Month: juli 2025

Door computer gegenereerde Parsifal in Bayreuth 2023

Tekst: Peter Franken

In de aanloop naar de première van Jay Scheibs nieuwe productie van Parsifal ging de aandacht vooral uit naar een technologisch nieuwigheidje: het gebruik van AR brillen door het publiek. AR staat voor Augmented Reality wat inhoudt dat degene die zo’n bril opheeft naast de werkelijkheid ook nog veel computer gegenereerde beelden te zien krijgt. De toeschouwer ziet planeten, bomen, doodshoofden, vuur, ganzen, slangen en zo meer voorbijkomen. Het enige moment dat AR echt iets toevoegt is wanneer Klingsor de Speer naar Parsifal gooit. Dan ervaart men dat alsof die recht op je af komt. Overigens had slechts een select deel van het publiek zo’n bril op, ongeveer 300 personen gezeten in de Loge en de achterste zaalrijen. Voor de overige bezoekers was het business as usual.

Interview met Scheib:

Scheib is een toneelregisseur en heeft weinig tot geen ervaring met opera. Dat merk je direct aan de statische wijze waarop hij het koor positioneert: als een zingende muur. Verder is de aandacht kennelijk zozeer uitgegaan naar de visuele effecten dat de personenregie grotendeels is overgelaten aan de zangers zelf. Dat was indertijd ook nadrukkelijk het geval in de Ring van Castorf. De wijze waarop Andreas Schager zijn handen en armen beweegt in de dialoog met Kundry is ronduit knullig. Daar laat Scheib het duidelijk afweten en dat is helaas niet het enige moment.

Laten we alle hype en hooplah even voor wat het is dan valt op dat Scheib het libretto tamelijk volledig heeft gevolgd. Een scène tijdens de ouverture doet aanvankelijk anders vermoeden. Een figurant die dubbelt als Kundry verleidt de op de grond liggende Gurnemanz en na afloop zie je hem opschrikken. Laten we het er maar op houden dat hij het heeft gedroomd maar echte seks of niet, de chef van Montsalvat heeft duidelijk onkuise gedachten.

Dat is natuurlijk symptomatisch voor de treurige staat waarin de Graalgemeenschap verkeert sinds Amfortas de Speer is kwijt geraakt aan Klingsor en nu uitsluitend nog maar kan verlangen naar zijn einde. Zijn plicht is echter het onthullen van de Graal omdat de ridders en vooral zijn vader Titurel daar nieuwe levenskracht uit putten. Een Graalkoning die zich aan die plicht onttrekt is als Freia die het vertikt om de goden van appels te voorzien. En onder die teloorgang van de gemeenschap heeft ook het kuisheidsideaal te lijden.

Scheib heeft de verleiding niet kunnen weerstaan om dit breder te treken door een vergelijking te maken met de uitputting van de aarde door toedoen van haar bewoners die blijven graven op zoek naar steeds weer nieuwe essentiële bodemschatten om hun door technologie bepaalde cultuur in stand te houden.

In de derde akte hoeft hij het alleen nog maar in te koppen. De Graalridders zijn vervallen tot dierlijk gedrag, van de gemeenschap als ‘gevechtscentrum op religieuze grondslag’ is niets meer over. Op het toneel zien we een vijver met blauwgroen water, overblijfsel van de kobaltwinning, en het wrak van een enorme combine die grond afgraaft en verwerkt. Dat alles staat de gebruikelijk afhandeling van het verhaal echter niet in de weg.

Die schaduw Kundry blijft de rest van de avond in beeld al heeft ze weinig te doen. Haar enige klusje (behalve dan dat prettige samenzijn met Gurnemanz) is het verzorgen van de wond van Amfortas, gezeten aan de rand van een bad dat in de toneelvloer is uitgespaard. De wond blijft zichtbaar dankzij een ronde uitsparing in zijn kleding. Zo kan hij die gemakkelijker laten bloeden als Titurel hem heeft weten te pressen de Graal te onthullen. Dit object wordt getoond als een overmaats zwartblauw kristal dat aanvankelijk onder een geel lapje verborgen is. Bloed uit de wond komt aan Amfortas’ handen en hij wast ze in een kom water. Dat wordt over het kristal gegoten en opgevangen in een ander bakje waaruit iedereen vervolgens een druppeltje mag ontvangen. Als iedereen weer zijn ‘appeltje’ heeft gekregen kan de gemeenschap er weer even een beetje tegen, vooral Titurel natuurlijk.

De Bloemenmeisjes worden getoond als een roze Barbieharem en Klingsor draagt een helm met hoorns op zijn hoofd. Kundry gaat in een donkere lange jurk en doordat ze nu een zwarte pruik op heeft is ze vrijwel onherkenbaar na haar optreden ervoor toen ze lange blonde haren had en een lichte jurk droeg. Amfortas pakt de Speer eenvoudig van hem af, de AR gebruikers zien dat anders.

Wat opvalt in de derde akte is de wijze waarop Kundry door Gurnemanz tot leven wordt gewekt. Hij masseert langdurig haar hand en arm en is teleurgesteld als ze ‘geen woord voor hem heeft’. Kundry is echter al weer verdergegaan: zij en Parsifal blijven aan elkaar plakken na het doopritueel. Ze knuffelen wat af en Parsifal geeft haar zelfs een kusje.

Met het opnieuw onthullen van de Graal, ditmaal door de nieuwe koning Parsifal, grijpt Scheib ten tweede male in het libretto in. Parsifal gooit het kristal met kracht op de grond waardoor het in stukken uiteen valt. Het symboliseert het einde der tijden, niet alleen van de wereld getuige dat enorme wrak op het toneel, maar natuurlijk ook van de selectieve gemeenschap die het alleenrecht koestert op een onuitputtelijke energiebron en eeuwigdurend leven. Het is een nivelleringsmoment, van nu af wordt er niet meer door de lucht gevlogen om ergens reddend op te treden en leeftijden van meer dan honderd jaar worden een hoge uitzondering.

In de slotscène lopen Parsifal en Kundry samen de kobaltgroene vijver in, als waren ze een liefdespaar. Zien we hier Kundry als toekomstige incarnatie van Condviramour, de moeder van Lohengrin. Zal wel niet, bijna niemand heeft ooit van die vrouw gehoord. Gurnemanz kijkt besmuikt naar het stel en krijgt gelukkig gezelschap van de schaduw Kundry die zich liefdesvol tegen hem aanvlijt.

Alles overziend: redelijk librettogetrouw, geen concept dat sterk ingrijpt in de handeling, veel irrelevante bewegende beelden voor een klein deel van het publiek dat het in meerderheid moet doen met het in overdadige kleureffecten vormgegeven kasteel van Klingsor

Het decorontwerp kwam voor rekening van Mimi Lien en is geslaagd in zoverre dat Scheids concept ermee wordt vormgegeven. De kostumering van Meentje Nielsen is een kwestie van smaak: vreemde kleureffecten, rommelig. Parsifal onverzorgd met kapotte broek. Gurnemanz in een gele wikkelrok, van die dingen. De belichting laat te wensen over, althans voor de videolijker. Hele kwartieren gaan voorbij waarin alles in het donker is gehuld. En natuurlijk zijn er ook videobeelden maar die heeft de videregisseur gelukkig vrijwel volledig weten te vermijden.

Derek Welton (Amfortas)

Muzikaal is dit een geweldige Parsifal met een schitterend spelend orkest onder leiding van Pablo Heras-Casado. Over de gehele linie wordt zeer goed gezongen. Derek Welton is een prachtige Amfortas en Tobias Kehrer weet zowaar iets moois uit zijn kleine rol als Titurel te halen.

Zeppenfeld (Gurnemanz) en Scgager (Parsifal)

GeorgDerek_ Zeppenfeld is sinds hij Günther Groisböck in deze is opgevolgd uitgegroeid tot de ‘eigenaar’ van de rol. Hij woont erin en dat staat garant voor een uitnemende vertolking. Zijn Gurnemanz is tamelijk goedmoedig, iemand die alles al vele malen eerder heeft gezien en beleefd en met zijn mimiek weet hij de handeling zo nu en dan haarfijn te becommentariëren.

De Klingsor van Jordan Shanahan is heel behoorlijk maar in deze rol vind ik hem uitwisselbaar met vele anderen.

Gurnemanz, Parsifal, Kundry en schaduw Kundry

Andreas Schager hoorde ik in 2018 live in de vorige Parsifal en bij die gelegenheid vond ik hem wat te luid, op het schreeuwerige af. Vooral na zijn kreet ‘Amfortas’ in de tweede akte was dat storend omdat hij dat voorgeschreven geluidsniveau vervolgens volhield tot het einde. Op dit punt heeft Schager zich enorm verbeterd en vooral in de derde akte zingt hij uitgesproken lyrisch.

Elina Garanca is een mooie Kundry zonder dat ze iets bijzonders toevoegt. Ze brengt haar beroemdheid in en dat mag ze etaleren door als laatste te verschijnen tijdens het individuele slotapplaus.

Productiefoto’s: © Enrico Nawrath

Zie ook:

Multimediale Karfreitagszauber zonder betovering

Echo’s uit Iran

Tekst: Neil van der Linden

Ik heb dit jaar niet zoveel gezien van het Holland Festival als voorheen, maar voor mij eindigde het dit jaar in extase, dankzij dit concert, althans wat betreft specifiek het tweede deel van het concert, een compositie van de Iraanse Golfam Khayam, haar concert voor altviool, santur en gemengd kamerensemble.

Golfam Khayam maakt fraai gebruik van de dissonanten die ontstaan als Iraanse en Westerse modi samen worden gespeeld (en die je eigenlijk dus schijndissonanten kunt noemen). Ook horen we fraai de ‘tarab’ in de Iraanse muziek, een term uit Arabische muziek voor opwinding of liever vervoering, waarvan ik even kwijt ben of die ook in de Iraanse muziek als zodanig gebruikt wordt, maar het effect is overeenkomstig.

Ritmes die steeds stuwender worden, instrumenten die steeds wilder worden bespeeld, melodielijnen die naar steeds hogere regionen opschuiven, over steeds pregnanter baslijnen. De muziek is modaal opgebouwd, zoals de meeste traditionele Iraanse muziek. De compositie blijft binnen dezelfde toonsoort, maar daarbinnen worden alle variaties uitgeprobeerd in dramatische modale akkoordsequensen, over een basis van lange grondtonen.

Michael Gieler

De solisten, Michael Gieler op altviool en Kioomars Musayyebi op santur (een oriëntaalse broer van de cimbalom), durven ruig te spelen en allerlei kleuren uit hun instrument tevoorschijn te halen. Fraai was hoe Michael Gieler ook in de extreme grepen in zijn partituur de noten telkens opbouwde vanuit een rijke volle toon. Die op haar beurt fraai contrasteerde met de metalige achtige klank van de santur.

Kioomars Musayyebi

Khayam gaat ook prachtig om met slagwerk. Schudden van de metalen belletjes van de daf, een grote lijsttrom met belletjes eromheen. Wrijven over de vellen van de daf en de pauken. Maar natuurlijk ook slaan op de daf, de pauken en bekkens. De interactie tussen de Iraanse percussionist Reza Samani en Concertgebouworkest-slagwerker annex in dit geval tevens paukenist Bence Major was fenomenaal.

Vanwaar ik zat, rechts voor het podium, klinkt er helemaal vanaf de andere kant op zeker moment een prachtig luid arpeggio op de harp (Doriene Marselje), en horden we idem dito subtiel tussen pianissimo en fortissimo schakelende pianoklanken (Ramon van Engelenhoven). Fraai was ook het schakeren met kleurverschillen tussen de ney (oriëntaalse fluit) van Marianne Noordink en de KCO-dwarsfluit van Susana Lopes.

Golfam Khayam in 2016 tijdens het Tehran Contemporary Music Festival.

Ik kende Golfam Khayam van de 2016 editie van het Tehran Contemporary Music Festival. Zij had toen net een fraaie CD uit samen met klarinettiste Mona Mattoum Riahi, in Iran verschenen op het pionierende Hermes label, elders op ECM. Met die combinatie trad ze ook op in het festival. Sindsdien heeft ze onder meer werk geschreven voor Barbara Hannigan als dirigent van het Iceland Symphony Orchestra en masterclasses gegeven met Hannigan en was ze composer in residence in het Festival Aix-en-Provence,

Wat ook mooi was was dat Khayam alleen incidenteel, in momenten van totale extase, het hele instrumentarium tegelijk gebruikt. Een aanwinst voor het repertoire. Jammer dat Golfam Khayyan er zelf niet was. Zij was in Tehran toen de recente oorlog daar uitbrak en was met haar familie naar het veiliger noorden afgereisd. Vandaar was het onmogelijk om op tijd in Amsterdam te zijn. Als ze haar familie op dat moment had willen verlaten.

Ud(oriëntaalse luit)-speler Fouad Samiei had een fraaie solo in Forbidden Echoes, de liedcyclus van de Koerdisch-Iraanse zangeres en componiste Hani Mojtahedy. Zij werkte hiervoor samen met producer Andi Toma van het Duitse elektronische dance-muziek duo Mouse on Mars.

Hani Mojtahedy.





In Iran maakte Mojtahedy deel uit van een geheel uit vrouwen bestaand muziekensemble, Vian, waarvan de concerten in die tijd alleen door vrouwen mochten worden bijgewoond. (Dat is inmiddels soms anders; om een voorbeeld te noemen, een paar jaar geleden werd in Teheran zelfs My Fair Lady opgevoerd; bij de première neurieden anderen zachtjes mee met de solisten zodat het officieel koorzang was, maar na die première hoefde dat niet meer. Dit heet natuurlijk repressieve tolerantie, en het regime is er niet minder grimmig om gebleken.)

Mojtahedy woont al sinds 2004 buiten Iran en mijdt bezoeken aan haar geboorteland. Zo durfde ze zelfs de begrafenis van haar moeder niet bij te wonen. De ‘echoes’ uit de titel verwijst naar een reis die Mojtahedy maakte naar het gebergte in het Iraakse deel van Koerdistan, zo dicht mogelijk bij Sanandaj, waar ze werd geboren. Daar, aan de Iraakse kant van de grens, maakte ze opnamen van haar stem met de echo’s daarvan zoals die tussen de bergen weerklonk, ook vanaf de andere kant van de grens. Zo bereikte haar stem toch haar geboorteland. Die opnamen werden vervolgens fraai verwerkt in de compositie voor stem, elektronica en akoestische instrumenten zoals die nu weerklonk, voorzien van gedigitaliseerde beelden van de natuur in de Koerdische bergen.

Indrukwekkend, maar ik moet zeggen dat dit stuk mij na het concert voor altviool, santuur en ensemble, waarin zoveel expliciets juist impliciet werd gelaten, minder beroerde dan Golfam Khayams werk. Misschien kwam dat overigens ook doordat vanwege de projecties, waarbij het podiumbeeld donker moest worden gehouden, het contact tussen de uitvoerenden (waaronder Hani Mojtahedy en Andi Toma, die rechts op het podium elektronica bediende) en publiek afstandelijk bleef.

Het concert werd geopend met Towards Affinity van Nader Adabnejad, een kort werk voor ney (Marianne Noordink), Iraans slagwerk (Reza Samani) en strijkers, een opdrachtcompositie voor het KCO. Adabnejad experimenteert op een interessante manier met het gebruik van de Westerse strijkinstrumenten als ritme-instrumenten.

Towards Affinity van Nader Adabnejad voor ney, Iraans slagwerk en strijkers, opdrachtcompositie voor het KCO
Concert voor altviool, santur en gemengd kamerensemble van Golfam Khayam, 2024, nieuwe bewerking
Forbidden Echoes liedcyclus van Hani Mojtahedy met producer Andi Toma (Mouse on Mars), 2022, nieuwe bewerking door arrangeur Ian Anderson

Solo altviool Michael Gieler
Santur Kioomars Musayyebi
Zang Hani Mojtahedy
Elektronica Andi Toma
Dirigent André de Ridder
Ney Marianne Noordink
Ud Fouad SamieiIraans
slagwerk Reza Samani

Leden van het Koninklijk ConcertgebouworkestCoproductie Koninklijk Concertgebouworkest, Holland
Festival

Foto’s:  © Martine Berendsen, Neil van der Linden foto Golfam Khayam 2016

https://www.golfamkhayam.com/

Eerdere uitvoering van het concert voor altviool, santur en orkest met dezelfde santur-speler:

https://www.hanimojtahedy.com/

https://naderadabnejad.com/biography/