Month: augustus 2023

Medea in Corinto van Giovanni Simone Mayr

Tekst: Peter Franken

Germán Hernández Amores – Médea|foto:Wikimedia

Er zijn veel voorbeelden van operacomponisten die tijdens hun leven zeer succesvol waren maar na hun dood in volstrekte vergetelheid zijn geraakt, de Duits Italiaanse componist Mayr is er een van. Geboren in Duitsland in 1763 emigreerde hij in 1787 naar Italië waar hij zijn gehele verdere leven zou verblijven. Tussen 1794 en 1824 componeerde Mayr 60 opera’s waarmee hij zich een grote reputatie wist te verwerven. Goed beschouwd is dat het mooiste dat een creatief kunstenaar kan overkomen: succes tijdens je leven. Wat er na je dood gebeurt is slechts interessant voor je erfgenamen.

Om Mayr te kunnen duiden biedt volgende tekst op Wikipedia een paar aanknopingspunten: ‘Mayr was de populairste operacomponist in de periode vlak voor Rossini in Italië. Hij vormde een brug tussen de Franse en Italiaanse wijze van componeren, alsook tussen de opera seria en de 19e-eeuwse Italiaanse opera. Hij had grote invloed op de componisten na hem, onder wie zijn belangrijkste leerling Donizetti. Vooral in de ensembles en kleurrijke orkestpartijen was hij een voorloper van Rossini. Hij introduceerde vele nieuwe vormen. Zo was hij de eerste die het koor afwisselend polyfoon en unisono liet zingen (een effect dat Verdi herhaaldelijk toepaste). Hij verrijkte het orkest met houtblazers, harp en slaginstrumenten. Veel orkestratievondsten worden aan Berlioz toegeschreven, terwijl het Mayr was die ze voor het eerst toepaste. Ook de zogenaamde “tempesta” (de storm) zoals frequent gebruikt door Rossini en Verdi alsook de banda (een harmonieorkestje op of achter het toneel) zijn vondsten van Mayr’.

Cherubini’s Médée stamt uit 1797 en daar zal Mayr zeker mee bekend zijn geweest. Met name de lange monologen van Medea doen vrij sterk denken aan die uit Cherubini’s versie. Maar ook werk van zijn tijdgenoot Spontini blijft niet geheel onopgemerkt, denk aan diens La Vestale uit 1807.

Mayrs Medea in Corinto had première in 1813 in Napels maar de opera daar stond duidelijk onder Franse invloed, het koninkrijk werd geregeerd door Napoleons zwager Joachim Murat. We moeten het werk derhalve bezien in het licht van de Parijse traditie.

Bij gelegenheid van Mayrs 200e geboortejaar werd Medea, het meest succesvolle werk uit zijn latere periode, opgegraven en concertant uitgevoerd in de Herkulessaal in München. De oprichting van een Simon Mayr Genootschap in 1995 vormde een aanzet tot herwaardering van de componist en resulteerde indirect in een volwaardige geënsceneerde uitvoering door de Bayerische Staatsoper. Van een voorstelling in 2010 is een opname op Blu-ray uitgebracht door Arthaus.

Nadja Michael beleefde in die tijd haar gloriejaren, na 2015 is er helaas weinig meer van haar vernomen maar in 2010 was ze geknipt voor rollen waarin het niet uitsluitend op zingen aankomt maar minstens zozeer op het uitbeelden van een ‘messed up character’. Denk aan haar Salome voor de Royal Opera in 2008 en Medée voor De Munt, eveneens in 2008. Die laatste productie werd herhaald in 2011 en is op dvd uitgebracht. Ik heb Michael live beleefd in 2011 en was zeer van haar onder de indruk, niet zozeer van haar zang maar van haar totale performance.

Hans Neuenfels moet dat ook gedacht hebben, of op zijn minst de casting director van München want dat hun keuze voor de titelrol in die unieke poging een andere ‘Medea’ te laten herleven lijkt alles behalve toevallig. Neuenfels laat Michael op dezelfde wijze acteren als zijn collega Warlikowski in Brussel had gedaan. En meestentijds is ze ook hier gekleed in een eenvoudig zwart jurkje dat rechtdoet aan haar perfecte figuur.

Het verhaal is bekend, daar hoeven we nauwelijks op in te gaan. Voor het vergroten van de dramatische mogelijkheden heeft Mayrs librettist Felice Romani weliswaar een nieuw personage toegevoegd, de ‘koning’ van Egypte Egeo aan wie Creusa was beloofd totdat Giasone plotseling kwam opduiken. Veel meer dan wat extra stennis op het toneel levert het niet op.

Veel bedenkelijker is de keuze van Neuenfels voor achteloos grof geweld waar Quentin Tarantino nog wat van zou kunnen leren. De handeling wordt ontsierd door moord en doodslag. Hofdames wordt de keel afgesneden, figuranten krijgen out of the blue een nekschot, een peloton Egyptenaren wordt neergemaaid.

Neuenfels motiveert aldus: ‘Gewaltdarstellungen dienen hier keineswegs dazu, das Stück in seiner Aussage zu zertrümmern, sondern die Zuschauer bewusster die Vorgänge in Korinth beobachten zu lassen ‘. Kennelijk wordt nodeloos geweld in andere situaties bij gelegenheid wel degelijk ingezet om het stuk onderuit te halen. De verspreking is bijna Freudiaans.

Anna Viebrock tekent voor het decor, een opengewerkte doos met twee verdiepingen zodat beneden kan worden gemarteld terwijl boven Creusa haar grote aria zingt met begeleiding door een harp op het toneel, aan alles is gedacht.

De kostumering van Elina Schnitzler is bont en buitenissig, je moet het zien. Opvallend detail is dat Giasone meestentijds rondloopt in een onopvallend militair uniform en zijn zoontje tegen het einde bij Medea verschijnt in dezelfde kleding. Het tweede kind is hier een meisje, in net zo’n zwart jurkje als haar moeder. De dood van beide kinderen blijft de toeschouwer bespaard, die van Creusa ook. Misschien was dat wel aanleiding tot het tonen van zoveel ‘compensatiegeweld’.

De Creonte van Alistair Miles is onopvallend voor zijn doen. In zijn eerste scène vind ik hem zelfs moeizaam en houterig overkomen. Later is het beter maar hoe dan ook is Creonte niet meer dan een bijrol. De Amerikaanse tenor Alek Shrader is een aangename verrassing als de in de handeling ingeschoven Egyptenaar Egeo. Zijn partij is uitgesproken Rossiniaans en dat ligt hem kennelijk wel. Ramón Vargas brengt als Giasone wat men van hem kan verwachten. Prima zang maar acterend een bordkartonnen personage.

Creusa wordt vertolkt door Elena Tsallagova die mede door haar kleding perfect past in het plaatje van de ideale echtgenote waar helaas niet al te veel lol aan te beleven zal zijn. Prachtige jurk, in beton gegoten kapsel, naaldhakken; maar tegen het einde als ze het huwelijkspleit gewonnen heeft loopt ze in een blauw mantelpakje met stropdas. Het is kennelijk al niet meer zo nodig de schijn van enige vurigheid op te houden. Creusa heeft veel te zingen en Tsallagova zorgt voor een perfect klinkende vertolking. In 2010 was ze al aardig op weg maar sindsdien heeft haar carrière een hoge vlucht genomen.

Bij Nadja Michael zit je in een mengeling van bewondering en verbijstering te kijken naar een uitstorting van vrouwelijk oerkracht waar je als man maar beter heel voorzichtig mee om kan gaan. Het treft Giasone die zo onverstandig was juist de confrontatie aan te gaan als een blikseminslag. In een oogwenk is zijn gehele leven verwoest, niets rest hem nog. Hij kan doorgaan met ademhalen maar waarom?

Michael is absoluut top tijdens deze voorstelling en houdt het gedurende haar lange tijd op het toneel fysiek zo goed vol dat er van enige terugloop in de kwaliteit van de zang niets te merken valt. Eigenlijk is het bekijken van deze opname gewoon de moeite waard vanwege die twee vrouwelijke tegenpolen, de rest is bijzaak.

Na afloop mag Michael zich verheugen in een donderende ovatie van het publiek, volledig verdiend. Hoe Neuenfels na afloop van de première werd begroet laat de opname niet zien maar laat zich raden.
Het Bayerische Staatsorchester staat onder leiding van Ivor Bolton.

Trailer van de productie:

En om een herinnering op te halen… Leyla Gencer:

Opera Rara heeft de opera (helemaal compleet) opgenomen met een fantastische cas:

https://open.spotify.com/album/4t3HNb1dHImATIjgBy2gQ0?si=c_51RjGMT–l_Iutx_Ecaw

https://open.spotify.com/album/4t3HNb1dH

De Ring toch gevonden? De Ring-enscering in Bayreuth deel 2


Tekst: Neil van der Linden

Naar verluidt zijn er dit jaar kaarten over voor de Bayreuther Festspiele omdat de Ring vorig jaar bij een groot deel van pers en publiek flopte. De zaal is dit jaar goed gevuld, maar er zijn inderdaad lege plaatsen. Het publiek klapt, trappelt en joelt enthousiast na de voorstelling. Maar dit is ‘uitgefilterd’ publiek dat besloten heeft toch te komen.

Toen het regieteam na afloop van de laatste voorstelling uit de Ring-cyclus, de Götterdämmerung, op het toneel verscheen waren er toch flink wat boeroepers. Je kunt je wel afvragen wie na flink betaald te hebben voor toegangskaarten en na recensies van vorig jaar te hebben gelezen toch naar Bayreuth komen om hun ongenoegen te uiten.

De regisseur van de Ring heeft wijzigingen aangebracht. Maar het resultaat valt ook mij niet mee. Flets, bedoelerig, geen gevoel voor de verhoudingen op het immense Festspielhaus-toneel, en in de schildering van de vrouwelijke personages niet erg genuanceerd, op zijn zachtst gezegd.

In de Walküre zagen we in de tweede akte een doodskist op het toneel. Erop een foto. Van wie is niet echt duidelijk, maar bij navraag blijkt het om Freia te gaan, die na haar terugkeer uit de in Das Rheingold getoonde gijzeling zelfmoord zou hebben gepleegd. De godin van de eeuwige jeugd had zelf niet het eeuwige leven. Maar in principe zouden de goden toch onsterfelijk moeten zijn.

In het slotbeeld van de Götterdämmerung zien we een wand behangen met TL-buizen (het gestripte Walhalla van binnen?), waarin Wotan zich heeft verhangen. Kunnen goden zelfmoord plegen? Dat Freia en Wotan dat in deze enscenering doen, is een poging om het verhaal te ontmythologiseren en de personages ‘menselijker’ te maken, en ach, ook Gods eigen zoon Jezus is op aarde gestorven. Maar in het geval van Freia werkt de scenische uitwerking van het idee eerder verwarrend dan verduidelijkend.

Fricka is trouwens ook een rare. Ze ziet eruit als een verwende miljardairsvrouw uit een Robert Altman-film (denk The Wedding, Gosford Park), met grote bontstola’s, zware gouden kettingen en een zonnebril. Als karakterisering misschien even leuk, maar als je haar de hele tijd zo te zien krijgt ontstaat er niets invoelbaars.

De regie doet nog een poging haar te revancheren aan het eind van de derde akte van Die Walküre, als Wotan Brünnhilde naar de Walkürenrots verbant, als straf voor haar hulp bij de buitenechtelijke relatie van Siegmund en Sieglinde. In plaats van de gebruikelijke Feuerzauber, de muur van vuur waardoorheen alleen een onversaagde held kan binnendringen, namelijk Siegfried in Siegfried, en waarbij regisseurs en decorbouwers gewoonlijk flink uitpakken, zien we Fricka triomfantelijk opkomen met een kaarsje. En daarmee sputtert Die Walküre letterlijk als een nachtkaars uit. Leuk gevonden, en het publiek kan thuis op YouTube alle andere spectaculaire ensceneringen bekijken. Maar je voelt je ook wat bekocht, en je maakt je ook een beetje zorgen om de mensen in het publiek die misschien niet weten dat hier normaliter een enorm spektakel plaats vindt.

Sowieso heeft de regie moeite met de karakterisering van vrouwen. Ik ergerde mij in het bijzonder tijdens de grote Walküren-scene aan het begin van de derde acte van Die Walküre. Het Walhalla waar ze de omgekomen aardse helden heen brengen houdt het midden tussen een kliniek voor plastische chirurgie en een boordeel. Ze dragen verband om hun hoofd en vergrijpen zich aan de mannelijke helden. Het moeten ‘influencers’ voorstellen die zich omwille van hun publiek uiterlijk telkens moeten bijwerken. Maar het resultaat is flauw, lelijk, en het clichématige beeld van de vrouwen vrouwonvriendelijk.

Op de van dichtbij genomen foto’s kan alles er fraai uitzien, maar dat geeft precies het probleem van de productie weer. Moderniseringen via pistolen, maar Siegfried heeft wel een zwaard. En toch ook een pistool. Bijna iedereen heeft een pistool. Maar op dat immense toneel ziet elk volgende pistool er steeds lulliger uit. Is dat dan de bedoeling? Moeten we de goden allemaal lullig vinden? Maar Tomasz Konieczny als Wotan/Der Wanderer zingt en speelt toch een getormenteerd personage dat uitnodigt om mee te leven?

Als je deze Ring positief wilt karakteriseren, dan kun je vaststellen dat een poging is gedaan om de familieverbanden tussen de personages verder uit te werken. Dat gebeurt via de kinderen die we zien opgroeien en de plaats zien innemen van vorige generaties. Verder wordt aangegeven dat de verschillende clans, die van Wotan en Alberich, eigenlijk één pot nat zijn.

Een werkelijk mooie scene is als in de tweede akte van Siegfried Wotan en Alberich, nadat ze ieder om eigen redenen Mime onder druk hebben gezet (Mime is de pleegvader van Siegfried, en Siegfried is de enige die volgens het verhaal de draak de ring kan ontfutselen) samen aan de open haard gaan zitten; terwijl het Alberich blijkbaar koud laat dat Siegfried intussen eerst zijn neef, de draak Fafner en vervolgens zijn broer Mime om zeep helpt.

Interessant is misschien ook dat Siegfried Brünnhilde in de eerste akte van Gotterdämmerung verlaat na een echtelijke ruzie, al ontneemt het ons wel een mooie scène met een roerend afscheid als alles officieel nog koek en ei is.

In plaats van op een rots zoals in het libretto staat verblijft Brünnhilde tijdens haar verbanning door Wotan in een fraai van alle moderne gemakken voorzien appartement. En we zien daar zowaar een kind rondwaren, in dit geval een dochtertje, vermoedelijk van Brünnhilde en Siegfried. Dus van de kuisheidsgelofte tussen de twee die in het oorspronkelijke verhaal zo’n grote rol speelt is weinig terecht gekomen.

Sowieso wordt er veel seks bedreven in deze enscenering. Als Siegfried Gutrune ontwaart in de Gotterdämmerung bespringt hij haar ongeveer meteen. En dit al voordat hij officieel de vergetelheidsdrank toegediend heeft gekregen van Hagen, waardoor hij officieel zijn huwelijksgelofte aan Brünnhilde vergeet.

Wat voor die vergetelijkheidsdrank moet doorgaan wordt in deze enscenering sowieso door Siegfrieds geconsumeerd maar eindigt als een groene smurrie op het hoofd van een figurant die haar persoon Grane verbeeldt. Er wordt trouwens hoe dan ook erg veel gedronken door de verschillende personages. Vermoedelijk om de decadentie en genotszucht van het hele stel uit te drukken. Maar al gesjouw met flessen en glazen op toneel wordt al snel eentonig.

Dat Grane in de gedaante van een figurant sowieso een grote rol speelt doorheen de cyclus wilt u wel van me geloven maar het voert te ver om die hier ook nog te beschrijven. Grane is eigenlijk meer een bewaker van Brünnhilde. En in deze enscenering doodt Hagen Grane al lang voordat Brünnhilde officieel met Grane en al op Siegfrieds brandstapel springt.)

Dan naar het slot van de Gotterdämmerung, al bijna een opera op zichzelf, waarin Brünnhilde officieel voor het lijk van Siegfried een brandstapel opricht en daar zelf, met paard Grane en al, ook inspringt (conform de Hindoeïstische Sati-weduwen-zelfverbranding, waarvan Wagner misschien via Schopenhauer had gehoord).

Hagen probeert dan nog naar de Ring te grijpen, waarop de Rijn buiten haar oevers treedt en het hele zootje op de oever meesleurt, waarbij een enkele regisseur wel eens de mogelijkheid openlaat dat Hagen toch nog met Ring en al weet te ontsnappen.

Bij regisseur Valentin Schwarz is de Rijn het inmiddels drooggevallen zwembad uit de openingsscène van Das Rheingold, waar Siegfried met zijn dochtertje (de jeugd, het goud dus) in een overgebleven plas water aan het vissen zijn. Siegfried staat, conform het libretto, het goud i.c. zijn dochter niet af aan de Rheinmädchen. Hij wordt ook netjes door Hagen vermoord.

Günther probeert het dochtertje te kidnappen, maar Hagen steekt ook zijn broer Günther neer, waarna Hagen zich over het kind ontfermt. Gutrune rouwt nog even om haar verloren echtgenoot, maar wordt bruut terzijde geduwd door Brünnhilde, die daarop Hagen neersabelt.

Vervolgens daalt Brünnhilde af naar de bodem van het zwembad, waar het lijk van Siegfried nog ligt, en giet wat jerrycans leeg over Siegfried en zichzelf. Hagen zingt nog even zijn ‘Zurück vom Ring’, maar zijgt dan dood neer. Op de achterwand worden wat vlammengloed geprojecteerd, waarna we boven het zwembad de een wand met TL-buizen zien (de gestripte binnenkant van het Walhalla of misschien het Rijnwater zoals Pierre Audi dat liet zien in zijn Ring-enscenering in Amsterdam), en hoog bovenin aan een touw het lijk van Wotan, die zich heeft verhangen.

Muzikaal klopt alles intussen wel. Het blijft natuurlijk een belevenis om de Ring te zien en te horen in het theater met zijn bijzonder akoestiek en zichtlijnen dat voor de Ring was ontworpen en waarvoor Wagner een deel van de Ring speciaal componeerde.

Al liet dirigent Pietari Inkinen wel wat haperingen plaats vinden. Hier en daar een ongelijke inzet, binnen het orkest of tussen orkest en zangers. Maar ja het was ook zijn Ring-vuurdoop, nadat hij vorig jaar wegens ziekte had moeten afzeggen.

Ik vind behalve, nogmaals Mime van Arnold Bezuyen, Alberich van Olafur Sigurdarson en Hagen van Tobias Kehrer weinig van de zangers tot de besten behoren die ik ooit in hun rollen heb gehoord, zowel zangtechnisch als karakterologisch. Maar dat laatste ligt ten dele ook aan de regie die ze hier en daar in de weg zit. Brünnhilde en Sieglinde vibreren me hier en daar wat te veel. Wotan lijkt mooi, maar eigenlijk lijkt het ook een beetje alsof hij heel erg goed naar zijn illustere voorgangers heeft geluisterd en van iedereen iets kopieert.

Misschien komt er een nieuwe Ring in 2026 vanwege het 150 jarige bestaan van de eerste complete opvoering. Zou het na het succes van Nathalie Stutzmann als eerste vrouwelijke dirigent met de Tannhäuser een idee zijn om een vrouwelijke regisseur aan te trekken?

Jane Campion en Claire Denis hebben bewezen exact met muziek rond te gaan in hun films, maar er is ook een jongere generatie. Maria Schrader kan prachtig met de Duitse cultuurtraditie omgaan en heeft besef van nieuwe media. Julia Ducournau die in Titane aangaf om te kunnen gaan met het grote gebaar en met familierelaties. Dea Kulumbegashvili uit Georgië die in Beginnings aangaf over een geweldig gehoor te beschikken.

In Moby Dick; or The Whale gaven Wu Tsang en Caroline Shaw een geweldig makers duo te zijn, waarbij het interessant kan zijn een componiste bij de uitvoering te betrekken. De Oekraïense Alina Gorlova ging geweldig om met beeld en geluid in This Rain Never Stops.

Maar er zijn ook interessante mannen met diepgang, muzikaal inzicht en met gevoel voor het grote beeld, Tom Tykwer, Isaac Julien, Michel van der Aa, om er maar een paar te noemen. In het jubileumjaar 2026 wordt, tegen het oorspronkelijke idee van Wagner in, ook Rienzi uitgevoerd.

Er zitten best mooie gedachtenlijntjes in. Maar die werken vaak niet, of werken zelfs contraproductief.

Musikalische Leitung      Pietari Inkinen
Regie Valentin Schwarz
Bühne          Andrea Cozzi
Siegfried      Andreas Schager
Brünnhilde  Catherine Foster
Alberich      Olafur Sigurdarson
Hagen          Mika Kares
Günther       Michael Kupfer-Radecky
Gutrune       Aile Asszonyi

Foto’s Enrico Nawrath

De Feuerzauber-scene in Harry Kupfers enscenering van der Ring:

Götterdämmerung in de Centenary-Ring door Patrice Chereau en Pierre Boulez met Gwyneth Jones:

Bij lessen in Wagner laat ik graag ook de enscenering van Pierre Audi bij DNO zien, maar die staat niet op YouTube. Hier is een fragment van de Walkürenrit, met vuur: