs over het kapitalisme als motor van de publieke welvaart en de zegeningen van materiele hebzucht (Ayn Rand en Cardi B).

We zien vrouwelijke lopend band-werkers in een gigantische distributiehal van een Amazon-achtig bedrijf ook weer als het ware onderling discussiëren aan de hand van teksten over onderdrukking van vrouwen, moderne slavernij in een Westerse context en kolonialisme (Franz Fanon).

In een enorm vroeg-twintigste-eeuws bankgebouw (New York, Boston) spreken klanten en medewerkers de teksten uit over de werking van geld terwijl er steeds meer stapels bankbiljetten worden rond gesmeten en de acteurs zelf ook alle kanten opvliegen in de ruimte.

Er is één optimistische ‘De meeste mensen deugen’-scene met een groep jongeren die een samenscholingsplek hebben in een vervallen busstation en discussiëren over het natuurlijke goede in de mens (in letterlijke teksten van Bregman?).

Zijn het dakloze jongeren? Vermoedelijk niet, Rosefeldt laat ze nu heel netjes Engels spreken en de jongeren zien er goedverzorgd uit. Wel is op gegeven moment het drinkwater op. Maar aan het eind van de scene gaan ze ieder huns weegs, waarschijnlijk gewoon naar huis. De maatschappelijke betrokkenheid van deze als middenklasse ogende jongeren kost ze misschien ook niet zoveel, lijkt de scene te willen zeggen.

En er is de taxichauffeur (Giancarlo Esposito) die in nachtelijk New York een tegenover een zwijgende klant een aangrijpende monoloog van minstens twintig minuten ophoudt over de betekenis van liefde terwijl we in steeds duisterder delen van New York terechtkomen en we voorbij protestdemonstratie, straatgevechten en begrafenisstoeten rijden.

Het onderwerp is de vraag waarom kapitalisme zo aantrekkelijk blijft ondanks zijn verwoestende werking die we om ons heen zien, en de vraag of er oplossingen zijn. Dat is allemaal zware kost, maar net als in Manifesto krijgt alles dankzij de bijzondere manieren van vervreemding ook een lucide kant, vaak geestig en vaak ook ontroerend.

Cate Blanchetts stem is te horen als pratende en zingende tijger, die in een apocalyptisch beeld door de gigantische lege supermarkt loopt en af en toe snuffelt aan etenswaren die uit de eindeloze rijen schappen vallen.

De muziek is van de Canadese componist Samy Moussa, geschreven voor een koor van 140 kinderen en vijf percussionisten (waaronder de befaamde jazz-percussionist Peter Erskine). De kinderen zie je op een cirkel van rondom het publiek opgestelde videoschermen en de percussionisten op vijf grote daarboven gemonteerde aparte schermen.

Telkens tegen het einde van de afzonderlijke verhalen vallen of de kinderen of de percussionisten in en voeren om en om passages uit de muziek uit. Die is een zegening vergeleken met de (veelal Britse) steriele kitsch van veel tegenwoordige koormuziek. Terwijl de kinderen de prachtigste, vaak ook uitermate complexe harmonieën zingen.

Luister maar eens naar het begin van deze clip:

Euphoria staat opgesteld in een enorme hal van het Amsterdamse Markthallen-complex. De locatie is een waardig alternatief voor de gashouder op het Westergasterrein waar Manifesto werd vertoond. Grote delen van de rest van het complex zijn overigens al deels of geheel gesloopt, wat dan wel weer bijdraagt aan de sfeer van het kunstwerk. De locatiemanagers van het Holland Festival verdienen ook lof.

Het aantal bij Euphoria betrokken personen heeft Hollywoodse proporties. Bij de ingang van de hal hangen enorme lijsten van de medewerkers. Alsof we een recente blockbuster zijn gaan zien.

Nogmaals de trailer

Julian Rosefeldt zelf over Euphoria

Julian Rosefeldt over Manifesto

Manifesto in de bioscoopfilm-versie compleet. Cate Blanchetts lerares-scene begint bij 1:21:24

Julian Rosefeldt

Gezien 10 juni Amsterdam.

Foto’s: © Julian Rosefeldt.



Angela: het nu volgende verhaal is echt, maar ook een projectie. Niet meer. En ook niet minder.

Tekst: Neil van der Linden


Ixchel Mendoza Hernández en het pluche ‘beertje’ ofwel poolvosje of poolhondje


Tijdens de voorstelling moest ik even denken aan de moedergiraffe in dierentuin Emmen die stierf tijdens de bevalling van haar jong. Het kalf was al dood doordat het verkeerd lag. Daarna stierf ook de moeder.

Geboorte, dood, liefde, verloren liefde, gebrek aan liefde, moeder en kind, daar gaat deze voorstelling over. Daar gaat veel kunst over. En toch is het goed te benoemen dat ook deze voorstelling daar bij uitstek over gaat.

Angela speelt zich af in een aanvankelijk somber betonnen interieur met achterin een strak-moderne open keuken. Zes personages. Aan het begin zien we de Angela uit de titel, een jonge vrouw, alleen, nors kijkend, zittend aan een tafel.

Op een matras in een hoek ligt een pluche speelgoeddiertje dat op een poolvosje of poolhondje lijkt, maar later door Angela’s moeder telkens bijna dwingend als beertje zal worden aangeduid, Angela’s speelgoedbeertje.

Een op het speelgoeddiertje gelijkend poolvosje of poolhondje zien we vervolgens op een videoscherm in een animatiefilm. Het kan spreken en richt zich tot het publiek. En zal samen met een later te verschijnen buitenaardse boodschapster  rationeler blijken te zijn dan wat de mensenpersonages op het toneel vervolgens tegen elkaar zullen zeggen.

Een jongen komt een paar keer binnen, die blijkbaar haar vriend is. Maar hij komt ook geregeld binnen met een andere jonge vrouw die weinig affiniteit met Angela heeft, maar die af en toe wel haar afschuw uitspreekt over Angela. En er is Angela’s moeder die evenmin veel affectie tegenover Angela aan de dag legt, maar zich wel voortdurend met haar bemoeit.

Angela blijkt sinds haar jeugd een neurotische aandoening te hebben waarvan ze als influencer op Instagram of TikTok verslag doet. Ze lijkt via het telefoonscherm tegenover haar volgers meer affectie kwijt te kunnen dan in haar fysieke werkelijkheid en debiteert zelfs levenswijsheden die ze nauwelijks kan hebben opgepikt uit haar benauwende dagelijkse omgeving. Een hoogbegaafd geestelijk instabiel oud kind binnen een kluwen van verstikkende psychologische verhoudingen. En terwijl iedereen het over de ziekte van Angela heeft lijkt de moeder te willen bewijzen dat ze nog zieker is.

Langzamerhand begint het decor te veranderen. Een soort zijkamers aan de rechter- en linkerkant en de hele open keuken in het midden blijken haarscherpe filmprojecties te zijn die langzamerhand veranderen, eerst in andere interieurs, met kamerplanten en open haard, tot de haardblokken beginnen te zweven, en we sombere straten, via bosbranden en zonnevlammen zijn.

De benauwende omgeving uit het begin biedt uitzicht op een wijds maar evenzeer bedreigend heelal. We zien video-‘loops’, die bewust zichtbaar niet naadloos aan elkaar zijn gelast. Het ‘a strange loop’ uit de titel wordt op deze deze manier ook een klein beetje gereflecteerd in de techniek van de videomontage.

Zo weinig empathie als de personages onderling aan de dag leggen, zo weinig empathie lijken ze in hun norse onderlinge gedrag van ons, toeschouwers te vragen.  Alleen wordt Angela op gegeven moment wel heel erg ziek, en baart ze, via haar mond, een baby. Waarmee de moeder meteen aan de haal gaat.

Dat Angela zich tegenover haar influencers wel kan uiten zoals tegenover niemand in haar echte omgeving kan een metafoor zijn voor kunstenaarschap. Maar zou de voorstelling ook een metafoor zijn voor de zwaarte – voor een moeder – van het echte fysieke baringsproces?

Bevallen is één van de ongeveer de ‘normaalste’ gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid (en natuurlijk  van een groot deel van het dierenrijk in het algemeen). Tegelijkertijd is het ook telkens één van de bijzonderste gebeurtenissen, waarbij fysiek dingen komen kijken waarvan een niet-moeder en zeker een man zich nauwelijks een voorstelling kan maken. Hoeveel liefhebbende familieleden je ook om je heen zou hebben, en hoezeer de diep in de biologie verankerde moederlijke oer- -reflexen en -instincten het proces meestal vanzelf de goede kant op sturen.

De videobeelden van foetussen en baby’s tegen de achterwand geven ook aanleiding tot interpretaties in deze richting. En ja, de ‘normale’ geboortes zijn tegelijkertijd toch telkens weer een wonderbaarlijke ‘loop’. En in wat volgt op de geboorte, het opvoedingsproces, kan alles evengoed vanzelf goed gaan, maar het kan ook fout gaan, nog meer ‘strange loops’.

In de voorstelling kan hoop worden geput uit het resterende personage, de van buiten de aarde afkomstig lijkende boodschapster, gespeeld door violiste Diamanda La Berge Dramm. Ze oogt als een cherubijn, en met een soort babydoll aan ook op een grootformaat klein kind, en met haar viool ook op een Orpheus in kindje-Jezus gedaante, die de wereld mooier maakt met muziek, en die samen met het pratend poolvosje op het videoscherm een Messiaanse duiding weet te geven aan het alles wat wij zien.

‘Dit verhaal is gisteren gebeurd, maar ik weet dat het morgen is’, zeggen ze. Aan het begin van de voorstelling hadden we al een tekst in het toneelbeeld geprojecteerd gezien, alsof het geschilderd was: ‘Het nu volgende verhaal is echt.’ Maar voor het moment is het gelukkig ook maar even echt als de projectie. Niet meer. En ook niet minder.

Gezien 7 juni, ITA, Holland Festival.

concept Susanne Kennedy, Markus Selg
tekst en regie Susanne Kennedy
decor Markus Selg
performers: Diamanda La Berge Dramm, Ixchel Mendoza Hernández, Kate Strong, Tarren Johnson Dominic Santia

Soundtrack Diamanda La Berge Dramm, Richard Alexander
live muziek Diamanda La Berge Dramm
video design Rodrik Biersteker, Markus Selg

Foto’s © Julian Röder



Vier danshelden, maar dat is net niet genoeg voor een echt goede voorstelling

Tekst: Neil van der Linden

Ons in het publiek wordt gevraagd ieder een voorouder in gedachten te nemen. De vier dansers doen dat ook, in drie gevallen een historische geestverwant, in het geval van choreografe Amanda Piña ook een echte bloedverwant. Het zijn elk van oorsprong niet-Westerse pioniers in de dans, die echter grotendeels zijn vergeten.

Nyota Inyoka (1896-1971) werd geboren in Pondicherry, een Franse kolonie in India, en groeide op in Parijs, dochter van een Franse moeder en een Indiase vader, hoewel ze soms werd aangekondigd als ‘Egyptisch’, ‘Perzisch’ en ‘Cambodjaans’.

François “Féral” Benga (1906–1957) was het onwettige kleinkind van een rijke onroerend goed eigenaar uit Dakar, Senegal, en werd onterfd vanwege zijn homoseksualiteit. Hij werd een ster in de Folies Bergère en was lid van de Ballets Noirs met Josephine Baker. Hij speelde in Le sang d’un poète van Cocteau en nadat hij New York trok werd hij een veelgevraagd model tijdens de Harlem Renaissance Afro-Amerikaanse beweging, toen onder meer fotograaf Carl Van Vechten hem als rolmodel vastlegde.

Leyla Bedir Khan werd geboren in Istanbul als dochter van Abdürrezzak Bedir Khan uit een Koerdisch-Ottomaanse adellijke familie en Henriette Ornik, een Oostenrijks-Joodse tandarts. Haar geboortejaar was waarschijnlijk 1903, al zei ze zelf 1908, ook al zat haar vader tussen 1906 en 1910 in een gevangenis in Libië. Toen het het Ottomaanse rijk uiteen viel vestigde haar familie zich in Egypte.

Na de dood van haar vader ging ze met haar moeder naar Wenen, waar Leyla haar eerste danslessen volgde. Vervolgens trok ze naar Parijs om Indiase en Perzische cultuur onder meer Zoroastrische cultuur te bestuderen. Ze trad op in operahuizen in Europa en de Verenigde Staten. Over haar choreografieën zei ze dat ze de die eigenlijk niet echt leerde. Ze improviseerde.

In het geval Clemencia Piña ‘La Sarabia’ (1878-1988) was een oudtante van de Mexicaans-Chileense en via een grootvader ook nog Libanese Amanda Piña. ‘La Sarabia’ werd door haar moeder meegenomen naar Mexico en had een succesvolle loopbaan in Europa, in Parijs en ook ooit voor de Russische tsaar. Ze gebruikte een breed amalgaam van invloeden, Mexicaans, flamenco, Braziliaans.

Exotisme is een kernwoord, zo vertelt Amanda Piña aan het begin van de voorstelling. Danspioniers die de Westerse dans beïnvloedden met niet-Westerse danselemementen. Maar die ook in het harnas van exotisme vast kwam te zitten.

‘Feral’ in de artiestennaam van Francois ‘Feral’ Benga betekent zoiets als ‘wild’, zoals bij een zwerfkat, en dat is in veel opzichten een racistisch clichébeeld, ook al wilde Benga daar blijkens die bijnaam wel aan voldoen. En de choreografie die Benga in Parijs eind jaren dertig zelf maakte werd afgedaan als niet Afrikaans genoeg. Als fotomodel in New York was hij vooral een black queer sekssymbool.

Ook Leyla Bedir Khan kwam vast te zitten in exotisme en dat gold voor alle anderen ook. En ook Bedir Khan gold in haar tijd als exotische queer sekssymbool. In elk geval zijn al deze pioniers inderdaad grotendeels vergeten, en zeker om wat ze voor de dans hebben betekend.

De voorstelling speelt zich af in een replica van een decor van de Franse fin de siècle-opera- en musical-scenograaf Albert Dubosq (1863-1940), die vooral in Brussel maar trouwens ook in Nederland werkte. Het beeldt een tropisch landschap uit, en is daarmee een eerbetoon aan een grootheid in de stad waar deze voorstelling vrijwel meteen na de première vandaan komt, Brussel, en het is ook een verwijzing naar het geldende exotisme van indertijd. Geluiden van vogels versterken de exotistische sfeer.

Jammer is dat het allemaal toch niet echt tot leven komt. De voorstelling blijft sterk hangen op afzonderlijke scenes rond de verschillende personages, die al snel verworden tot afzonderlijke sketches. Natuurlijk moeten we eerbiedig zijn tegenover die helden. Maar dat is niet genoeg om een voorstelling te dragen, hoe sympathiek alles ook is.

Wat evenmin helpt is dat de muziek, ondanks de verschillende muzikale stijlen, West-Afrikaans, Spaans, Braziliaans, Caraïbisch, maar ook hiphop en reggaeton (moderne op reggae gebaseerde dancemuziek) en ondanks citaten uit originele vintage geluidsopnamen, grotendeels vanwege eenzelfde soort elektronische klank nogal eenvormig en ook kil klinkt.

En ook al is de Belgisch-Congolese André Bared Kabangu Bakambay een uitstekende breakdancer, breakdance staat al in alle soorten en maten op het podium en het maakt de voorstelling er niet per se actueler op.

Ook dat nadrukkelijk wordt gemeld dat twee van de vier vereerde helden queer zijn is niet voldoende, al komen we wel interessante wetenswaardigheden te weten. Bijvoorbeeld dat in de tijd van de Folies Bergère personen van Afrikaanse komaf lukraak op grond van hun exotisch uiterlijk werden aangenomen, maar dat dat zowel in het geval van François Benga  als van Josephine Baker goed uitpakte.

Maar dus o wee als je je dan niet exotisch genoeg gedroeg, wat bleek toen wat Benga’s Parijse zijn magnum opus had moeten worden volgens de publieke opinie niet Afrikaans genoeg was. (Josephine Baker lukte het zich daaraan te onttrekken, ongetwijfeld door haar enorm sterke persoonlijkheid, maar ook door haar heldenmoed in de tweede wereldoorlog en haar sociale opstelling daarna.)

Gezien Exótica van Amanda Piña, 6 juni, ITA, AmsterdamHerhaling 7 juni.

Foto’s Exotica Tammo Walter

Over lijken gaan. Simon McBurneys prachtige volksvertelling en eco-thriller als opening van het Holland Festival

Tekst: Neil van der Linden

Wat een prachtige voorstelling. Een lyrisch volksvertelling-achtig verhaal vermengd met een eco-thriller. Aanvankelijk heb je niet door waar het verhaal zich afspeelt. Ergens tussen Engeland en Schotland of tussen Ulster en de Ierse Republiek misschien? William Blake wordt voortdurend geciteerd, een katholieke priester is prominent aanwezig (en speelt een bedenkelijke rol) en op gegeven moment wordt gezegd dat Engelsen niet erg geliefd zijn in het gebied waar het verhaal zich afspeelt.

Maar dan hoor je dat degene die het grootste deel van het verhaal vertelt Janina heet, niet echt een Engelse naam, en vervolgens dat haar achternaam Duszejko is, en dat ze, oorspronkelijk afkomstig uit Warschau, lerares Engels is in een afgelegen streek van Polen aan de Tsjechische grens.

Ze vertelt dat ze ooit brugbouwkundig ingenieur was en overal ter wereld werkte, tot in Libië en Syrië  toe. Niet echt de fijnste landen zou je zeggen, maar dat waren landen waarmee communistisch Polen waarschijnlijk goede relaties had, en ze dacht daar wel iets goeds voor de bevolking te doen.

Na een ongeluk of ziekte is ze omgeschoold tot schoollerares Engels. In het dorpje waar ze nu woont heeft ze maar beperkt contact met dorpsgenoten, waarvan sommige nogal zonderling zijn, maar zij is dat niet minder.

Een teruggetrokken levende buurman met een aangeboren spraakgebrek, een entomoloog die onderzoek doet naar een zeldzame kever en zelfs min of meer een romantische relatie met haar krijgt. Dr Ali, een immigrant die vroeger arts was bij nomadische stammen in de Sahara; een voormalige schoolleerling, die van haar de passie voor Blake heeft overgenomen en nu nog veel fanatieker over hem is dan Janina, een meisje uit de buurt, enz.

Ze vinden elkaar ieder op zijn/haar manier in het verzet tegen sinistere plannen om het dorp te ontvolken en er een steengroeve van te maken. De boosdoeners zijn lid van een ‘jachtclub’ en spannen onder leiding van een paar gewetenloze zakenlieden samen met de dorpspriester, het hoofd van de politie en de directeur van de school.

Janina Duszejko komt daar achter als haar twee dierbare honden worden doodgeschoten bij een jachtpartij. Aangeslagen door de dood van haar ‘dochters’, zoals ze de honden noemt en onderhand anti-jacht en verklaard vegetariër, gaat ze op onderzoek uit. Vervolgens komen steeds meer leden van de criminele kongsi op mysterieuze wijze om het leven.

Janina, die ook overtuigd astrologe is, kan alles verklaren vanuit de sterren en wijt de moorden ook aan de dieren in het bos die wraak nemen omdat op de plek van de moorden afdrukken van hertenhoefjes worden gevonden en omdat één van de leden van het jachtgezelschap wordt gevangen in een strik die voor dieren was gezet.

Janina wordt bijgestaan door haar club van getrouwen, die steeds meer echte vrienden worden. Wat wij als publiek lange tijd niet weten, maar wel geleidelijk aan kunnen gaan vermoeden is dat (spoiler alert!) Janina zelf de moorden in touw zet; al dan niet bewust, zozeer is ze aangegrepen door de dood van haar twee honden.

En ja, als dit alles aan het licht komt zijn al haar nieuwe vrienden zo met haar begaan dat ze haar uiteindelijk over de grens in veiligheid brengen in een diep woud, waar ze misschien nog lang en gelukkig zouden leven. Daar heb je vrienden voor.

Dit alles wordt in vliegende vaart en toch in een voorstelling van inclusief pauze maar liefst drie uur en twintig minuten ijzersterk neergezet in Drive Your Plow Over the Bones of the Dead, de openingsvoorstelling van het Holland Festival van dit jaar.

Olga Tokarczuk

Het personage Janina Duszejko is gebaseerd op de hoofdpersoon in de roman van de Poolse auteur en Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk, in het Nederlands vertaald als Jaag je ploeg over de botten van de doden, natuurlijk ook naar een dichtregel van Blake

De gigantische rol van Janina Duszejko, die bijna de hele tijd aan het woord is werd vertolkt door Amanda Hadingue, een prestatie van reuzenproporties, ook, omdat zij zich met schijnbaar gemak door de lappen tekst heen werkt en daarbij geheel naturel overkomt.

Samen met haar stuk voor stuk ook fenomenale medespelers van het ensemble weet ze je binnen de kortste keren mee nemen in het verhaal en je je te laten verplaatsen naar waar Drive Your Plow Over the Bones of the Dead zich afspeelt. En ja, tot en met het einde kies je voor Janina, tsja, inderdaad inclusief de moorden, want het is een ook wel erg boze wereld waartegen ze zich verzet, waarin ook de overheid en de clerus over lijken gaan, dierenlijken weliswaar, maar waarin ze uiteindelijk ook het wel en wee van de bewoners en de hele wereld aan hun laars lappen.

Simon McBurney staat bekend om zijn innovatieve gebruik van technologie op het toneel (The Encounter, ook met zijn eigen gezelschap Complicité, Holland Festival 2016) en die Zauberflöte (De Nederlandse Opera 2018, terug komende december).

Die technologie is nadrukkelijk én onnadrukkelijk aanwezig in Drive Your Plow Over the Bones of the Dead. Naast Amanda Hadingue zien we af en toe de overige acteurs en verder een groot deel van de tijd bijna zwart decor. Maar op cruciale momenten zien we lichtflitsen, filmprojecties van het dorpscafé, schaduwen van sinistere personages en de sterrenhemel inclusief de astrologische versies daarvan waarin Janina wijsheid zoekt.

De muziek en overige geluiden zijn precies zo gedoseerd. Een voorstelling die op je netvlies achterblijft, zoals de plotselinge visuele effecten maar vooral het zo moedige, maar tragische personage Janina Duszejko.

Naar de roman van Olga Tokarczuk.

Regie Simon Mc Burney

Met Amanda Hadingue, Thomas Arnold, Johannes Flaschberger, Kathryn Hunter, Kiren Kebaili-Dwyer, Weronika Maria, Tim McMullan, César Sarachu, Sophie Steer, Alexander Uzoka, Tamzin Griffin  productie Complicité  coproductie Barbican London, Belgrade Theatre Coventry, Bristol Old Vic, Comédie de Genève, Holland Festival, les Théâtres de la Ville de Luxembourg, l’Odéon-Théâtre de l’Europe, The Lowry, The National Theatre of Iceland, Oxford Playhouse, Ruhrfestspiele Recklinghausen, Theatre Royal Plymouth.

Foto’s Mark Brenner, Camilla Adams en Łukasz Giza.

Gezien 3 juni 2023 Theater Amsterdam in het Holland Festival.

Hans Henkemans: opnieuw een pleidooi voor een vergeten componist door pianist Mattias Spee, met hulp van Ed Spanjaard

Tekst: Neil van der Linden

De serie Eclipse is een reeks concerten waarin pianist Mattias Spee werken van vergeten componisten speelt en er cd’s s van uitbrengt. De tweede editie, met concert en de cd-opname was gewijd aan Hans Henkemans.

Tot in de jaren zestig lag de naam Henkemans op ieders lip. Zelf denk ik wel eens dat Nederland in componistenopzicht te groot is voor het servet maar te klein voor het tafellaken. Het afzetgebied is klein en zodra er bijvoorbeeld ruzie uitbreekt wordt de componist van de podia verdreven.

Van Gilse, Vermeulen, Wagenaar, allemaal briljante componisten, die goeddeels verdwenen. Althans uit de concertpodia. En dan te bedenken dat onze eigen ‘internationale’ attitude ervoor zorgt dat we wel nieuwsgierig zijn naar de muziek die alle Finnen, Denen, Tsjechen en Britten hier brengen, maar we promoten onze eigen muziek niet graag in het buitenland. Waardoor de werkruimte voor de componisten nog kleiner wordt.

Hans Henkemans was ook een internationaal veelgevraagd pianist. Onlangs heeft Decca France een box uitgebracht met zijn indertijd voor Philips opgenomen Debussy-vertolkingen, en op verschillende buitenlandse labels zijn ook Mozart pianoconcerten met de Wiener Symphoniker onder Rudolph Moralt en John Pritchard verschenen. Je kunt je afvragen of Nikolaus Harnoncourt, die tussen 1952 en 1969 met dit orkest speelde, bij deze opnamen betrokken was en misschien geïnspireerd was door Henkemans’ lucide interpretaties.

Ook zijn composities werden veel en vaak gespeeld. Ik herinner mij dat toen ik als kind naar de radio luisterde Henkemans’ muziek als vanzelfsprekende ervaarde. Hij hoorde er bij. Al in 1938 had het Concertgebouworkest onder Eduard van Beinum zijn pianoconcert uitgevoerd met George van Renesse als solist, en in 1945, meteen na de oorlog zijn tweede met hemzelf als solist, Zijn werken werden ook door Giulini en Klemperer uitgevoerd.

Fluitconcert met Hubert Bahrwasser en het Concertgebouworkest onder Klemperer

Eclipse vol I: Joseph Wölfl

Henkemans eerste pianoconcert met Henkemans zelf en het Omroepkamerorkest / Maurits van den Berg

Henkemans : Piano Concerto No. 3 (1992) Pianist Garrick Ohlsson, dirigent Jac van Steen

Als componist is Henkemans min of meer weggevaagd als gevolg van de Notenkraker-beweging. Amsterdam en Nederland bleken opnieuw te klein voor een tweestromenland. De film ‘Weggewist:  doet hier verslag van. In de film komt onder meer Ed Spanjaard aan het woord. Zijn vader was een studiegenoot van Henkemans , beiden studeerden zij geneeskunde met als specialisatie psychiatrie.

Artikel over de documentaire Weggewist:

https://www.omroepwest.nl/nieuws/4593561/de-vergeten-muziek-van-de-grote-haagse-componist-hans-henkemans

Ed Spanjaard en Mattias Spee
Foto: © Omroep West

Spanjaard kreeg les van Henkemans die ook zijn muzikale mentor was. Hij liet hem ook een verzameling onuitgegeven werken na. Uit deze verzameling ongepubliceerd werk, plus wat er al wel uitgegeven was stelde Mattias Spee het programma voor dit concert samen.

Allereerst was daar de Sonatine uit 1932. De in december 1913 geboren Henkemans was toen een jaar of 18 of 19 jaar oud was. Een voldragen werk, vriendelijk dissonant zou je kunnen zeggen, ongeveer het soort tonaliteit als van Hindemith.

Ed Spanjaard speelde Moments Souriants, vijf korte stukken die Henkemans tijdens de oorlog schreef voor een dochter van zijn tweede echtgenote. In de muziek maakt Henkemans als het ware woordspelingen met de titel. Sourire in het Frans betekent glimlachen en souri muis. Glimlachende momenten of muizen-momenten.

Volgens Spanjaard kon de dochter toen misschien alleen het eerste stuk spelen maar toen hij haar op 80-jarige leeftijd de stukken liet horen herinnerde zij zich ze nog. Qua tonaliteit werd het kinderen echt niet gemakkelijk gemaakt, maar de stukken hebben ook een lichte toon.

Vervolgens speelden Spee en Spanjaard quatre-mains Heksendans, een jeugdstuk dat ook echt aantoonde dat de piepjonge Henkemans op de hoogte was van alle idiomen van zijn tijd. Ik vroeg mij nog af of de componist in de titel met zijn eigen naam had gespeeld, de titel verschilt maar een paar letters in het midden van zijn eigen naam.

Het volgende ongepubliceerde stuk van Henkemans gespeeld door Spee, Andante con Moto uit 1939, laat horen dat Henkemans, gezien de huidige herwaardering voor tonaliteit zoals in de muziek van Mathilde Wantenaar en Rick van Veldhuysen, toch echt een plaats terugverdient in de Nederlandse componistencanon.

 

Dat wordt ook duidelijk als Spee het stuk laat contrasteren met een jeugdwerk uit 1959 van de toen twintigjarige latere Notenkraker-voorman Louis Andriessen, ‘Prospettive e retrospettive’. Dat contrasteert op zijn manier weer met het laatste werk van Henkemans in het recital, Sonate uit 1958, een pianistisch beest van een stuk dat opperste virtuositeit vereist en dat opperste dramatiek herbergt, met gebruikmaking van al het semi-atonale en tegelijkertijd relatief toegankelijke idiomen van zijn tijd

Spee combineerde Henkemans met een suite van Louis Couperin, een prelude van Debussy, het jeugdwerk van Louis Andriessen en eigen stukken.

De reden voor Debussy is duidelijk: Henkemans was een groot Debussy vertolker. En Debussy is een favoriete componist van Spee.  Louis Couperin, oom van de beroemde François schreef ook experimentele muziek, bijvoorbeeld zonder maatstrepen.

Spees eigen stukken bewegen zich in een idioom dat vergelijking rechtvaardigt met dat van Debussy en Skrjabin, en soms lijken frasen uit hun oeuvre op de duiken. Hij gaf geen verklaringen bij de titels van zijn eigen stukken. Ik zou benieuwd zijn waarom Spees eigen Atelophobia (de angst om niet perfect te zijn, dus de obsessie met perfectie) zo heet. Maar misschien is dat juist de reden waarom hij het niet vertelde? Ook Event Horizon heeft een intrigerende benaming. In de kosmologie is het het verdwijnpunt van ruimte en tijd.

Het tijdens deze avond officieel als eerste uitgereikte exemplaar van Mattias Spees Eclipse Vol II was bestemd voor Spees labelmate celliste Maya Fridman.

Eclipse vol II: Hans Henkemans

Dit is de tweede CD-presentatie in korte tijd van het label TRPTK. Twee weken eerder was er ‘Into Eternity’ met muziek van Marion von Tilzer, op tekst van de laatste brief van de Tsjechisch-Joodse Vilma Grunwald geschreven voor haar dood in Auschwitz, van met onder meer Maya Fridman, van wiens aandeel in de uitvoering van Maxim Shalygins Severade S I M I L A R 3 ik onlangs ook al zo onder de indruk was.

Mattias Spees Eclipse vol II: Hans Henkemans is beschikbaar op www.trptk.com en werd op 20 mei 2023 gepresenteerd in de Amstelkerk.


Het concert wordt opgenomen en uitgezonden door Het Avondconcert op NPO Radio 4.

Mattias Spee – Louis Andriessen/ Prospettive e retrospettive

Gezien Amstelkerk 20 mei 2023

Foto’s: © Bor van Zeeland en Neil van der Linden

Net uit in Nederland: Tchaikovsky’s wife, fenomenaal portret van gedoemde liefdes.

Tekst: Neil van der Linden

Kirill Serebrennikovs Tchaikovsky’s wife gaat over onmogelijke, fatale maar ook baatzuchtige en opportunistische liefde tussen Tchaikovsky en Antonina Miliukova.

Antonina Miliukova kwam uit een verarmde familie van lagere landadel en werkte als naaister, toen ze Tchaikovsky tijdens een feestje van een gemeenschappelijke vriend ontmoette. Wat ze bij dat feestje deed is ook historisch onduidelijk en de film laat het in het midden. Wel toont de film Antonina als een jonge vrouw van uitzonderlijke schoonheid, in de persoon van actrice Alyona Mikhailova. Regisseur Serebrennikov suggereert ook dat ze om haar schoonheid overal veel bekijks had, dus dat zou een verklaring kunnen zijn waarom ze op dat feestje was.

Antonina was bij die eerste ontmoeting 16 en Tchaikovsky 25. Tchaikovsky zou later schrijven zich er niets van herinneren. De ontmoeting maakte wel indruk op Antonina, met als gevolg dat ze zich inschrijft aan het conservatorium, hoewel ze het lesgeld nauwelijks kan betalen. Gestaag werkt ze zich in in de kringen rond Tchaikovky, al zou het haar moeten hebben kunnen opvallen dat Tchaikovsky ook veel aantrekkelijke jonge mannen als leerling had.

Voor een aantrekkelijke cellist heeft hij een werk geschreven. Dat kunnen de Rococo-variaties zijn, die in november 1877 in première gingen, vijf maanden nadat Tchaikovsky Antonina ten huwelijk vroeg, vier maanden nadat Tchaikovsky en Antonina op 18 juli met elkaar trouwden, twaalf jaar nadat Antonina Tchaikovsky voor het eerst had ontmoet, en twee maanden nadat het huwelijk in feite alweer op de klippen was gelopen. Tchaikovsky werkte intussen aan zijn vierde symfonie en aan de opera Eugen Onegin. Antonina houdt vol dat Eugen Onegin over hun liefde gaat, terwijl wie de opera kent weet dat die over onmogelijke liefde gaat.

Serebrennikov kende ik van twee vorige films: Leto uit 2018, over een alternatieve rockband als metafoor voor de veranderingen in het laatste decennium van de Sovjet-Unie, en Petrovs Flu uit 2021 over de gefnuikte hoop na alle veranderingen in Rusland. Vorig jaar regisseerde hij bij De Nationale Opera Der Freischütz (met als de Mephisto-figuur in het rood dezelfde acteur die nu Tchaikovsky speelt).

Tchaikovsky’s wife bevat maar een beperkte hoeveelheid muziek van Tchaikovsky zelf. Daniil Orlov componeerde fraaie relatief ingetogen muziek voor de film waarin hij nergens probeert Tchaikovsky te parafraseren en die de verhaallijn ondersteunt.

Daniil Orlovs muziek voor de film

De meeste keren dat we Tchaikovsky’s eigen muziek wél horen is als Antonina stukken van hem op de piano speelt. Daarbij is gekozen voor simpeler stukken, als om aan te geven dat Antonina, die zich om Tchaikovsky te leren kennen bij het conservatorium had ingeschreven, niet per se de briljantste leerling was. Maar het zijn wel gevoelige stukken, en het is juist met het spelen van een pianocompositie van Tchaikovsky dat Antonina haar moeder overtuigt om toch in te stemmen met een huwelijk.

Verder horen we het symfonisch gedicht De Storm uit 1873, één van Tchaikovsky’s getormenteerdste werken, en een kroegzang op muziek uit Het Zwanenmeer uit 1876, het werk waarmee Tchaikovsky definitief een populaire componist werd, maar waarmee hij en dus ook zijn privéleven in de schijnwerpers kwamen te staan.

We zien de première van de vierde symfonie in februari 1878, als de twee maanden van hun gedoemde samenzijn voorbij zijn en Antonina het concert bijwoont met een zelf-gekocht toegangskaartje voor op het schellinkje.

Een mooi moment is als Antonina’s bazige moeder, die niets in dit huwelijk zag, toch smelt als Antonina op de familiepiano muziek van Tchaikovsky speelt. De piano is een vals oud ding, wat de status van de familie weergeeft, maar er staat toch maar een piano, zoals het ook lagere bourgeoisie betaamt.

Serebrennikov diept de gebruikelijke lezing uit waarin Tchaikovsky trouwde omdat hij in het nauw gebracht was door geruchten over zijn homoseksualiteit, maar ook dat hij schulden had en de bruidsschat die Antonina hem voorspiegelde goed kon gebruiken, al bleek die uiteindelijk veel minder waard dan vermoedelijk ook Antonina zelf had verwacht.

Toch zien we dat Tchaikovsky even dacht dat een huwelijk met een vrouw ook in zijn persoonlijk leven een wending zou kunnen aanbrengen. Wel wilde hij met haar afspreken dat zij als broer en zus zouden leven. De film laat zien dat ze dit onbewust of bewust in de wind slaat, hoewel ze ook verschillende keren wordt gewaarschuwd, door familie en door personen uit Tchaikovsky’s vriendenkring.

Maar ook als een wederzijdse verwijdering een feit blijkt, wil Antonina niets van een echtscheiding weten. Toentertijd was overspel de enige mogelijkheid om een echtscheiding te bewerkstelligen, ook als beide partijen instemden met de scheiding. Tchaikovsky wil die methode blijkbaar niet jegens haar gebruiken, misschien omdat een van overspel beschuldigde vrouw vermoedelijk maatschappelijke verschoppeling zou worden, maar misschien ook omdat zijn eigen falen als echtgenoot dan aan het licht zou komen.

Oplossing was dat zij hem zou beschuldigen. En de beschuldiging van overspel met een andere vrouw zou Tchaikovsky misschien wel goed zijn uitgekomen. In een horrorscène in de film zien we een reeks advocaten en vrienden van Tchaikovsky Antonina onder druk zetten. maar zij stemt er niet mee in.

Misschien omdat ze het idee niet kon verdragen dat Tchaikovsky dan in de publieke opinie een affaire zou hebben gehad met een andere vrouw en zij dus zou hebben gefaald. Maar misschien en niet het minst waarschijnlijk doordat ze aan het idee van een huwelijk bleef vastklampen. Ze zouden elkaar nog een paar keer terugzien, naar verluidt tot groot ongenoegen van hem.

Tijdens de première van de vierde symfonie in Moskou februari 1978, zoals verbeeld in de film, als we Antonina in het schellinkje zien, was Tchaikovsky zelf in Italië. Tekenend was dat die vierde symfonie Tchaikovsky’s de eerste uit zijn serie ‘noodlotssymfonieën’ was. We zien ook dat deze symfonie slecht werd ontvangen.

Antonina gaat vanaf dat moment een aantal liefdeloze seksuele affaires met andere mannen aan, met als gevolg twee kinderen, die ze in een weeshuis onderbrengt, waar ze op jonge leeftijd sterven. Op grond van haar buitenechtelijke affaires, in de film gedeeltelijk in touw gezet door zijn vrienden, had Tchaikovsky haar van overspel kunnen beschuldigen. Maar dat doet hij niet.

De film laat ook zien dat Antonina een mooie vrouw moet zijn geweest, en hoe!, in de persoon van actrice Alyona Mikhailova die Antonina speelt. We zien haar in de film overal op straat veel bekijks trekken. Maar ze heeft alleen oog voor Tchaikovsky.

Het huwelijk loopt overigens klaarblijkelijk niet alleen stuk op Antonina’s verwachtingen en Tchaikovsky’s onvermogen om daaraan tegemoet te komen. Weliswaar zien we aantrekkelijke jonge mannen in de film die tot Tchaikovsky’s entourage behoren of vroeger behoorden. Maar Serebrennikov laat ook een componist zien die eigenlijk, in weerwil van de mannelijke vrienden en een paar vrouwelijke bewonderaars, eigenlijk deels in afzondering wil leven om zich aan zijn kunst te wijden.

We zien Antonina aan het eind van de film terug, in 1893, als ze een krant steelt waarin het overlijden van Tchaikovsky, volgens de nieuwsmedia als gevolg van cholera, werd bericht. Ze zou nog memoires schrijven, waarin ze Tchaikovsky als een genie omschreef, een niveau dat ze naar eigen zeggen niet kon bijbenen, wat we terugzien als een bijna belcanto-opera-achtige waanzinsscène in de film.

De film opent ook met zo’n waanzinsscène, als ze als de weduwe de opgebaarde Tchaikovsky bezoekt en hij uit de dood verrijst om haar toe te roepen hoezeer hij haar verachtte. Pas in 1917 zou ze zelf overlijden, in een inrichting in Moskou.

Dit alles wordt fenomenaal uitgebeeld door Alyona Mikhailova als Antonina, die alleen al met haar gezichtsmimiek ongeveer per fractie van een seconde van nuance lijkt te kunnen veranderen. Ze zou voor mij alle mogelijke Oscars verdienen, als dat een criterium is. Ze krijgt prachtig repliek krijg van Odin Lund Biron als een afstandelijke en veel ongrijpbaardere Tchaikovsky.

Serebrennikov psychologiseert niet, althans niet op de Hollywood-manier. Geen analyses, geen verklaringen van hoe het allemaal zo gekomen is.  De liefde is een onverklaarbaar en soms kwaadaardig verschijnsel dat mensen overkomt. In de openingstitels en de aftiteling ziet Serebrennikov zijn film en daarmee misschien wel zijn oeuvre op een vergelijkbare manier, als hij de film dus tot twee keer toe omschrijft als ‘Film by Kirill Serebrennikov’ en dus niet als ‘A film by’ enz. Het staat er zo uitdrukkelijk en de film zit verder zo perfect in elk aar dat dit zeer zeker niet alleen te maken heeft met het feit dat het Russisch geen lidwoorden kent.

De film doet er ruim tweeëneenhalf uur over en dat is nodig om alle lijdenswegen te ervaren. Intussen biedt de film ook nog eens tweeëneenhalf uur oogstrelend visueel genot.  De Russische variant van de belle-époque esthetiek wordt in al haar schoonheid en rigiditeit in beeld gebracht, maar de film laat ook het schril contrast zien met het leven van de toen nog onmachtig gehouden verpauperde massa’s, waar Antonina geregeld aalmoezen komt uitdelen, en waarin ze zich soms van ellende lijkt te willen onderdompelen.

Serebrennikov zelf is openlijk homoseksueel en een LGBTQI-activist en heeft inmiddels Rusland verlaten. Rond het feit dat de Russische oligarch Roman Abramovich in de aftiteling van Petrov’s Flu werd bij ‘Met dank aan’ stond vermeld en kennelijk de film mede had gesponsord ontstond een controverse. Serebrennikov verdedigde Abramovich toen vanwege zoals Serebrennikov stelde Abramovich’ pogingen om tussen Moskou en Kyiv te bemiddelen “

Petrov’s Flu kan niet anders worden omschreven dan als een Rusland-kritische film, waarin Serebrennikov scherp stelling nam tegen anti-Oekraïne-sentimenten, antisemitisme en ander racisme in Rusland, homofobie, sociale achterstelling, gouvernementele incompetentie en corruptie.

NB:  Serebrennikov houdt zich gedetailleerd aan bekende uitspraken van Tchaikovsky en aan de memoires van Antonina. Deze film laat zien wat Serebrennikov stijl- en historie-getrouw en toch met hart en ziel met een opera zou kunnen doen.

Trailer:

Russische trailer:

Voor eeuwig. De laatste brief van Vilma Grunwald op weg naar haar dood in Auschwitz, onderdeel van een muziekcyclus van Marion von Tilzer als eerbetoon.

Tekst: Neil van der Linden

© Sky News

Into Eternity is een aangrijpend eerbetoon aan de Tsjechische Vilma Grunwald, gebaseerd op de onthutsende afscheidsbrief die zij schreef aan haar echtgenoot, op 11 juli 1944, voordat ze samen met haar oudste zoon in Auschwitz in de vrachtwagen zou klimmen op weg naar de gaskamers. De brief gaf zij aan een welwillende Duitse bewaker.

Haar andere zoon, die samen met zijn vader, die arts was, in een ander deel van het kamp gelegerd was en die samen met zijn vader het kamp zou overleven, schreef later hoe sommige oudere bewakers weinig ophadden met het nazisme en Hitler. Vilma had juist gegokt, de bewaker was van die categorie en wist de brief via via naar haar echtgenoot, zijn vader, door te geven, ook al was het kamp immens.. De zoon heeft de brief later aan het Amerikaanse Holocaust Museum gegeven.

Componiste en pianist Marion von Tilzer heeft een cyclus met eigen composities samengesteld en op CD uitgebracht. Het concert in de Posthoornkerk van afgelopen 29 april was ook de presentatie van de CD.

De CD op Spotify:

De titel Into Eternity refereert aan de laatste woorden uit te brief: ‘De beruchte vrachtwagens zijn hier al en we wachten tot het zal beginnen. Ik ben volledig kalm. Jij, mijn enige en mijn liefste, geef jezelf niet de schuld voor wat er gebeurd is, het was ons lot. We deden wat we konden. Blijf gezond en denk aan mijn devies dat de tijd zal helen – misschien niet alles, maar op z’n minst een deel. Zorg goed voor ons kleine gouden jongetje en verwen hem niet te veel met al je liefde. Blijf allebei gezond, lieverds. Ik zal alleen maar aan jou en Misa denken. Heb een gelukkig leven, we moeten nu de vrachtwagens in. Tot in de eeuwigheid, jouw Vilma.’

De cyclus bestaat uit vier instrumentale delen in wisselende bezettingen, verder twee stukken waarin Maya Fridman ook zingt en twee door Bella Adamova gezongen delen, waaronder een zetting van de tekst van de brief. Het lied op de brief is meteen al het tweede deel.

Hier een link naar een studio-opname van het hele lied op tekst van de brief: 

Mezzosopraan Bella Adamova zingt het adembenemend, ingetogen, maar daardoor juist extra dramatisch, inclusief een huiveringwekkend wegstervend pianissimo op de woorden van de ondertekening van de brief, ‘Va Vilma’, ‘Jouw Vilma’. Celliste Maya Fridman speelt er prachtig kleine grillige motiefjes op de cello doorheen.

In een inleiding bij het concert zei journaliste Sandra Rottenberg dat muziek kan helpen de noodzakelijke herinnering aan wat steeds langer geleden gebeurd is levend te houden. Muziek kan die herinnering sublimeren, zoals in dit lied, waarvan je de tekst zonder de muziek misschien nauwelijks over het voetlicht zou kunnen brengen zonder overweldigd te raken door emoties.

In de lijn van de boodschap van de brief brengen andere delen hier en daar wat lichtheid, zoals het begin van het openingsdeel Triptych: Out of the Dark. Maar al snel gaat die lichtheid over in duisternis. Misschien horen we de beruchte vrachtwagens al aan komen rijden.

De laatste twee stukken van de CD werden tijdens het concert in omgekeerde volgorde gespeeld. Nu werd het op de CD laatste stuk, het titelstuk Into Eternity, als één na laatste gespeeld. De titel is ontleend aan de slotwoorden van de brief.

Op aanvankelijke lyrische motieven in de hoge registers van de piano zet op zeker moment een dwingend ritme in op oriëntaalse trom, dat het midden houdt tussen mystieke trance en een marsritme. Maar na een aardsere passage in de middelste octaven van piano komen de motieven in de hoge noten en het marsritme terug.

Het stuk eindigt met het etherische geluid van met strijkstok bespeelde belletjes. Het concert eindigt met het voorlaatste stuk van de CD, A girl findsa bright spot in a dark world, dat zowaar bijna dansbaar is, de gemoedsgesteldheid verklankend die briefschrijfster Vilma Grunwald in de laatste uren van haar leven probeerde te cultiveren.

In al zijn verfijndheid is Into Eternity natuurlijk relatief kleinschalig, maar het probeert één van de talloze miljoenen die omkwamen een naam te geven, en daarmee een beetje ook de anderen, die niet in staat waren een brief te schrijven, of wier brief nooit zijn aangekomen, of die niemand meer hadden om een brief aan te schrijven.

Trailer:

Twee eigen clips:

The letter of Vilma Grunwald

The day the light came

Hier is nog meer informatie over Vilma Grunwald en haar nog levende zoon Frank Grunwald: 

https://news.sky.com/story/my-mums-letter-written-moments-before-her-auschwitz-death-11365312

Gezien 29 april 2023, 20.15h in de Posthoornkerk. 

Bella Adamova, alt, Maya Fridman, cello, zang, het Belinfante Kwartet, Michael Hesselink klarinet,  Jacobus Thiele, percussie, Marion von Tilzer, composities, piano.