Straat-acrobatiek choreograaf Marco Gerris en mime-regisseur Jakop Ahlbom sloegen de handen, voeten en hoofden ineen.

Tekst: Neil van der Linden

Twee jaar geleden ging ik voor Basia con Fuoco naar het prachtige Elements of Freestyle, een volmaakte etalage van ISH’ handelsmerken: halsbrekende en ademstokkende breakdance, in-line-skating (acrobatisch rolschaatsen), skateboarding, freestyle basketball (jongleren met tot wel vijf basketball ballen) BMX (‘Bike MotoCross’, jongleren op een terreinfiets) en freerunning (‘apenrotsen’ heette dat vroeger bij gym, aan de ‘rekken’ en op de ‘bok’, maar dan wel vijf keer zo hoog en over gebouwen heen, trapleuningen op en balkons af), allemaal erkende specialismen in de jongeren- ‘urban’ ‘street’ cultuur. Dat wil zeggen: eigenlijk is het handelsmerk van ISH en choreograaf Marco Gerris het telkens maar vinden van mensen die dat kunnen en met die mensen elke keer weer een samenhangende voorstelling maken.

Marco Gerris is zelf begonnen als theater-rollerskater en is in die hoedanigheid bijvoorbeeld ooit opgepikt door choreografe Krisztina de Châtel, ook al zo iemand die zonder haar basis uit het oog te verliezen van alles artistieks bij elkaar brengt/bracht. Daarna zijn Marco Gerris en zijn organisatie ISH samenwerkingen aangegaan met het Nationale Ballet en was er MonteverdISH, een majestueuze bewerking van Monteverdi’s L’Incoronazione di Poppeia in samenwerking met Vocaal Lab van Romain Bischoff.

Nu is er Knock-out, een samenwerking met de Jakop Ahlbom Company, van de Zweeds-Nederlandse mime-regisseur Jakop Ahlbom, die absurdistisch ‘googel’-theater maakt, virtuoze verdwijntrucs en dergelijke, in scenario’s die intussen over de tragikomische kanten van het leven gaan, zoals in internationale successen als Horror en Lebensraum. Bij elkaar kon dat misschien nauwelijks in iets anders resulteren dan een parodie op film noir in combinatie met de esthetiek van de knokfilm.

In Knock-out zien we hoe de gokverslaafde Larry en zijn ontevreden vrouw Buffy worden gekidnapt. Larry’s steenrijke vader moet het losgeld brengen, maar onderweg naar de gijzelaars verschijnen er allerlei ongenode gasten. Er barst een spectaculair gevecht los waarin alle fysieke grenzen worden opgerekt: mensen hangen in de lucht, worden tegen muren geplet, uit elkaar getrokken en vechten daarna in volle vaart weer door.

En dan is er ook nog een geheimzinnige cowboy met een gitaar die alles aan elkaar zingt. Of eigenlijk niet aan elkaar zingt, want in de goede traditie van veel Country- and Western en Folk-singers tot en met de vroege Dylan kun je zijn zang een groot deel van de tijd nauwelijks verstaan en als je die wel verstaat lijkt er, in de traditie van Dylan, een groot deel van de tijd geen touw aan vast te knopen. En dat is natuurlijk bewust zo gedaan.

Intussen is deze Lonesome Cowboy een parodie op de archetypische permanente vreemdeling, de indringer tegen wil en dank, indringer uit de meest existentialistische film noir en Western-plots  – alleen is het in deze voorstelling natuurlijk een sul, die patience speelt terwijl om hem heen de goegemeente bezig is achter elkaar aan te rennen of over elkaar heen te rollen, en hoogstens de andere personages af en toe drank in schenkt, om dan weer onverstoorbaar een lied aan te heffen. Een prachtige rol van Leonard Lucieer, die gewoon ook mooi zingt en gitaar speelt.

Eerst lijkt het alsof het alleen maar slapstick wordt, maar juist als de trucs uit uit de disciplines van beide regisseurs op stoom komen ga je ook meevoelen met de personages, hoe (opzettelijk) karikaturaal ze ook zijn: de zielige echtgenoot die wordt bedrogen, de echtgenote die intussen echt weet wat ze wil, en die haar geheime minnaar op zijn nummer zet als zijn minder fraaie kanten naar boven komen.

Behalve de onverstaanbare cowboy-liedjes zijn er alleen losse flarden tekst te horen uit de geparodieerde film noir, Westerns en Amerikaanse en Aziatische knokfilms. Talloos zijn ook de verwijzingen naar het oeuvre van de regisseur die al die genres ook zo fraai parodieerde, Quentin Tarantino. Het koffertje waarin het losgeld zit en waaruit licht komt zit ook in Tarantino’s Pulp Fiction en komt oorspronkelijk uit Robert Aldrich’ Kiss Me Deadly en in vechtscènes doet de vrouw des huizes (Lisa Groothof) doet niet onder voor Umma Thurman in Tarantino’s Kill Bill.

Ook de moderne tijd is de voorstelling binnengedrongen, letterlijk, in de vorm van een pakketbezorger, die vervolgens (letterlijk) niet weg te slaan is, en als een golliwog-pop een grimas blijft opzetten, een briljante rol van Tyrone Menig, die daarmee intussen een prachtige satire op karikaturale zwarte rollen in cartoonfilms speelt. Ook blijkt Tyrone Menig een virtuoze vechtsporter blijkt te zijn, die intussen met behulp van breakdance.  freerunning en een knap staaltje zwaardvechten iedereen die hem het huis uit wil hebben van zich af weet te slaan. Als hij dan tenslotte het veld lijkt te hebben geruimd, belt hij even later aan als pizzabezorger en begint het spel overnieuw.

Er wordt vaak aangebeld in deze voorstelling. En hoewel de personages van alles te verbergen hebben doen ze elke keer keurig de deur open. Dit staat misschien voor de korte aandachtspanne van de moderne tijd, zoals we inderdaad te geneigd zijn op elke prikkel uit de buitenwereld (in de tegenwoordige tijd de aandacht opeisende sociale media) ingaan in plaats van ons te blijven concentreren op onze eigenlijke prioriteiten. Ook als die prioriteiten zoals in deze voorstelling zijn: echtgenoot of echtgenote bedriegen, geld afpersen en rivalen en concurrenten uit de weg ruimen.

Spectaculair zijn ook het decor en de techniek. Hoe groot de chaos schijnbaar ook wordt, alles is tot de in de puntjes uitgedacht. Zou trouwens niet anders kunnen, alles moet tot op de millimeter kloppen, anders gebeuren er ongelukken.

YouTube trailer:
https://www.youtube.com/watch?v=oBz

Knock-out, Jakop Ahlbom Company en ISH Dance Collective, gezien 15 september, DeLaMar theater Amsterdam.

Regie: Jakop Ahlbom
Choreografie: Marco Gerris
Fotograaf: Bart Grietens
Spel: Lisa Groothof, Patrick Karijowidjojo, Leonard Lucieer, Tyrone Menig, Freek Nieuwdorp, Arnold Put, Bodine Sutorius
Muziek live: Leonard Lucieer

Fotografie: Bart Grietens scènefotos, Leon Hendrickx publiciteitsfoto’s.

Knock-out, nog t/m 26 september in theater DeLaMar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s